|
home |
boekenplank | links | reageren?| aan studenten | ikzoek
| colum
| copyright
| mijn boek |
||||||
|
Ina Mijling &@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%& MOEDERS
GRAFJE Het rare verhaal van het graf van mijn moeder, vol
boodschappen en wat dat met mij te maken had/heeft. ------------------------- Inhoud:
Regen. Problemen. Kind. Rozen. Eerste zoektocht. Verwachtingen. Verwarring.
Woede. Eerste zoektocht 2. Dom. Zelfstandigheid. Henry de Greeve.
Stralende glimlach. Geweldloos. Archtitecten.
Ruzie. Hartinfarct. Lief? Begrafenissen. Moederdag. Longartsen. Martha en
Maria. Verbijstering. Hoofd van het gezin. Zilveren bruiloft. Titels. Naam.
Steen. Ommezwaai. Geluk? Humor. Zon. De bevestiging. Mijn Moeder. Regen Het stortregent. De ruitenwissers van mijn auto maken de
grootste haast om de ruiten schoon te poetsen van de bakken vol water die
erover uitgestort worden. Een uitzichtloze wedstrijd, want de regen wint. Het
is door het slechte zicht bijna te gevaarlijk om verder te rijden. Die waterhoos maakt me onzeker: is het een signaal dat
ik die hele onderneming maar moet vergeten? Dus geen boek schrijven met als
uitgangspunt het waardigste graf van het hele kerkhof: dat van mijn moeder?
En hoe dat zo gekomen is, hoe het leven ànders kan... Ik rijd toch maar door vanuit het gevoel: 'kijken wat er
gebeurt', want ik kan maar één nadeel ontdekken aan het schrijven van dit
boek: ik zal mensen op hun tenen trappen, die mij daarom zullen 'laten
vallen'. Dat ligt dan voornamelijk aan de maatschappij, religies en culturen.
Die hebben mensen zó zwaar beschadigd dat ze als de dóód
zijn voor de waarheid, en iedereen 'laten vallen' die die waarheid boven wil
halen. En dat terwijl de waarheid leven en geluk, gezondheid en groeien
betekent. Mijn ervaring de laatste jaren is dat mensen heus liever
met een hoop verwijt, zelfverwijt, verwarring, angst, pijn en ziektes blijven
zitten. Liever dan te gaan (in)zien dat de meeste van die (zelf)verwijten,
angst, pijnen en ziektes voor het overgrote deel maatschappelijk en religieus
veroorzaakt zijn. Hetgeen politiek is, want een kwestie van macht en
onderdrukking. En dus willen ze ook niet aanvaarden dat ze door mensen
als ik en door zichzelf genezen (kunnen) worden. Men klampt zich vast aan het
idee dat ik mensen bang maak. Maar als ik alleen de waarheid boven wil halen,
veroorzaak ìk toch niet die angst? Niet ìk trap hen op de tenen, maar door wat ik opengooi,
voelen mensen de waarheid letterlijk in hun eigen lichaam boven komen. Bovendien leef ik steeds meer zó alsof ik niets meer te
verliezen heb. Mensen kàn ik niet verliezen: wat je
niet hebt, kun je ook niet verliezen. Mensen kun je niet verliezen, omdat je
ze niet kunt hebben, niet bezitten, dat màg zelfs
nooit. Mensen die bang zijn voor de waarheid, zijn zichzelf al meer dan
kwijt. Zelfs je 'eigen' kinderen mag je niet bezitten. Die
horen van zichzelf te zijn. Dat is de bedoeling en dat moet de grondslag zijn
van de hele opvoeding: kinderen leren beseffen dat ze van zichzelf zijn. En
altijd. En ze horen te leren anderen van zichzelf te laten zijn.
Ook hun moeder. Mijn moeder heeft geprobeerd ons dat duidelijk te maken, maar
werd daar dagin daguit,
zo ongeveer haar hele leven lang in bestreden. 'Ik ben er ook nog!... Naar MIJN MENING wordt niet
gevraagd... Ik ben hier maar een voetveeg!' riep ze vaak zo bitter uit. Zoals
in zoveel gezinnen moeders/echtgenotes/huishoudsters nog altijd klagen. Maar
ook ik heb die klacht van haar niet willen horen. En opvoeding gebeurt niet op de eerste plaats door de
moeder, maar dat gaat op basis van geloof, cultuur en maatschappijbelangen.
Vaak wordt juist buitens- en binnenshuis grond-ig
afgebroken wat moeders haar kinderen vol zorg probeert te leren zijn en
worden... Vooral de kritische moeders van deze tijd: ze vechten tegen een
bierkaai! Dat ik nu hier rijd, is als gevolg van die totale
opvoeding/afbraak. En ook doordat ik op een gegeven moment mijn leven
omgooide en overal vraagtekens achter begon te zetten, nadat ik dit tot mij
had laten doordringen: een mens hoort altijd eerst zèlf te leven, zelf te kiezen en te beslissen. Daardoor heb ik dingen ontdekt die niet meer mijn mening
zijn, maar natuurwetten, geldend voor iedere mens en altijd, universeel dus, èn onontkoombaar. Daar tegenover staan de structuren van
macht en onderdrukking, die het menselijke in de mens ALTIJD hebben bestreden
en nòg bestrijden. Alles wat menszijn, wat
menselijkheid bestrijdt is politiek: iedereen die iets verkeerds van jou
eist, of jou stuurt in een richting die niet bij jou hoort en/of die jij niet
wil, doet aan macht en onderdrukking, aan politiek. Die werkt fractal mee aan
het ene grote machtssysteem wat de menselijkheid sinds de bewustwording van
de aap met man en macht bestrijdt... Tòch: onzeker met
die stortbui... Ik heb echter de laatste jaren leren zien dat juist
onzekerheid kostbaar en belangrijk is. De onzekere mens kan alle kanten uit,
die kan nog kiezen; die kan signalen ervaren; en aanvoelen wat het beste is;
kansen zien en grijpen; risico's lopen. De onzekere mens leeft steeds
gemakkelijker en gezonder. Een mens die zeker van zichzelf en de situatie
denkt te zijn, kan maar één kant op, kan maar één ding kiezen. Maar de doorslag voor mijn besluit een boek te schrijven
is: ik ben gaan beseffen dat moeder dat graf zelf zo gefikst heeft
en wel ná haar dood... Want dood ìs niet dood, het is alleen maar anders: de doden leven
nog steeds met ons mee. Moeder bedoelde dit als een boodschap aan op de
eerste plaats mij, dat zij, dat huishoudsters/moeders/echtgenotes de eer
horen te krijgen die haar altijd toekwam, maar die huisvrouwen nooit krijgen.
En zeker niet als ze kritisch leven. Ooit een vooraanstaande huisvrouw
gezien? Ooit een huisvrouw gezien die ridder in de orde van oranje nassau werd? Een huisvrouw die heilig werd verklaard?
Alleen als ze weduwe was of in het klooster trad met toestemming van haar
man… Ze bedoelde ook dat haar leven, zo verguisd door vooral
haar meest naasten, eindelijk recht gedaan gaat worden, rechtgezet. En
daarmee dat van àlle
huishoudsters/moeders/echtgenotes (verder bijna steeds HME's
genoemd) door alle eeuwen en volkeren heen... Opdat de mensheid gered zal
worden. Maar meer nog: haar leven kan via dit boek en alles wat
daaruit voort zal komen, veel vruchtbaarder zijn dan bij haar biologische
leven mogelijk is geweest. De natuurwet is namelijk dat, als je eerlijk met spanningen,
oneerlijkheid, narigheid, brokken, pijn en ziektes omgaat, daar honderdvoudig
en meer vrucht uit voortkomt. Zoals een roos door snoeien meer
bloemen gaat geven, zoals op goede mest de gezondste en lekkerste groenten
groeien. Daarom wil ik goed omgaan met deze geschiedenis. Het hóórt bij mensen om een vruchtbaar leven te hebben, dan
zal ná de dood van die mensen de vruchtbaarheid
eeuwig doorwerken. Ik bedoel: de vruchtbaarheid in groei als mèns. Mensen die
anderen op weg kunnen en willen helpen, maar Men luistert niet, dan nòg zal
hun leven vruchtbaar zijn. Niet-hoorders leven zich dood. Ik mag mij niet laten weerhouden door mensen die dit
boek af zullen wijzen en mij daardoor ook. Dat mag die andere vruchtbaarheid
niet in de weg staan. Voor zulke mensen is het te hopen dat ze hun ogen open
zullen doen bij het lezen van dit boek en dat ze durven gaan beseffen hoe de
vork werkelijk aan de steel stak èn steekt, want de
gevolgen lopen eeuwig door... Misschien móét dit boek wel geschreven worden als bewijs
dat biologische vruchtbaarheid (kinderen scheppen en grootbrengen)
ondergeschikt is aan de vruchtbaarheid van mensworden/menszijn, IK-zijn en daarmee
samenvallend ècht liefhebben. Het boek gooit deuren open naar die
vruchtbaarheid van ongelooflijke, menselijke mogelijkheden en krachten die
door alle eeuwen en volkeren heen nooit boven mochten komen, waardoor de mens is blijven steken en de volgende stap in de evolutie niet echt gezet heeft... Kinderen 'heb' je maar een paar jaar. Mensworden eindigt pas met de dood... K JK JK JK JK JK J Problemen De problemen
die ons het diepst raken, hebben altijd met andere mensen te maken. Die voel je
het diepst, die grijpen je het meeste aan, die kosten bergen energie. Dat kan
iedereen nagaan aan alle eigen situaties en kuddes. Waar mensen met elkaar optrekken, ontstaan vanzelf
spanningen. En dat is goed! Het klinkt in deze tijd van nieuwe
verrechtsing, waar opnieuw steeds minder ruimte komt voor menselijkheid,
idioot om te zeggen dat het goed is: spanningen, problemen. Maar het is zo
logisch: je verschilt alleen al door je andere geschiedenis van anderen: je
voorprogrammering, vooral tov. het andere geslacht
(daar zit niet veel natuur bij...); je aanleg en uithoudingsvermogen; jouw
voor een groot deel ingeprente ideeën over leven, normen en waarden; enz. Het
is normaal dat er spanningen ontstaan. Het is zelfs heel vreemd als dat
schijnbaar niet gebeurt: dan wordt er een hoop onderhuids weggestopt. Mensen
die zeggen nooit spanningen, problemen en ruzies te hebben, hebben juist de
grootste. Die zijn bezig met dagelijks de meest dodelijke ziektes op te
fokken, omdat ze alles opstoppen, wegslikken, binnenvetten... We hebben diep ingeprent gekregen dat we ons moeten
schamen voor spanningen, voor óverspanningen. Omdat
problemen en spanningen, net als rotgevoelens niet horen, zijn mensen als de
dood om te erkennen dat ze problemen hebben, dat ze zich rot en depressief
voelen. Ze moeten toch zo nodig 'dankbaar' zijn, omdat ze 'alles hebben'... Mensen doen van anderen dingen die normaal zijn, zelfs
noodzakelijk, af met zeuren, zieligdoen, labiel en
gek. Als je gevoelig bent, zou Men moeten juichen, maar in plaats daarvan
word je voor gek verklaard en een lastpost genoemd, een slap figuur. En
vooral mannen mogen in geen enkele cultuur of godsdienst slappe, onzekere
figuren zijn. Moeders mogen niet zeuren of ondankbaar zijn. Mijn moeder heeft op die manier een rotleven gehad: enkel
en alleen omdat ze voor zichzelf opkwam! En omdat ze ons wilde leren
hoe het leven in werkelijkheid in elkaar stak. Dat vrouwen ook mensen zijn en
dat man en kinderen (de energie van) hun moeders/echtgenotes gebruiken,
zonder er iets voor in de plaats te zetten... De spanning in huis was om te snijden.
Buitenshuis hadden er maar weinigen een vermoeden van. Wie ervan wist, gaf
moeder de schuld. Alleen vaders familie wist dat pa een moeilijk mens was.
Maar ook enkelen daarvan gaven toch moeder de schuld... * * * * * Kind Toen ik nog klein was en wij in ons mooie huis in N.
woonden, liep ik altijd te zingen, zodat moeder mij 'het zonnetje in huis'
noemde. Ik zong, ondanks geëtter en gepest van mijn broertjes en ruzies
tussen mijn ouders. Of hadden mijn ouders toen minder ruzie dan later? Het
was oorlog en mensen hadden al hun energie en vernuft nodig om aan kleding,
eten en brandstof te komen en daar past geen ruzie bij. Bovendien zat moeder
dag en nacht in spanning: vader zat in het verzet en hield daarbij zijn bek
niet tegen de Duitsers. Ik herinner me tenminste iets van: '...als jou wat
overkomt, waar moet ik dan van leven en 4 kinderen van grootbrengen?...' Of was het omdat ik klein was en daardoor niet zo'n last
van die ruzies had? Ik heb zelf het gevoel dat je als kind in een eigen
wereldje leeft, meer met het moment, en dat ruzies van volwassenen over je
hoofd heen gaan en jou niet zo diep raken. Of slikte moeder meer toen we daar nog woonden? Ik heb
achteraf sterk de indruk dat ze in B. dingen scherper begon te zien en dat in
de kortste keren na de verhuizing haar verbijstering totaal was. Afgesneden
van familie, kennissen, buren, kerkgenoten en bekende winkels en plekjes,
zoals dat gaat bij HME's die haar man moeten
volgen. Begon ze toen dingen veel minder te pikken, waardoor ze meer ruzie KREEG?
Of was het de kentering in mij, precies op de dag van de verhuizing, vlak na
aankomst in B., die omslag van kind naar puber, waardoor ìk
begon dingen niet meer te pikken? Ik voel wel dat ik dit boek schrijf over
vooral de tijd na die verhuizing. In de tijd in N. zong moeder veel, vooral als ze in de
kinderkamer, waar wij echter bijna nooit speelden, zat te naaien. Ze zong
oude liedjes: 'de lachende tortel', 'het vogeltje op Nellies
hoed.' Ze had een mooie warme stem, een lage alt met een apart timbre. Die
lage alt heb ik vooral van haar geërfd denk ik, alhoewel vaders moeder ook
uitstekend zingen kon. Ik zat dan graag in de vensterbank naar moeder te
luisteren. Vaak sprak ze over bijvoorbeeld rolpatronen, al bestond
die uitdrukking toen nog niet. Ze gooide dingen open over hoe slecht de
maatschappij was voor vrouwen en vooral voor HME's.
Ook naar aanleiding van de seksistische vooroordelen in die liedjes. Ik
herinner me dat ze daar opmerkingen over maakte: zulke leuke liedjes met voor
vrouwen zo'n vernederende tekst, alsof vrouwen niet veel belangrijker waren.
Dat dat gold voor zowat alle liederen. Ik snapte dat allemaal niet zo goed,
maar in elk geval waren dat voor mij vredige uurtjes. Dan voelde ik me veilig
bij haar, zoiets als een compagnonschap. En toch is bij mij dit weten door de
daaropvolgende jaren helemaal ondergesneeuwd geraakt door verleidelijke,
onontkoombare invloeden van buitenaf. Ze probeerde me bovendien te beschermen tegen mijn
broertjes en ook wel tegen vader: precies zoals de moeder/echtgenote altijd
tussen twee vuren zit, nog steeds! Een extra politieke situatie, die vrouwen
op haar plaats gekluisterd houdt. Vader kon namelijk niet tegen dat 'gejank
van jongen': broertjes hebben immers pas lol, als zusje helemaal overstuur,
huilend van wanhoop en ellende, naar moeder vlucht. En dat gebeurde
dagelijks: dat jankende jong was ik. Schelden doet wèl pijn, levenslang:
de tijd heelt niet alle wonden. Moeder stond echter net zo machteloos tegenover al dat macho-geweld als andere moeders. Tot op heden toe. Ze had
er zelf haar portie van gehad, was net zo gepest door haar broertje, maar zij
had niemand gehad die haar opving. Ook had ze veel zorg om mij omdat ik, na een zware
bronchitis als peuter, chronisch hoestte. Het is triest, als je pas 40, 50
jaar later begrijpt dat die hoesterij vooral een
gevolg was van angst en dat die angst op de eerste plaats veroorzaakt werd
door het macho-gedrag van de mannen in het huis
waar je je geborgen hoorde te voelen. En dat die mannen zo waren, omdat dat
een 'voorrecht' was/is van mannen en noodzakelijk voor de machtsstructuren in
de maatschappij. Nu ik steeds meer ontdek van hoe energieën werken van de
ene mens naar de andere en vèrder, besef ik dat ik nog in de schoot van
moeder veel angst-uitstraling heb gekregen: moeder
is natuurlijk als de dood geweest om vader te moeten vertellen dat ze in
verwachting was. Ik had niet geboren mogen worden en zoals dat ging en nog
steeds gaat: de moeder krijgt daar de schuld van! Ik weet nog precies dat de definitieve breuk van mij met
moeder viel op de dag van de verhuizing van N. naar B. Ik begon ineens alles
andersom te zien, werd wakker of hoe je het noemen wilt. Ik herinner me dat
moeder het toen niet pikte dat ze zo ongeveer overal alleen voor stond en ze
liet dat duidelijk blijken. Ze kon bij haar vraag om een handje te helpen,
alleen een grote mond krijgen. En ik weet nog dat vader zo nodig naar zijn
nieuwe school moest. Die verhuizing, die vlak na de oorlog viel, was geen
pretje. Het was een 5-hoeksruil over 5 steden: ieder gezin vertrok op
dezelfde ochtend naar de nieuwe bestemming. Dat betekende dat je in een huis
kwam waar net iemand uit vertrokken was. Daar zit een hoop meer werk aan dan
aan een goed voorbereide verhuizing. Ze wilde mij dingen laten doen: dozen uitpakken geloof
ik en ineens gaf ik haar ook een grote bek: de leesboekenserie van de lagere
school 'De Zandmannetjes' en het overal aangeleerde en in de kerk gepredikte
'lieve'moeder-denken sloegen keihard toe! Ik heb
wel geholpen, maar voelde dat als noodgedwongen. Vanaf die dag was ik geen
zonnetje in huis meer. Voor moeder moet dat verschrikkelijk geweest zijn: dat
ze nu met 5 vijanden moest zien door te leven. In een totaal vreemde
omgeving, zonder ook maar één bekende. Naar mijn gevoel zong ze daarna nooit
meer. * * * *
* Rozen Deze keer loop ik rechtstreeks naar het graf. Nu maak ik
een hele reeks zonnige foto's van dat simpele vlekje zand tussen de grote
stenen, die jaarin jaaruit
hun nutteloosheid liggen uit te dragen. Mijn jas had ik in de auto kunnen
laten. Dat was een paar weken eerder wel andere koek: op de dag
dat moeder 91 jaar zou zijn geworden, besloot ik om haar eindelijk de rozen
te gaan brengen die ik haar jaren eerder beloofde in die kostbare nacht toen
ik haar plotseling begreep. Ik had dat haar-begrijpen
lang tegengehouden, want, behalve dat je je slachtoffer voelt van zo'n
'kreng', weet je heel goed dat je mede oorzaak bent geweest van haar ellendig
leven. En wie durft een te verwachten heftige wroeging aan? Het moesten rozen zijn: dat waren haar dierbaarste
bloemen. Ze had er de tuin vol mee, vaak tot in november en deelde ervan uit
aan buren en kennissen. Haar struiken waren altijd zo zwaar van bloemen, òmdat er zoveel afgesneden werden. Daarom beloofde ik
haar rozen. Ik was er al die jaren niet meer geweest, ondanks die
belofte, omdat ik graven onzin vind. Dood is dood. De essentie, dat waar het
om ging, is uit dat wat begraven is. Alleen het instrument, het toestel wordt
begraven of gecremeerd. Het IK, gevormd en/of misvormd door dat instrument,
leeft afzonderlijk voort. Dit is allemaal heel anders dan ons is
voorgehouden, door welke religie, filosofie of ideologie dan ook. Bovendien
vind ik graven maar niks, omdat, als
je je emotioneel blijft vastklampen aan anderen, levenden of doden, je zelf
geen toekomst hebt als IK. Het houdt je beperkt en in stukjes
verdeeld en je sluit nieuwe kansen, nieuwe gebeurtenissen uit. * * * *
* Eerste zoektocht Op de dag dus dat mijn Moeder 91 zou zijn geworden, ging
ik rozen brengen op haar graf. Ik wilde dit alleen doen. Mijn man bleef dus
thuis. Hij had me wel gevraagd of ik nog wist waar dat graf lag. Ik zou het
anders aan mijn zus kunnen vragen, die indertijd alles geregeld had. Maar ik
wist ongeveer wel waar het lag, dacht ik en wilde verder vertrouwen op mijn
gevoel en op wat er gebeuren zou. Nou, dat was dus niets. Er gebeurde niets
en daardoor onnoemelijk veel. Ik wist dat je vanaf de ingang iets naar rechts moest en
dan ver naar achteren. Het graf lag bijna op een hoek, ongeveer oost/west.
Dus met de zon 's middags dwars op de steen. Ik de poort door. Maar daar
begonnen de moeilijkheden al: er hing een bordje voor mijn neus voor
rechtsaf: 'protestantse begraafplaats'. Daar moest ik dus niet heen, want
mijn ouders waren katholiek geweest. Hun gezamenlijke graf moest dus links
liggen. Ik liep het vrij smalle pad af, me verwonderend over de
geringe breedte: ik herinnerde mij een soort oprijlaan. Ik was dus meteen al
het spoor bijster en begon te zoeken, 'n beetje te dwalen en opschriften te
lezen. Later bleek dat ik toen al in de goeie hoek zat. Al gauw merkte ik dat
de graven op datum lagen. Logisch ook. Dat maakte het zoeken, dacht ik,
direct eenvoudiger. Ook al omdat het een duur graf was, met zo'n lel van een
steen, op een afdeling met brede lanen. Moeder was bijgezet in vaders graf en dus moest ik naar
zijn sterfdatum zoeken. Al gauw had ik de jaargang gevonden en zelfs het graf
van een kennis, die kort voor vader gestorven was. Elk graf verder had een
datum later. Ik wist zo precies vaders sterfdatum, omdat hij op zijn naamdag
stierf: Franciscus, 4 oktober. En in het jaar dat wij ons eerste adoptiekind
kregen. Hij overleed de dag voordat de maatschappelijk werkster voor een
tweede gesprek bij ons zou komen. Maar hier waren ineens de data voorbij 4
oktober. En aan de overkant van de laan ging het weer verder. Toen kwam bij me op dat dit misschien de algemene
begraafplaats was, vanwege die kennis, die wel oorspronkelijk katholiek was,
maar niet kerkelijk getrouwd omdat haar man 'niets' was. En in die tijd begon
het al wel te rommelen in de kerk, maar ze kon en kan nog onverbiddelijk
zijn: je mocht in zo'n geval niet op 'gewijde' grond begraven worden. Ik terug langs die poort onder het paaltje:
'protestantse begraafplaats' door. Ik dacht dat dat dan een extra aanwijzing
zou zijn voor protestanten over de richting van hun begraafplaats, omdat
natuurlijk in B. het grootste oppervlak voor gestorven katholieken was. Nou:
aan de afbeeldingen en teksten was duidelijk te zien dat deze doden zo
katholiek geweest waren als maar kan. Ik kreeg nieuwe hoop en ging daar
verder met mijn zoektocht. Dat hele gebied heb ik uitgekamd. Ook langs de
goedkoopste graven en heb daarbij steeds uitgekeken naar het graf van mijn
schoonmoeder. De jaartallen bleven echter steken bij ongeveer een jaar vóór
vaders dood. En het graf van mijn schoonmoeder vond ik ook niet. In arren moede liep ik toch maar weer terug, want de
herinnering kwam bij mij boven dat mijn vader indertijd op een nog nieuw
gedeelte begraven was, omdat het oude vol was. Om een lang verhaal kort te maken: anderhalf uur heb ik
rondgezworven. Telkens kwam ik weer langs het graf van die kennis. Ik begon
het gevoel te krijgen dat mijn Moeder niet, of nog niet gevonden
wilde worden. Er gebeurde wel iets anders: hoe langer ik daar liep met
mijn twee bossen prachtige rode en gele rozen, hoe meer ik me begon te
schamen: omdat ik nooit meer terug was geweest: dáárom
kon ik dat graf niet vinden! Ik had het gevoel dat anderen, die met overgave
graven aan het verzorgen en versieren waren, mij gingen na loeren. Het begon
opvallend te worden dat ik zo vaak langs kwam. Daardoor had ik weer eens de
kans om allerlei emoties te verwerken, vooroordelen verder af te brokkelen,
schuldgevoelens te voelen en te accepteren en dus: mijzelf wat verder te
genezen van ouwe troep in mijn lijf. Ook het krachtenverslindende menselijk
opzicht: 'wat zullen ZE wel van me denken!' kreeg een flinke beurt. De afgelopen jaren heb ik namelijk geleerd elke kans te grijpen en dus goed te
gebruiken om vastgezette emoties en voorgeprogrammeerdheid,
frustraties en vooroordelen beetje bij beetje af te breken. Eigenlijk is omzetten een beter
woord: het voelt aan als zacht en warm, als wijsheid en kracht. En niet als
iets wat met een moker gebeurt. Ik vond dit hele gedoe hier helemaal niet
leuk, maar wel gezond. Verwachtingen Omdat je zoveel verwacht van anderen, waar ze vaak niet
of nauwelijks aan kunnen voldoen, zit je door dat 'tekort schieten' van die
anderen vol verwijten, verbittering en teleurstellingen, koestert jarenlang
wrok, hebt de balen van en vooroordelen tegen die anderen. Wie ontkomt
daaraan? En wat een verdriet heb je daar zelf van... En wat blijf je daardoor
scheef tegen die ander, maar ook tegen mensen die in dezelfde soort situaties
zitten, aankijken. Zo hebben wij vroeger thuis ook een ideale moeder
verwacht, haar eisen opgelegd, die wij dwingend aangereikt kregen van overal.
Eisen
waaraan geen enkele moeder kan voldoen. Moeder poogde ons dat
duidelijk te maken, wat haar haar leven lang niet gelukt is. We bleven dus
scheef tegen haar aankijken. Verwarring Je kunt ontzettend in de war raken doordat jouw
mogelijkheden, taken en verantwoordelijkheidsbesef met elkaar lijken te
botsen. Ik zeg: lijken. In wezen botsten ze altijd al met elkaar, en was je
dus altijd al in de war. Maar je hebt dat braaf, plichtsgetrouw, principieel,
angstvallig, idealistisch, vredelievend enz. weggestopt in je lichaam.
Misschien (tientallen) jarenlang. Tot er iets gebeurt, je leest iets, hoort
iets, waardoor je in de war raakt. Eigenlijk gebeurt er dan dit: in je wezen, je IK, schiet
iets los in een stelletje verwarde knopen in je lijf èn
je hersens. Maar verwardheid mag ook al niet in de zelfverzekerde
maatschappij. Bovendien liggen je taken en normen en gedragsvoorschriften al
voor je uitgestippeld van vèr voor je geboorte. Je
rolde erin, zonder dat jou verteld was wat er allemaal achter stak en zonder
jou te vragen of je dit eigenlijk wel wilde, of je het aankon, of het bij je
paste. Dat geldt voor zo ongeveer alle situaties en de sekserollen en
functies waar je in zit. Later heb je, als je de politiek en de fouten in de
systemen in de gaten krijgt, dan ook geen vragen te stellen, want: 'je hebt
er voor gekozen' en: 'wie a zegt moet ook b zeggen' en: 'van nature' en: 'je
wordt er voor betaald' en: 'eigen schuld dikke bult'... Dat soort uitspraken
komt altijd van mensen die er een of ander belang bij hebben dat jij in het
oude patroon blijft doordabberen. Voor hun
economische belangen, hun eerzucht, hun gemak, hun gemoedsrust. En om hun
principes en idealen niet op te hoeven geven. Toch kun je dan kiezen: die verwarring verder
ontwikkelen, erger maken en dan maak je jezelf voelbaar zieker, òf die knoop in lijf, leven en hersens gaan ontwarren,
eventueel met behulp van anderen, en dingen gaan veranderen. Mijn Moeder had veel in de gaten, maar toch was ze nog
vaak in de war. Zij echter poogde die verwarring op te lossen, zoals dat
noodzakelijk is voor iedereen. Verwarring is een van de kenmerken en kenmerkende
ziektes van HME's: hele
afdelingen van psychiatrische ziekenhuizen vol. Verwarring is gezond!
Zekerheid die gebouwd is op dingen die van buiten jou in je lijf ingebracht
zijn, maakt je ziek is moordend. * * * *
* Woede Vanaf de eerste bijeenkomst van een VOS-cursus, ben je
niet alleen met jezelf, je vrouw-zijn, je situaties en alle politiek
daarachter bezig, maar ook met je moeder. Dat was een van de ervaringen die
telkens terugkwam in de cursussen die ik meemaakte en begeleidde. Het bleek
eveneens in de vergaderingen met andere cursusbegeleidsters en in publicaties
over vrouwenpraatgroepen. Dat komt doordat je in eigen lijf en leven dat ideale-moederbeeld begint te herkennen en onderuit te
halen. Je gaat tegelijk het op jouw eigen moeder opgeplakte ideale-moederbeeld afpellen. Deze dingen lopen strak
samen. Een bewijs temeer, hoe opvoeding een zaak van dwingende beïnvloeding
is. De vrouwenbeweging noemt dit ook wel 'socialisering':
aanpassing aan de maatschappij, om die met lijf en ziel goed te dienen. In
feite is het dus een dé-socialisering, een à-socialisering: je kunt alleen maar echt sociaal zijn
als je jezelf bent. We werden dus tot a-sociale
wezens gemaakt. Het totaal scheve beeld, dat verdomde (ik bedoel dit
letterlijk: het is een verdoemenis voor vrouwen en óók voor mannen! en de
mensheid in haar geheel) ideale moederbeeld, wat je in elke vezel van je body
en in elke druppel bloed ingebakken hebt gekregen vanaf je eerste kreet,
begint te kantelen en komt al gauw op z'n kop te staan. En woede breekt los,
opgekropte agressie, jarenlang opgekropte agressie. Niet meer tegen je
moeder, maar tegen de machomaatschappij, die jou je moeder en je vader in
feite àfpakte, al vèr
vóór je geboorte; al ver vóór de geboorte van je ouders en grootouders; al
ver vóór de geboorte van je onderwijzers(-essen) en boekenschrijvers,
tv-makers, kunstenaars, artsen, zakenlui, politici, wetenschappers en theo-loochenaars. En zo verder, tot ver vóór het jaar
nul. Veel vrouwen in zo'n cursus, die een kreng van een
moeder meenden te hebben, zoals ik, kwamen er vaak achter dat die moeder
eigenlijk feministe was en daardoor een góéde
moeder. Dat lieve moeders juist niet goed waren. Je kreeg binnen de
kortste keren in de gaten dat jij je op jouw beurt gedwongen voelde en
gedwongen werd, om verschrikkelijk je best te doen een 'lieve' moeder te
zijn! Tot schade van jezelf, je kinderen en je man. Maar eveneens slecht voor
de hele maatschappij, juist omdat de lieve moeder een wereldwijd politiek
misbruikte functie is. Máár: ik merk nòg
in feministische geschriften en andere uitlatingen dat veel kritische vrouwen
die politieke uitbuiting en de enorme emotionele druk achter de lieve-moeder-figuur afwijzen, maar wel die eisen stellen
aan eigen moeder...! En jouw veel aardiger vader, àls
je die al had, die zoveel geduld had, bleek eigenlijk niets èchts voor je over te hebben. Dat geduld kon hij
eigenlijk alleen hebben omdat hij je zo weinig zag: zijn werk enz. gingen
vóór jou. En in tijden dat hij aardig voor je was kon dat alleen omdat jouw
moeder met haar zorg en werk hem die vrijheid mogelijk maakte. Mijn vader en veel andere vaders, hàdden
zelfs niet eens geduld met mij en andere kinderen. Pas toen we thuis zowat
volwassen waren en goed geschoold, kreeg hij oog voor ons, mochten we
meepraten. Mij kreeg hij pas in de gaten toen ik met Pierre thuiskwam. Die
zat eveneens in de bouwkunde, had zelfs toevallig een paar maanden bij hem in
de klas gezeten en daardoor nam ik deel aan de gesprekken daarover. Toen zei
vader mij vaak, terwijl hij mij verbaasd aankeek: 'ik had jou op de MTS
(later HTS) moeten doen. Ik had je bouwkunde moeten laten studeren'. Want hij
merkte toen pas dat ik door de jarenlang gesprekken thuis over zijn vak en
door de gesprekken met Pierre, veel opgestoken had… In de vrouwenbeweging heeft Men het heel kort zo gezegd: Het persoonlijke is politiek gemaakt. Dat wil zeggen dat het beste, zelfs het meest intieme van
jou gebruikt wordt voor de macht, de economie van de maatschappij.
Hierbij moet je ook weer de religies en de culturen trekken, want daar geldt
deze regel ook voor. Ik voeg eraan toe: de politiek is persoonlijk gemaakt! Daar bedoel ik mee: jij wordt er in getraind om zo goed mogelijk je best te doen je
energie, talenten en gevoelsleven in te zetten voor de instandhouding van
macht en onderdrukking. Met behulp van de economie, met opgeven van
je IK. Dat geldt voor mannen, dat geldt voor vrouwen, met als centrale
regelkamer de huishoudster/moeder/echtgenote. En bij min of meer gebrek
daaraan: allerlei soorten 'hulp'verlening, van
buurvrouwen en naaikransjes tot pastoors en psychiaters toe. En dat
drilsysteem heet dan 'opvoeding'! Alle mensen die ook maar een streepje
scheef reageren, zijn 'niet goed opgevoed'. * * * *
* Eerste zoektocht 2 De bloemen intussen waren door mijn zeer warme handen
helemaal verlept. Ten einde raad heb ik ze op het graf van die kennis gelegd
met de opdracht mijn Moeder te zeggen dat ze een goede Moeder geweest was.
Terwijl ik dit hardop zei, ging door mij heen dat dit ritueel rechtstreeks
inging tegen mijn onverschilligheid voor graven en mijn afwijzing van
rituelen. Toch nam ik er nog een roos uit en ging proberen dat van mijn
schoonmoeder te vinden. Mijn schoonmoeder, waar ik een heel speciale band mee
had: we waardeerden elkaar en leerden van elkaar. Ze was zeer modern, stond
open naar nieuwe inzichten. Maar ook dat lukte niet en ik ben die ene roos
terug gaan brengen naar de andere. Toen had ik geen voeten en benen meer over en was blij
dat ik in m'n auto kon gaan zitten. Stom trouwens
dat er op zo'n begraafplaats geen banken staan: je kunt toch moeilijk op een
graf gaan zitten. Thuis waren man en kinderen verbaasd dat ik beide graven
niet gevonden had. Ze wisten uitstekend te vertellen waar ze lagen, zó goed,
dat ik me een domme gans met moeie voeten begon te
voelen. Precies in de lijn waar mijn Moeder ook zo tegen gevochten heeft: huishoudsters/moeders/echtgenotes
zijn dom. Die moet je niet serieus nemen. En zo vóélen huisvrouwen zich
na 10, 20 jaar gezinsleven. En ondanks de voor mij bij dit schrijven ± 10
jaar vrouwenbeweging, trap ik ook nog vaak in die valkuil... * * * *
* Dom Moeder had van kleinsaf in de
gaten dat je als vrouwelijk wezen geen cent te wisselen had en dat dat kwam
omdat je máár een vrouw was: dus dom.. Dat je niets
te vertellen en te verwachten had, niet kon worden wat je wou en wat bij je
paste. Dat is een zware last voor haar geweest, zoals altijd
wanneer je zelf weet dat je intelligent bent en daarbij ook nog eens een
technische knobbel hebt. Ze heeft me dat vaak verteld. Hoe scheef en
oneerlijk ik ook met mezelf en met haar omging: achteraf weet ik heel goed
dat haar gesprekken en 'geruzie' voor mij later de deur naar bewustwording op
een kier heeft gehouden. Dat heeft het omkeringsproces
voor mij ettelijke tonnen lichter gemaakt dan het voor andere vrouwen was die
een 'lieve' moeder hadden. Moeder was buitengewoon intelligent en als ze met een lul geboren was geweest (ik gebruik met opzet dit
scheldwoord, omdat aan dat geval alle macht en machtsmisbruik en vrouwen-uitbuiting en -onderdrukking wereldwijd is
opgehangen), had ze het vèr kunnen schoppen.
Minstens zo ver als mijn vader. Dat ze intelligent was bleek bv. uit de
gesprekken in ons gezin over allerlei onderwerpen, ook technische. Ze kwam
zelf, net als vader uit een aannemersfamilie. Ze had graag met haar vader in
zijn timmerwerkplaats samengewerkt en later het bedrijf overgenomen. Maar dat
was onmogelijk aan het begin van deze eeuw: haar broer was daartoe
voorbestemd: het is immers mannenwerk. Moeders broer was het lievelingetje
van haar moeder: zoons waren en zijn nog altijd meer gewild dan dochters. Ook
bij veel vrouwen. En vooral in bijna alle andere culturen dan de witte.
Ondanks de angst voor de superieure mannen enerzijds en anderzijds de
emotionele afhankelijkheid van het 'sterke' geslacht. Daar is nog bitter weinig aan veranderd. In de meeste
landen en culturen helemaal niets. In de VS begint Men op alle fronten de
klok voor vrouwen weer terug te draaien. En hier gebeurt dat ook al: de
duimschroeven worden opnieuw aangedraaid. In Italië is een grootse, sterke vrouwenbeweging geweest
aan het begin van de tweede feministische golf. Die is binnen de kortste
keren helemaal de kop ingedrukt, met behulp van de economie, met bloedbaden
en juridisch geweld. Er is zo ongeveer niets meer van over. Dagin daguit ervoer Moeder met haar scherpe verstand en haar
goede gevoel het oneerlijke aan het voortrekken van jongetjes en het
benadelen en minachten van meiden. Doodzonde is in elk geval geweest dat Moeder geen
onderwijzeres mocht worden: haar moeder vond dat niet nodig, zoals nog steeds vrouwen vaak grote
vijanden van haar seksegenoten zijn... Moeder moest het stellen met
een paar naailesjes. Daar had ze méér aan, vond mijn grootmoeder. Had ze haar vader echter op kunnen volgen, of
onderwijzeres kunnen worden, was ze beslist niet met mijn vader getrouwd. Ze
zag het eigenlijk al niet zitten met hem: hij was geen gemakkelijke: zijn
gezinsleden waren bang voor hem. Moeder heeft het dan ook drie keer
uitgemaakt. Toch is ze met hem getrouwd, deels onder pressie van hem, omdat
hij dreigde zelfmoord te zullen plegen en omdat hij haar gouden bergen
beloofde. Maar ook omdat ze het niet zo zag zitten: haar hele leven achter
een naaimachine en armoelijen. Was ze echter niet met hem getrouwd, was
ik er niet geweest, had ik de dingen niet meegemaakt die ik heb verwerkt, had
ik dit en de andere boeken niet kunnen schrijven, had jij het nu niet kunnen
lezen... Mijn vader was een selfmade bouwkundeleraar van
ingenieursniveau. Echter: omdat hij geen 'Delft' had, had hij geen recht op
de titel van ingenieur, hetgeen hem altijd zeer verdroten heeft. Hij schreef
boeken over nieuwe onderwerpen, zoals de rekenmethode Cross: toen zeer
revolutionair. Hedentendage kun je het nog kopen
via Internet… Een perfect gesneden legpuzzel: deze ouders, deze broers
en zus, deze hele geschiedenis. Ik was niet IK geworden, zonder deze
voorgeschiedenis, in deze en die tijd. Van ver vóór het jaar nul totnutoe. Toch had van de vier kinderen juist ik niet geboren
mogen worden van vader. Als ik het goed begrepen heb, deed hij aan periodieke
onthouding, hetgeen de kerk natuurlijk niet mocht weten. Ik vermoed dat het
een keer mislukt is. Ik vermoed ook dat vanaf mijn geboorte vader apart is
gaan slapen. Niet om Moeder voor een vijfde zwangerschap te behoeden, maar
omdat hij zelf zo'n hekel aan kinderen had. Moeder had hierin natuurlijk geen
zeggenschap. Pas in deze tijd immers hebben vrouwen eindelijk een beetje
zeggenschap veroverd over eigen lijf en seksualiteit. Een schamel beetje.
Veelal ten koste van eigen gezondheid vanwege de pil. Moeder was intelligent, maar wij vonden haar dom, want
'huisvrouwen zijn dom' wordt jou aan alle kanten voorgeschoteld. En dat
terwijl huisvrouwen met veel moeilijker en belangrijker dingen bezig zijn dan
mijnheer de echtgenoot. Zelfs als die grootse dingen uitvindt, of op
een 'belangrijke' post zit in een multinationale onderneming of regering. En
zelfs al zou hij een drukbezette hulpverlener zijn, of een uitstekende
leraar, zoals mijn vader was. * * * *
* Zelfstandigheid Mijn Moeder heeft geprobeerd mij op te voeden tot een
zelfstandig mens. Daarom heeft ze er bij mij van jongsaf op aangedrongen dat
ik onderwijzeres zou worden. Om 2 redenen (ik kom er al schrijvende hoe
langer hoe meer achter dat ze me eigenlijk zeer veel gezegd en bewust gemaakt
heeft!): 1. omdat ik niet sterk was, chronisch liep te hoesten en
altijd moe was en je in het onderwijs, dacht ze, veel vrije tijd had; 2. omdat ik dan onafhankelijk zou zijn en voor mijzelf
zou kunnen zorgen en niet in de armoe zou hoeven zitten, als ik zou trouwen
en het huwelijk zou mislopen. Maar ik was al vroeg zó bedorven door angst voor het
leven enerzijds (dreigingen door de kerk, etterige broertjes, kostwinner-vader) en wat de vrouwenbeweging noemt de
'roze wolk' anderzijds, dat ik juist gráág
afhankelijk wilde zijn. Ik droomde over de ideale man en was als de dood voor
zelfstandigheid. Zoals zo ongeveer àlle vrouwen tot
voor kort. Moeder heeft mij ook 'Ina' genoemd, opdat ik sterk en
onafhankelijk zou worden. Dat heeft ze me vaak verteld, toen ik nog klein
was. Ik had een hekel aan 'Ina': dat vond ik zo groot klinken en ik voelde me
zo klein. Toen we naar B. verhuisden, heb ik m'n
kans gegrepen en heb me aan alle nieuwe mensen als Ineke voorgesteld. Zo heb ik geheten tot ik net over de 50 was en me te
wijs wist en teveel 'kreng' naast lief, om er zo'n lief naampje op na te
houden. Toen ik een naamgenote ontmoette, die ik een tijd niet gezien had en
haar zei dat ik intussen Ina heet, vond ze me verwaand en arrogant, omdat ik
mezelf te oud en te wijs voor Ineke durfde te weten. Maar ik zei haar dat ik
weet wat ik waard ben en dat dat voor iedere mens hoort te gelden. Waarom
schrikken mensen zo, als je laat merken dat je je waarde kent? Weten wat je
waard bent is je zelf-stand-igheid. * * * *
* Henry de Greeve 'Zo, daar kunnen ze het mee doen,' zei Moeder zo vaak,
kort na de oorlog na de toespraak van Henry de Greeve
op zaterdagavond, waarbij we met z'n zessen min of meer verplicht aan de
radio gekluisterd zaten. Ik had altijd het gevoel dat ze daarmee vooral op
vader en andere mannen en later ook op mijn broers doelde. Die man moet toch wel vooruitstrevende dingen gezegd
hebben, dat mijn Moeder zo instemmend reageerde. 'Verbeter de wereld, begin
bij jezelf!' is, voor zover ik weet, zijn eerste kreet uit zijn Bond Zonder
Naam en de leidraad ervan. Ik herinner me heel duidelijk dat hij mensen, mij
dus ook, het gevoel gaf van verantwoordelijkheid. Maar hij gaf ook een
ander zicht, zodat je die verantwoording aankon... Zo jong als ik nog
was: dat voelde ik goed... Van mijn vader en mijn broers had ik steeds de indruk
dat het ze langs de kouwe kleren afgleed. En ook
dat hen dat beter uit kwam... * * * *
* Stralende glimlach Vrouwen zijn zó zwaar voorgeprogrammeerd op lief-zijn, op wegcijferen, op waardeloosheid en
verontschuldigen dat ze de vreselijkste dingen kunnen vertellen met een stralende
glimlach. Of het om een verkrachting gaat, over een doodgeboren
kindje, over een ziekte of over mishandeling: we blijven lachen. Deels om
opkomend verdriet en woede-uit-barst-ingen te
voorkomen, deels verontschuldigend, wat óók volkomen misplaatst is, want het
gaat dan om dingen die haar aangedaan zijn of die haar overkomen zijn. Zelfs
vooraanstaande politicae en aan de weg timmerende
feministes hebben nog altijd dat lachje om de lippen. Of ze een interview
over een geschreven boek weggeven, of een nota in de Kamer moeten verdedigen. In feite is het een heel stom gezicht: mannen zitten met
een uitgestreken gezicht mee te discussiëren en pogen voortdurend het hoogste
woord te hebben: zij weten het allemaal. En de vrouwen zitten met zo'n
glimlachje, alsof ze dankbaar moeten zijn dat ze mee mogen doen. Alsof ze
vooral niet willen storen, maar zich permanent verontschuldigen over het feit
dat ze er niets aan kunnen doen dat ze gekozen zijn. En dat ze lief over
willen komen om ook wat te mogen zeggen in dat gezelschap van belangrijke
mannen. Ik zeg: Vrouwen! Mannen ZIJN niet belangrijk. Ze moeten
nog helemaal beginnen belangrijk te worden! WIJ zouden het voor het zeggen
moeten hebben. ZIJ moeten zich verontschuldigen. ZIJ zouden moeten vragen om
wat te mogen zeggen. Schraap dat lachje van je gezicht: het is volkomen
misplaatst! Overigens heb ik dat zelf nog steeds niet helemaal voor
elkaar gekregen... Mijn Moeder was daar veel verder in en werd dan ook
regelmatig, als het ons zo uitkwam, chagrijnig genoemd. * * * *
* Geweldloos... Nog een belangrijk bewijs: zodra een màn
geweldloosheid predikt, wordt hij vereerd en zo ongeveer heilig verklaard,
vaak nog bij zijn leven. Maar door alle eeuwen en volkeren heen zijn vrouwen
geweldloos geweest, hóge uitzonderingen
daargelaten. Door alle eeuwen en volkeren heen hebben moeders, echtgenotes,
verloofdes, dochters op de knieën, onder tranen haar zonen, mannen, broers,
vaders gesmeekt op te houden met hun misdaden, niet meer naar 'vrienden' te
luisteren, niet naar de oorlog te gaan, geen geweld meer te plegen, niet te
verkrachten, enz. Er werd en wordt nog steeds niet naar haar geluisterd. Maar
vrouwen worden niet en masse heilig verklaard. Integendeel: protesterende
vrouwen worden gevangen gezet of neergemaaid. Dit dringende smeken, die machteloze tranen gaven/geven
mannen vaak juist een kick en een gevoel van trots en macht om nu juist
wèl... Vaak mede om haar te treiteren, af te stoten, te laten zien wie
superieur is. 'Helden' uit een oorlog, geleerden, politici,
geneesheren, handelaren, kunstenaars, technici durven het niet eens aan:
vragen aan moeder, zuster, dochter, aan vrouwen of die het wel eens zijn met
wat zij uitspoken. Het komt niet in hen op het haar te vragen, omdat zij dat
niet durven. Maar ook: behalve dat er niet of nauwelijks naar vrouwen
geluisterd wordt, zijn er helaas ook altijd nog vrouwen, jonge en oude, die
mannen erg belangrijk vinden. En alles wordt stevig ondersteund door (wat er
gemaakt is van het) christendom en andere religies en door alle culturen. En kijk eens naar tv-series: àls
er al een kind geboren wordt, is dat altijd een zoon. Ik was verbaasd toen in
'Cagney en Lacey' een
dochter geboren werd, maar ja: een serie door vrouwen gedragen. In een
aangrijpende serie als 'de zomer van '45' mag automatisch het bevrijdingskind-mèt bij de moeder blijven en het meisje
niet. Zó automatisch gaat het met jongetjes. Ook kinderseries gaan nog altijd
over jongetjes die leuke en spannende dingen doen, die dingen uitvinden,
mensen redden enz. Soms is er een meid bij, maar uitsluitend als aanhangsel.
Het Harry‑Potter‑syndroom… Ook mijn vader ontleende zijn macht aan zijn mannelijke
sekse, aan zijn hoofd-van-het-gezin-zijn. En dus
aan geld, status en de belangrijkheid van zijn vak, zijn prestaties en de
waardering die hij genoot als leraar en schrijver. Hij heeft mijn moeder vaak
voor krankzinnig uitgemaakt, mede dank zij boeken van Freud en zo. Maar mijn
moeder probeerde al die jaren die mannelijke superioriteit naar beneden te
halen, omdat die mens-vijandig is. Dat woord
bestond toen nog niet, maar die mannelijke superioriteit was en is wel mens-vijandig: vrouw-vijandig èn man-vijandig. Ze heeft steeds geprobeerd hem (en ons)
duidelijk te maken dat hij zijn status uitsluitend kon hebben en handhaven
door háár inzet en verantwoordelijkheidsbesef, door
haar verzorging en opvoeding van ook zijn kinderen, door haar werk, haar zorg
voor en verzorging van hem. Ze keek dwars door dat machtsinstituut man heen. * * * * * Architecten Ook architecten en woningtoewijzers
vroegen nooit en tegenwoordig nog zelden iets aan huisvrouwen. Mijn vader was
er zo een. Ik weet nog goed dat onze keuken van het huis in N. wat vader zelf
ontworpen had, op het noorden/westen lag: 's winters hartstikke koud
dus. Moeder klaagde daar vaak over, maar dat werd gewoon afgedaan als zijnde
gezeur. Toen ons huis in B. gebouwd ging worden, is daar, na het
nodige geruzie en het doordrammen van Moeder, wèl overleg over geweest.
Geaarzeld werd tussen: aan de voorkant, de zuid/oosthoek, dus de zonkant, of
de achterkant noord/oost. Ten slotte is het dat laatste geworden, omdat
zomers anders de keuken te heet zou zijn bij het koken en het doen van de
was. En Moeder kon helemaal niet tegen warmte. Het kwam niemand in het bolle hoofd op om zichzelf in de
keuken te zien werken in de warmte of de kou... In die
keuken kwam echter wel de verwarmingsketel te staan, zodat het er nooit koud
zou zijn. Aan vrouwen is ook nooit gevraagd, hoe het is om in een
flat te wonen, 3-, 10- of tig-hoog. Hoe dat moet
met kleintjes en al of geen lift. En hoe het voor vrouwen is, dat er geen
rekening wordt gehouden met ruimte voor moeder/echtgenote zelf. Een ander voorbeeld is: een gasfornuis mocht en mag niet
met een slang aangesloten worden, dat moest/moet met een buis. Daar was thuis
eens per jaar enorme heibel om: als Moeder achter het fornuis wilde
schoonmaken, moest dat ding afgekoppeld en verplaatst worden. Maar eer dat
gedaan werd, kostte het Moeder heel wat geruzie om duidelijk te maken hoe
smerig het na een jaar achter een kooktoestel is. Ik herinner me dat vader
altijd kans zag die vuiligheid op haar nek terug te schuiven, alsof zij dat
dan maar had moeten voorkomen. Zo dòm: ieder jaar
weer veel gedonder, één keer uitleg was voor die intelligente vader niet
genoeg. Momenteel worden wc-potten gepropageerd: plonspotten. Er
is niet aan vrouwen gevraagd of het wel zo lekker is: dat verontreinigde
water tegen haar geslachtsspleet aan te voelen spatten en vooral hoe dat
voelt als je menstrueert. Iedereen kan dergelijke voorbeelden vinden: boeken vòl... * * * * * Ruzie O, die angst voor ruzie! Die houdt zoveel bewustwording
tegen! Dat is een groot politiek wapen. Die angst komt vooral voort uit de
kuddegeest en het dreigend besef dat je eigenlijk overal alleen over
beslissen moet, dat niemand dat voor je kan en mag over nemen. Het is niet voor niets dat vooral huisvrouwen als de
dood zijn voor ruzie. Zij immers horen de vrede te bewaren, dat is een van de
fundamenten van de liefderol van de huisvrouw. Bovendien, en dat weegt zwáár: ze kunnen geen kant op, vooral niet als ze
kinderen hebben. Zij lopen dan ook dagin dag uit te
schipperen en te sussen. Voor alle omstandigheden geldt: zowel in het
bedrijfsleven als in die idealistische groep als in het huisvrouwenbestaan:
zo gauw je gaat veranderen en kritisch wordt, krijg je vaak te horen: 'moet
je nou zó kwaad worden om zo'n kleinigheid?' Echter: 1. het is die kleinigheid niet, maar de enorme stapel
kleinigheden boven op elkaar over soms tientallen jaren heen, waarover jij je
woede kwijt moet; 2. het is niet die ene kleinigheid, maar de mentaliteit
van de ander, het waarom erachter die jou woedend, machteloos, verbitterd
(lever, gal) en af-keer-ig maakte; 3. Men zegt altijd dat waar er twee vechten er twee
schuld hebben, maar dat is bijna nooit waar: als de een de waarheid boven
tafel wil hebben en de ander wil dat niet, dan heeft er één schuld... Dit zijn drie inzichten die jou kunnen helpen bij het
dingen niet meer pikken. Als je over dit alles gaat nadenken en tot je door laat
dringen, wordt jouw angst voor ruzie veel minder: die ànderen
zitten fout, niet jij. Ook al zou je ongelijk hebben, dan nog zit jij goed,
want jij wil de waarheid boven krijgen, ook je eventuele ongelijk. Het is
niet altijd zo gemakkelijk duidelijk te krijgen wat precies de waarheid op
dat moment is, maar de waarheid alleen al wìllen
maakt dat je goed bezig bent. Door allerlei conflicten, spanningen en ruzies heen, ga
je je sterker voelen, minder afhankelijk van anderen. Daardoor kun je ook
steeds eerlijker tegen anderen zijn. Idealen brokkelen af, dromen geef je op,
illusies spoel je door de wc (raak je je chronische verstopping kwijt...) Ons huis stond vroeger bol van de ruzies. Daar kreeg
moeder de schuld van. Maar zij werd steeds zelfverzekerder, ondanks haar
angsten en verwarringen. Dat heb ik ook in mijn gezin ervaren, al is er de
tegenstand in veel minder sterke mate geweest, en ik hoorde hetzelfde van
andere vrouwen die haar bek thuis begonnen open te trekken. Er waren hooguit
wat nuanceverschillen. Systeem... Dan ga je tegenstand andersom zien: de belangrijkste
functie ervan wordt voor jou: leren, en groeien, en mens-worden... Je wordt
minder bang voor tegenstand, leert de kracht ervan omdraaien. Ik ken al mensen die in een soms hevige
weerstandssituatie blijven zitten òm er uit te
groeien. Ze willen door de rotgevoelens heen, die door de tegenwerking in hun
lichaam opgeroepen worden. Ze beseffen dat dat allemaal ouwe troep is en
gebruiken die situatie en die weerstand om opruiming te kunnen houden, om
dingen over zichzelf en over allerlei situaties en andere mensen daarin te
leren kennen. En ze leren emotioneel los te komen van de veroorzakers van die
tegenstand, van die ruziemakers. Zouden ze weglopen, dan liepen ze gevaar er
lang of voorgoed mee te blijven zitten en lang of voorgoed gevoelsmatig aan de
ander vastgebakken te blijven zitten.. Tot over de dood van de ander heen... Je kunt echter nooit anderen van buiten die situatie
missen. Je hebt anderen nodig om op terug te vallen, steun te vinden, kritiek
te krijgen. En ik heb ontdekt dat bij de natuurwet hoort dat je altijd één
of meer iemanden krijgt, die jou verder helpen
kunnen. Daar mag je op rekenen. Als je ze maar wilt zien en bij de lurven
grijpen, omdat je er recht op hebt. En blijf jouw angst voor
bewustwording bekijken als iets wat jou van jongsaf aangedaan is, vooral toen
je het meest weerloos was... Ook genezers/genezeressen blijven hulp en steun nodig
hebben van andere genezers/genezeressen. Dat is logisch: ieder heeft eigen
geschiedenissen in het lijf gebakken zitten die ook bij hen ziektes en
frustraties veroorzaakten. Tegenstand
gebruiken betekent dat je jouw verkeerd gerichte energieën de goede kant op
stuurt. Het gaat erom dat energieën goed gericht worden;
energieën die mensen anders in allerlei organen in het lichaam moeten opproppen,
die in mensvijandige dingen gestoken worden, die door uitbuiting van mensen
afgepakt worden. Er zijn ook energieën die mensen uit verstrooiende,
afleidende dingen halen: romantiek, hobby's, verzamelingen, eer, roem,
succes, ambitie, enz. Die vullen de leegtes in je
lichaam op die ontstaan zijn door het verkeerd en uitputtend richten van
krachten. * * * * * Lief? Vreemd genoeg doorzag mijn vader toch al wel dingen in
de maatschappij in verband met vrouwen die niet deugden. Ik herinner mij dat
hij vaak over Duitsers uitlegde dat die zo wreed en fanatiek oorlog konden
voeren, mede omdat hun vrouwen zulke goeie en volgzame echtgenotes waren en
strenge, plichtsgetrouwe moeders. Hij had heel goed in de gaten dat 'lieve',
onderdanige vrouwen meedoen aan het vijandig maken van een heel volk. In
Japan waren de vrouwen door hun cultuur nòg volgzamer, liever en nederiger
dan de Duitse vrouwen. De japanners, de mànnen dus,
waren nog wreder en meedogenlozer dan de Duitsers. En vrouwen kunnen daar nòg
geen kant uit vandaag de dag. Iets om even over na te denken. Maar mijn Moeder mocht niet niet-lief zijn. Al was ik
nog een kind, ik vond het toch al raar dat vader zo'n etter was voor zijn
niet-lief zijnde vrouw. Al heel jong had ik in de gaten dat Moeder gelijk had
in haar strijd tegen dat machtsinstituut vader en dat ze door hem lelijk in
de steek gelaten werd. Echter; ik dacht toen nog dat het aan hèm lag, aan zijn karakter en zijn opvoeding. Nu weet ik
dat dit ontzaglijk veel voorkomt, dat het politiek is, maatschappelijk
geregeld: mannen die buitenshuis vóór de emancipatie van de vrouw zijn, of
wat daar voor door moet gaan, maar binnenshuis er de grootste bestrijders van
zijn. * * * *
* Hartinfarct 1 Ondanks mijn eerste VOS-cursus, die waarin ik zelf als
deelneemster zat en die bijna af was toen Moeder stierf, had ik nog lang niet
genoeg in de gaten. Ik, en anderen ook, gunde haar dat graf niet. Ik vond het
niet passen dat ze met vader in één graf lag. We gaven er háár
de schuld van dat vader door haar geëtter zo jong (65) stierf aan een
hartinfarct. Nu zie ik het omgekeerd: vader hoort niet in haar graf:
hij heeft niets van Moeder willen leren, hij gunde haar het licht in haar
ogen niet. Ze mocht niet zelf bestaan, alleen voor hem, zijn huishouden en
het opvoeden en zijn kinderen bij hem weghouden. Dat hij aan een hartinfarct stierf, kwam niet door
Moeder. Integendeel: mannen sterven niet aan een hartinfarct door hun vrouw!
Mannen worden zo gemaakt, opgefokt! Als je alleen al naar jongetjesspeelgoed
en ‑spelletjes kijkt: tot op de dag van vandaag gericht op beroepen, op
prestaties, op vechten, winnen, berekenen, op sneller, groter, méér, duurder,
sterker, slimmer... Nooit op zorgen-voor, op
zachtheid, op meegaan met wat gebeurt, op menselijke intuïtie, op vriendschap.
Nooit op gevoelens-uiten, maar juist gericht op
voor mensen dood(!)gewoon slechte, oneerlijke, vernietigende gevoelens:
'eer', roem, prestaties, ambitie, geweld, over-HEER-sen,
je waarmaken in deze slechte dingen tegenover vrienden. Die spelletjes zijn
gericht op daar zelfs van genieten. Die spelletjes zijn gericht op genieten
van voor mensen slechte dingen... Als je op gaat schrijven en verder uitwerkt in hoeverre
deze dingen in jouw leven alles bepaald hebben, vrouw of man, slaat je de
schrik om het hart. Maar die schrik zat er al net zo lang als jij die dingen
moest slikken en inslikken en met de mantel der liefde bedekken. Die schrik
en die woede komen nu pas boven en je gaat eindelijk griezelen van 'pauw-pauw'jongetjes, van meiden-nafluitende
mannen, van 'helden'films, van monumenten,
opera's... Mijn vader kon prachtige gedichten maken, maar zelfs dat
deed hij bijna nooit: het heilige werk: school, boekenschrijven, gebouwen
ontwerpen en studies gingen vóór. Ook vóór zijn kinderen. Nu kun je wel
zeggen: 'dat was toen gewoon, hij wist niet beter, hij kon daar niets aan
doen.' Maar hij had er wel wat aan kunnen doen. Als hij van het begin af naar
Moeder geluisterd had, was hij misschien geen onderdirecteur van de HTS
geworden, maar wel een echte vriend voor Moeder en een echte vader/vriend
voor ons. Na vaders eerste hartinfarct heb ik veel met hem
gesproken. Hij had van dit alles veel spijt. Hij huilde er om, zijn verdriet,
zijn wroeging waren groot. Elke traan is winst voor je genezing, maar de
natuurwet gold ook hier dat, als je tegen beter weten in jarenlang óver je eigen kritische grens gaat, er geen
oplossing/genezing meer mogelijk is: de beschadigingen zijn te groot. Het is
hetzelfde als met regenwouden, het is dezelfde wet. Het is ook universeel, dwz: wat voor het ene geldt, geldt ook voor het andere,
wat er schijnbaar niets mee te maken heeft. Hoe langer je
verkeerd met je leven omgaat, des te beroerder kom je in je lijf te zitten,
des te meer deuren naar verbetering en groei gooi je dicht, des te minder
kansen en signalen kun je herkennen... Na zijn tweede hartinfarct is vader gestorven. * * * * * Begrafenissen Ook in de begrafenissen van vader en Moeder kwam de
machomaatschappij in volle glorie tot uitdrukking: toen mijn vader begraven
werd, was er een kerkdienst in onze parochiekerk. Deze lag aan hetzelfde
plein als de HTS waar vader onderdirecteur en bouwkundeleraar was geweest en
waar hij 5 maanden eerder van gepensioneerd was. De kerk en de school lagen
haaks op elkaar aan een plein, met een straat ertussen. Wij reden met de
stoet auto's recht op die school aan en ik raakte hevig ontroerd toen ik het
vanuit de verte zag: leerlingen, collega's, oud-leerlingen, oud-collega's... roerloos zwijgend de brede stoep voor de school vol. Mijn vader was als leraar en als mens zeer gezien. Toen de kist en wij in de kerk geplaatst waren, ruiste
de kerk achter ons vol met leerlingen, oud-leerlingen, collega's en
oud-collega's. Het duurde maar en het duurde maar... Mannen, zag ik bij het
verlaten van de kerk, slechts hier en daar een vrouw. Van de mis zelf
herinner ik me alleen nog dat we gezorgd hadden dat dat vreselijke 'dies irae' niet gezongen zou worden: vader had dat een akelig
lied gevonden, vol verdoemenis en dreiging en hij had altijd enorme moeite
gehad met die eeuwigheids-dreigementen van de kerk. De receptie weet ik nog heel goed: die leek eindeloos.
Natuurlijk waren de meeste condoleanten mannen, met
een enkele echtgenote erbij. We kregen vaak te horen van mensen dat ze zo veel aan
vader gehad hadden. Ik had daar moeite mee, want wat moet je dan zeggen:
'...nou ik niet... Integendeel...'? En we ontvingen veel brieven van dankbare
mensen die hij financieel of anderszins geholpen had, waar we niet eens van op
de hoogte waren. Al die dankbaarheid was voelbaar en sterk. Ik heb die dag veel gehuild, mijn Moeder een beetje.
Maar ik denk dat ze er niet zo bij was, omdat ze onder de kalmeringsmiddelen
zat. Toch begrijp ik nu nog niet waarom ik die dag zoveel huilde. O zeker: ik
had de laatste maanden veel met hem gepraat en dat was erg goed geweest. Of
was het omdat alles zo heel anders had kunnen lopen, als hij vanaf het begin
zo bezig was geweest met ons zoals hij er de laatste maanden over sprak? Op Moeders begrafenis was er één die even huilde en dat
was ik. En daarvan weet ik precies waarom: '...het had allemaal zo anders
kunnen zijn... als ZIJ liever was geweest...'! En dat, terwijl ik al een jaar
VOS-cursus achter de rug had, het een en ander had gelezen en de politiek
achter de lieve-moeder-figuur aardig doorkreeg en
aan het verwerken was! Al was het dan nog er grofmazig en verward. Pas een
jaar na haar dood kwam de ommekeer, het begrip... Ik huilde dus, maar diep binnenin zat toch al stiekem
wat begrip te rommelen. Begrip wat ik nog niet boven durfde te laten komen.
En heel scherp zag ik het leugenachtige van de berg bloemen, zowel op vaders
graf als later op dat van haar. Die bloemen hadden verschillende
achtergronden: die voor vaders graf waren keurig maatschappelijk: van ons
omdat het zo hoorde; die van leerlingen en collega's waren ook vanuit een
fout oogpunt: dankbaarheid, waardering voor de leraar, weldoener en
wetenschapper en dus net zo goed slechts gedeeltelijk terecht. Voor mijn bloemen
op Moeders graf schaamde ik me toen al wel, omdat dat regelrechte leugens
waren: ik méénde niet haar ermee te eren, maar het
hoort nou eenmaal... Bij haar begrafenis géén kerk vol mensen, zoals dat gaat
met HME's die geen ander functies hebben gehad en
niet hadden kunnen hebben... * * * * * Moederdag Omdat ik bij m'n eerste tocht
zo duidelijk het gevoel had gekregen dat Moeder niet gevonden wilde worden,
had ik er geen behoefte aan om nog eens terug te gaan. Wel had ik mijn zus
gevraagd of het graf misschien geruimd was. Maar zij had juist bericht
gekregen dat er 10 jaar voorbij waren en ze zou voor 10 jaar opnieuw betalen. Het graf bestond dus wel en mijn zus wist eveneens uit
te leggen waar het lag, al was ze er zelf nog slechts één keer, een paar
weken later geweest en daarna niet meer. Maar ik werd er toch weer onzeker
door: was ik nou zo'n oen geweest? Vier weken na de eerste tocht, het was moederdag, stelde Pierre voor er met z'n tweeën heen te
gaan. Mij maakte het niets uit. Ook niet vanwege moederdag:
Moeder wilde daar nooit iets aan gedaan hebben en ik ook niet: de gezinsleden
moeten altijd eerlijk en waarderend met moeders omgaan. Dus het kon mij niets
schelen en ik reed er met een neutraal gevoel heen. Vlak voor we uit de auto zouden stappen, wilde ik toch
nog even weten wanneer precies Moeder gestorven was. Ik pakte mijn mapje met
dergelijke papieren en het viel open bij haar bidprentje: een lelijk,
nietszeggend ding, wat achteraf gezien dus een grote belediging van Moeder
was. Het was op de kop af 10 jaar geleden, plus een dag.
Eveneens op zondag, echter geen moederdag, want het
was toen de eerste zondag van mei en nu de tweede. We keken elkaar verrast
aan: wat toevallig allemaal, als we het hadden uitgekiend, had het niet
mooier uit kunnen komen. Toen we de poort doorgingen van het kerkhof, zag Pierre
dat het geen wonder was dat ik het niet had kunnen vinden: dit was een
nieuwe, een zij-ingang. We besloten eerst het graf
van zijn Moeder te zoeken, omdat dat iets gemakkelijker was, in verband met
een hek wat er vlak langs liep en een boom er bijna boven. Als je vóór dat
graf stond moest je iets naar rechts en verderop, daar lag dan mijn Moeder. Nou, je kon wel zien dat het moederdag
was! Het was gezellig druk. Er werd met water, bloemen en dweilen gesleept,
graven werden smetteloos schoongeschrobd en
opgesierd met bloemen. Zo hebben we een glanzend zwarte grafsteen gezien
zonder een smetje of stofje, kunstig versierd met bloemen. Een juweeltje. Dat
was van een moeder van een vriend van Pierre. Zo‑een
waarbij alles kon, zo'n echte moeder. Het hele kerkhof leek wel feest te vieren, maar ik
dacht: 'hadden jullie allemaal die warmte en die zorg, die verering, die
hulde maar aan je moeders gegeven toen ze nog lééfden...
waren vaders maar moeder-iger en moediger(!)
geweest... dan hadden wij nu een andere wereld gehad...' * * * * * Longartsen Moeder heeft altijd op haar eentje, want 'kinderen zijn
er voor de wijven', zei mijn vader altijd en die mening heerst eigenlijk nog
zowat overal, veel zorg over mij gehad. Die zware bronchitis werd chronisch
en ik bleef dag en nacht erg hoesten en snotteren, bergen zakdoeken
vuilmakend en hóé. Ze heeft heel wat met me
afgedokterd. Zelfs heeft ze een keer de in de oorlog ingewikkelde
reis naar Breda gemaakt, waar een helderziende, Heberlee
heette ze geloof ik, haar kruiden meegaf. Die geneesvrouw had me zien lopen
op het schoolplein en wist zelfs precies te beschrijven wat ik aanhad. Ze zag
dat niet alleen mijn longen vol zaten, maar ook de bijholtes in mijn hoofd;
dat ik een angstig vogeltje was en daardoor zulke longen had. Moeder zette
thee van die kruiden en ik herinnerde mij de smaak ervan weer, toen ik zelf
begon met het zetten van hoestthee, zo'n 40 jaar later. Er kwam echter in ons
drukke gezin en met die schampere opmerkingen van mijn vader, niet veel van
theezetten en kuren volhouden. Moeder had zoveel aan haar hoofd. Overigens: vader heeft nooit ook maar één sigaar laten
staan voor mij, zelfs niet na mijn beide longoperaties. Mijn broers hebben
ook altijd rustig doorgepaft. Evenals mijn schoonbroers. Op de sociale
academie waar ik een jaar plus een paar maanden heb gestudeerd, stopte Men
pas met roken toen ik midden in de winter telkens demonstratief de ramen open
gooide. Sociaal... Die operaties hebben mij 10 van de 19 segmenten van mijn
longen gekost. Na die zware ingrepen, begon ik steeds vaker bronchitis te
krijgen. Hele winters kwam ik de deur niet uit: elke verkoudheid bezorgde mij
bronchitis met hoge koortsen. Dat betekende: antibiotica, longontspanners en
ophoestmiddelen, met alle 'bijwerkingen' vandien.
Dat noopte tenslotte de longarts, mij op een gegeven moment constant onder de
antibiotica te houden, hetgeen zo'n 12 jaar geduurd heeft. De andere medicijnen
werden ook steeds zwaarder, een bekend gegeven in de allopathie! Ten slotte raakte ik zo vergiftigd van de 'bijwerkingen'
van die medicijnen dat ik niets meer kon binnenhouden, zelfs geen water...
Kilo's viel ik af! 'Toevallig' hoorde ik toen een radio-interview met een
homeopaat/acupuncturist. (Als de nood het hoogst is, IS de redding nabij,
natuurwet... Je moet het alleen maar durven zien en dóén!)
Ik schreef hem onmiddellijk. Naast behandelingen met homeopathische
geneesmiddelen, een streng dieet, acupunctuur en polariteitmassage, heb ik
ontzaggelijk veel gehad aan m'n gesprekken met hem
en met de acupuncturistes van zijn centrum. Binnen
een half jaar was ik van alle medicijnen af, èn van
de groeiende berg allergieën. Dat is nu zo'n 17 jaar geleden. Antibiotica heb
ik in een jaar of 16 niet meer nodig gehad. Ik schrijf dit zo uitgebreid op het zeurderige af (en
heb ik asjeblieft het recht om te zeuren!), naar aanleiding van het boek
'CHAOS', wat woede in mijn losmaakte ten opzichte van de heren specialisten:
de 'genees'kunde maakt dagin
daguit slachtoffers, omdat er geen oor is naar
natuurlijke geneeswijzen en niet naar kritische vrouwen. En ik heb diep medelijden met mijn moeder: ze heeft
altijd zo in de piepzak gezeten. Wat dus niet nodig was geweest!,
als artsen en longartsen altijd open hadden gestaan naar bijvoorbeeld
homeopaten en kruidenkundigen, en naar kritische
vrouwen als mijn moeder... In de jaren '30 waren er al homeopaten: de
homeopathie bestaat al van eind 18e eeuw! Ik had dan nu misschien nog beide hele longen gehad en
moeder zou niet zoveel nachtelijk gepieker, zorg en gesjouw gehad hebben. En
dan dat wassen van die vieze zakdoeken... Met de hand, want er waren nog geen
machines... Mijn vader en mijn broers hebben nooit één zakdoek van mij
gewassen, terwijl zij de dichtstbijzijnde veroorzakers waren. De pastoor en
de boekenschrijvers en de nonnen enzovoorts ook niet. Een paar jaar terug kreeg ik een uitnodiging van het
longteam om me nog eens te laten zien. Ik was er namelijk al lang niet meer
geweest. Ik heb geprobeerd de dienstdoende specialist duidelijk te maken dat
slechte longen en gevoeligheid voor bronchitis dikwijls, en in mijn geval zéker, maatschappelijk, religieus en cultureel
veroorzaakt werden en worden, en dat ik dat achteraf heel goed weet!
Maar: er werd niet op ingegaan en dus kwam er ook geen vraag naar hoe het
komt dat ik geen medicijnen meer gebruik en geen longarts meer bezoek,
terwijl ik er toch zo slecht aan toe geweest ben. Na 'CHAOS' heb ik de
neiging om op die heren af te stappen en het hen eens goed te zeggen. Maar
dat heeft geen zin: - ZIJ weten het beter; - ik sta op mijn eentje en vooral: - ik moet àlle (long-)artsen
hebben en alle patiënten. - en allerlei andere specialisten gaan ook dagin daguit alsmaar door met
mensen nodeloos opereren en volstouwen met medicijnen. Ik schrijf dit om het
om te keren met de mogelijkheden van mij nú. Als je te lang verkeerde situaties en dergelijke hebt
voort laten woekeren, zul je veel minder mogelijkheden hebben, dan wanneer je
al eerder zo eerlijk mogelijk bent gaan leven. Jozefeffect. * * * * * Martha en Maria Alhoewel ik tegen uitleggen van 'heilige' boeken ben,
wil ik toch een uitzondering maken. Dat mag ik, omdat ik mensen er niet iets
mee aanpraat, zoals altijd gebeurt in religies, maar omdat ik mensen wakker
schud door dingen die niet deugen, die verkeerd uitgelegd zijn, af te
breken/om te zetten. Dingen die mensen in bedrog, onderdrukking en emotionele
afhankelijkheid gevangen houden. In dit stuk evangelie is JC op bezoek bij Martha en
Maria. Allereerst is er geen sprake van dat hij de vrouwen aan het woord
laat, dat hij luistert naar wat zij te zeggen kunnen hebben. Dat geldt voor
alle evangeliën. En bij Godingod: vrouwen hèbben zoveel te zeggen! Martha vroeg hem haar zuster aan te sporen om haar te
komen helpen bij het klaarmaken van het diner. Een vrouw stelt zo'n vraag
niet zómaar: zo zijn wij niet opgevoed. Er
hebben eerst tijdenlang allerlei gevoelens door Martha heen gespookt, vóór ze
de stoute schoenen aantrok. Daar kun je ettelijke hoofdstukken aan wijden.
Jezus echter antwoordde Martha dat Maria voor iets beters (dan huishoudelijk
werk) gekozen had: ze lag namelijk aan zijn voeten te luisteren naar wat hij
verkondigde. Dus vond Jezus, naar de uitleg van 'theologen', huishoudelijk
werk minderwaardig. Heel duidelijk blijkt uit dit verhaal dat JC alles nog
niet zo scherp op een rijtje had. Alhoewel 'feministische' 'theologen' zeggen
(beide woorden tussen aanhalingstekens, omdat ze nòch
feministisch, nòch theologen zijn!) dat hij wèl
alles in de gaten had, maar Maria niet wilde aansporen, omdat het huishouden
toch al altijd vrouwen met veel geïdealiseer op de
nek geschoven was. Hij wilde dat niet verder idealiseren. JC
móét, ook bij de progressieven, als een perfect,
foutloos, alleswetend, 'volmaakt' mens uitgelegd blijven, opdat iedereen een
voorbeeld en 'hoop' zal hebben en bij de kudde zal blijven. Bij JC moet
vooral niet een gebrek aan inzicht gevonden worden! Wat moet Martha zich teruggezet en verbijsterd gevoeld
hebben door de weigering van JC! En dat nadat ze zoveel vertrouwen in hem had
dat ze het hem eindelijk durfde vragen! En wat moet ze die anderen, inclusief hemzelf, als
profiteurs hebben ervaren: het werk ver-neder-en,
maar er ook van eten, zoals nog altijd... Maar ook verward, dat zo'n wijze
man, zó bot en hard en onbegrijpend kon reageren. Hij, de grote, die altijd
liefde verkondigde! En wat ken ik dat gevoel goed! Wat heb ik me vaak
volkomen in de war gemaakt gevoeld door 'wijze' mannen. Maar ik zeg: als hij alles dóór had gehad, had hij heel
iets anders tegen Martha gezegd. Maar ook hij zat in ontwikkeling, wat hij
zelf heel goed wist, getuige zijn uitspraak: '...Ik ben in de vader en de vader is in mij. ...Zo
niet, gelooft het dan op grond van mijn werken. Voorwaar, voorwaar ik zeg u:
wie in mij gelooft, ook hij/zij zal die werken doen die ik zelf verricht,
en zelfs grotere zal hij/zij doen,' Joh. 14, 12. Hij had vast anders
gereageerd, als hij een pietsie langer geleefd had,
hij had ongetwijfeld ook 'zij' gezegd in dit wezen-lijk
belangrijke gezegde, daarom heb ik dat maar vast ingevuld... Maar hij begon
kennelijk net pas de vrouwen te ontdekken als zijnde menselijke wezens, wat
in het jodendom onmogelijk was: vrouwen waren
niets, nog minder dan een dier of een slaaf. Om kort te gaan: als JC alles geweten had, had hij tegen
Martha gezegd: 'Meid, we komen jou allemaal even helpen, dan kunnen we onder
het etenkoken dóórkletsen
en straks bij de afwas ook!' Want het is belangrijk wat Martha doet: zorgen
voor mensen, maar dat mag niet meer op de nek van vrouwen geschoven worden.
JC had dan laten zien dat je tijdens koken en afwassen evengoed mens
kunt zijn, dat het ook een taak voor mannen is... Als hij naar Martha had geluisterd... Ik kon het niet
laten daar een boekje over te schrijven, opgenomen in 'Een Lange Nacht'. Van moeder herinner ik me dat ze wel eens mopperde over
geestelijken (wat een woord: mensen zonder lichaam!): dat die gemakkelijk
praten hadden; dat die niet wisten, hoe het er in een gezin aan toe ging; dat
die zelf goed verzorgd werden... Door vrouwen... * * * *
* Verbijstering Als de vrouw kritisch en eerlijk gaat leven,
feministisch gaat worden, dan nòg is zij degene die wat aan de relatie
wil veranderen, zij blijft de voortrekster, de voorvechtster. Man en
kinderen blijven liever op hun kont zitten en vinden al dat gedram maar
lastig. Mijn moeder werd verweten dat ze altijd aan het vechten
en ruzie-'maken' was. Ik herinnerde me laatst een
voorval. Gedurende het schrijven van dit boek komen er dingen terug die ik
vergeten was. Op een dag zaten wij voor het middageten stijf van
verbijstering en verontwaardiging te staren naar wat zij deed: ze
schepte namelijk zichzelf het eerst op... De stilte was te snijden en
de verontwaardiging en verwarring bonkten door ons lijf... Ik herinner me
heel goed dat ik het stiekem terecht vond en tòch
verontwaardigd was: een èchte moeder schept
zichzelf het laatste op. Toch had ik het gevoel dat het voor moeder een soort
definitief sluitstuk was van een proces: '...tot zover! En nou is het genoeg,
nu kom ik aan de beurt!' Al kan ik dat nu pas zo onder woorden brengen. Toen keek ze op van haar volgeschepte
bord, keek de kring rond en zei: 'ìk heb er hard
voor gewerkt!' Ze deed dit voortaan altijd. En ze had gelijk met dit te
doen... Wij hadden ons diep moeten schamen dat wij haar niet altijd als
eerste opgeschept hadden. Hiermee doorbrak ze het eeuwenoude, wereldwijde
gegeven dat moeders het laatste eten krijgen... Hoofd van het gezin In feite hebben HME's meer
recht op de titel 'hoofd van het gezin' dan mannen, dan vaders ooit gehad
hebben! Ze zijn met een nieuwe generatie bezig. Dat is veel en veel
belangrijker dan wat de politicus gaarstoomt of de
wetenschapper, de filmster, de leraar of de therapeut. En alleen al
huishoudelijk werk is zeker zo belangrijk als een werkvergadering,
jaarverslag, partijbijeenkomst, of een preek spreekuur voorbereiden. Ik zeg niet dat er geen leraar(ess)en
moeten zijn of geen politici, maar de basis van waaruit iedereen hoort te
werken, moet eigen menszijn zijn. Weten dat je met belangrijke dingen bezig bent, geeft je
kracht. Mijn moeder was zo'n sterke figuur. Aan tafel zat ze,
als het niet zo beledigend was zou ik zeggen: als een generaal, met links
haar vork en rechts haar mes. Beide rechtop in de vuist en ze keek vaak langs
ons heen naar buiten. Dat deed ze pas toen wij ouder geworden waren en zij
eindelijk ervoor uit durfde komen dat ze zelf iemand was, dat wij haar niet
meer nodig moesten hebben. Het verschil tussen haar zekerheid en die van generaals
is echter: ZIJ wist dat ze goed bezig was en generaals ontlenen hun zekerheid
aan hun macht, hun positie, hun kundigheden en hun ondergeschikten. En aan
iets mensvijandigs als oorlog, aan strategisch
inzicht, aan de kunst laffe, jonge mannen te manipuleren tot 'goede',
'moedige' vechtersbazen en moordenaars. Als het op menselijkheid aankomt,
zijn zulke generaals grote lafaards, anders waren ze geen generaal geworden. Het fundamentele verschil echter is: HME's
zijn met leven bezig, generaals met oorlog en dood, onder de dekmantel van
liefde voor en verdediging van het land en de bescherming van vrouw en
kinderen. Mijn moeder zat dan ook niet als een generaal, maar als een
bewuste, kritische, eerlijke vrouw aan tafel! Moeders/echtgenotes/huisvrouwen moeten hoofd van het
gezin genoemd worden. * * * *
* Zilveren bruiloft Toen mijn moeder 25 jaar getrouwd was, wilde zij dat persé vieren. Van vader hoefde dit niet en wij vonden het
ook maar onzin. Dat huwelijk, vonden wij, was immers één grote leugen: van
vaders kant en van haar kant. Als je elkaar zoveel ellende bezorgt, ga je er
toch geen feest van maken! Moeder stond echter zo sterk in haar schoenen dat
niemand het waagde die dag verstek te laten gaan. Ik meen me te herinneren
dat iemand gedreigd had die dag weg te zullen wezen. Moeder kocht een mooie, lange, donkerblauwe jurk met
kant en een sierlijke, nieuwe hoed. Voor mij maakte ze een moirézijden,
blauwe jurk. Er was die morgen een mis, en waarschijnlijk hebben we 's avonds
nog ergens gegeten. Voor de rest weet ik nog één ding en wel het
belangrijkste: moeder wilde dit persé vieren,
omdat ze vond dat ze het goed deed in haar huwelijk. Ik vond maar raar
dat ze daar zo sterk van overtuigd was! Ik zou het later wel beter doen! Die
roze wolk zat er al keihard ingebakken, ondanks mijn feministische moeder! Nú ben ik blij dat ze zulke dingen tegen mij vertelde.
Kennelijk niet aan de anderen, tenzij die het 'vergeten' zijn... Maar omdat
ik er inmiddels van overtuigd ben dat ze inderdaad goed bezig was in haar
huwelijk en gezin, heb ik als eerste regel geschreven: 'Toen MOEDER 25 jaar
getrouwd was.' De enige trouw immers die je kunt hebben is: trouw aan jezelf,
aan je gevoel, jouw leven. Trouw aan je behoeftes en verlangens, je
mogelijkheden èn onmogelijkheden, trouw aan de
waarheid die jouw lichaam je dagin daguit duidelijk maakt. Dan ga je vanzelf eerlijk
met om met anderen, met natuur en àlles. Het is een van de trucs van de maatschappij en de kerken
om trouw te blijven koppelen aan seksualiteit. Dan wordt
die andere trouw gemakkelijk verdoezeld en onderdrukt. Vader was, ondanks
zijn 'trouw' dus allerminst trouw. En wij ook niet. * * * *
* Titels Een van de andere signalen dat meedoen aan de
carrièrerace een valkuil is, is: titels en functies voor vrouwen in allerlei
beroepen worden mannelijk gebruikt: voorzitter, chauffeur, schrijver, meester
in de rechten, auteur, directeur. Ik zag eens een vrouwelijke specialist
aangeduid met geneesheer... Zelfs in feministische bladen als OPZIJ of
BINDING kom je praktisch nooit vrouwelijke aanduidingen tegen zoals:
directrice, politica, geneesvrouw, voorzitster, autrice...
Taalvervuiling... Ik snap dat maar niet. Ik wil geen huisman genoemd
worden, geen schrijver, genezer, priester, chaoloog. Ik ben huisVROUW, genezerES, priesterES, en chaologE.
Vrouwen leveren die termen zomaar in. Toen, door het acceptabel verhogen van de salarissen,
mannen de verpleging in wilden, werd in de kortste keren de term
'verpleegster' vervangen door 'verpleegkundige'! DIE jongens waren slim! DIE
vertikten het om een titel te voeren uit het andere geslacht!: een man die
verpleegster genoemd wordt, dat kàn toch niet! Een
man die onderwijzeres, secretaresse, kunstenares, directrice, geneesvrouw
genoemd wordt: dat is een blamage, een afgang. Voel je het verschil? Een andere valkuil, die hele duidelijk maakt hoe
armoedig het beroepensfeertje is: vrouwen die 'het gemaakt hebben', klagen
vaak dat ze nu dan wel 'gelijkwaardig' met mannen/collega's kunnen praten,
maar veel verder dan het gezamenlijke vak of gezamenlijke belangen komen ze
niet. Ze kunnen niet normaal goeie vrienden zijn met zulke mannen. Laat staan
dat ze een maatje vinden om mee verder te gaan in het leven. Dat geeft heel scherp weer hoe vrouwen een stap terug
gedaan hebben, maar mannen geen stap vooruit. En hoe
gevaarlijk het voor meiden is, om nu ook 'opgevoed' te gaan worden tot
beroepskracht!... * * * *
* Naam Hardnekkig gebruikte mijn moeder naast de naam van vader
ook haar eigen naam. Alhoewel vrouwen in ons land geen eigen naam hebben: het
is, zoals ik al eerder zei: altijd haar vaders jongetjesnaam. Of als ze kind
van een ongehuwde moeder is: haar grootvaders jongetjesnaam. Natuurlijk werd
die overtuiging van moeder op z'n minst overdreven genoemd. Misschien heeft
vader het als een belediging ervaren: ZIJN naam, die van hem als hoofd van
het gezin, de kostwinner was immers het belangrijkste... Toen ik bij zo'n 26 jaar huwelijk mijn eigen naam weer
ging gebruiken, ondervond ik dezelfde weerstand als andere vrouwen die dit
gingen doen. HME's horen anoniem te zijn. Ze horen
zelfs trots te zijn op de naam van haar man, alsof ze door te trouwen bewezen
hebben die man en zijn naam waard te zijn. Ik snap de vrouwelijke politici (politica's? politicae?) niet die òf onder
de naam van haar man opereren, òf onder beider
naam. Hetzelfde geldt voor alle vrouwen op (al of niet) vooraanstaande
functies: artsen, schrijfsters, directrices, meesteressen in de rechten,
omroepsters, artiestes, vrouwen die een praatprogramma hebben enz. Al zitten
ze op hoge posten en in de schijnwerpers, en doen belangrijk werk met eigen
mogelijkheden en invloed: HME's zijn anoniem en op
die manier houden dergelijke vrouwen dat in stand. HME's zijn anoniem
en dus wilde mijn moeder anoniem begraven zijn opdat mijn vader dan ook
anoniem zou zijn. HME's zijn aanhangsel van
haar man. En moeder wilde niet als zodanig op de steen gebeiteld staan. Daar
heeft ze na haar dood een stokje voor gestoken. Of een ijsje. Misschien heeft
het dochtertje van de steenhouwer om een ijsje lopen zeuren toen hij op dat
cruciale moment aan het hakken was. Zo werkt dat namelijk! Zo krijgen wij
allerhande signalen als we ze maar willen zien en voelen en ervaren. En er
wat mee willen dóén... * * * *
* Steen Onderweg naar huis zei ik wat dromerig tegen Pierre:
'...er wàs iets met die steen...' In de
daaropvolgende dagen begon de legpuzzel in elkaar te klikken: de steenhouwer,
ging ik me herinneren, had bij het hakken van moeders geboortedatum een grote
fout gemaakt. Een zó grote fout dat het echte niet kòn!
Ik meen dat hij 1789 had gebeiteld in plaats van 1897, waardoor haar leeftijd
op 189 jaar stond. Het kan ook zijn dat hij 1987 had gehakt. In dat geval zou
moeders leeftijd min 9 zijn geweest... Het doet er ook niet zo toe. In elk
geval was het een te grote fout en daar gaat het om. In dit verband zeg ik:
het is niet zómaar dat moeder in een jaar stierf
met precies dezelfde cijfers als dat van haar geboortejaar: de cijfers konden
zo gemakkelijk verwisseld worden. Ik begon me ook te herinneren dat mijn zus een
hooglopend conflict met de steenhouwer had: de fout kon namelijk alleen maar
hersteld worden door de hele steen af te frezen en alles opnieuw erop te
beitelen. Daar had die man geen oren naar. Ik meen dat hij op faillissement
stond en dus ook geen nieuwe steen kon leveren. Bovendien zat mijn zus net in
de examentijd en werd meteen in de vakantie hard ziek. Er kwamen nog andere dingen
tussen en zo is iedereen het vergeten. Bovendien wisten wij ook niet hoe dit
opgelost moest worden. Ik moet eraan toevoegen dat ik, keurig in het geijkte
patroon, als getrouwde vrouw met een gezin, mijn ongetrouwde zus al dit soort
dingen op haar eentje heb op laten knappen. Naast haar energie-verslindende
baan. Ook daar kom je vaak jaren later pas achter. En achter de politiek
ervan ook... Zodoende bleef het graf een zandplaatje en daardoor een
luid schreeuwende aanklacht tegen de maatschappij. Een ereteken voor mijn
moeder en gevolgd door dit boek en Joannes XXIV: monumenten voor haar en
andere kritische huisvrouwen/moeders/echtgenotes... Er moet nog wel ergens een rare steen rondzwerven... * * * *
* Ommezwaai Mijn moeder was inmiddels een jaar dood. Mijn 2e
VOS-cursus, de eerste die ik mee begeleidde, liep ten einde. Heel wat lectuur
had ik verslonden, was begonnen met de verwerking ervan in eigen lijf en
leven. Heel wat uitzendingen op radio en later op tv, waarin vrouwen de
politieke noodzaak uit de doeken deden van het 'máár'
een vrouw zijn had ik afgeluisterd. Ervaringen gaan altijd boven wetenschap,
een gevolg en oorzaak van die natuurwet. Een stevige steun in de rug had ik
aan vrouwen uit het buurthuis waar ik mee samenwerkte en aan vrouwen in
andere verbanden. Ik weet niet eens meer waarover ik droomde die nacht,
maar ik werd wakker en op hetzelfde ogenblik zwiepte alles in mijn lijf om
naar begrip voor mijn moeder. Het was een duizelingwekkende belevenis, één eeuwigheidsseconde. Een lichamelijke ommezwaai, voelbaar
tot in elke vezel. Wat een zwarte wolk in mijn ziel was geweest, eentje vol
eenzaamheid, vol verwijten naar haar en angst, werd weggerukt, omgekeerd. En
de betekenis van moeders leven was mij plotseling zo helder als een
levenbrengende waterbron. En die betekenis reikte meteen al veel verder dan
dit ene leven, veel verder ook dan mijn eigen kleine, armzalig leventje, veel
verder dan ooit dat huwelijk met mijn vader en de 4 vruchten die daaruit
voortgekomen waren, konden bereiken. Wat mijn begrip voor moeder tegengehouden had in die
twee jaren was angst. Angst om in te moeten gaan zien dat ook ik haar
gebruikt had, geprofiteerd had van haar werk, haar inzet, haar
verantwoordelijkheidsbesef, van haar zorg voor mij, en ook: van haar geen-kant-uit-kunnen... Het was angst voor het moeten
gaan beseffen dat ik haar in de steek gelaten had, nadat ik 'tot de jaren van
verstand' gekomen was, dat ik haar geminacht had en haar dat goed had laten
voelen. Ik had vooral angst voor de machteloos makende, ondragelijke wroeging
die ik verwachtte over mijn genadeloos aandeel in haar ongelukkige leven,
voor het moeten erkennen van haar grote eenzaamheid, en ik was bang dat ik
die wroeging niet zou kunnen dragen. Nu zeg ik: je kunt beter een berg wroeging hebben,
dan allerlei realiteiten ontkennen en de waarheid stiekem ergens diep in je
lijf weg doen etteren... Deze ene seconde was een reusachtige, ingrijpende,
bevrijdende ommekeer tégen het systeem dat vrouwen
en mannen en kinderen tot op de millimeter nauwkeurig misvormd, pasklaar uit
de fabriek aangepast aan kerk en maatschappij. Het was een levensgrote
ommekeer tégen de maatschappij, tegen de
vernietigende, meedogenloze, moordende machomaatschappij. Daardoor leken alle
agressie en afkeer tegen mijn moeder en alle angst voor wroeging weg te
stromen uit mijn lichaam. Ik was ineens als herboren. Eigenlijk was het dan ook niet een wegstromen van die
agressie en wroeging, maar een omzetten in warmte en energie en wijsheid en
liefde, wat allemaal hetzelfde is. Een rijk gevoel doortintelde mij. En
vrede. En weten dat het nú goed was. Nu pas had ik mijn moeder: een jaar na
haar dood. En ik was gelukkig. Ik voelde de kracht in mij opborrelen om mijn
leven verder te ontwikkelen, en de waarheid voortaan zó kostbaar te oordelen,
dat die kost wat kost boven zou moeten gaan komen. Ik wist: alles wat ik hierdoor goed zou maken van wat ik
aan narigheid haar aangedaan had, zou veel meer worden dan: 'Sorry mam, het
spijt me!' Het is namelijk onvoldoende om 'sorry' te zeggen. Je moet
wat dóén met wat je tegen anderen misdaan hebt. Nog een opmerking: had ik bijvoorbeeld in een gestaltgroep mijn angst voor, mijn afkeer van, mijn woede
tegen mijn moeder uit mijn lijf uitgewerkt, dan had ik deze ommezwaai nooit
zo kunnen maken, had ik dit boek en Joannes XXIV en... en... nooit kunnen
schrijven. * * * *
* Geluk? Geluk? Wat is geluk? Veel mensen om je heen die 'van je
houden'? Veel lol kunnen trappen? Goede baan hebben met geweldige
vooruitzichten? Je uit kunnen leven (wat een goede uitdrukking) in kunst of
sport? Succes hebben? Beroemd zijn? Alles hebben en kunnen kopen? Een lieve
man/vrouw waar je 'mee boft'? (Vrouwen die een man hebben die haar niet
slaat, die niet drinkt, niet met andere vrouwen een seksuele relatie heeft,
vinden dat ze boffen... Ook al steekt zo'n man geen poot uit thuis en heeft
geen echte belangstelling voor haar...) Wat is geluk? Of is geluk juist het tegenovergestelde van deze dingen,
omdat veel ervan tegen je menszijn ingaat? Omdat
veel van die dingen kleine stukjes van jou tot monsterachtige afmetingen
hebben doen uitbouwen? Terwijl zo ongeveer al deze zaken ten koste van
vrouwen, echtgenotes, moeders en kinderen, zwakken, zieken en
belastingbetalers gaan... Is geluk juist het tegenovergestelde, omdat, als je
alles gaat zien door er kritisch mee om te blijven gaan, je het steeds minder
nodig hebt en zelfs af gaat wijzen? De daaruit voortkomende
zelfverzekerdheid, de zelfwaarde, de eigen innerlijke kracht en wijsheid
voelen als onverwoestbaar en veel grootser aan dan dat twijfelachtige en zeer
tijdelijke wat Men geluk noemt. Mijn moeder was een doodongelukkig mens.. Maar was dat
wel zo? Zoals ze daar aan tafel zat, als een veldheer zo strijdbaar, als een
koningin zo zeker van haar recht, haar waarheidsliefde, haar trouw... Een
rots in de branding. Met een echte trouw: die aan zichzelf èn aan ons, al wezen we dat soort trouw allemaal,
eensgezind af... Ik kon die houding van haar niet uitstaan. Ik zó bang
voor haar, dat ik als de dood was een kind te krijgen dat op haar zou lijken.
Ik had het vermoord, dacht ik toen. 'Voer voor psychologen? Had je gedacht! Die psychologen
mogen nu bij mij langs komen en dan heb ik jaren werk aan ze om hen een
beetje bij te brengen waarom psychologie automatisch moest ontstaan en
hoezeer dat een gevolg is van en de kenmerken draagt van het
emotioneel/lichamelijk verdeeld houden van mensen. Dat óók die psychologie
enz. politieke trucs en machtsmiddelen zijn... Dat het vervangingsmiddelen en
verlengstukken van het lieve-moeder-instituut zijn.
Dit zullen ze pas na een jaar of 10 vatten, denk ik... Ook dit zullen ze niet kunnen vatten: moeders
ongeluk was haar geluk! Dat is een kenmerk van de waarheid: het
samenvallen van tegenstrijdigheden... Ze gebruikte haar ongeluk en werd er
sterk en wijs en zelfverzekerd van. Al werd dat verkeerd uitgelegd: moeder
zou ruzies nodig hebben om zich lekker te voelen. Die uitleg komt vast van
Freud. Ze kon niet zonder ruzies en dus zocht ze altijd naar aanleidingen,
vond Men. Ik weet nu wel beter: die aanleidingen om te proberen
dingen recht te zetten, liggen voor een HME dagin daguit voor het
opscheppen. Ik heb zelf de laatste 20 jaren ervaren dat, als je
eenmaal kritisch leeft, je niet anders meer kùnt,
want je hebt maar één leven en dat is dus kostbaar en de waarheid dus ook en
hoe de dichtstbijzijnden je daarin belemmeren is
jou een verbijstering. Moeder kòn niet anders. Ik zeg dit: mensen die zulke risico's lopen, zulke
vijandige tegenwerking, zoveel haat en ruzies nemen en pogen om te zetten ten
goede, zulke mensen zijn een zegen voor de maatschappij en de gehele
mensheid. Ook al wordt dat pas na jaren duidelijk. De fouten en
brokken die ze maken, wegen niet op tegen de openingen die ze breken naar de
toekomst, naar wat IS: de volgende stap in de evolutie. Wie deze dappere mensen bestrijdt, blijft in allerlei
situaties om zich heen de volgende stap in de evolutie tegenwerken. Uitbannen
kan inmiddels niet meer met zo'n sterk groeiende groep kritische mensen. Die
bestrijdt die volgende stap tot ondergang van de mensheid en de wereld. En
dat pik ik niet: het is ook mijn wereld... Het is na 2 feministische golven diep treurig dat mensen
nog niet in de gaten hebben hoe kostbaar kritische vrouwen zijn... Hoe
kostbaar ze zelf kunnen zijn... * * * *
* Humor Humor is ook een vorm van afreageren. 'Lachen schudt de
lever,' hoor je mensen vaak zeggen in een pleidooi voor lol als zijnde
gezond. Inderdaad: maar daardoor wordt niet duidelijk wat je op je lever hebt
en waardoor dat daar zich heeft opgestapeld. En bovendien gaan moppen vaak
ten koste van (een groep) mensen. Schuine moppen gaan praktisch altijd ten
koste van vrouwen. Het is niet zómaar dat
feministes afgedaan worden met: 'geen gevoel voor humor.' Ze komen met
serieuze zaken die altijd overal belachelijk gemaakt zijn. Moppen komen ook
vaak voort uit de kuddegeest: belgenmoppen,
schoonmoedermoppen, politieke moppen enz. O, er werd ook wel gelachen bij ons thuis hoor. Beiden:
vader en moeder hadden veel gevoel voor humor. Mijn vader kon erg geinig zijn
en smakelijk verhalen. Voor moeder was de situatie echter weinig lachwekkend.
Haar humor kwam weinig naar buiten. Haar werd dagelijks het leven zó zuur
gemaakt, dat ik achteraf niet snap hoe ze toch nog af en toe mee kon doen,
kon lachen. Ik weet zeker dat ze dat alleen maar kon, als ze het voor elkaar
kreeg even de verbittering, teleurstelling, woede, verbijstering en
eenzaamheid opzij te zetten. Ze moest echter niets hebben van schuine moppen,
omdat die de waardigheid van de vrouw bijna altijd aantast(t)en.
Schoonmoedermoppen of huisvrouwenmoppen raken alle vrouwen, dus ook haar
persoonlijk. Die wilde ze ook niet horen. Het is zo zonde dat een gezin waarin zoveel mogelijkheden
waren, ook op humoristisch gebied, zo'n enorme puinhoop was door de
machtspatronen. 'Dan had je moeder meer haar bek moeten houden,' zullen
mensen zeggen, 'zij immers gooide steeds roet in het eten.' Nee: niet zij
gooide roet in het eten, dat deden wij vijven... We moeten af van het idee dat lollig, gezellig,
ruzieloos, 'geluk', leuk, plezierig, zonder-spanningen
en (schijnbaar) gezond, meteen ook góéd zijn. Ik heb in
een van de VOS-cursussen een vrouw gehad die met allerlei problemen een
grapje wist te maken, zodat iedereen dubbel lag. Daardoor werd het belang van
dat probleem zó intens weggelachen dat er geen behoorlijk gesprek meer over
mogelijk was. We hebben toen besloten er met haar over te gaan praten. Daarna
werd het stukken beter. Zon Het grafje is een keiharde boodschap van mijn moeder
over haar dood heen, vanuit haar ontkende, bestreden leven en is tegelijk een
logisch gevolg ervan. En kijk; terwijl ik B. binnenrijd, klettert de regen
minder hard. Tijdens het rondweggetje naar de begraafplaats wordt de lucht
lichter en als ik de parkeerplaats oprij, is het droog. Ik graai de spullen bij elkaar die ik mee willen nemen:
mijn jas, tas en cameraatje. Ik wil namelijk een paar foto's nemen van het
graf, voordat mijn zus er een nieuwe steen op heeft laten leggen. Lopend naar
de laan met dure graven, voel ik de zon warm doorbreken. En eens temeer ervaar ik het als een groots gebeuren,
een onontkoombaar signaal: moeder had na de dood dit zelf zo geregeld: géén
steen op haar graf. Een buitengewoon duidelijk signaal, ten gevolge van een dood-eenzaam leven. Het is niet zómaar
dat ik dat pas na tien jaar ontdek, want eerder kon ik het niet begrijpen.
Geen van haar andere kinderen en familieleden heeft dit verstaan. Zelfs ik
kon dat in zijn totaliteit niet eerder vatten dan na de dood van ons tweede
konijntje... * * * *
* De bevestiging Ik heb een paar foto's gemaakt en kijk om me heen, om
vanuit een andere hoek het kale graf te kunnen fotograferen. Ik werp een blik
omhoog, vanwege de zonnestand en zie gefascineerd hoe een vrijwel rechte lijn
noord-zuid de hemel in tweeën deelt: het deel boven
en achter mij is een stralende zomerhemel met geen vuiltje aan de lucht, de
andere kant van de streep bestaat uit één egaal inktzwarte massa. Tot zover
mijn oog reikt. Als een berg opgehoopte woede, die echter niet voor mij
bedoeld is. Dat vóél ik tot in elke vezel van mijn
lichaam... Die daarboven royaal uitgemeten stortbui, kan ik
natuurlijk absoluut niet gebruiken en alhoewel ik weet dat het niet nodig is,
omdat die bui mij niet zal deren, roep ik toch dat dreigende gevaarte toe:
'even wachten hoor! Ik wil droog in mijn auto komen!' In de nog stralende
zonneschijn, alsof er geen wolkje te bekennen valt, maak ik op mijn gemak mijn
'reportage' af. M'n jas had ik
even op het gras gelegd. Ik raap haar op en neem haar over mijn arm, stop het
fototoestelletje in mijn tas en loop het pad af naar de uitgang. De zon
verdwijnt inmiddels achter de donkere woestenij, maar ik loop geen stap vlugger,
wetend dat de bui niet te vroeg los zal barsten. Het is jammer dat zoiets
ongelooflijk klinkt, dat we zó beschadigd zijn en zó ver van onszelf leven,
ver van alles om ons heen en van Het Grote Gebeuren zijn losgescheurd, dat we
niet eens weten dat zulke dingen eigenlijk normaal zijn... Ik open de deur van de auto, leg m'n
jas op de achterbank, stop mijn tas achter mijn stoel, stap in, klap de deur
achter me dicht en 'WHAM!!' Onmiddellijk dondert de bui omlaag,
bijkans een wolkbreuk. Alsof in één keer alle ingehouden tranen van
eeuwenlang, wereldwijd, generatie op generatie onderdrukte uitgebuite,
getreiterde en vernederde vrouwen over de wereld uitgestort worden. Zo voel,
ervaar ik dat en weet daarin gelijk te hebben... Ik echter voel me gelukkig, omdat ik op mijn manier weer
een steentje bij ga dragen in de vorm van onder andere dit boek, om al dit
lijden om te zetten in het belang van de nu levende en nog komende
generaties. Vrouwen èn mannen, niemand
uitgezonderd... Ik kan nog niet wegrijden: er valt gewoonweg niets te
zien door de dikke laag spettergolven. Geen ruitenwisser kan tegen zoveel
watergeweld op. Na een minuutje of zo neemt de stortbui wat af. Tevreden
start ik de auto en rijd fluitend de zich steeds vernieuwende toekomst
tegemoet... * * * *
* Mijn moeder Bedankt voor het leven dat je
me gaf. Ik voel me nauw aan jou
verwant als
nooit tevoren... Jouw leven is niet
voor niets geweest, al meende ik dat op de
dag van je
sterven... Waar jij zo voor gevochten hebt, zo
ontzettend op
je eentje, wat ook ik niet
heb willen weten, zal ik voortzetten op mijn
manier. Omdat ik later leef dan jij, steun
vind bij anderen en
omdat er meer
duidelijk is
geworden door
de vrouwenbeweging, door
waardevolle vrouwen zoals
jij... en
omdat daardoor nu meer
mogelijk is geworden dan
voor jou met
jouw mogelijkheden, in
jouw situaties en in
jouw tijd, daarom kan ik meer
doen dan
jij met
jouw mogelijkheden, in
jouw situaties en in
jouw tijd, en dat zàl ik! Je
dochter Ina * * * *
* J K L J K L J K L J K L J K L J K L |