| home | boeknpl | trefwrdn | links | reageren? | engls/dts | aan studntn | oproepn | colum | ||||
| Assepoester | Big Sisters | Catastrofe | Martha | Moeders Grafje | Anna | |||||||
Ina Mijling
&
@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&
EEN LANGE NACHT
ASSEPOESTER 10 JAAR LATER
Toen...
Gisteren hebben we ons moeder begraven. Vandaag is alles bijna weer gewoon, voor zover dingen gewoon kunnen zijn als je net een dierbaar iemand verloren hebt: dat is niet alleen een gat in je huis, maar vooral ook een gat in je leven en je lijf. En moeder was ons dierbaar geworden sinds die turbulente uren, nu tien jaar geleden, waarin we buiten onszelf leefden, als in een nachtmerrie: de controle kwijt over alles wat normaal was, over alles wat goed en eerlijk was, gevangen als we zaten in de kwade geest van bezit, aanzien...
We schrokken er pas keihard uit wakker, nadat Cinderella, op dat moment nog 'Assepoester' genoemd, met haar prins Eduard en zijn gevolg zo plotseling ons huis verlaten had. Daar stonden we dan met z'n vieren op de binnenplaats, als versteende poppen, met het wegstervend geluid van de paardehoeven van de ruitergroep in onze oren als treiterend applaus van evenzovele pestkoppen...
Ineens, als door de bliksem getroffen, zagen en voelden we pas wat we aangericht hadden: waar waren we door bezield geweest? Daar stonden we nu: Palatine met haar afgehakte hiel en ik met mijn afgehakte tenen. Toen pas voelden we de pijn aan onze voet, zagen de bloedplassen, de bijl... Toen pas zag moeder wat zij ons en wij onszelf aangedaan hadden.
We stonden daar maar te staan, te staren naar de lege poort, ook toen er al lang geen paardenhoeven meer hoorbaar waren. Stonden we daar minuten of uren? Met een ruk kwamen we eindelijk tot bezinning, maar we durfden elkaar niet aan te kijken. Hevige gevoelens van pijn en verwarring golfden door ons heen. Ieder zijn en haar eigen stukkie. We voelden ons verloren en heel erg op onze plaats gezet.
Als op afspraak bewogen we ons tegelijkertijd, alsof we uit een verstarring ontwaakten. Onze kostbare japonnen ritselden om ons heen. We keken elkaar niet aan en wilden zwijgend naar binnen gaan. Maar Palatine en ik strompelden en gilden het uit van de pijn, zodat moeder en vader ons moesten ondersteunen. Waarom hadden we die pijn niet eerder gevoeld? Door die jacht naar het beste plaatsje, naar roem, naar rijkdom?
Onderweg naar binnen al begon moeder zichzelf hevige verwijten te maken dat het zo slecht voor ons verlopen was, dat ze zó wreed was geweest. Haar dochters zouden nooit meer normaal kunnen lopen, jammerde ze. Ze zou het zichzelf dan ook nooit vergeven dat ze ons ertoe gebracht had er alles voor over te hebben om in dat schoentje te passen...
Huilend, met uitroepen van zelfverwijt er doorheen, verbond ze binnen zo goed en zo kwaad als het ging onze voeten, waarbij wij het uitschreeuwden van pijn. Intussen ging vader aan de buurman vragen of hij ons met zijn paard en wagen naar het krankenhuis kon brengen.
De verbijstering in het krankenhuis was groot toen men onze verminkingen zag. Toch maakte niemand ons verwijten. Omdat men wel zag, denk ik, dat we al genoeg gestraft waren. Verwijten maken heeft nooit zin: iets is gebeurd en kan niet teruggedraaid worden. Het enige wat je kunt doen is: hoe ga je zo goed mogelijk met de gevolgen om en wat leer je eruit? En dat geldt voor alle partijen, altijd. Dat zeg ik hier wel zo mooi, maar dat zagen we toen nog niet.
De chirurgijn van het ziekenhuis kon bij mij voorlopig niets méér doen dan de grote wond hechten. Daarna zaten moeder en ik te wachten op de afloop van de operatie op Palatine. Treurig zat ik naar mijn zwaar verbonden, veel te kleine voetje te staren, tot mijn aandacht getrokken werd door een paar witgeschoeide voeten, die stilhielden vlak bij de mijne. Mijn blik ging automatisch omhoog langs een witgejaste vrouwengestalte, die een paar kunstbenen en een kunstarm losjes onder haar arm droeg. Ze keek me meelevend aan en vertelde dat ze van de operatiekamer kwam.
In overleg met Tine en haar zou de chirurgijn beide voeten van Tine tot spitsvoeten maken: hij zou ze naar beneden laten wijzen. De enige andere oplossing: één spitsvoet en de ander met een hoge zool onder de schoen, wilde Tine niet. Verder was er geen andere oplossing: omdat ze haar hak kwijt was, zou ze op de gekwetste voet anders nooit meer behoorlijk kunnen lopen... Nu kon ze kunstbenen krijgen, waarop ze al spoedig vlot zou kunnen wegstappen.
Zo gebeurde het ook. Tine is nu wel veel groter dan eerst, maar ze loopt normaal en mensen die van niets weten, merken niet dat ze kunstbenen heeft. Ze zien alleen maar dat ze wat aan de grote kant is.
En ik kreeg een kunstvoet, want je kunt je tenen moeilijk missen bij het lopen. Nu kunnen we beiden goed vooruit.
Afhankelijk...
Wij drieën, vader was het er nooit mee eens met ons gekonkel, hebben veel geleerd uit dit alles: hoe dom het is om jezelf, om je eigen gevoel van eerlijkheid en je zorg voor jezelf èn die voor anderen zó rigoreus buiten te sluiten en jezelf zoveel geweld aan te doen, je zo zwaar te verminken... Alles vanwege een 'belangrijke' functie, vanwege rijkdom en aanzien. Functie, rijkdom en aanzien, niet uit eigen kracht en mogelijkheden verkregen, maar via iemand anders, en verworven door bedrog. Daardoor zou je levenslang afhankelijk blijven van die ander en diens functie, rijkdom, roem en aanzien... In dit geval zou dat de rijke, geëerde prins geweest zijn.
Vader heeft dit steeds gezien en van het begin af aan geprobeerd ons dat duidelijk te maken, maar hij sprak aan de dovemans oren van een verblind stelletje waan-zin-nigen. Hij heeft van het begin af aan gegruwd van de plannetjes van moeder. Er was voor hem echter geen doorkomen aan. Wij verweten hem dat hij zijn dochter natuurlijk wilde voortrekken boven ons die slechts zijn stiefdochters waren, dat hij ons niets gunde...
We kwamen er al spoedig achter, toen we eenmaal aan het praten raakten, hoe diep je als mens gezakt bent als je je zó verminkt om in de gunst te komen van iemand!
En moeder, Tine en ik, zouden voortaan ons leven lang, dagin daguit geconfronteerd blijven met de gevolgen ervan... Ook al zijn we inmiddels evenwichtige, gelukkige en gezonde mensen.
Cinderella echter, dachten we op den duur in ons sterk veranderend, sterk verbeterd leven, was misschien zelfs slechter af dan wij, omdat ze misschien niet zèlf iemand was en afhankelijk bleef van de status van de prins, die al spoedig koning werd. Maar ze hielden veel van elkaar en misschien geldt dat dan niet, die afhankelijkheid en zo... Als het slechts verliefdheid was geweest, was die roes allang voorbij en was ze nu slecht af. Als het echt dè grote liefde was, was ze nu nog gelukkig, zou ze alles aan kunnen.
Getrouwd
Na een paar jaar ben ik getrouwd met een fijne, eerlijke man. We hebben een schoenmakerij, o ironie! We doen samen de opvoeding en het huishouden en ik help hem in de zaak met lijmen, stikken en schoenen wegbrengen en zo. We hebben het niet echt breed, maar we kunnen het financieel behoorlijk rooien. Hebben hulp in huis, die zich prettig voelt bij ons. Ik ben zelfs bevriend met haar. Ik zou niet willen dat ze zo behandeld werd zoals wij vroeger met Cinderella omgegaan zijn.
Joost en ik hebben drie kinderen, die de normale probleempjes en schoolperikelen geven, maar verder goede kinderen zijn. Vriendelijk, gevoelig, leerzaam, eerlijk. Dàt vinden we belangrijk in de opvoeding: de kinderen leren eerlijk te zijn. Ze leren ook, dat hoort erbij en is er een logisch gevolg van, dat ze de verantwoording voor hun eigen leven en ook voor hun eigen lichaam zelf moeten èn kùnnen dragen. Mijn verminking en de geschiedenis er achter is hen daarbij tot voorbeeld en steun.
Palatine
Tine is naast ons komen wonen. Ze ging vader helpen in zijn bedrijf, de boekdrukkerij. Het lag haar wel dat werk: ze heeft een technische knobbel en kan goed leiding geven en uitstekend dingen organiseren. In onze tijd is dat iets uitzonderlijks: een vrouw die in een technisch bedrijf werkt.. En ze vond het heerlijk om met onze beide ouders samen te kunnen bouwen aan het bedrijf.
Ze werd een gelukkige vrouw. Ze voelde niets voor een huwelijk, had en heeft geen behoefte aan kinderen, omdat ze zichzelf genoeg is. En voor de rest geniet ze van mijn kinderen alsof het haar eigen zijn.
Vier jaar na die ellendige uren stierf vader. Hij vond het vreselijk dat hij zijn dochter niet meer gezien had, ondanks ons bericht aan het paleis dat hij zo ziek was. We kregen er geen enkel antwoord op alsof ons bericht niet verstuurd was, of alsof voor de geadresseerde vader nooit bestaan had. Tine nam de leiding over de drukkerij op zich. Dat sprak vanzelf. Eigenlijk had ik recht op de helft van de erfenis, maar daar maalde ik niet om. Het bedrijf had dan verkocht moeten worden en ook het bijbehorende huis, om de erfenis in tweeën te kunnen splitsen. Maar ik was gelukkig en wat maakt zoiets dan uit? Moeder en Tine zouden eronder geleden hebben en als je er anderen ongelukkig door gaat maken, màg je dan zelfs wel een erfenis opeisen?
Na vaders overlijden zijn Joost, ik en de kinderen, en ook Tine bij moeder in het grote huis bij de boekdrukkerij gaan wonen. Dat kwam voor Joost ook mooi uit, want nu kon hij zijn schoenlapperij in een kleine, maar gerieflijke ongebruikte ruimte van de drukkerij vestigen in plaats van dat te kleine zijkamertje in ons bovenhuis. En we hadden nu een tuin...
Moeder bleef met Tine samen het bedrijf voeren. Dat deed ze tot die longontsteking haar sloopte: de artsen hebben nog geen antwoord op zo'n ziekte... We hebben dag en nacht gevochten voor haar leven, maar het mocht niet baten. Uiteindelijk is ze zacht en kalm heengegaan. We hebben goed afscheid genomen. Dat is belangrijk: goed afscheid nemen, zodat je niet meer aan elkaar vastzit over die grens heen.
Een lange nacht
Eergisteren, de dag vóór de begrafenis van moeder, zaten Tine en ik 's avonds in de achterkamer zwijgend tegenover elkaar aan tafel onder de lamp, met een lege stoel tussen ons in aan het hoofdeinde. Treurig om het verlies, maar ook verheugd en dankbaar om wat moeder voor ons was geweest en wat wij voor moeder hadden mogen zijn. Mijn man had ons alleen gelaten op mijn verzoek. De kinderen lagen te slapen.
De kist stond in de voorkamer. De tussendeuren hadden we opengelaten. Ik kon van mijn plaats af net de hoek van het voeteneind zien.
De lichtkring van de lamp schampte neus en wangen van Tine tegenover mij. De bruine krulletjes op haar voorhoofd kregen er koperen glansjes van. Haar handen lagen voor haar op tafel. Met de vinger van haar rechterhand streepte ze figuurtjes na die in het oude tafelkleed geweven waren. Mijn handen lagen in mijn schoot. We zaten samen in volledig evenwicht en mijmerend over het leven totnutoe. Af en toe zeiden we wat, maar nodig was het niet: alles was al gezegd en alles was zó goed.
Ik keek even naar de punt van de kist en naar de zeshoekige deksel die tegen de muur stond te wachten.
Moeder lag er mooi en tevreden bij. Precies zoals ze gestorven was. Al bleef ze het tot het laatste toe spijtig vinden dat ze het met Cinderella nooit recht had kunnen zetten, er niet met haar over had kunnen spreken, haar niet om vergeving had kunnen vragen. Ze had ons op het hart gedrukt om dit tegen Cindy te zeggen, mochten we ooit met haar in contact komen. Die laatste dag echter voelde ze zich eindelijk ten opzichte Tine en mij niet meer schuldig. Ze had toch al lang ervaren dat Tine en ik gelukkig waren?
'Misschien wel dank zij die vreselijke dag toen...' zei ik me vooroverbuigend over haar, waarbij ik haar lieve, warme gezicht tussen mijn handen nam, 'misschien, als dat niet gebeurd was, zó'n keiharde klap, waren we die verwende nesten gebleven die we toen waren, inmiddels ongenietbaar voor elkaar, voor jou, voor Cindy en later voor onze eigen man en kinderen...'
Het was alsof er plotseling licht over haar gezicht straalde. Tranen sprongen in haar ogen: dìt was het antwoord wat ze al die jaren nodig had gehad. Het bevrijdde haar van die zware last en er daalde de rust in haar hart die ze zo nodig had voor haar sterven.
Ik schrok op uit deze rust en de mijmeringen. De bel ramde met z'n schelle stem bijna wreed een eind aan onze vredig samenzijn. Vragend en verwonderd keken we elkaar aan: wie kon dat nou zijn, zo laat in de avond? Ik stond op en liep naar de deur, keek door het spionnetje, zag enkel een silhouet tegen de wazige lichtkring van de lantaarn die op het muurtje bij de poort stond. Ik opende de deur, een donkergeklede vrouw, haar gezicht verscholen in een capuchon, zei met een klein stemmetje:
'Dag Isabella.'
Maar dat was onmogelijk! Zij kon het niet zijn, dat kòn niet! Automatisch deed ik een stap opzij in de smalle gang. Door mijn verbouwereerdheid bij de herkenning van die stem, was ze al langs me heen geglipt vóór ik er erg in had. Daar stond ze in het licht van de ganglamp. Het tengere figuurtje sloeg de capuchon van haar cape terug en ik herkende de koningin van ons land. Tranen schoten in mijn keel.
'Mag ik binnenkomen?' vroeg ze overbodig, met het dunne stemmetje van een kind dat verwacht met veel gescheld en getier weggestuurd te worden. Maar ik omhelsde haar schreiend en verzekerde haar dat ze altijd welkom was.
We hadden elkaar in die tien jaar niet meer gesproken. Wel hadden we haar heel vaak geschreven en berichten gestuurd zoals dat van mijn huwelijk, de geboorte van mijn kinderen, het overlijdensbericht van vader, verjaardagskaarten voor haar en nu ook weer het bericht van moeders overlijden.
We hadden haar vooral in de eerste brieven herhaaldelijk om vergeving gevraagd voor de haat die ze tot haar vertrek uit ons huis dagin daguit van ons ondergaan had.
Haar paleis leek echter een ondoordringbare vesting. Om te weten hoe het met haar ging, moesten we het doen met de beetjes in de krant, met de roddelpraatjes onder het volk. Maar dat ging allemaal alleen maar over de huwelijkssluiting, waar we niet bij uitgenodigd waren, over haar moederschap, de kroning tot koningin en de ontvangsten van staatshoofden en zo. Niet over of ze echt gelukkig was. Maar nu hield ik haar eindelijk in mijn armen. Tine was ook gelukkig met haar komst en begroette haar warm en hartelijk.
Die hele nacht hebben we gepraat en gehuild en nog meer gepraat en elkaar getroost, tot ze weer weg moest.
Cindy had zich al die jaren zorgen gemaakt over onze voeten en was blij dat het ons zo goed ging, dat we gelukkig waren. Vooral vond ze het heerlijk dat we warme, vriendelijke, eerlijke vrouwen geworden waren, dat moeder iemand was geworden waar je intens verdriet over kon hebben bij haar dood... En na onze ervaringen begon ze haar eigen verhaal te vertellen.
Cinderella's verhaal
Alles kwam eruit, soms met golven van hete tranen:
'De eerste weken na ons huwelijk waren heerlijk, ondanks de voor mij volkomen vreemde omgeving. De reis was een sprookje, ik had geen fijnere huwelijksreis kunnen hebben. Maar toen het gewone leven van alledag voor Eduard begon, veranderde alles. Het paleis was voor mij gigantisch van afmetingen en ik had het druk in dat eerste begin met alleen al ons woongedeelte te verkennen. En ik moest veel leren over het protocol en zo. En ik kende niemand, moest zo snel mogelijk zorgen iedereen te kennen omdat dat zo hoort, anders stoot je mensen voor het hoofd...
Het paleis is niet alleen groot, maar ook zijn de zalen en gangen hoog en dus koud. Zelfs in hete zomers is het er koud. En dan liep ik daar in laaguitgesneden jurken. Nooit eens een lekkere dikke trui... Ik snap niet dat ik niet doodziek wordt.
Ik mocht ook niets doen, ik, die hard werken zo gewend was. Ik moet toezien hoe jonge, uitgemergelde, slecht betaalde meisjes voor mij de gangen en de trappen soppen, mijn kleren naaien, wasen en strijken en alles en alles... Ik wist nog hoe zwaar dat werk is en het doet me zeer die jonge meiden zo te zien ploeteren. En hier thuis waren de oppervlakken niet zo gigantisch, maar in ons paleis... Die onafzienbare gangen, die enorme zalen... De meeste arbeidsters doen de hele dag hetzelfde zware werk. Ik kan het eigenlijk niet aanzien.
En Eduard maakte steeds minder tijd voor mij, ik kreeg vanaf onze thuiskomst van de huwelijksreis met de dag minder aandacht en ik voelde me al gauw alleen nog maar een versiersel, een mooie pop, waar hij om bewonderd werd door andere staatshoofden.
Het was alsof ik alsmaar verder wegzakte in een koude put en van binnen voelde ik me steeds meer een lege huls, zonder warmte, zonder ziel... De eenzaamheid vernietigde mij bijkans, want echt kennen deed ik niemand, kon met niemand praten... En ik mocht alleen maar de dingen zeggen die toegestaan waren... Niet over hoe ik er zelf over dacht. Altijd maar glimlachen en gelukkig lopen doen...'
Ze moest even ophouden, alles wirwarde door haar hoofd en lijf.
'Eigenlijk was ik alleen nog belangrijk toen ik eindelijk een zoon baarde, want de geboorte van mijn dochter was bijna terloops afgedaan.'
Schreiend klaagde ze:
'Ik krijg mijn kinderen nauwelijks te zien. Ik heb niets over ze te zeggen en ze kennen mij bijna niet. Ze worden opgevoed door mijn schoonmoeder, met behulp van deskundige leraren. Maar,' vervolgde ze met opgeheven hoofd, 'ik heb me één ding voorgenomen: ik zal er voor knokken dat mijn dochter niet met een prins en zeker niet met een kroonprins trouwt!' Vechtlust schitterde koortsig in haar ogen, een rood kleurtje sierde haar bleke binnenshuiswangen. Eindelijk een beetje leven in dat timide, wezenloze ding.
Na een lange stilte mopperde ze:
'En waar ik nog altijd moeite mee heb: altijd vreemden om ons heen! Nooit zijn we alleen. En alles is zo koud in dat marmeren paleis, zelfs het eten. Nooit eens hete soep waar je je mond aan brandt, nooit eens een paar warme aardappelen. Als koningin wordt je als eerste bediend, maar je moet wel wachten met eten tot iedereen opgeschept is... En op die gouden borden wordt alles toch al meteen koud! Ik kijk altijd jaloers naar de mensen onderaan de tafel: die hebben heerlijk warm eten en kunnen meteen beginnen! En al die liflafjes! Wat heb ik vaak zitten snakken naar onze stamppotten met worst! De droge oude korsten brood met boter en worst die ik met hete thee naar binnen werkte in de keuken, lijken me nu zo dikwijls koninklijke maaltijden! Ik weet gewoon niet meer wat het is: warm eten en drinken. Ik voel me verkleumd tot op het bot, tot in mijn ziel...'
Het werd haar weer even teveel. Tine legde warm een arm om haar heen.
'En dan elke dag de kapper aan je hoofd, soms uren als er iets bijzonders is en er ìs zo vaak iets bijzonders. En die stijve, dure kleren, waar je nooit aan went, want ik draag de meeste maar één keer. Nooit kan ik eens met de haren in de wind lekker buiten hollen of een oude slobbertrui aan met een spijkerbroek!' riep ze uit, 'en altijd maar glimlachen, alsof je de gelukkigste vrouw van de wereld bent. Mijn schoonmoeder heeft me in alles keihard getraind.'
Treurig keek ze ons aan en toen zei ze:
'Die mooie, glazen muiltjes, waar iedere jonge vrouw zo naar smachtte om ze te mogen passen, waren voorlopers van dagelijks kwellingen door de nauwe schoenen met hoge hakken die ik nu moet dragen. En omdat ik nogal klein ben, zijn het heel hoge hakken, om niet teveel weg te vallen bij Eduard. En dat in die eindeloze gangen en de urenlange recepties en de tot diep in de nacht doorgefeeste bals... Zó word ik wreed elke dag met brandende, gemartelde voeten herinnerd aan jullie arme onderdanen.'
We lieten haar, op haar verzoek, onze voeten zien en hoe goed we konden lopen in gemakkelijke schoenen, bijna beschaamd om ons prettig schoeisel en ons lekker lopen. Ze was jaloers en werd kwaad om alle leed wat haar dagelijks aangedaan werd.
'Ik heb jullie zo vaak geschreven, maar ik kreeg nooit antwoord!'
Toen werd ons duidelijk dat onze brieven voor haar achtergehouden werden! Er moest ergens een hele stapel liggen! Toen ze dat hoorde, sprong ze woedend op en schreeuwde:
'Ik zàl ze vinden en wee degene die dit bekokstoofd heeft! Maar ik weet eigenlijk wel wie hier achter zit! Dat heeft vast Eduard, samen met zijn moeder uitgedokterd... Die heeft het in het begin zo vaak over jullie gehad en je onhebbelijk en bedrieglijk gedrag toen! Hij haatte jullie. En dus heeft hij gezorgd dat ik nooit iets van je te horen kreeg... Dat er geen enkele brief bij jullie terecht kwam...
Het is er net een gevangenis voor mij, geen stap mag ik buiten de deur zetten. Ook alle post wordt voor mij door anderen gelezen en beantwoord! Ik ben en kan en mag en heb niets meer zelf. Die rijkdom, dat aanzien is een gevangenis, een zware last en een grote leugen!'
'Maar hoe ben je dan te weten gekomen dat moeder dood is en hoe ben je daar weggekomen?' vroeg ik verbijsterd.
Ze begon weer te schreien, vertelde dat ze af en toe een krant onder ogen kreeg en toevallig die van gisteren gevonden had. Zo viel haar oog onmiddellijk bij het openslaan op de overlijdensadvertentie van haar stiefmoeder.
Ontsnapping
Ze was ten einde raad op strooptocht gegaan door het paleis onder het smoesje dat ze eens wat meer van het paleis wilde zien. In een afgelegen gedeelte had ze een vriendelijk ogend dienstmeisje aangesproken dat aanvankelijk króóp voor haar: de koningin die haar zomaar aansprak... Ze was als de dood dat ze ergens voor op haar kop zou krijgen, al wist ze niet waarvoor...
Julia had haar kunnen overhalen om haar wat kleren en platte schoenen te lenen, zodat ze zo min mogelijk aandacht zou trekken als ze stiekem wegglipte. Ze moest en zou naar ons toe komen om afscheid te kunnen nemen van haar stiefmoeder.
Een vriend van het meisje, een lakei, had haar naar buiten geholpen, langs een weinig gebruikt achterpoortje in de muur rondom de tuin van het paleis. Hij had ook voor een rijtuig kunnen zorgen en de koetsier omgekocht.
'Met zijn eigen geld, want ik had nooit geld natuurlijk. Ik zal hem bij terugkomst een van mijn armbanden geven. En dat meisje ook. Die kunnen ze dan verkopen...'
Afscheid 1
'En dan wil ik nu afscheid van moeder gaan nemen,' zei Cindy na een lange stilte vol vrede en warmte nu en stond op, liep naar de voorkamer. We volgden haar op haar uitnodigend gebaar en gedrieën, de armen om elkaar heen, stonden we een poosje zwijgend bij de kist. Niemand had kunnen voorzien dat we nog eens zó, als warme zusters bij elkaar zouden zijn... Nu was alles goed en het zou alleen nog maar beter worden, dat kon niet anders!
'Wat lief ligt ze erbij!' mompelde ze uiteindelijk ontroerd.
'Ze was ook lief, niemand had zo'n lieve moeder kunnen hebben als wij hadden na die ellendige tijd, na die vreselijke dag! Ze was eigenlijk zelfs tè lief, ze putte zich teveel uit en dat heeft haar ziek gemaakt!'
Ten slotte bukte ze zich en kuste moeder zachtjes op het voorhoofd. Stilletjes gingen we terug naar de andere kamer en zaten nog wat zwijgend bij elkaar.
Veranderingen
Cindy nam zich om te beginnen voor om op zoek te gaan naar al die brieven en kaarten: van haar aan ons en van ons aan haar. En ze begon ertoe over te hellen om nog veel méér te gaan veranderen daar in die hoge sferen. Ze wist echter totaal niet of het haar zou lukken: zo'n bolwerk... En ze wist niet waar te beginnen, voelde al bij voorbaat de gigantische tegenstand van iedereen.
'Maar je bent koningin! Je hebt het voor het zeggen!' riep ik uit, je kùnt veel meer veranderen...'
'Ja, maar Eduards moeder zwaait nog de scepter. En met harde hand! En Eduard vindt dat wel goed zo.'
'Dan wordt het onderhand tijd dat jij die scepter overneemt!'
'Ik zal zoveel ruzie krijgen en ik ben zo op mijn eentje!'
'Dan moet Eduard jou maar eens laten zien wat jij hem waard bent. Probeer hem aan jouw kant te krijgen. Laat hem voelen dat jij de koningin bent en niet zijn moeder. Leg hem plannen voor die je uitgewerkt hebt.'
'Maar ik ben en blijf zo op mijn eentje!' schreide ze haast.
'Dat is niet helemaal waar: je hebt ons en ook al zijn we dan niet daar bij jou, het gevoel van dat er iemand is waar je op terug kunt vallen zal je sterken in de moeilijkste ogenblikken! En je kunt vast nòg wel eens ontsnappen!'
Ze had een kleur van opwinding en haar ogen stonden verward.
'Kunnen jullie niet bij mij komen wonen?'
Tine en ik keken elkaar aan en we wisten allebei dat dat niet kon, dat we het niet wilden ook en we dachten beiden dat het niet nodig zou zijn. Cindy zou de kracht in zichzelf vinden, dat wisten we zeker. Als wij daar waren zouden de mensen om haar heen heus niet méér naar haar luisteren dan wanneer wij op de achtergrond bleven. Integendeel: nu zou de kracht uit haarzelf komen en niet voor een deel van ons. Dat legde Tine haar zo ook uit.
'Ik mag dat ook eigenlijk niet van jullie vragen,' draaide Cindy de zaak om, 'na alles wat jullie hebben moeten doormaken...'
'Zo moet je het niet zien: die ellende is erg goed voor ons geweest en daar zijn we blij mee. Maar jij moet het op je eigen plek doen en met je eigen krachten. Dat kùn je ook, want niemand krijgt problemen over zich heen waar hij of zij niet voldoende kracht voor heeft. Je zit daar niet toevallig zómaar! Je hebt daar een taak!' zei ik.
'Je hoeft het ook niet allemaal ineens te doen,' vulde Tine aan, 'en je hebt een enorme berg woede opgestopt in je lijf gedurende die tien jaar. En nu zou je het liefst al die energie ervan gebruiken om alles in één klap te veranderen. Dan gebeurt hetzelfde als wanneer je in een opgeblazen ballon prikt: die ontploft en spat in losse velletjes her en der uit elkaar. Die opgestapelde energie van je woede kun je gebruiken om voor alles te gaan vechten.
Als je de dingen één voor één aanpakt, kost het je minder energie, iedereen schrikt niet zo en je maakt meer kans om dingen òm te gooien.'
'Hoe en waarmee moet ik beginnen,' jammerde ze nog.
'Je zou kunnen beginnen met eens wat op papier te zetten en dan een goed gesprek met Eduard te hebben,' viel ik bij, 'en laat je daarbij niet afschepen, maar stá erop dat je dat gesprek met hem wilt. Hij is met jou getrouwd en dus moet hij wel met je praten.
Laat hem merken dat je hem gevoelig vindt en dat hij zo goed met staatszaken overweg kan, dat hij eerlijk is. Zulke dingen maken mensen open en dan kun je veel beter met je eigen dingen komen. Ook al omdat het waar is: het is een goede man die alles over heeft voor zijn volk.
Dan ga je hem vertellen dat je iets wil gaan doen, dat je nuttig wil zijn voor hem en voor het volk, dat je inhoud wil geven aan je functie en niet alleen maar een mooie pop wil zijn. Laat hem zien en voelen dat je een intelligente, een wijze, gevoelige vrouw bent, waar hij veel aan kan hebben. Je kunt ook het argument gebruiken dat hij dan veel trotser op je kan zijn dan nu. Probeer ook gesprekken te hebben met ministers over staatszaken, zodat je naast Eduard kunt staan in het maken van keuzes en het nemen van beslissingen.
Dat betekent wel dat je het gevoel, het besef in je omhoog moet halen en telkens weer, dat je wijs en intelligent bènt! Haal daar je kracht uit, dan zul je het uitstralen naar anderen. Dat is onontkoombaar...'
Cindy knikte, strekte onwillekeurig haar rug, begon te glimlachen...
'Poog ook te praten met je schoonmoeder. Zeg haar dat ze jouw, met de nadruk op jouw, kinderen totnogtoe zo goed opgevoed heeft, maar laat zachiesan wel merken dat het jouw kinderen zijn en niet de hare, dat je haar advies wilt in een of ander probleempje en haar altijd graag als adviseuse naast je wil hebben, omdat ze zoveel meer ervaring heeft.
Eventjes later kun je beginnen dingen voor jou en je kinderen te veranderen. Misschien moet je daarin geduld hebben, maar dan komt ook dat zeker goed. En schaf een paar truien en wat dikke rokken aan, met wat platte schoenen, wij hebben hier nog wel wat wat je past...' zei ik lachend.
Ze moest ook lachen en keek me dankbaar aan, gaf me spontaan een zoen. We spraken af dat ze vaak zou proberen om stiekem haar marmeren gevangenis te ontvluchten. Maar eigenlijk wilde ze alles zó veranderen dat we voortaan openlijk met elkaar om konden gaan... Zij naar ons en wij naar haar...
Gezamenlijk trokken we naar boven om wat truien van mij en Tine voor haar uit te zoeken. Op mijn slaapkamer lag mijn man te slapen. Hij schrok wakker van het flakkerend kaarslicht en het geluid wat we maakten, ook al probeerden we zo zachtjes mogelijk te doen. Hij wist niet wat hij zag: de koningin in zijn slaapkamer en hij met zo'n warrige slaapkop! Hij vloog uit zijn bed en schoot zijn kleren aan.
Toen wij even later met een mand kleren beneden kwamen, zat hij aan tafel. Hij stond op en begroette Cindy hartelijk.
Afscheid 2
Toen het, na deze eeuwigheid van verandering en nieuw uitzicht op de toekomst, tijd werd voor Cindy om weg te gaan (de koets zou bijna komen) konden we haast geen afscheid nemen van elkaar. Maar eindelijk maakten we ons toch los uit ons omarmkringetje en stapten gedrieën naar buiten, over het kleine pleintje van dat afscheid tien jaar geleden, waar al dat bloed gestroomd had.
Alhoewel, dat van toen kon je geen afscheid noemen, het was een waanzinnige toestand geweest, een voor ons allen openbreken van de tijd met behulp van dwars op elkaar staande gebeurtenissen en belangen.
We namen met een laatste zoen, voorlopig dan een laatste zoen, afscheid.
Cindy stapte in de koets die meteen wegreed. Wij bleven met vochtige ogen de zwaaiende lantaarn boven het linker achterwiel nakijken, tot het rijtuig om de bocht verdween. Horen kon je het haast niet: de paarden hadden sokjes aan en de wielen waren met lappen omwikkeld...
We wendden ons om en liepen gearmd naar binnen.
Zwijgend zaten we bij elkaar tot het licht en het uur aanbrak van de dag waarop we ons moeder gingen begraven...
Gewoon
Vandaag is dus alles weer 'gewoon': mijn kinderen zijn naar school, mijn man zit in zijn kamertje in de fabriek schoenen te repareren en ik ga hem straks helpen, Tine is terug naar de zaak en Cindy is gisteren vroeg in de nog donkere ochtend het huis uitgeslopen, terug naar haar koude, eenzame, saaie paleis.
Toch is er ontzaglijk veel veranderd, juist door haar komst. Dus is alles niet meer gewoon, of juist gewoner dan vóór die dood van moeder?... Leven uit dood...
************************
| home | boeknpl | trefwrdn | links | reageren? | engls/dts | aan studntn | oproepn | colum | ||||
| Assepoester | Big Sisters | Catastrofe | Martha | Moeders Grafje | Anna | |||||||
Ina Mijling
&
@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&