|
home |
boekenplank | links | reageren?| aan studenten | ikzoek
| colum
| copyright
| mijn boek |
||||||
|
Ina
Mijling &@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%& .STERKE VROUWEN VERHALEN (Als je dit boek downloadt, verwacht ik wel dat je het bijbehorende bedrag
overmaakt. Zie Deze
titel kun je op verschillende manieren lezen: als: STERKE vrouwen verhalen;
STERKE vrouwen-verhalen; Sterke vrouwen VERTELLEN. In deze
verhalen heb ik alle rode draden, de drie inzichten, die door al mijn boeken
heenlopen, verwerkt
A N N A Ik zat op
mijn gemak in het vliegtuig in mijn papieren te rommelen om nog wat na te
kijken voor de lezing die ik straks in New York moest geven. Ik wilde
dezelfde lezing houden als 2 weken terug in Tokio. Ik had nog zo'n 5 uur de
tijd voor de landing. Een deel van het betreffende onderwerp had ik niet goed
in mijn hoofd zitten, dus moest ik nu de gegevens daarover opzoeken. Ik had
mij niet goed voor kunnen bereiden, ondanks dat dit een wereldconferentie
was. Het was gisteravond laat geworden: mijn dochtertje was ziek geworden in
haar weekend bij mij. De hele nacht en dag had ik met haar rondgetobd. De dokter zag het niet zo zwaar in, dus
probeerde ik het óók niet zo zwaar in te zien, maar dat lukte nauwelijks.
Bovendien zag mijn ex, in plaats van om 3 uur 's middags, pas tegen 5
uur kans om haar op te komen halen. Maar ik wilde het kind niet in de steek
laten en was bezorgd, dus was ik meegegaan tot de koorts wat aan het zakken
was. Eenmaal thuis, tegen drieën in de nacht, moest ik ondanks een half doorgewerkte
lezing naar bed van vermoeidheid.
Ineens
schoof er iets tussen mij en de gehaaste papieren. Mijn ogen terugschakelend
van 30 naar 15 centimeter keek ik een hele tijd als gehypnotiseerd naar een
rood kaboutertje met een gele pluim op zijn puntmuts, dat mij vriendelijk
lachend van een blauw zakdoekje aankeek. Een lange tijd leek het, zat ik
verstard naar dat figuurtje te staren als in een andere wereld. Het
kaboutertje bewoog naar mijn ogen en erboven. Ik voelde hoe het zorgzaam
langs mijn verhitte voorhoofd werd geveegd. 'Jij bent
helemaal nat, heb je het zo warm?' vroeg een klein stemmetje mij, vlak bij
mijn oor, 'waarom zit jij met zoveel papiertjes te rammelen?' Ik
ontwaakte haast wreed uit de betovering, blikte wat verstoord naar rechts en
zag een klein meisje met een bont T-shirtje en een knalrode broek. Ze zat
dwars in haar stoel geknield naast mij, anders had ze er niet bij gekund om
mijn gezicht af te drogen. In haar andere arm hield ze een rommelig konijn
vastgeklemd, waarvan je niet eens meer kon gissen wat de oorspronkelijke
kleur was. Haar vlakbije, helderblauwe ogen keken
mij zo intens aandachtig aan dat ik me niet van haar kon losmaken en ik
draaide me verder naar haar om, voor zover dat mogelijk is in krappe
vliegtuigen. Ze zat
alleen, naast haar was een stoel vrij en ik dacht: "haar moeder is zeker
even weg." Ik had even niet in de gaten dat ik op de eerste plaats aan
haar moeder dacht en niet aan de mogelijkheid dat er ook zoiets als een vader
bestond. Toen drong het vlijmscherp tot me door. Het deed pijn. Zo stom als
ik nog was! Ik had zelf net al die ellende achter de rug dat ik niet
voldoende aandacht voor mijn vrouw en kinderen had gehad, waardoor ons
huwelijk en dus ons hele gezin naar de knoppen was. En nu dacht ik
automatisch aan een moeder, alsof moeders de enige ouders zijn. Zo had ik me
wel gedragen, net als al die miljarden andere workaholics, tot het te laat
was. Het was een hoogzittend zeer. 'Waarom
zit jij met zoveel papiertjes te rammelen?', herhaalde het meisje
vasthoudend. 'Ik zit
wat op te zoeken en door te lezen.' 'Waarom
doe je dat?' 'Omdat ik
straks een lezing moet geven.' 'Wat is
dat: een lezing geven?' 'Nou, dan
sta je voor een grote groep mensen en dan moet je iets belangrijks voorlezen.
En deze groep mensen komt uit de hele wereld.' 'O. Dus
jij bent belangrijk!' 'Hoezo?' 'Als je
iets belangrijks moet voorlezen, en nog wel voor mensen uit de hele wereld,
ben je belangrijk. Is het echt, ècht belangrijk?' vroeg ze met grote bewondering
in haar blauwe ogen. 'Eh, ja,' frommelde ik eruit, want was het wel zo? 'En dat
ben je nu aan het opzoeken?' 'Ja. En
nu ga ik verder, want ik moet straks de dingen goed kunnen zeggen,' en ik
dook opnieuw in de puinhoop op mijn knieën, en had wéér niks in de gaten. Zo
was het bij mijn vrouw en kinderen ook altijd gegaan, maar daar dacht ik niet
aan, niet op dit moment, alhoewel er toch iets in mijn buik zat te kriebelen.
Dat kreeg echter nog geen kans en het werd verdrukt door mijn haast en mijn inzet
voor het onderwerp, getraind als ik door de jaren heen was geraakt in het
wegdrukken van signalen vanuit mijn lijf. Door een
handje op mijn arm, een kleine eeuwigheid later of zo, schrok ik opnieuw uit
mijn trance van zoeken en verwerken in het geheugen. 'Welk
verhaaltje ga jij de mensen voorlezen?' 'Eh, dat is moeilijk uit te leggen. Het gaat over het arbeidsrecht,
het recht op werken. Ik heb iets uitgevonden waardoor de mensen geoefend
kunnen worden om hun werk beter te doen zonder ziek te worden.' 'Word je
van werken dan ziek?' Ik werd
gek van dat kind, ze vroeg me teveel. Ik duwde het handje van me weg en ging
weer verder neuzen. Ik zal nou toch niet net dàt
stuk thuis hebben laten liggen! En het zweet brak me opnieuw uit. Ze
herhaalde echter na een poosje haar vraag: 'Word je
van werken dan ziek?' 'Niet van
werken, maar van de sfeer er omheen,' antwoordde ik kribbig om van haar af te
zijn. 'Wat is
dat: sfeer?' Goeie
help: ik zat krap in m'n tijd en nou moest ik dat
kind uit gaan leggen wat een werksfeer was. Ik keek haar aan om haar
duidelijk te maken dat ik geen tijd had. Ik deed mijn mond al open, maar die
vragende ogen... Voor ik het wist had ik de achterkant van zo'n belangrijk
papier gepakt (alles werd nog steeds heel duur op één kant geprint) en met
mijn pen tekende ik een groot gebouw met een torentje erop. De bovenste
verdieping had maar een paar ramen, daaronder waren er meer en de onderste
verdieping had een heleboel raampjes. 'Kijk',
zei ik onderwijzerig, 'dit is een groot kantoor.
Weet je wat dat is een kantoor?' Ze knikte. 'Er werken een heleboel mensen.
Eén man is de baas van dat kantoor' en ik wees op het torentje. 'Soms is een
vrouw de baas, maar bijna altijd is het een man.' 'Raar hè:
dat een vrouw bijna nooit de baas is. Maar ja: vrouwen zijn moeders hè! En
dan heb je geen tijd voor zo'n kantoor. En papa's hebben nooit tijd voor hun
kindjes als ze de baas moeten zijn hè!' Dat kwam
hard aan. Ik moest even lucht happen. Toen ik wat bijgekomen was, ging ik
door zonder erop in te gaan: 'Die baas
kan niet over al die mensen tegelijk de baas spelen, het zijn teveel mensen
en ze doen te verschillende dingen, dus heeft hij andere bazen benoemd die
elk een groepje van die mensen moeten besturen.' 'Net als
een auto?' 'Net als
een auto moeten mensen en werk bestuurd worden door mensen die daar meer
vanaf weten dan de mensen in zo'n groepje.' 'Zoals
onze juf Ankie op school en alle klassen met hun eigen meester of juffie en
meneer Jaap als hoofd?' 'Precies
zo. Wat ben jij knap dat je dat begrijpt!' 'Ik wil
later ook zo'n baas worden,' zei ze gedecideerd. Dat zat
er dik in, maar ik hoopte dat ze dan beter met haar leven om zou gaan dan ik
totnutoe gedaan had... 'Veel
bazen zijn kwade bazen. Ze laten mensen veel te hard werken, want dan kopen
andere mensen veel in de winkel en dan worden die bazen rijk. Snap je dat?'
Ze knikte opnieuw. 'Dat vinden de mensen niet prettig om veel te hard te
moeten werken, maar ze móéten wel, anders krijgen ze hun centjes niet en
worden ze weggestuurd, dan mogen ze niet meer werken in die fabriek. En dàt is nou de sfeer; dat mensen een nare baas hebben en
vaak worden gepest door hun baas en worden gepest door anderen die wel hard
willen werken om zelf baas te kunnen worden. Dat is erg spannend, niet leuk
zoals een leuke film, maar akelig spannend, je wordt er naar van. Snap je nou
wat sfeer is? En in die sfeer moeten mensen heel veel jaren werken. Ergens
anders is het net zo, dus weggaan heeft geen zin. Snap je nou dat mensen daar
hartstikke moe en ziek van worden?' 'Maar
worden er dan zóveel mensen ziek dat de héle wereld jou gevraagd heeft om daar iets voor te komen
lezen?,' vroeg ze met wijde armgebaren, inclusief een de ruimte in zwevend
konijn, bij 'zoveel' en 'hele'. 'Ja, er
gaan zelfs heel veel mensen veel te vroeg dood, zó ziek worden ze van die
spanningen.' 'Ben je
iets verloren?' schakelde ze ineens terug. 'Ja, een
heel belangrijk papier,' zei ik kortaf met en poging tot verder zoeken. 'O, dan
ben je dus niet zo belangrijk meer als je een belangrijk papier niet hebt.
Moest het stukje op dat papiertje in jouw verhaaltje?' 'Ja, dat
moest in mijn verhaaltje', zei ik bijna grof. Ik keek geïrriteerd opzij, maar
smolt meteen weg voor die eerlijke ogen. 'Dat heb
je vast thuis laten liggen.' Ik
verstarde, zag ineens mijn volgorde van handelen. Ik had het bundeltje net in
mijn hand toen de telefoon ging. Ik liep naar de boekenkast, legde de
papieren even naast de telefoon en daar was het stapeltje gevallen. Ik moest
in mijn haast bij het oprapen een paar blaadjes gemist hebben, misschien
onder de kast? Ik kreeg het benauwd. Een handje op mijn hand... 'Maar je
weet het toch wel uit je hoofdje meneertje?' 'Ik denk
het niet, ik ben bang van niet.' 'Waarom
ben je bang?' Ik
zuchtte ongeduldig en zei: 'Ik kan
straks mijn lezing niet goed houden als ik dat stukje er niet in kan zetten!' 'Zullen
de mensen je dan uitlachen of zo, of straf geven of wegsturen als je dat
stukje niet hebt?' 'Nou dat
niet direct, maar die mensen komen van over de hele wereld en als ik dan niet
goed kan zeggen waar ze behoefte aan hebben...' 'Wat is
dat: behoefte?' 'Iets wat
je nodig hebt...' 'O, dus
jij hebt behoefte aan dat stukje papier?' Ik moest
toch lachen om die wijsneus met haar bijna zwarte haren. Was ze daarom zo
bijzonder, omdat ze blauwe ogen had en zulke donkere haren? 'Ja,
anders sta ik straks voor schut.' 'En vin'
je dat erg?' Ik had
neiging om te roepen: "help me van dat kind af!" Maar waarom? Had
ze niet gelijk? Ik zuchtte nog eens. 'Ja, dat
vind ik erg,' bleef ik eerlijk. Ze veroorzaakte gewoon dat je wel eerlijk
móést zijn: geen ontkomen aan! 'Zit het
dan niet in je hoofdje wat je geschreven had?' 'Ik ben
bang van niet!' 'Jij bent
ook erg bang hoor! Bang voor dit, bang voor dat!' En ze keek me aan met haar
grote ogen borend in de mijne. Ik rook haar pasgewassen haartjes die bijna in
mijn gezicht kriebelden, zo dicht zat ze naast me. 'Jij hoeft niet bang te
zijn. Je bent zo knap, je vind het vast wel in je hoofdje terug. Je hoeft het
alleen maar eventjes op te zoeken in je hoofdje!' Misschien
had ze wel gelijk. Ik deed even mijn ogen dicht en ze pakte mijn hand. Een
aangenaam warm handje had ze, alsof haar rust en zekerheid in mij
overvloeiden. Ik genoot van die rust. Op een gegeven moment pakte ik een stuk
papier en begon in telegramstijl op te schrijven wat ik nog wist van wat ik
zocht en kijk: binnen een paar minuten stond het zwart op wit. 'Zie je
nou wel! Je bent veel knapper dan je dacht hè!' Ik lachte
en kon het niet nalaten om haar een dikke knuffel te geven. 'Dank je
wel hoor, je hebt me heel erg geholpen!' 'Weet je
wel dat je nou nog belangrijker bent? Je hebt zomaar iets in je hoofdje
teruggevonden wat je kwijt was!' Ik lachte
haar toe en zuchtte opgelucht. Een
tijdje zaten we zo naast elkaar. Toen: 'Waarom
heb jij zo'n rare bril op?' 'Rare
bril?' 'Ja, het
is net of je verdriet hebt, of je moet huilen...' Automatisch
rukte ik mijn bril af en draaide hem om en om in mijn handen: het was
inderdaad een zogenaamde 'huilbril'. Ik keek haar aan en het viel me opnieuw
op dat ik mij niet kon onttrekken aan dat open gezichtje, die
nieuwsgierigheid en nu daarbovenop: die bezorgdheid. Die bezorgdheid had ik
goed gekend: van mijn vrouw als ik weer eens doodmoe thuiskwam uit kantoor.
Nu zag ik dat zelfs in de oogjes van dit kind. Een meisje: zat de bezorgdheid
voor anderen er dan al zó vroeg ingebakken? Zoveel wist ik inmiddels wel van
vrouwen, mede door de strijd die mijn vrouw tegen mij geleverd had om mij te
pogen duidelijk te maken dat een goede kostwinner nog geen goede echtgenoot
en vader was... Vooral niet als hij wel profiteerde van de zorg van zijn
vrouw, maar er geen aandacht aan haar voor kon teruggeven. 'Heb jij
verdriet?' Ik voelde
de kersverse narigheid van maanden verdriet en spanningen en getouwtrek om
kinderen en spullen in mijn lijf omhoog golven. 'Heb je dáárom zo'n bril: omdat je eigenlijk moet huilen?' Goeie
god! Wat mijn vrouw nooit gelukt was, lukte dit kleine meisje: ik begon te
huilen, te snikken. Dat kleine handje bleef op mijn arm en het leek wel een
grote stevige knuist die me steunde in mijn verdriet. Het gekke was dat het
me niets kon schelen dat er allerlei mensen om me heen zaten: ik bleef net zo
lang huilen tot ik voelde dat het op was, voorlopig tenminste. Wist ik
veel... 'Lekker
hè?' zei het kleine ding naast me, 'mijn oma zegt altijd dat mensen die
durven huilen góéie mensen zijn, die durven
verdriet te hebben. En huilen is lekker en gezond! Moet jij vaak zo huilen?' 'Ik huil
nooit!' 'O, nou
snap ik waarom je zo'n bril gekocht hebt: je moest eigenlijk huilen en nou
laat je die bril dat voor je doen!' Nou moest
ik toch lachen van die logica! En ik werd nu echt nieuwsgierig: wat was dat
voor een kind? Ze was niet veel anders dan mijn tweeling, ietsje jonger
schatte ik. Maar had mijn dochtertje niet ook vaak zulke dingen gezegd, zo
raak? Waarom had ik daar nooit genoeg aandacht aanbesteed? Die hemelsblauwe
ogen leken wijde vlakten van openheid en tegelijk diepe oceanen van wijsheid.
Hoe kan een klein kind zó wijs zijn, zoveel liefde en mededogen uitstralen?
Waarom kon een klein meisje dat wel en had ik dat niet gekund? 'Mijn
papa kon helemaal niet huilen, maar hij had ook niet zo'n bril. Misschien
maar gelukkig dat jij wel zo'n bril hebt.' Ik lachte
dat de tranen me over de wangen liepen. Toen hoorde ik iets in wat ze gezegd
had: 'kon' en 'had'. 'Heb jij
geen papa?' 'Heb ik
gehad,' zei ze ernstig, 'mama was gescheiden.' Ik
schrok: opnieuw de verleden tijd. Wat was hier aan de hand. 'Heb JIJ
een mama?' klonk het kleine stemmetje opnieuw. Er stak niet zomaar domme
nieuwsgierigheid achter, maar echte interesse die op de ander gericht is en
niet op bevrediging van eigen willen-weten. 'Nee,
mijn mama is allang dood!" 'Mijn
mama ook, die is ook allang dood. Maar dat vind ik niet erg hoor! Misschien
kent mijn mama jouw mama wel en dan hebben ze het gezellig samen!' Goeie god
wat een meid! 'Misschien
is jouw mama wel hetzelfde als de mijne! En wie zorgt er nu voor jouw kindjes
als hun mama dood is?' 'Ik
bedoelde mijn eigen mama, niet die van mijn kindjes.' 'Heb jij
dan geen mama van jouw kindjes?' 'Niet
meer: ik ben gescheiden!' 'O, en je
hebt nog wel een huilbril en je kunt huilen! En dan toch scheiden? Van mijn
papa kon ik het begrijpen dat hij niet huilen kon, maar jij bent zo lief, jij
kunt wel huilen, dan hoef je toch niet te scheiden?' 'Ik kon
niet huilen, dat heb jij me geleerd!' 'O, en
zou je nu weer naar jouw mama en je kindjes terug kunnen, nu je wel kunt
huilen?' O God! Er
was blijkbaar geen ontkomen aan! Ik begon me te generen, ik moest maar weer
aan het werk. Een mooie uitvlucht bedacht ik later, want het werd gevaarlijk!
Dus zei ik dat ik nog wat moest werken en dat ze eventjes stil moest zijn. Een heel
tijd kon ik rustig doorwerken. Alhoewel: rustig? Met zo'n stukje dynamiek
naast me? Zo'n onruststookstertje. Ik deed de
grootst mogelijke moeite mijn gedachten bij de papieren te houden, maar er
waren gevoelens losgewoeld die het nuchtere denken overschreeuwden. De
stewardess kwam langs en vroeg vriendelijk of ik nog iets wilde gebruiken. Ik
keerde me naar rechts en vroeg het meisje of ze limonade wilde, maar dat
hoefde ze niet. Ze zou later wel met degene eten die met haar hier was,
bedacht ik. Ik bestelde koffie met een volkoren broodje-gezond.
Nog zoiets wat ik thuis geleerd had: beter eten. Thuis? Thuis? Wat was mijn
thuis? Hàd ik dat nog wel? Dat had ik grondig
verknald, net als al die andere mannen die werk en baan en ambitie vóór
lieten gaan op huwelijk, relaties en gezin... En wie had mij steeds maar weer
proberen te zeggen dat je èn goed in je werk kunt
zijn èn goed thuis? Dat dat elkaar helemaal niet bijt?
Dat zelfs het werk een ander gezicht krijgt als je er als mèns op de eerste
plaats mee omgaat en als je op je werk en thuis in een andere dimensie leeft?
Mijn vrouw toch. Tot vervelens toe zeurde ze erover. Vooral als ik weer met
zo'n rotverhaal van kantoor thuiskwam, of een berg weekend-werk
mee gebracht had... En mij visie op anders-werken
was er eigenlijk op geïnspireerd... Maar ikzelf! "Je
moet je er niet zo in vastbijten. Je moet je niet zo uit laten buiten. JIJ
bent belangrijk, niet je werk, niet je promotie, niet je geleerdheid. Dat
zijn maar kleine stukjes!" Maar altijd weer stootte ik dat af als gezeur
en "jij kijkt door een eng kokertje. Wat weet jij nou van het leven
daarbuiten? Met zulke verhalen kan ik niet bij mijn baas aankomen." Ze was blij
toen ik van dat kantoor af ging en mijn ervaring en wetenschap ging gebruiken
om een al snel goedlopend adviesbureau te starten: "Nu ben je eigen baas
en kun je je eigen tijd indelen en beslissen over je mentaliteit, omdat je
niet meer afhankelijk bent van die pyramide van
bazen boven je, de tijdsdruk en die etterige collega," had ze gezegd.
Het leek zo mooi, maar binnen de kortste keren zat ik tot mijn nek in het
werk en kwam er wéér niets van anders omgaan met mijn gezin. Toen de
tweeling 4 was, wilde mijn vrouw ineens buitenshuis gaan werken. Ik had er
moeite mee gehad, ik begreep echter iets van de tijdgeest en schikte me erin.
Maar eigenlijk vond ik dat ze toen niets meer te zeuren had: ze had nu haar
eigen baan en inkomen. Ze was nu geëmancipeerd. Ze moest mij nu ook mijn werk
laten doen. Het werk in huis moest ik nu met haar delen, maar daar kwam niet
veel van, ondanks dat ik deels kantoor aan huis had: ik zat vaak tot
's avonds laat te werken, of ik was een paar dagen weg voor een symposium. In de
schaarse uurtjes die ik vrij kon maken, deed ik wel eens boodschappen met
haar en ik bediende zelfs de stofzuiger. Een enkele keer kwam ik er toe om de
afwas te doen of het gras te maaien. Tot het te laat was... Na een
hele tijd schrok ik weer op: 'Hoe heet
jij?' 'Jan.' 'Dag
Jan!' 'Dag eh... En hoe heet jij dan?' 'Ik heet
Anna en dit is Bibi', mij haar konijn voorhoudend. 'Dag
Bibi,' aaide ik het dier, waarna Anna hem weer vlug tegen zich aandrukte,
'dag Anna! Ik hou van die naam, ik had een zusje dat zo heette, maar die is
doodgegaan toen ze 3 was.' Ik keerde me peinzend van haar af en keek naar
buiten naar de wolken die onder ons doorschoven. We hadden mijn zusje Anna
gevonden in de vijver van de buren. Zelf was ik 12, maar ik had veel met haar
gesold. Ik was dol op haar geweest. Ik had nachten niet kunnen slapen van die
dood. De beelden van dat stille, witte gezichtje, dat slappe lijfje, waarvan
het hoofdje en de armpjes los bungelden in de armen van mijn moeder, bleven
dag en nacht in mijn hoofd en lijf rondspoken. Ik had maanden getobd, was van
een levendige schooljongen vermorzeld tot een teruggetrokken ventje. En ik had
niet in de gaten dat de tranen me opnieuw over de wangen rolden. 'Zit je
weer te huilen? Dat hoeft niet hoor! Kleine kindjes worden vast altijd
gelukkig als ze dood zijn. Ze zijn niet stout en doen anderen geen pijn! Dan
mogen ze gelukkig zijn!' Ik wist even
niets terug te zeggen op deze theologie, dacht na over wat ze nu gezegd had.
Op de een of andere manier dwong ze me om steeds het juiste antwoord te
geven: 'Ik heb
ook niet verdriet voor háár,' zei ik, 'maar voor
mezelf, omdat ik haar nog altijd mis!' 'Of ben
je boos op je hartje omdat je niet bij haar was toen ze dood ging?' Ik voelde
diep verdriet vanuit mijn buik omhoogkomen, want ze sloeg de spijker op zijn
kop. 'Wil je
me dat verhaaltje van hoe ze dood ging en zo vertellen?' 'Dat is
geen verhaal voor kleine meisjes die nog een lang leven voor zich hebben. Jij
moest eigenlijk alleen aan leuke dingen denken en aan spelen en aan
vriendinnetjes en zo.' 'Hoe weet
jij of dat geen verhaaltje voor mij is? Dat heb je me toch niet gevraagd. En
je hebt het toch niet uitgeprambeerd?' Ik lachte
omdat 'uitgeprambeerd', maar toch kwamen de tranen
opnieuw omhoog. Ik wachtte even tot ik mijn verdriet voldoende onder controle
had: 'Ze is
verdronken in de vijver van de buren,' zei ik zo goed en zo kwaad als dat
gaat met verdriet in je stem, 'ze zat er altijd graag naar de visjes te
kijken en al die kleine beestjes die over het water schaatsen. We vonden haar
in de vijver. Mijn papa en mama zijn heel hard met haar in de auto naar het
ziekenhuis gereden, maar het was te laat.' 'En jij
bent boos op jezelf omdat je niet op haar gepast hebt!' Ik kon
haar alleen maar treurig aankijken. Ze zette haar konijn op mijn schoot,
bovenop het koffertje, pakte met haar kleine handje mijn hand en streelde die
met haar andere poezelpootje. 'Jouw
zusje,' zei ze indringend en keek me met een bijkans volwassen, vaste blik
diep in de ogen, 'is vast heel gelukkig en ze wil dat jij niet meer boos op
je hartje bent.' Dit klonk
zo overtuigend dat er een grote last van mijn ziel viel. Ik keek haar nu
opgelucht en beduusd aan: wat was zij voor een kind, wat was zij voor iemand.
Ze was een IEMAND, maar wie? 'Jouw
papa blijft wel lang weg hè,' vroeg ik na een hele poos elkaar in de ogen
staren, hetgeen me goed deed, 'of was je hier niet met je papa?' 'Ik ben
hier alleen. En ik wil wel met jou mee, want ik vind je lief!' Ik schrok
me wezenloos. Wat moest ik met dat kind? Ik kende haar helemaal niet en
waarom was ze weggelopen? Waar hoorde ze thuis? Ik kon haar toch niet overal
mee naar toe slepen! Ze zouden me op het congres zien aankomen. Maar je kunt
toch ook niet zomaar een wildvreemd meisje meenemen naar waar ze niet thuis
hoort! Ik wist me geen raad en voelde zweetdruppeltjes langs mijn voorhoofd
parelen. 'Je hoeft
niet bang te zijn voor mij hoor! Ik zal helemaal niet lastig zijn, ik ben een
zoet kind! Je zult het nog fijn vinden met mij.' 'Maar ik
kan jou zomaar niet meenemen! Wat moet je vader er wel van denken dat je met
een vreemde meneer meegegaan bent! 'Papa
weet niet dat ik hier ben, ik kom van elders.' Wat een
woordenschat had dat kind. "Dat kind": ik moest haar naam gaan
gebruiken. Welnu dan: wat een woordenschat had Anna. Dat zou je niet
verwachten van zo'n jong ding. 'Hoe oud
ben je Anna?' vroeg ik. 'Ik ben
oud genoeg om met jou mee te gaan', was het stellige antwoord, 'ik ben al
vijf'. Ik bleef
in hopeloze verwarring. Ze wees
op de papieren op mijn schoot; 'Vin' je
dat leuk, al die lettertjes lezen?' 'Nou,
leuk...' zat ik te peinzen, 'leuk, wat is leuk. Het is mijn beroep en ik weet
er veel vanaf en daarom ga ik die lezing houden in New York.' 'Ik moet
ook naar Noe Jorrukk,'
aapte ze me na, 'daar word ik opgehaald door mijn tante Trudie.' Er viel
een pak van mijn hart: ze had een doel en er wachtte iemand op haar, ik zou
haar niet mee op sleeptouw hoeven nemen. En meteen daar bovenop: toch zou ik
wel méér met haar willen praten en willen weten wie ze was en wat er van haar
zou worden: zo'n filosoofje! Ik besloot dat ik zou
proberen even met die tante te praten en adressen uit te wisselen en
toestemming te krijgen om af en toe Anna op te zoeken. Dat moest toch lukken! 'Ik ga
bij mijn tante wonen, want mijn vader is nergens en mijn oma, waar ik eerst
woonde, is ziek geworden,' zei ze ongevraagd, maar de vraag ernaar lag al wel
op mijn lippen. 'Wie
heeft jou dan op het vliegveld gebracht dan en wie zorgt er hier voor jou?' 'Mijn
tante Wies en ome Piet die naast ons wonen hebben me naar het vliegtuig
gebracht en de juffie die jou net koffie bracht, die helpt me ook mijn tante
vinden strakjes.' 'Ik zal
het jammer vinden als ik je nooit meer zal zien.' 'O, maar
dat hoeft niet hoor, ik kan mijn tante toch vragen of jij voor mij mag
zorgen? En als je dan weer bij je mama en je kindjes gaat wonen, heb ik ook
weer vriendjes en vriendinnetjes...' Zo simpel
was het voor een kind. Wist zij veel dat het zo niet ging in deze strakgeordende maatschappij. Voor haar was het een
uitgemaakte zaak. En had ze niet gelijk: moest het niet zo eenvoudig kunnen
gaan? Maar mijn ex had voorgoed de balen van mij, daar hoefde ik niet meer
aan te kloppen. En ik alleen met Anna: hoe moest dat met mijn werk? Dat werk
weer, dat verdomde werk weer! Misschien was zij wel op mijn pad gekomen om daar
nou eens voorgoed mee af rekenen. Ik vroeg
haar naar haar oma en hoe ze weggegaan was: ze moest veel verwerkt hebben in
een korte tijd! Ze
vertelde dat ze op een dag uit school gehaald werd door tante Wies. Oma was
ziek geworden en ze hadden haar naar het ziekenhuis gebracht. Die avond ging
ze met tante Wies oma opzoeken in een ziekenhuis met een hele boel lange
gangen waarin ze vast en zeker aan het verdwalen waren, maar ze kwamen toch
bij oma. Ze zag alleen een hoog bed waar ze oma niet in kon zien liggen. Maar
tante Wies had haar opgetild en naast oma op bed gezet. Dat was zo'n naar
gezicht: een slangetje in haar neus en eentje aan haar hand en ze zag zo wit.
Maar oma lachte weer zo lief naar haar zoals altijd en Anna had teruggelachen
en was alle narigheid eventjes vergeten. Ze had oma gevraagd of ze gauw
terugkwam, maar oma was gaan huilen en had gezegd dat ze te ziek was. Ze zei
dat tante Trudie in Noe Jorruk
voor haar zou gaan zorgen. Anna had nog gehuild dat ze niet weg wilde, dat ze
oma wilde helpen beter worden, maar oma werd weer ziek, zodat de dokters
geroepen moesten worden en zij moest met Tante Wies meteen mee. De
volgende dag waren ze weer naar oma gegaan en toen had oma afscheid genomen,
omdat Anna al gauw naar Amerika zou gaan. Anna moest weer huilen toen ze
eraan terugdacht. Ze miste oma zo erg en tante Wies en ome Piet en de kindjes
van school en juffie... Toen had oma gezegd dat Tante Trudie het heel fijn
vond om een kindje te hebben... Maar het troostte Anna niet. Ze mocht een
paar dagen bij tante Wies en ome Piet logeren en haar spulletjes uit het huis
bij elkaar zoeken en wat kleertjes... En toen brachten ome Piet en tante Wies
haar naar Sjipol. Ze moest weer huilen. Ik liet
haar, legde haar konijn terug op haar schoot, wat ze meteen stevig in haar
arm nam. En nu had ze mij gevonden, zei ze nog toen ze een beetje bekomen
was. Ze kroop tegen me aan met twee middelste vingertjes in haar mondje, de
pink en de wijsvinger tegen haar wangetje en haar konijn in die arm
vastgeklemd. Ik legde verbouwereerd mijn arm om haar heen. Zo viel ze al
spoedig vol vertrouwen in slaap. New York Toen we
landden in New York, probeerde ik haar zachtjes wakker te maken. Ze kreunde
even en nestelde zich nog steviger tegen me aan. Maar ze moest toch wakker worden.
De stewardess kwam eraan en glimlachte even om het vast wel lieflijke
tafereeltje: een man met een hoop papieren in een rommelig koffertje op
schoot, die met een slapend kind in zijn arm zit. Ik dacht
aan wat we vroeger deden met de kinderen als ze op nieuwjaarsnacht naar het
vuurwerk mochten kijken. We maakten ze niet wakker, maar begonnen gewoon hun
jasjes aan te trekken, dan werden ze vanzelf wakker. Dus dat ging ik bij Anna
ook doen en ze werd zachiesan wakker. De
stewardess haalde het koffertje van Anna uit het bagagerek en wilde Anna bij
de hand nemen. Anna wilde echter niet van me weg en de stewardess nam haar
resoluut op de arm. Maar het kind begon te huilen toen ze van me weggedragen
werd. Ze stak haar armpjes over de schouder van de stewardess heen naar me
uit en riep maar steeds: 'Dat is
mijn nieuwe papa, dat is mijn nieuwe papa! Pappááá!'
Hoe meer mensen tussen haar en mij kwamen, hoe harder ze begon te schreeuwen.
Tot overmaat van ramp liet ze haar konijn vallen en toen was de boot helemaal
aan. Mensen begonnen erover heen te lopen. Eentje maakte een gebaar van iets
in een zijpad schoppen. Het was een heer met een wit boordje in een blauw pak
en met een mooie das. Hij had een koffertje aan zijn hand en een weekendtas
over zijn schouder. Zo'n hufter. Toen schrok ik: ik
zag er precies eender uit en zo meteen droeg ik ook zulke dingen. al zat m'n das in mij tas, nog wel... Ik was toch net zo'n hufter! Maar nee: er werd met veel kabaal uit dat kleine
keeltje een andere boodschap verkondigd. Dit
flitste allemaal door me heen, terwijl ik zo snel mogelijk mijn keurige
colbertje, ja: blauw, aantrok en mijn beide spullen pakte. Anna begon te
schoppen en te slaan en zich met alle macht van de stewardess af te duwen.
Zo'n kracht als dat kind had, kracht uit wanhoop... De stewardess kon haar
niet meer houden en liet haar haast vallen. Anna worstelde zich huilend op de
terugtocht naar mij, maar ik was al vlak bij haar. Wonderwel gaven de
passagiers haar nu de ruimte. Ik ving haar op en ze klampte zich met al haar
kracht aan me vast. Ik stapte even opzij uit de rij en ging met het snikkende
hoopje verdriet op schoot zitten. De stewardess had inmiddels het konijn
gevonden. Terwijl ze het verstofte beestje een beetje schoonklopte,
werkte ze zich door het gedrang en kwam bij ons staan. Ze gaf Anna Bibi
terug. Die drukte het beestje stevig tegen zich aan en stopte gelijk haar
twee vingertjes in de mond, snikte nog wat na. De stewardess stond er wat
verloren bij. Ze aaide Anna over haar bolletje, pakte een zakdoekje en
droogde haar natte gezichtje af. 'Gaat het
nou een beetje?' Maar Anna draaide boos haar hoofd weg. Toen de
drukte een beetje geluwd was, stond ik op en we gingen gezamenlijk naar de
uitgang. Anna wilde alleen door mij gedragen worden, dus nam de stewardess
alle andere dingetjes over: veel bagage had ik niet en Anna ook niet. Ik zou
de volgende dag met het vliegtuig van 3 uur weer vertrekken, dus had ik
alleen een weekendtas en mijn koffertje met papieren bij me. 'Stil
maar Anna! Ik blijf bij je zo lang als ik kan!' en ik klopte haar zachtjes op
de rug. Ten
slotte vroeg ik de stewardess waar ze de tante van Anna zou moeten oppikken.
Die stond buiten de uitgang te wachten met een rode sjaal om haar hals en ze
zou een wit konijn met rode strik dragen. Buiten de
deuren zag ik meteen een man met een bord met mijn naam erop: dat moest Jenkins zijn. Ogod hoe moest
dat nu! Ik wilde Anna niet kwijt vóór ik haar tante had gesproken! Ik ging
met kind en al naar Jenkins. Begroette hem beleefd
en legde zo kort mogelijk uit wat er aan de hand was. Hij glimlachte
begrijpend en beloofde even te zullen wachten. Er was nog wel wat tijd. Er waren
daar gelukkig een paar rijen stoeltjes, want ik durfde niet ver van de
uitgang weg. De stewardess ging koffie halen. Wij wachtten dus gezamenlijk
een half uur, een uur. Toen moesten Jenkins en ik
eigenlijk weg: diner en lezing. Maar ik sprak met hem af dat ik met een taxi
rechtstreeks naar òf het diner, òf
de zaal zou gaan. Ondanks dat het diner ter ere van mij was, verkoos ik toch
hier te blijven wachten: Anna ging nu vóór. Gelukkig lag het congrescentrum,
tevens hotel, niet ver van de luchthaven. Ook zou Jenkins
er voor zorgen dat mijn kamer vervangen werd door twee kamers die naast
elkaar lagen met een tussendeur, voor het geval ik Anna mee moest nemen, want
het begon er steeds meer op te lijken dat die mogelijkheid bestond. De
stewardess intussen werd steeds zenuwachtiger, omdat ze al gauw weer moest
vertrekken. Anna echter troostte haar door steeds maar weer te herhalen dat ìk dan wel voor haar zou zorgen. De stewardess keek me al
spoedig ongelukkig aan en vroeg tenslotte of ik dat wilde. Ik kon niet anders
dan toestemmen. Alles liep zo, alsof het voorbestemd was. We gingen
meteen naar de balie van haar luchtvaartbedrijf. Daar gaf ik mijn naam en al
de adressen die maar nodig konden zijn voor mijn bereikbaarheid dezer dagen,
ook mijn adres in Nederland... Voor het geval er nog iemand zou komen. Ze
vroegen eveneens naar adressen in Nederland waar ze navraag naar mij konden
doen: ze hadden per slot van rekening de verantwoording over Anna en gaven
haar nu zomaar aan een vreemde vent mee. Ik gaf het nummer van mijn ex en dat
van mijn huisarts, dat leek me het beste. Ik keek op mijn horloge: 5 uur, dan
was hij nu wel thuis: 11 uur in de avond. Ze belden meteen en kregen
kennelijk goede berichten, zowel van mijn ex als van hem. Ik mocht Anna
meenemen, maar moest al mijn verblijven door blijven geven, want ze zouden de
kinderbescherming moeten waarschuwen. Daar had ik geen enkel bezwaar tegen.
Ze waarschuwden ook de politie, opdat die uit konden zoeken of er misschien
wat gebeurd was met die tante. Die kreeg het adres van Anna's
tante van de stewardess. We
wachtten nog een half uur, toen moest de stewardess echt weg en zo gingen
Anna en ik op stap. Tenminste: dat wilde ik, maar het kind zat op mijn schoot
te slapen: voor haar was het allang kinderbedtijd. Ik tilde haar op, vroeg
een andere stewardess om mij te helpen met de bagage en nam een taxi naar het
congrescentrum. Daar keken ze raar op dat ik met een slapend kind aan kwam
zetten, maar op mijn verzoek schoof men in de eetzaal twee stoelen tegen
elkaar en daar kon ze op verder slapen. Ik legde mijn colbertje over haar
heen. Merkte toen dat mijn das nog in mijn tas zat en moest glimlachen: laat
maar zo, niet belangrijk, of juist wel? Als teken... Ik kon
nog net aanschuiven aan het halverwege diner ter ere van mij en een speech
aanhoren en zelf iets terugzeggen. Ik wilde Anna in de buurt blijven houden
en zo stond ik later in de grote zaal mijn lezing te houden met een slapend
meisje naast me op twee stoelen op het podium. Ik legde
aan de toehoorders en de tot mijn vreugde vele toehoordsters
uit wat dat meisje daar moest, dat ik geen moment bij haar weg wilde. Vrouwen
raakten ontroerd. Mannen, kerels net als ik: blauw pak, wit overhemd, mooie
das, keihard getraind in flinkdoen, glimlachten
alleen. Trokken die uit mijn verhaal nou geen conclusie? Misschien een
enkeling... Moest dit nou zo gebeuren opdat een enkeling misschien... Ik
begon maar gauw met de lezing. Na afloop
kon men vragen stellen en daar werd druk gebruik van gemaakt. Dit werd
gevolgd door een soort receptie. Ik viel zelf intussen zowat van de graat van
vermoeidheid. Wat haatte ik die officiële ontvangsten. Een volgende keer
moest ik maar een dag eerder gaan, zodat ik even wat aan de jetlag kon
wennen. Toch had ik nog een paar goede gesprekken. Er kwamen dingen in naar
voren die ik weer gebruiken kon om mijn visie te verbeteren. Vooral vrouwen
kwamen met goede ideeën... Vrouwen hadden toch een andere instelling dan
mannen en meteen schoot Angela in mijn gedachten. Angela, Angela! En tranen
dreigden. Angela was ook zo'n vrouw (geweest), maar ik wist het allemaal weer
beter. Tegen 12
uur kon ik eindelijk met mijn lieve vrachtje naar boven. Ik poogde Anna
wakker te maken en dat leek te lukken. Ik vertelde haar dat ik in de kamer
naast haar sliep en het leek wel of ze het begreep, maar bij halfslapende
kinderen weet je nooit. Ik trok enkel haar bovenbroekje, schoentjes en sokjes
uit en stopte haar zó in bed. Ik schoof de bedden in de twee kamers zó dat
Anna door de open deur bij het wakkerworden mij kon
zien en ik haar. Ik liet ook in elke kamer een vloerlichtje aan, maar
controleerde eerst even of dat geen nare schaduwen zou geven. Ik had
wel even overwogen om Anna bij mij op de kamer te nemen, maar ik wilde hier
zo zorgvuldig mogelijk mee omgaan: ik wilde elke verdachtmaking bij voorbaat
ontzenuwen. Men zou mij om half 8 komen wekken, dan moest Men geen klein
meisje bij mij op de kamer vinden. Wel erg, dat de mensheid, of moest ik
zeggen: het mandom zó ver gezonken was dat men bij voorbaat een meisje niet
meer bij een man vertrouwde, zelfs niet als het haar eigen vader was... Ik viel
met mijn kleren aan boven op mijn bed als een blok in slaap, om 2 uur later
uit de diepte omhoog geschreeuwd te worden door een bange Anna, die niet wist
waar ze was natuurlijk. Ik vloog mijn bed uit en nam haar op schoot. Ze was
vreselijk over haar toeren. God, wat had dat kind ook allemaal niet
meegemaakt! Ze was zo bang, ze klemde zich heftig aan me vast. 'Bij me
blijven! Bij me blijven!' riep ze maar steeds. En ik maar herhalen dat ik dat
zou doen, terwijl ik helemaal niet wist of ik me daaraan kon houden!
Uiteindelijk kalmeerde ze wat. Ik wilde
nog wat slapen, maar dat was er niet bij. Ik legde haar in haar bed, liet
zien dat ze mijn bed kon zien en zei dat ik nog erg moe was. Ze wilde 'bij
papa' slapen, wat ik zeker gedaan zou hebben als ze mijn dochtertje was
geweest, maar nu moest ik voorzichtig proberen haar duidelijk te maken dat
dat niet kon. Toen zeurde ze dat ik bij haar in het andere bed zou gaan
slapen, maar dat kon ik ook niet doen. Mede in haar eigen belang. Ik moest er
bij voorbaat voor zorgen dat er geen enkele verdenking op mij zou komen te
rusten. Uitleggen waarom kon natuurlijk ook niet. Uiteindelijk
vond ze het goed en ze beloofde dat ze zou proberen ook nog een paar uurtjes
te slapen, alhoewel het voor haar volop dag was. Gelukkig was ze uitgeput
door die huilbui, dus moe was ze genoeg. Ik stopte haar onder, samen met haar
konijn en liet me op mijn eigen bed vallen. Na een
uurtje echter stond ze voor mijn bed aan mijn schouder te schudden en wilde
spelen. Ik klom moe uit mijn bed, zocht in haar koffertje naar wat speelgoed,
maar dat was niet veel: een pop en een autootje, wat kleurtjes, een kleurboek
en een voorleesboek. En ze had honger! Ik belde naar de balie en daar zorgde
men dat er pap kwam voor haar en een kannetje sterke koffie voor mij... Ik las
wat voor, vroeg haar te vertellen over oma en haar vriendinnetjes op school
en juffie. Ze kon gezellig babbelen. En er kwamen veel vragen van haar: waar
tante Trudie nou was en waar we naartoe zouden gaan, maar ik wist net zo veel
als zij: helemaal niets! Ze bleef ook maar zeggen dat ze bij mij moest
blijven... Ik probeerde haar honderd keer in een uur duidelijk te maken dat
dat waarschijnlijk niet kon, maar dat wilde ze gewoon niet horen. Dan begon
ze weer te huilen en zich aan me vast te klampen. Ten slotte beloofde ik haar
dat ik alles op alles zou zetten om bij haar te kunnen blijven. Ik voelde ook
dat je een kind dit niet aan kon doen: alweer iemand afpakken waar ze
vertrouwen in had. Op dit moment had ze echt niemand anders in deze wereld.
Ik méénde ook dat ik zou proberen om haar te
'krijgen', want dat wilde ik nu zelf... Of het zou lukken was een andere
zaak. Met veel
moeite kwamen we de resterende uurtjes door. Tegen 7
uur ging ik haar wassen en aankleden. Ze wou het niet zelf doen, ìk moest het doen. Ik hoopte maar dat niet net iemand
onze deur binnen zou komen als ik haar aan het wassen of afdrogen was, maar
dat gebeurde gelukkig niet. Ik stond er wel op dat ze haar kontje zelf zou
wassen en afdrogen, omdat, had ik gezegd, mannen daar niet aan mochten komen.
Ik was kwaad op al die mannen die het zo zwaar verbruid hadden voor andere
mannen dat iedereen nu bij voorbaat verdacht werd. We kozen
samen een blauw spijkerbroekje uit met een roze truitje. Ik vond het leuk om
weer voor een kind te zorgen en moest maar steeds aan mijn eigen dochtertje Jozien denken. Samen
gingen we naar beneden om te ontbijten. Ze keek haar oogjes uit naar al dat
moois en al dat lekkers op het ontbijtbuffet. Ze koos natuurlijk veel teveel
uit voor zo'n klein buikje. Ik probeerde haar nog af te remmen, maar ze wou
perse dat en dat en dàt ook nog! Terwijl
we zaten te eten, kwamen er een man en een vrouw naar ons toe, stelde zich
voor met hun functie als politiefunctionarissen en vroegen of ik J. Elterling was. Dat was ik dus en ik nodigde hen uit om
aan tafel te komen zitten. Maar ze wilde me onder 4 ogen spreken. Dat kon
natuurlijk niet: Anna zou zonder mij de hele boel bij elkaar gillen. Voor
haar was de maat vol. Ik legde dat uit aan de twee mensen, ze glimlachten
gelukkig, maar het had evengoed anders uit kunnen pakken. We spraken af dat
wij even af zouden eten en dan konden we alles bespreken met Anna erbij, ze
kon toch geen engels verstaan. De
politie had alle ongelukken in en rond New York ongeveer langs de weg die
tante Trudie zou hebben kunnen nemen, nagetrokken die rond onze aankomst
waren gebeurd en hadden op die manier gemakkelijk de tante van Anna gevonden.
Ze lag na een auto-ongeluk in het ziekenhuis en er was nog geen vooruitzicht
dat ze uit haar coma wakker zou worden. En àls ze
wakker zou worden was er niets te zeggen over hoe haar toestand zou zijn. Dat
was natuurlijk verschrikkelijk voor haar, maar voor mij en Anna hield dat een
mogelijkheid in om bij elkaar te blijven, althans een tijdje. Dat zou
echter niet zo gemakkelijk gaan, zeiden de twee politiemensen. Er moest eerst
een onderzoek komen van de kinderbescherming en ik vroeg nog of dat niet in
Nederland kon, maar dat kon niet. Eigenlijk zou Anna tijdelijk in een Amerikaans
kindertehuis geplaatst moeten worden. Ik keek geschrokken naar Anna: dat zou
haar kapot maken en legde dat uit aan hen. Ze begrepen het wel. We konden
vandaag nog in het hotel blijven en mochten het niet verlaten. Ze zouden een
advocaat sturen die wel meer met zulke dingen te maken had en stelden me
gerust. Anna was immers nog steeds een Nederlandse... Dus golden de
Amerikaanse wetten eigenlijk niet voor haar, maar het was maar net wat de
rechter ervan vond... Rechter? Advocaten? Ik schrok me wezenloos! Dat kon
weken duren! 'Maar ik
moet om 3 uur met het vliegtuig terug! Mag ik een voorstel doen? Ik neem Anna
mee en ga onmiddellijk in Nederland haar oma opzoeken, Misschien leeft ze
nog, dan kan ik alles met haar verder bespreken.' Dat
vonden de twee een goed idee, maar die advocaat en die rechter: daar kwam ik
niet onderuit. Ze zouden echter proberen om alles bijtijds geregeld te
krijgen, zodat ik eventueel met Anna naar Nederland terugkon. Anna had
met grote ogen ons gesprek zitten volgen. Ze vertrouwde het niet en daar had
ze gelijk in. Toen de twee politiemensen weg waren, probeerde ik haar zo goed
mogelijk uit te leggen wat er aan de hand was. Ik wist niet goed hoe ik het
moest aanpakken: haar alles uitleggen, ook een kans op plaatsing in een kindertehuis
en dus een nieuwe scheiding, deze keer van mij? Of haar die extra dreun niet
verkopen en maar hopen dat we samen naar Nederland terug zouden mogen... Ik
koos voor het laatste en vertelde niets over het kindertehuis. Mocht Anna
toch daarheen moeten, dan kwam de dreun wel des te harder aan, maar dan had
ze de kans gehad om die dreun niet te hoeven hebben voelen. Het was een
beetje een warboel in m'n kop en m'n lijf, of juist niet? Had ik het bij het rechte eind? We gingen
voor de afleiding in het winkeltje van het hotel wat speeltjes kopen en nog
een boekje. Anna wilde een tasje erbij: zo'n katoenen, eentje met een
wereldbol. Dat kwam mooi uit, want we hadden net iets teveel bagage nu. Ik
kocht ook nog een mooie pyjama voor haar met een kaboutertje erop. Het leek
wel op dat kaboutertje op dat zakdoekje. Dat vond Anna prachtig en ze wilde
de pyjama meteen aandoen. Het was een donkerrode, dus van mij kon het wel,
het leek een beetje op een yoggingpak. Op de kamer
boven kleedde ik haar om. De pyjama was een beetje aan de grote kant, maar
als je de mouwtjes omsloeg gaf het niet. De broek bleef wel op de boordjes
hangen. Verder zag ze er prachtig uit. Zo gingen we naar beneden. Ik liet
Anna even spelen aan een tafeltje in de buurt van de telefoon, want ik moest
nu Angela, mijn ex-vrouw bellen. Wat besefte ik de gigantische waarde van
haar vriendschap. Wat had ik haar hard nodig. En ik wilde wat 'goedmaken',
voor zover er van goedmaken sprake kan zijn. Anna keek
argwanend naar de telefooncel. Toen de deur achter me dichtviel, raakte ze
meteen in paniek, dus moest ik ons samen in die cel proppen. 'Angela,
met mij, Jan.' 'Hoi Jan,
wat was dat een raar telefoontje gisteravond! Wat is er allemaal aan de hand?
Ik snapte er geen laars van. Ik begon zelfs te denken dat je wat met een kind
had uitgespookt of zo. Ik heb zowat de hele nacht niet geslapen.' Ik legde
haar in het kort uit wat er gebeurd was. Toen: 'Angela,
wat ik in al die jaren niet van jou heb willen leren, heb ik van haar, van
Anna geleerd: kinderen gaan altijd vóór! Het spijt me zo dat ik zo'n slechte
echtgenoot voor jou, zo helemaal geen vriend en zo'n slechte vader voor de
kinderen ben geweest. Nu ik voor Anna moet opkomen en haar wanhoop ervaar,
voel ik pas wat ik de kinderen heb aangedaan door hen zo te verwaarlozen.' 'Ik ben
blij dat je dat zegt. Voor de kinderen is het belangrijk dat je dit ben gaan
inzien.' 'Ik hoop
dat ik Anna mee kan nemen naar Nederland straks,' en ik legde uit waar we op
zaten te wachten, in het engels vertelde ik dat het
echter mogelijk was dat Anna hier in een kindertehuis geplaatst zou worden,
tot er meer zekerheid was over haar tante. Dat ik dat Anna niet verteld had. Meteen
toen ik in het engels overstapte keek Anna me met
grote ogen argwanend aan en ik ging zo gauw mogelijk verder in het nederlands, zodat ze me kon verstaan... 'Angela,
ik wil Anna adopteren als ik toestemming van haar oma kan krijgen...' 'Durf je
dat aan? Je hebt je werk...' 'Ze heeft
nu zoveel meegemaakt dat ze onmiddellijk vastigheid nodig heeft, daar moet
alles voor wijken...' 'Ik
begrijp het, ik sta achter je en als ik wat voor je kan doen moet je het
zeggen.' 'Misschien
de kinderen voorbereiden...' 'Hoe oud
is Anna eigenlijk, je zei dat ze jou van alles geleerd had... Is ze 17 of
zo?' Ik
zuchtte: nu zou je het hebben. Pas na een kleine eeuwigheid of zo kwam het
eruit: 'Ze is 5,
Angela, ze is maar 5, een jaar jonger dan onze tweeling!' Een hele tijd
stilte, een zucht, nu van haar kant en ik merkte dat ik gespannen haar
antwoord stond af te wachten. Ik sloot mijn ogen en haalde diep adem. Werd
rustiger nu. 'Heeft
een kind van 5 jou dingen geleerd die je van een vrouw van 35 niet wilde
leren?' en tranen klonken in haar stem, tranen van jarenlang verdriet en
teleurstelling, van verontwaardiging en ongeloof. 'Ik
schaam me diep Angela, maar dat is waar. En dat lag niet aan jou. Dat besef
ik, het lag aan mij, helemaal aan mij!' Mijn stem klonk laag en warm. Ik had
nog maar zelden zo'n lage stem gehad. Kwam dat omdat ik nu zo eerlijk durfde
zijn? Was ik dan al die jaren door zo oneerlijk met mijzelf en met al die
anderen om mij heen omgegaan? Ik had me ook nog nooit zo goed gevoeld, echt
goed: mezelf! Ondanks, of juist dankzij? deze rare en spannende toestand. 'Ik ben
er helemaal beduusd van. Ik moet er erg aan wennen. In gedachten zag ik een
grote meid voor mij, maar een kleuter...' ze wachtte een poos, 'en je wil
haar adopteren? Dat zou wel leuk zijn, vooral voor Jozien
als ze bij je is...' 'Angela,'
begon ik aarzelend, ondanks Anna opnieuw in het engels,
'ik durf het haast niet te vragen, maar als we nou een groter huis kopen,
waardoor jij eigen ruimtes hebt en ik ook, dat we apart slapen, kunnen we dan
niet proberen om zo half en half weer een gezin te vormen? We kunnen ook
proberen twee huizen aan elkaar te kopen. Dan hebben onze kinderen beide
ouders terug, daar hebben ze recht op. En Anna heeft een vader en een moeder,
broertjes en zusjes.' Het bleef
een hele tijd stil aan de andere kant. Zodat ik nog eens 'hallo' riep en een
zucht als antwoord kreeg. Toen: 'De Feenstra's gaan naar een flat. Het huis wordt te
bewerkelijk voor hen...' De Feenstra's woonden naast ons in het huis waar ik Angela
had laten wonen, terwijl ik voor mijzelf een huisje in de buurt had gekocht,
klein maar met echter voldoende slaapruimte voor de kinderen. Ze hadden vaak
op de kinderen gepast als er iets onverwachts gebeurde. Het waren goede
vrienden van ons geworden. Er ging
van alles door me heen: we zouden ze missen en wie zou er naast ons komen.
Ons? Ik woonde in een ander huis... Ineens drong het tot me door: dit was een
dubbele boodschap en ik stotterde: 'Angela,
bedoel je dat je het wil proberen? Dat we dat huis erbij zouden kunnen
trekken en een gezin vormen?' 'Dat
bedoel ik. Zoals jij het voorstelt: ieder eigen ruimtes en eigen slaapkamer,
dan durf ik het wel aan. Maar zeg nog niets tegen Anna, want je weet niet of
de adoptie wel doorgaat.' 'Als we
het weer gaan proberen samen, wordt de kans erop wel veel groter!' Ik was
dolgelukkig toen we afhaakten af en ik belde tante Wies om te horen hoe het
met de oma van Anna stond. Die leefde gelukkig nog en het leek zelfs of ze
wat beter was. Misschien omdat de druk eraf was van wat er met Anna moest
gebeuren. Maar ze zou het toch niet lang meer maken. Wies
schrok van het bericht dat de zus van Anna's moeder
in coma lag en vroeg zich meteen af wat er met Anna moest gebeuren en hoe ze
het aan oma moest vertellen, want die kon er nu niets bij hebben. We spraken
af dat ze nog niets aan oma zou zeggen, omdat er ook nog maar weinig bekend
was over Trudie. Het was tijd genoeg als ik met Anna daarheen kwam. En ik
moest eerst zien dat ik dat voor elkaar kreeg. Wies vroeg nog eens hoe het
met Anna moest als oma inderdaad zou sterven en ik vertelde haar dat mijn ex
en ik het weer wilden proberen samen en dat we Anna wilde adopteren. Ik gaf
Anna even de telefoon over en er ontspon zich een levendig gesprek tussen
duidelijk twee vriendinnen. Het hele verhaal kwam eruit bij het kleine
meisje. Ik liet haar maar, dat had ze zo nodig. Kon mij het schelen dat dit
telefoontje kapitalen kostte... Uiteindelijk
gingen we weer aan het tafeltje zitten spelen. Vrij kort
daarop kwamen er twee vrouwen en een man naar ons toe. De ene vrouw stelde
zich voor als rechter, de ander was tolk en de man was de advocaat. Ze leken
me sympathiek. Ze begonnen met te zeggen dat alles in het belang van het kind
moest zijn. Dat was ik met hen eens, dus konden we verder praten. Ze vroegen
van alles over mij en hoe ik met kinderen omging. Ik biechtte eerlijk op dat
ik mijn werk altijd de voorrang had gegeven, maar dat ik dat wilde
veranderen, dat ik ook wilde proberen om terug te gaan naar mijn gezin. Dat
mijn ex het ook weer wilde proberen en ik legde uit hoe we zouden beginnen.
We zouden er tijd voor nodig hebben en misschien begeleiding, maar dat wilde
ik wel. Ik wilde kost wat kost een goede vader voor mijn kinderen worden en Angela
en ik wilden Anna adopteren. Ik liet duidelijk uitkomen dat voor de kleine
meid de maat vol was. Dat ze zo snel mogelijk zekerheid moest hebben en
liefst een zekerheid die ze zelf uitgekozen had. De
rechter sprak nog even met Anna, maar niet dan nadat ik Anna verzekerd had
dat ik in de buurt zou blijven. De rechter wilde met haar en de tolk aan een
ander tafeltje gaan zitten. Anna raakte weer in paniek en wilde mij erbij
hebben. Het kostte me heel wat praten en laten zien dat het maar 2 tafeltjes
verder was en dat ze mij de hele tijd kon zien zitten, eer ze meedurfde. Ze ging mee en de rechter zette haar zo dat ze
mij kon zien zitten. Ik zwaaide naar haar en ze zwaaide terug. Ik zag de
rechter vragen stellen en Anna zat heel opgewonden het hele verhaal te
vertellen. Op een gegeven moment echter begon ze weer hartverscheurend te
huilen, ze vloog van haar stoel af naar mij toe. De advocaat die naast haar
zat greep in het luchtledige. 'Ik wil
bij jou blijven. Ik wil bij jou blijven! Jij mijn pappie!' Ik schoof
snel mijn stoel naar achteren, spreidde mijn armen en ving het van wanhopig
verdriet schokkende lijfje op. De tranen rolden ook bij mij over de wangen
uit deernis met dit allene kleine meisje. Over haar
hoofd heen schudde ik 'nee' tegen de rechter. Ze knikte dat ze begreep wat ik
bedoelde: dit kon zo niet langer. Ze deed
geen moeite om Anna terug te halen. Ik zag haar overleggen met de advocaat.
Na een poos knikten ze tegen elkaar en kwamen op ons toe. De
rechter vertelde wat ze Anna gevraagd en gezegd had. Ze had haar gevraagd wat
ze zelf wilde en waarom. Nou, dat had Anna heel duidelijk kunnen zeggen. Ze
had Anna ook gevraagd of ze bij mij had geslapen. Nee dus. En of ik haar
gewassen had die ochtend. Daar had Anna ja op gezegd, maar ook dat ze haar kontje
zelf had moeten wassen, omdat mannen daar niet aan mogen komen had ik gezegd.
Dat had een flinke doorslag gegeven. Ik zei tegen de rechter dat ik zo kwaad
was op al die mannen die het zo verbruid hadden voor goedwillende mannen, dat
er bij voorbaat al verdenking bestond tegen alle mannen met meisjes. 'O
meneer,' zei ze, 'we maken zoveel ellende mee! Ook in de vorm van mannen die
vals beschuldigd worden.' Ten slotte had ze geprobeerd zo voorzichtig
mogelijk Anna te zeggen dat ze eigenlijk in Amerika moest blijven wachten tot
er meer bekend was over tante Trudie. Dat was de druppel... Toen: 'Ik vind
dat U het heel goed aangepakt hebt. Ik moet U nog wel waarschuwen dat het in
Nederland niet allemaal van een leien dakje zal gaan, maar ik zal in elk
geval nu een brief opstellen naar de Raad van Kinderbescherming in uw stad en
in die van Anna, want ik zie wel dat Anna niet meer mag veranderen: dat
betekent onherstelbare schade voor haar. Er zal toch nog wel een onderzoek
komen, maar ik hoop hiermee te voorkomen dat Anna in een kindertehuis
geplaatst wordt vóór de definitieve beslissing. En wees erop voorbereid dat
alles wat Anna heeft meegemaakt, ooit terugkomt. Dat zal ze toch moeten
verwerken.' 'Dat weet
ik wel zeker en we zullen niet schromen om professionele hulp te zoeken.' Ik zei
dat ik niet bang was voor de dingen in Nederland, hoopte alleen dat ik de oma
nog zou kunnen spreken, opdat we zwart op wit zouden kunnen zetten dat ze
Anna aan mij toevertrouwde. 'Er zal
ook gezocht moeten worden naar de vader!' Ik
schrok: dat was waar ook! Die moest ook toestemming geven. Anna was officieel
zijn dochter... Maar ik besloot nog niet zo hard vooruit te lopen op de
gebeurtenissen. Ik was al blij dat we diezelfde middag nog konden vertrekken! 'Ik zal
meteen een ticket regelen voor Anna, zodat we samen kunnen vertrekken.' 'Als U
mij Uw vluchtnummer geeft zal ik dat doen. Blijft U nog maar even met de
kleine op schoot zitten tot ze wat bedaard is.' Ze boog zich over het
poppetje helemaal weggekropen in mijn armen, streelde het over het haar:
'Anna, je mag bij Jan blijven. Ik zal er alles aan doen dat ze dat in
Nederland ook goed vinden.' Even
piepte Anna's koppie
vanonder mijn arm uit. Ze keek de rechter argwanend aan. Ik hoopte maar dat
het niet net teveel was geweest en omhelsde haar nog eventjes wat steviger,
kust haar op haar bijna zwarte haartjes. De rechter glimlachte naar haar en
tikte haar eventjes op het neusje en zowaar: Anna glimlachte even terug. Dook
dan weer weg onder mijn arm. Ik voelde
hoe erg het voor een kind is om niemand te hebben, om heel alleen in de
wereld te staan en ik was blij dat ik tenminste voor dit kind mocht proberen
een thuis te zijn, een vader! De
rechter kwam bij ons zitten, maakte haar aktentas
open, haalde er een officieel uitziend formulier uit en begon het in te
vullen. Ze moest al mijn gegevens hebben. Het duurde een tijdje eer alles
ingevuld was. Ten slotte zette ze met een stevige haal er haar handtekening
onder, liet als getuige ook de advocaat en de tolk tekenen, scheurde het kopie
los en gaf dat mij. Het origineel hield ze zelf. Ze liet de advocaat in de
hal van het hotel nog een fotokopie van het origineel maken en gaf dat ook
aan mij. Vroeg me toen om het vluchtnummer. Ik legde
de kostbare papieren op tafel en zei Anna dat ik haar eventjes los moest
laten om de rechter mijn vluchtnummer te kunnen geven. Ze bleef héél stil
tegen me aan zitten, keek met een schuin oog naar mijn handen, terwijl ik in
mijn tasje rommelde. De rechter pakte mijn ticket mee en ging naar de
telefooncel. Even later kwam ze eruit en zei: 'Het is
in orde. Ze kan met Uw vlucht mee en ik heb het voor elkaar gekregen dat U
naast elkaar zit.' Ik
bedankte haar en de andere twee. Ze nam afscheid van ons en zei nog: 'Laat
eens iets van U horen! Ik wil graag weten hoe het verder gaat met dit
bijzondere meisje. U kunt me bereiken op dit adres,' tikkend op de papieren,
Ze aaide Anna nog eventjes over haar koppie en
vertrok met de tolk en de advocaat. Ik
zuchtte en keek naar de papieren onder mijn neus. Hoeveel zouden ze betekenen?
Zou dit definitief zijn? Zouden ze hier in Nederland mee akkoord gaan? Ik
besloot daar niet over te tobben: dat zoden we dan wel zien. Het was
inmiddels 11 uur geworden. Ik nam een stevige kop koffie en gaf Anna warme
chocolademelk met een dikke dot slagroom. Dat vond ze lekker en ze klaarde
een beetje op. 'Ik ben
zo moe pappie.' 'Dat mag
je ook zijn, dat is heel gewoon als je zulke spannende dingen meegemaakt
hebt.' 'Mag ik
nou voor altijd bij jou blijven? Ik ben zo bang alleen.' 'Ik doe
er in Nederland alles aan dat jij bij me mag blijven en misschien wil de mama
van mijn kindjes ook wel jouw mama zijn!' 'Echt?
Krijg ik een mama?' 'Als de
rechter in Nederland het goed vindt en als Angela, dat is die mama, het ook
goed vindt.' 'En krijg
ik dan een zusje?' 'Je
krijgt twee zusjes en twee broertjes.' 'Wat een
hoop!' en ze begon op haar vingertjes te tellen. 'een zusje en nog een zusje
en een broertje en nog een broertje, dat zijn er vier!' Ik lachte
en zei: 'En met
jou erbij zijn het er 5! Een hele hand vol! Kom we gaan inpakken,' en zette
haar op haar voetjes. Ze begon rond te dansen en te zingen: 'Anna en
een papa, een mama, een zusje, een zusje, een broertje en nog een broertje!'
En herhaalde het hele lied. Het schalde door de ruimte. Veel mensen keken
glimlachend toe, andere keken zuur om zoveel lawaai van zo'n onfatsoenlijk
kind. Bij mij echter knaagde de onzekerheid steeds dieper. Met een zucht
stond ik op en nam Anna mee naar boven om onze schamele bezittingen in te
pakken. * * * * * Naar huis Om 3 uur
vertrokken we met het vliegtuig. Eindelijk op weg naar huis. Het leek wel of
het 3 weken geleden was dat ik naast Anna in het vliegtuig zat, maar het was
slechts een dagje. Er was echter een heel mensenleven tussengeschoven.
Eigenlijk 2 mensenlevens: dat van Anna in het mijne en mijn leven in het
hare. En wat had alles uitgewerkt op de levens van de rechter, de stewardess,
de advocaat, de tolk? Tante Trudie was erdoor in coma geraakt, ze was immers
onderweg om Anna te halen toen ze aangereden werd. Ik schrok: moest Trudie
dat ongeluk krijgen om Anna in mijn leven te sturen? Moest haar oma zo ziek
worden, om Anna... Moest ik die papieren kwijtgeraakt zijn tijdens dat
telefoontje, moest mijn dochtertje zo ziek worden en... en... Ik kreeg
het er een beetje benauwd van. Ik maakte het stereotiepe gebaar van boordje-losser, maar ik had geen das om. Toch frommelde
ik wat aan mijn losse boordje om nog meer ruimte te krijgen en zuchtte diep.
Was het dit wat Angela zo vaak bedoelde met: "je krijgt alles wat je
nodig hebt en op de tijd die goed voor je is"? En: "er bestaat geen
toeval: dingen lopen zoals ze lopen moeten. Het gaat erom wat jij ermee dóét!" Dit was binnen de 24 uur allemaal
werkelijkheid voor mij geworden. Niet alleen voor mij, maar ook voor Anna en
al die ander mensen. Het zou voor nog meer mensen belangrijk worden: mijn
gezin, mijn huwelijk, misschien voor de oma. En hoe zouden Angela's ouders reageren? Ineens een wildvreemd kleinkind
erbij? Haar moeder was heel soepel en dol op kinderen. Haar vader was nogal
conservatief. Goeiehelp wat zou er een storm waaien
door de familie en door de buurt. En mijn vader? O dat zat wel goed. Als
kinderpsycholoog was hij altijd een voorvechter voor een thuis met een grond,
een basis waar de kinderen op konden rekenen, waar ze ruggesteun
kregen, waar ze hun eigenwaarde konden leren en beproeven. Goh: eigenlijk wel
handig zo iemand in de familie, voor als Anna later... Dit alles
flitste in een paar seconden door me heen terwijl ik de bagage wegstopte en
eindelijk ging zitten. Anna zat tevreden naast me, ze stopte haar twee
middelste vingertjes in haar mondje, schikte het konijn nog even wat beter
onder de deken en wilde tegen me aankruipen. De armleuningen tussen haar en
mijn stoel klapte ik omhoog: zo hadden we beiden en samen wat meer ruimte. Ik
legde een arm om haar heen en voelde haar bijna onmiddellijk wegzakken in een
diepe slaap. Het was ook allang weer bedtijd voor haar en dan al die
spanningen. Ik knikte haar stoelleuning wat naar achter, legde haar
gemakkelijker neer en trok de deken wat beter over haar kleine lichaampje. Toen pas
voelde ik hoe uitgeput ik zelf was, ik klapte compleet in elkaar, ik kòn ineens niet meer: twee nachten bijna niet geslapen,
een stevige avond met lezing en vragenstellen en receptie, al de spanningen
rond Anna... Ik knikte mijn stoelleuning ook naar achter en sliep vrijwel
meteen in met mijn gezicht naar Anna gewend een arm over haar heen als om
haar te beschermen. Een
poosje later wekte de stewardess me: ik moest toch wat eten! Ik had geen zin,
maar voorlopig zou ik niets krijgen. We zouden midden in de nacht thuis komen
en dan moesten we allebei naar bed. Ik propte toch maar wat naar binnen en
viel weer in slaap. Toen de
stewardess me opnieuw wakker maakte, waren we bijna op Schiphol.
Ik gespte me vast en Anna ook: het ging nèt en ze
sliep maar door. De
stewardess was zo vriendelijk geweest een rolstoel te charteren, waar ik Anna
in kon leggen, want dat hele eind met zo'n zwaar kind sjouwen: dat redde ik niet. Ik zocht
mijn auto, draaide de voorstoelleuning ver naar achteren, tilde Anna op die
stoel en klikte de gordel vast. De stewardess nam de rolstoel mee en wenste
me 'veel geluk met uw nieuwe kindje!' Het was blijkbaar als een lopend
vuurtje door de hele luchtvaartonderneming gegaan: dat verhaal van Anna en
mij. Door het
donker reed ik naar huis. Ik voelde me helder, ik had goed geslapen en was
weer een beetje 'bij'. Af en toe keek ik naar dat kleine koppie
naast me en voelde me warm worden en vol hoop dat ze bij ons zou mogen
blijven. Kijk nou: ik dacht al in het meervoud, niet meer aan mij alleen,
maar meteen ook aan Angela en de kinderen, zo vanzelfsprekend! Daar was
mijn huis! De tranen sprongen me in de ogen toen ik het zag: de lichten in
het hele huis waren aan, tot in het zolderkamertje toe! Als een blije
kerstboom straalde het licht over het tuintje en de straat op. En daar, daar
voor het huiskamerraam stond Angela, als een trouw silhouet, als een belofte
voor een nieuwe toekomst. Ik zwaaide en zag met mijn betraande ogen slechts
een vlek terugzwaaien. Ontroerd stapte ik uit, liep om de auto heen en maakte
het portier aan de kant van Anna open. De
voordeur ging open. Ik kwam overeind uit mijn halfgebukte houding en draaide
me om. Ik zag in de wazige vlekken van mijn traanogen door het licht boven de
voordeur een stille stralenkrans om Angela heen gedrapeerd, toen ze via het
tuinpaadje, het hekje door op mij afkwam. Ik deed een stap naar haar toe en
nog een. Onze handen grepen ineen en we keken elkaar woordeloos aan. We waren
even groot dus we keken elkaar recht in de ogen. De hare onderzoekend,
ernstig en lief en warm, de mijne onzeker en hoopvol. Ik was niet bang voor
haar onderzoekende blik, ik stond goed in mijn schoenen deze keer. En ik zou
er alles aan doen om op eigen poten te blijven staan. In dit woordeloze
ogenblik werd een eeuwigheidsbeslissing genomen.
Vooral door haar, want mijn beslissing was al gevallen. Ineens sloegen we
onze armen om elkaar heen en ik kon niks anders mompelen dan: 'Angela,
Angela, Angela!' Even later kwam er hortend uit, maar met een lage stem vol
zelfbewustzijn: 'Ik wil voor dit kind knokken Angela, en voor jou en voor
onze anderen kinderen. Geef ons die kans, asjeblieft!' Als antwoord voelde
ik: de oude warmte was er weer! De oude warmte tussen haar en mij! Mijn hart
maakte een opkikker van vreugde en zo stonden we daar maar. Tot een
klein stemmetje achter mij ons opschrok, alsof we even in een andere wereld
waren geweest, en dat waren we ook. Ik draaide me om. 'Is dat
nou mijn nieuwe mammie, papa?' Angela
boog zich voorover, kuste het kind en zei met zo'n rare stem: 'Ja, ik
hoop dat ik je nieuwe mammie mag zijn! Wij zijn blij met jou Anna! Welkom
thuis!' Ze maakte de gordel los en tilde het kind van de stoel. Anna bleef
haar gedurende de hele ceremonie ernstig aankijken. En vragend. 'Waar
zijn de broertjes en zusjes nou? Zijn die binnen?' zeurde ze een beetje. We
moesten lachen om dat halfslaperige stemmetje van dat in Angela's
armen lekker lui hangende kind. 'Die
liggen thuis te slapen. Oma past op ze.' 'Oma?
OMA? Is die dan weer beter?' vloog ze overeind, klaarwakker nu. Het kwam er
haast verbijsterd uit en haar ogen leek eens zo groot in het schemerige licht
van de straatlantaarn op de hoek. 'Nee meisjelief, de oma van de andere kindjes, mijn mama,' zei
Angela. Anna keek wat teleurgesteld. 'Maar we
gaan morgen toch wel naar MIJN oma toe hè,' vroeg ze ineens weer helemaal
bezorgd en wat paniekerig aan mij. 'Ja,
zodra we weer wakker zijn, ga ik allerlei mensen opbellen en dan gaan we naar
tante Wiesje en met tante Wiesje
naar Oma. Is het zo goed?' We gingen
naar binnen: Anna gedragen door Angela. Eenmaal in de gang worstelde Anna
zich los en ging rondkijken. 'Wat een
mooi huisje heb jij en zo groot!' Ze was blijkbaar niet vele gewend, 'en een
echte tuin!' Ik gooide
de achterdeur open en deed het tuinlicht aan. We lieten haar maar even, tot
ze ineens voor mijn neus stond: 'Waar
moet ik nou slapen?' Ze was
wel goed wakker nu blijkbaar. 'Daar heb
ik niet aan gedacht, maar we hebben een paar bedjes boven. Daar kun je wel
zolang in tot we overgehuisd zijn.' 'In het
bedje bij papa op de kamer,' zei Angela en keek mij aan: 'ik heb het
kleuterbedje zolang op jouw kamer gezet, dan voelt ze zich wat veiliger. Die
eerste tijd is zo belangrijk voor haar.' 'Wat ben
je toch een schat, wat ben je toch kostbaar. Ik vind het erg dat ik dat
zoveel jaren lang misbruikt heb en niet gewaardeerd!' 'Je kunt
altijd weer opnieuw verder!' zei ze slechts. Wat was
dat mooi gezegd: "opnieuw verder". Niet "opnieuw
beginnen", maar opnieuw vèrder, dat houdt in dat de geschiedenis mee mag
doen. Dat het ondanks èn dankzij die geschiedenis
zal gaan! Ik leek vannacht wel een verlichte geest dat ik dit meteen zo
opvatte! Er was een deur in mijn lijf en geest opengegaan! Ik keek
haar warm aan en we omhelsden elkaar eventjes. Toen: 'Ik moet
weer weg en jij hebt nog een flink stuk nacht voor de boeg. Ik heb vrij
genomen en zie je morgen wel weer. Mijn moeder blijft de hele dag bij ons,
dus kunnen we alles gaan regelen. Rond 9 uur ben ik hier.' 'Weet je
het zeker Angela? Weet je het echt zeker?' 'Je weet
dingen nooit zeker, maar dit gebeurt zo, dat is ook niet zomaar. Daar moet je
in meegaan, kost wat kost. Dat heb ik je zo vaak gezegd!' Ik
knikte. Anna was bij mij op schoot geklommen. 'Ik zal
boven alle lichten uitdoen en dan ga ik weg, blijf jij nog maar hier, dan kun
je Anna in haar bedje stoppen en slaap zelf ook nog maar wat. Tot morgen
Anna,' en ze gaf de kleine een zoen en een omhelzing. 'Dag
mammie!' 'Dag
Jan,' met een kus voor mij,' tot morgen.' 'Angela
en bedankt. Het klinkt zo stom gewoontjes, maar ik weet niet wat ik anders
moet zeggen!' 'Het is
goed Jan, het is zo góéd. Alles komt goed, dat weet
ik zeker, want al het gebeurde wijst in die richting!' 'Dank je
lieverd, dank je. En slaap zelf ook maar lekker!' Ze liep de kamer uit en
sloot de deur zachtjes achter haar. We hoorden haar rommelen boven en even
later de voordeur sluiten. Anna keek
me met grote ogen aan: 'Wat een
lieve mamma heb jij! Waarom moest je bij haar weg? Maar ja, jij kon niet
huilen hè en je moest zo hard werken dat je geen tijd voor haar en je kindjes
had hè?' Ik knikte
woordeloos en zei: 'Maar
door jou heb ik geleerd dat mamma's en kindjes veel belangrijker zijn dan
werken! Dank je wel lieve schat.' En ik zoende haar op haar bolletje, 'en nu
naar bed.' 'Draag
jij mij naar boven pappie?' 'Dat doe
ik graag. Ben je nooit naar boven gedragen?' 'Nee, oma
woonde op een flat en oma was niet zo sterk. Fijn zo op je arm!' We
moesten overal weer de lichten aandoen. Omdat Anna op mijn arm zat, liet ik
dat haar doen, wist ze meteen de knopjes. In de badkamer moest ze ineens een
plasje. Dat werd tijd ook. In mijn kamer was mijn bed gedraaid en tegen de
muur gezet, zodat het kleuterledikantje er bij kon
staan. 'Kijk
eens wat een leuk bedje, met zo'n lollige deken erop: al die beertjes! En je
hoeft je niet eens om te kleden, want je hebt je pyjama al aan!' Ik tilde
haar op, knuffelde haar eens lekker en stopte haar onder de dekentjes. Haar
oogjes glansden alweer van de slaap. 'Pappie,
fijn dat ik bij jou mag slapen.' 'Ja
schat, tot je een beetje gewend bent mag dat.' Ik dacht maar even niet aan
mogelijke vragen van de kinderbescherming... Trouwens: alles zou goed komen,
dat voelde ik tot diep in mijn botten. Ik dook
even onder de douche, in mijn pyjama en in bed. Wat een dag! * * * * * Oma De
volgende ochtend schrok ik wakker door iets zachts op mijn gezicht. Ik keek
recht in het lachende snuitje van Anna die met het pootje van haar konijn
over mijn gezicht aaide. Wat zag dat kind er gelukkig uit en van de
weeromstuit lachte ik haar breeduit toe. Ik wilde haar eventjes in bed nemen,
maar deed het niet om de bekende redenen. Dus gooide ik de dekens van me af
en nam haar op schoot en knuffelde haar, inclusief konijn. Ze schurkte zich
verzaligd tegen mij aan. 'Lieve
pappie!' zei ze enkel, deed haar oogjes dicht en stak haar vingertjes in haar
mondje. Ik keek
op de klok: kwart voor 8: een mooie tijd om op te staan. 'Kom
Anna, douchen, aankleden en eten,' zei ik na een kort sprookje van zaligheid,
'ik pak een handdoek en een washandje voor je, ik zet de douche aan en dan ga
jij er onder. Ik ga vast de bedden goed trekken. Als je me nodig hebt dan
roep je maar.' 'Ja
pappie,' zei ze als een keurig opgevoed zoet kind. Dat vond ik nou ook weer
niet zo gunstig, maar ik hoopte dat ze zich bij ons zó thuis zou gaan voelen
dat ze ook wel eens niet lief durfde zijn. 'Je mag
ook wel Jan zeggen hoor, als je dat prettiger vindt!' Hoe kwam ik daar nou
bij? 'Ik vind
het veel te fijn om pappie te kunnen zeggen, ik heb nooit echt een papa
gehad!' O ja, die
vader van haar moest misschien opgespoord worden. Wat maakten mijn gedachten
weer een bokkensprongen. Fijn voor haar toch dat ze nu pappie kon zeggen! 'Zeg jij
maar lekker pappie hoor! Dat doet de tweeling ook!' 'Wat is
dat: een tweeling?' 'Dat zijn
twee kindjes die tegelijk zijn gegroeid in de buik van de moeder en ongeveer
tegelijk geboren zijn.' 'O, dus
jij bent pappie van een tweeling en mammie is mammie van een tweeling?' 'Ja,'
lachte ik om deze uitgebreide zin, 'een meisje en een jongetje: Jozien en Paul. Ze zijn een jaartje ouder dan jij.' 'Kan ik
dan met Jozien en Paultje
spelen?' 'Ik denk
het wel Anna! Maar nu douchen en aankleden.' Ik zette
de douche aan en wachtte tot die op temperatuur was, wees haar welke kraan
koud en welke warm was, gaf haar de zeep en de shampoo en ging de bedden
rechttrekken. Na een poosje ging ik even kijken. Anna zat op de grond met
konijn en al onder de straal. Haar konijn zat onder het schuim en ze was heel
ingespannen bezig om hem overal goed te wassen. Ik liet haar maar, ging even
naar beneden om water op te zetten en de tafel te dekken. Och ja, de ochtend
van vertrek had ik alles op tafel laten staan, dacht ik op weg naar beneden.
Uitgeput als ik was en haast als ik had. Alhoewel we 's nachts in de
woonkamer waren geweest, was het me niet opgevallen, maar binnenstappend zag
ik het: Angela moest in de wachttijd vannacht opgeruimd en afgewassen hebben.
Wat een schat was ze toch! Eens temeer bloeide de waardering een warm gevoel
in mij op. Ik ging
maar weer eens boven kijken. Het konijn was helemaal afgespoeld en Anna stond
nu zelf onder de douche een liedje te zingen. Ik kende het van de
kleuterschool van de kinderen. '...hakkehakke puf
puf...' En ik zong met haar mee. Verrast keek ze onder de straal uit. 'Ben je
ingezeept?' vroeg ik. 'Nog niet
pappie, doe jij het?' 'Nou
vooruit dan maar, maar je kontje moet je zelf doen.' En zo gebeurde het. We kozen
het roze truitje met de blauwe spijkerbroek uit, want die had ze de vorige
dag maar eventjes aangehad vanwege die mooie pyjama. Bovendien had ze geen
andere kleertjes meer bij zich. We konden straks wel even in haar huis gaan
kijken en meer spulletjes ophalen. 'Zal ik
jouw konijn zo meteen even drogen, dan kun je hem meenemen. Maar ik heb
beneden nog een lief hondje, dat mag je ook meenemen, dan kan Bibi rustig
opdrogen, hoef ik hem niet in de centrifuge te doen.' 'Ik wil
Bibi mee!' 'Goed,
dan doe ik hem in de centrifuge en even in de droogtrommel.' 'Vindt ie
dat niet errug?' 'Nee: hij
weet dat hij er dan heel mooi uitkomt, want je hebt hem goed schoon gewassen
en hij kan goed tegen de warmte. Ik heb nog wel een borsteltje van de pop van
Jozien. Daar kun je hem mooi mee opborstelen en dan
knipoogt ie van plezier! Beneden heb ik een grote doos met speelgoed. Daar
moet je na het ontbijt maar eens in kijken, terwijl ik nog wat andere dingen
doe.' 'Leuk!
Kan ik lekker even spelen! Papa, gaan we verhuizen?' 'Ja, we
gaan zo spoedig mogelijk verhuizen. We gaan naast mammie wonen. En dan breken
we wat muren uit en dan hebben we een héél groot huis en dan krijg jij ook
een eigen kamertje!' 'Vlak bij
jou?' vroeg ze lichtelijk tobberig. 'Vlak bij
mij,' beloofde ik haar. Ging ik nou niet te ver? Ik wist toch nog helemaal
niet zeker... 'Moet jij
dan niet bij mammie slapen?' Goeie
help, wat vroeg ze weer veel! 'Nee, we
hebben afgesproken dat we voorlopig op een eigen kamer zullen slapen. Het
hoeft niet hoor: dat papa's en mama's altijd maar bij elkaar slapen! Vaak
willen ze een eigen kamertje, net als kinderen: die willen ook graag een
eigen kamertje.' 'O,'
peinsde ze verder, 'maar gaan jullie dan weer scheiden of zo?' 'Nee, we
gaan niet scheiden omdat we apart slapen! Veel mensen zouden juist apart
moeten gaan slapen, dan zouden er veel minder mensen scheiden!' Hopelijk was
dit genoeg, want hoe kon ik nou uitleggen dat dat geklungel in bed een van de
oorzaken en een van de gevolgen was waardoor massaal huwelijken stuk liepen? 'O,' zei
ze enkele opnieuw, 'gaan wij straks naar tante Wiesje
en oma?' haalde ze me bij de les van vandaag. 'Ja, ik
moet eerst wat telefoneren en dan komt Angela en dan gaan we met de auto naar
Lekdam, naar tante Wiesje. Kom, dan maak ik wat pap
voor jou.' We
ontbeten in een zonverlichte kamer, met de tuindeuren wijdopen.
Het was heerlijke voorjaarsdag, alsof de natuur met ons mee feestvierde.
Daarna zette ik Anna bij de doos met speelgoed die ze met grote gretigheid
begon uit te pakken. Binnen de kortste keren lag de vloer bezaaid. Ik
pleegde een paar telefoontjes: ik had voor de volgende dag afspraken lopen en
zegde die af. Een man die ik goed kende, je zou hem bijna een vriend kunnen
noemen, vroeg me naar de oorzaak, omdat hij niet van mij gewend was dat ik afspraken
afzegde: 'Je hebt
vast een dringende reden, want dat doe je nooit!' 'Nee en
ja. Ik doe het nooit en ik heb een zeer dringende reden: ik heb er sinds
gisteren een kind bij.' 'Hoe kan
dat? Je hebt me de vorige week niet verteld dat je vrouw in verwachting was!' 'Nee,
maar je gelooft me vast niet: ik heb haar opgedaan in het vliegtuig naar New
York!' En ik vertelde hem heel kort wat er gebeurd was. 'Wat een
mooi verhaal Jan! Wat een prachtig verhaal!' zei hij met wat vreemde stem,
'ik wens jou en Anna en je hele gezin het allerbeste toe! En als ik wat voor
je kan doen: mijn zus werkt bij de kinderbescherming. Je mag altijd mij als
referentie opgeven, want ik ben er ook voor dat zo'n kind niet eerst naar een
kindertehuis moet vóór ze bij jullie mag! Vaak zijn dergelijke voorschriften
juist tegen het belang van het kind in. Nu ben je misschien precies op tijd
voor haar, voor ze er levenslang een trauma aan zou overhouden! Ik feliciteer
Anna met zulke ouders!' 'Dank je
Kees, dank je, ik ben er heel blij mee, zowel met je wens als met het aanbod
van hulp!' 'Dus je
gaat weer naar Angela?' 'Ja, maar
we beginnen voorzichtig in die zin, dat we het huis naast het hare kopen en
gescheiden slapen en werken. Verder moet alles zich nog ontwikkelen. Het zal
heel anders zijn dan vóór de scheiding! In elke geval voel ik me er goed
bij!' 'Fijn
voor je! In elk geval tot kijk! En als je een feestje gaat geven ter ere van
deze grote gebeurtenissen, dan wil ik graag een uitnodiging krijgen! En ik
ben benieuwd naar je dochter!' 'Dat is
een goed idee: dat feestje! Je hoort van ons hoor! Tot kijk!' De
voordeur ging open: Angela! Anna holde naar de voordeur en ik erachteraan.
Angela straalde ons tegemoet, pakte Anna op en knuffelde haar. Omhelsde mij.
Er werd niets gezegd, dat hoefde ook niet! Goeiegod,
dat had ik 2 dagen geleden ook niet kunnen denken! Een nieuwe toekomst mèt een schat van een kind erbij en mèt
Angela en de kinderen en mèt, vooral dat: een
andere IK. Nu kon er niets meer mis gaan! En wat er anders zou lopen: we
zouden het allemaal aankunnen! Ik voelde me zo'n 80 centimeter gegroeid, al
was ik nog steeds 1,69. Al gauw
stapten we in de auto, Angela met de kaart, Anna achterin met haar konijn dat
goed gedroogd was en mooi beige van kleur was. Ik keek in het spiegeltje, zag
haar zo zitten en maakte er haar een compliment over dat ze Bibi zo goed
gewassen had. Dat vond ze schitterend. Ze had nog geen tijd gehad om hem te
borstelen, maar daar kon ze zich nu een uurtje aan wijden. Ik begon
nieuwsgierig te worden naar tante Wies, ome Piet en oma, vooral oma: wat had
die van Anna een goed kind gemaakt: zo open en eerlijk! Een kind wat zo goed
over dingen na kon denken... Dat moest eigenlijk een bijzondere vrouw zijn.
Ik had in al die turbulentie geen tijd gehad om over haar na te denken, maar
nu, zo rustig achter het stuur en zo vlak voor de confrontatie kwam het
vanzelf bij me op. Na ruim 3
kwartier stopten we voor het huis van tante Wies. Ze stond al op de uitkijk
en Anna vloog haar in de armen zo gauw ze de auto uit was. Ze huilden
allebei. 'Dag liefie, dag liefiefamme,' zei
tante Wies maar steeds... Uiteindelijk
zette ze Anna op de grond en toen kwamen wij aan de beurt. 'Tante Wiesje: dit is mijn nieuwe papa en dat mijn nieuwe mama!' Tante
keek ons wat tobberig aan. Dat kon ook niet anders: ze had de hele toestand
niet aan den lijve ondervonden. Logisch dat ze achter dat definitieve gedoe
van Anna grote vraagtekens zette! Ze gaf ons een stevige hand en keek ons
allebei onderzoekend aan. Ten slotte brak er een glimlach door en een
hartelijk: 'welkom hier,' maakte de begroeting compleet. We waren door het
examen gekomen. En zij was pas de eerste... Maar als iemand, die zo gek was
op Anna, ons aanvaardde, kon er niets mis gaan. Alhoewel: die oma... En
misschien die vader! We gingen
even met haar naar binnen, dronken een bakkie en ze vertelde dat ze gisteren
een heel gesprek had gehad met de dokter en een afspraak had gemaakt. Dan
konden we overleggen hoe ze het oma zouden vertellen zonder dat ze er een te
grote schok door kreeg. Haar laatste dochter immers lag in coma! En als die
in coma bleef of zou sterven, was Anna de enige die ze nog had! Ik zei
haar dat ze het goed opgepakt had en goed georganiseerd. Ze
vertelde ook nog dat ze meende te weten dat de vader uit de ouderlijke macht
ontzet was en dat oma de voogdij over Anna had. Hoe het precies met tante
Trudie geregeld was wist ze niet. Maar ze was niet bang voor de rol van de
vader. Na een
half uurtje gingen we gezamenlijk naar het ziekenhuis. Anna dicht tegen tante
Wiesje achterin, vingertjes in het bekkie, Bibi in
de arm geklemd, oogjes dicht. Al die emoties, zou het niet teveel zijn voor
haar, binnen zo'n paar dagen! In het
ziekenhuis werden we door de assistente van de dokter ontvangen. Hij was nog
even bezig, maar hij kon zo komen. We werden
naar een kamer gebracht. Daar kwam de dokter wat later bij ons: een warme
man, open en sterk. Ik vroeg
hem hoe het met oma was en hij keek bezorgd. 'Momenteel
gaat het eventjes goed, maar ze is behoorlijk ziek. Ze heeft nog maar een
paar maanden. Als ze al goed genoeg wordt om naar huis te gaan, dan zal dat
toch een verzorgingstehuis worden, want ze heeft mensen nodig die een oogje
op haar houden. Ze zal Anna niet meer kunnen verzorgen.' Angela en
ik keken elkaar met een oude blik van verstandhouding aan en wisten precies
wat we bedoelden. Angela zei: 'dan komt
oma óók bij ons wonen.' De dokter
keek raar op, zoiets had hij nog nooit meegemaakt. twee mensen die een ander
nog nooit gezien hadden, beslisten zomaar dat ze die in huis op zouden nemen.
Hij kreeg er warempel tranen van in zijn ogen. En Anna had het ook goed
begrepen! Die was blij! Nou was haar geluk compleet! Ik had eventjes niet
eens aan haar gedacht: natuurlijk was het voor haar heerlijk, maar ook
uitstekend. Het zou bovendien mogelijke latere trauma's verzachten of zelfs
oplossen. En een goed afscheid als oma zou sterven was waardevol. Beter dan
dat onverwachte korte afscheid van een paar dagen terug. De dokter
stelde voor dat hij eerst met oma zou praten, dat was niet zo emotioneel als
wanneer tante Wiesje het zou doen. Die was trouwens
behoorlijk zenuwachtig. Ze wist nog steeds niet hoe ze die twee boodschappen
aan oma over moest brengen, zonder dat ze in elkaar zou storten. Dus namen we
het aanbod dankbaar aan. Toen
lachte de dokter en zei: 'Ik heb
het al verteld. Ze maakt zich natuurlijk zorgen over Trudie, maar ze verheugt
zich op het weerzien met Anna! Al maakt ze zich toch ook zorgen over de
nieuwe ouders die Anna zichzelf heeft aangeschaft.' Daar
moesten we hartelijk om lachen, want dat was mooi gezegd en het sloeg de
spijker op z'n kop! Dat brak de spanning en we gingen naar de kamer van oma.
Eerst ging de dokter met tante Wiesje naar binnen
en toen mocht Anna. Wij hadden ons er op ingesteld dat we misschien wel een
uur op de gang zouden moeten zitten maar dat vonden we niet erg en wachtten
geduldig. Maar al
vrij spoedig kwam Anna naar buiten en greep ons ieder bij de hand: 'Mee,'
commandeerde ze, 'mee naar oma!' en sleepte ons naar binnen. Ze zat in
een stoel. Ik had me een oude vrouw voorgesteld, gezet, wat krom, wit haar en
zo, maar ze was krap 50 schatte ik. Ze zag er best goed uit. Wat wit, maar
die ogen! Wat een warmte! Ze keek
me onderzoekend aan, ondanks die warmte in die ogen. Ze 'ging heel diep'
voelde ik. Ze keek me tot in het diepst van mijn ziel. Maar dat mocht: ik heb
niks te verbergen. Langzaam begon een glimlach zich af te tekenen op haar
gezicht. 'Jij bent
lief!,' zei ze ronduit en ik bloosde er waarachtig van. Idioot eigenlijk dat
mensen dat zo weinig tegen elkaar zeggen! 'Ja, jij bent lief en Anna heeft
groot gelijk dat ze jou gekozen heeft!' Ze stond langzaam op en kwam op me
af. Ze was een kop groter dan ik en ze sloeg haar armen om me heen, 'welkom
in de familie, Jan! en jij ook Angela: jij bent ook lief, welkom allebei in
de familie!' Dat was
omgekeerd: niet wij heetten haar welkom in onze familie, maar zij ons in de
hare. Dat was een nieuw gezichtspunt. Alhoewel, Anna had mij/ons inderdaad in
haar familie getrokken. Met emotioneel geweld mag ik wel zeggen. Echter zeer tot
ons genoegen. 'Luister
lieve mensen, zei ze met al onze handen in de hare, 'ik ben erg ziek, ik kan
niet meer voor Anna zorgen, Trudie ook niet, althans voorlopig niet. Anna wil
graag jullie tot ouders. Willen jullie dat ook?' en de verbaasde gezichten
van ons ziende, 'natuurlijk, wat een domme vraag! Het zit zo: Anna's vader is uit de ouderlijke macht ontzet, omdat hij
onmiddellijk na de geboorte mijn dochter en zijn dochter heeft verlaten. Toen
mijn dochter, Anna's moeder, binnen het jaar na de
geboorte van Anna ging sterven, heeft ze testamentair mij tot enig voogd
benoemd. Dus zal ik zo spoedig mogelijk in orde maken dat jullie de voogdij
krijgen en later Anna kunnen adopteren. Ik hoop,' en ze ging over in het engels, waarbij Anna weer wantrouwend keek, 'dat we
kunnen voorkomen dat ze in een kindertehuis moet in afwachting van een
beslissing, maar', weer in het Nederlands 'dat zal wel lukken.' 'Dank je
oma, dank je! We zijn blij met Anna!' 'Zeg maar
Marie hoor en jij en jou, dat is gemakkelijker. Zoveel scheel ik niet in
leeftijd met jullie! En nu moet ik weer naar bed'. Vanmiddag komt iemand van
de kinderbescherming, plus mijn advocaat en mijn notaris. Als jullie dan ook
hier kunt zijn met de papieren vanuit Amerika, dan komt alles goed.' En zo
geschiedde. Punt. De rechtszaak zou zo spoedig mogelijk plaats vinden. Maar
de Raad van Kinderbescherming zag het niet zo zwaar in. 'De
volgende dag gingen we oma weer opzoeken, omdat er nog iets te regelen was. 'Marie,'
begon Angela, 'we gaan een huis erbij kopen, het huis naast ons en dan hebben
we genoeg ruimte om jou ook een plekkie te geven.
Dat is fijn voor Anna, maar ook voor ons, want we zijn je zeer gaan
waarderen.' Marie
kreeg de tranen in haar ogen. 'Maar ik
ben erg ziek,' begon ze... Angela
legde haar twee vingers op de mond. 'Dat
beseffen we heel goed, maar ik besef ook dat dit voor iedereen een rijke tijd
zal zijn, waar we hoedanook als betere mensen uit
te voorschijn zullen komen. Daar zullen we onszelf en jou dan dankbaar voor
moeten zijn! Het zal best wel eens heel moeilijk zijn, maar daar komen we wel
doorheen.' 'Je moet
het niet doen uit een gevoel van verplichting hoor!' sputterde ze nog,' niet
ten opzichte van Anna, en niet ten opzichte van mij!' 'Lieve
Marie,' zei ik, 'we doen het omdat we jou waarderen, omdat het goed voor Anna
zal zijn, omdat we ruimte genoeg hebben en omdat het gezellig zal zijn.' 'Ja,'
viel Angela in, 'je krijgt wat je nodig hebt op de tijd die goed voor je is.
Alles loopt zo en daar moet je in meegaan. Dan komt alles goed!' Marie
straalde. 'Dat vind
ik fijn dat je dat zegt! Zó had ik zo graag Anna opgevoed. Nu ben ik helemaal
gerust dat ze onder jullie hoede komt! Mensen die zo leven, leven bewust en
kritisch en leren dat hun kinderen! Anna, gefeliciteerd met je nieuwe ouders!' Na het
bezoekuur gingen we terug naar mijn huis. Het werd nu tijd om onze kinderen
kennis te laten maken met Anna. Anna zelf had de rest van de vorige dag al de
hele tijd lopen vragen wanneer ze haar nieuwe broertjes en zusjes mocht zien. We dronken
eerst nog even een kopje kruidenthee en stapten opnieuw in de auto. Anna was
opmerkelijk stil. Ik keek in het spiegeltje: ze zat met haar vingertjes in
haar mond en Bibi stevig tegen zich aangeklemd in het hoekje van de bank naar
buiten te staren. Ze zag er zo heel alleen uit... Toen we
thuis kwamen kwamen de kinderen met mijn schoonmoeder, die zich echter een
beetje achteraf hield, ons in de gang tegemoet. Ik had er nog niet bij stil
gestaan hoe de ontvangst zou zijn. Alles was zo snel gegaan, ik had er gewoon
geen tijd voor gehad. Anna was half achter mij weggekropen: ineens zoveel
nieuwe gezichten en dan maar af moeten wachten of je welkom bent. Ik
begroette de kinderen en stapte opzij, nam Anna bij de hand en zei: 'Dit is
Anna.' Ik keek
de diverse gezichtjes langs. Mijn oudste dochter Moniek,
12 jaar, kwam meteen naar haar toe en gaf haar een hand. 'Leuk dat
je hier bent Anna!' Mijn
oudste zoon, Henry, 11 jaar, zei alleen 'hoi' en ging naar zijn kamer. Paultje, 6 jaar, keek
onderzoekend naar Anna met zijn handen op zijn rug. Hij zei helemaal niets,
hij keek alleen maar. Zijn donkere ogen waren groot en ik weet niet goed wat
ik erin zag: verbazing, wantrouwen, of van alles wat? Jozien, ik had ineens
het gevoel dat van haar ontvangst alles afhing. Waarom weet ik niet.
Misschien omdat ze altijd de jongste was geweest? Misschien omdat ze haar
plaatsje in gevaar kon zien komen? Ze keek
naar Anna, ook met de handen op haar rug. Toen deed ze een stap vooruit en
gaf Anna een hand. 'Daag, ga
je mee spelen boven?' Ik
slaakte een zucht van verlichting. Erg eigenlijk dat je zo bang kunt zijn
voor de reacties van een kind van 6. Ik snapte er dan ook niets van. Ik keek
naar Angela, als om van haar te horen wat er aan de hand was. Ze keek me
glimlachend aan: 'Dat is
goed afgelopen he? Voorlopig.' Ik lachte
opgelucht. Toen viel mijn bik op Angela's moeder.
Ze stond een beetje achteraf alles gimlachend te
bekijken. 'Anna,
even wachten' en ik haalde mijn schoonmoeder naar voren, 'dit is je nieuwe
oma!' Anna gaf
haar een handje en zei braaf: 'Dag
oma,' 'Dag
lieve meid, we zullen het vast gezellig hebben samen!' Anne
knikte en ging met Jozien naar boven. Toen de
hele schare was vertrokken, zei ik dat ik eigenlijk bang was geweest voor de
reactie van Jozien en dat ik dat niet snapte. 'Dat is
toch logisch! Als Jozien rottig had gereageerd, was
het niet makkelijk voor Anna geworden, omdat Jozien
van zowat dezelfde leeftijd is. Gelukkig heb ik de kinderen redelijk goed
kunnen voorbereiden in die korte tijd. Ik heb ze geen zielig verhaal
voorgeschoteld, want zieligheid werkt averechts en er is geen enkele reden om
zielig te doen. Eigenlijk vonden ze het verhaal prachtig: niemand kreeg er op
die manier een zusje bij! Maar ook', pakte ze me bij m'n
arm, 'ze waren er trots op dat Anna hún papa
uitgekozen had. Bovendien zien ze het helemaal zitten met dat huis hiernaast
erbij en de hele familie weer bij elkaar!' Ik
gloeide van trots. Dat was prachtig! Dat had ik allemaal nog niet zo kunnen
bedenken. Maar het had natuurlijk grote gevolgen voor iedereen! We zaten
samen koffie te drinken om van de spanningen bij te komen toen er gebeld
werd. De buren stonden op de stoep met een mooie beer. Wat lief van ze! De
kinderen kwamen op de bekende stemmen naar beneden, Anna incluis. De
volwassenen kregen koffie en voor de kinderen was er limonade of thee. En er
bleek taart te zijn. Nu was het feest compleet. Dacht ik... Mijn
vader en schoonvader kwamen ook eventjes. Iedereen verrukt en gelukkig met
Anna. Na het
avondeten zeurde Jozien of Anna bij haar mocht
blijven slapen, maar ik vond het beter om Anna nog een paar nachtjes bij me
te houden en legde dat uit aan de kinderen. Angela had altijd de kinderen
uitgelegd waarom dingen moesten of niet konden en dat had ik vaak nogal
overdreven gevonden, maar nu deed ik het vanzelf ook! Ik vertelde de
kinderen, en in het bijzonder Jozien, dat zij er
maar één zusje bijgekregen hadden, maar Anna twee
broertjes en twee zusjes, een vader en een moeder, en grootouders en andere
buren dan ze gewend was. Ze had een zware dag achter de rug voor zo'n klein
meisje. Het was haar trouwens aan te zien: ze zag er moe uit met glazige
oogjes. Zo
stapten we met z'n tweetjes in de auto en trokken naar mijn huis. Nog voor we
daar aankwamen sliep Anna al, helemaal onderuitgezakt op de achterbank.
Voorzichtig frunnikte ik haar veiligheidsgordel los en tilde haar op.
Onbewust sloeg ze haar armpjes om me heen en zo droeg ik haar naar boven en
stopte haar met kleren en al in bed. Bibi naast haar en de grote, nog naamloze
beer op een stoeltje aan het voeteneind. Ik zette hem toch maar in een hoek,
verder van haar weg: ze moest er niet van schrikken als ze wakker werd. Ze
moest zelf maar kiezen of ze hem in bed wilde. Zelf was
ik ook erg moe, merkte ik ineens en dook onder een hete douche. Dat nam een
beetje mijn vermoeidheid weg en ik pakte de krant om het nieuws van de
laatste dagen door te nemen. Wat een dag... home |
boekenplank | links | reageren?| aan studenten | ikzoek
| colum
| copyright
| mijn boek Ina
Mijling &@%&@%&@%&@%&@%&@%&@%&@% |
&@%&