Ina Mijling, www.path-of-wisdom.com
home | boekenplank
| links | reageren?| aan studenten | ikzoek
| colum
| copyright |
mijn boek
JOANNES XXIV
Deel 7
Inhoud: De wereld rond. Kriebel. Oplossing en verder. Pijn.
De wereld rond
Joannes had onmiddellijk na die gedenkwaardige dag van onze breuk en hereniging, de brief aan de bisschoppen de deur uit gedaan. De eerste reacties, opgeroepen door het lezen van mijn boek, kwamen al binnen een week. Overal hetzelfde: puinhopen, angst over hoe-verder, verwarring, onzekerheid, afwijzen. Hij zag zich genoodzaakt er een tweede brief overheen te schrijven, waarin hij heel openhartig uit de doeken deed hoe hij dit verwerkt had.
Ik vond dat goed van hem: zichzelf zó te laten zien. Dat zou bij goedwillende mensen openingen maken en men zou daar moed en kracht uit putten. Bij afwijzers zou dat echter extra weerstand oproepen en dingen als: "sentimentaliteit", "gek" en zo. Het werd een rijke brief, wol warmte en wijsheid. Hij noemde mij, de schrijfster van het bewuste boek, als degene die hem hierin steunde.
Bijna onmiddellijk kwamen van her en der verzoeken binnen of ik de landelijk verzamelde bisschoppen wilde komen opzoeken om hen te helpen met hun puinhopen. Dat werd reizen voor mij! En het werden hele avonturen. Ik was echter wel gedwongen om per vliegtuig te gaan. Het was het snelste vervoermiddel.
Joannes bracht me naar het vliegveld. Hij droeg mijn oranje hoedje. Eens te meer zag ik waarom goeroes vaak oranje dragen: het stond hem prachtig bij zijn bruine ogen en zijn lichtbruine huid. Hij viel een beetje op, maar Men herkende hem niet. Het afscheid viel ons zwaar: ik zou een hele tijd weggaan, maar het móést.
Toen we mijn koffers op de bagageband gelegd hadden, stonden we nog even bij elkaar. Ik wou het kort maken, sloeg mijn armen om zijn nek, kuste hem en zei:
'Dag liefie, zorg goed voor jezelf. Ik zal dagin daguit aan je denken.'
'Dag lieve lief, ik zal dagelijks met mijn gedachten en gevoelens jou omringen. Ik zal altijd vanuit de verte bij je zijn. De kracht tussen ons overbrugt alle afstanden!'
'Dat zijn weer eens profetische woorden liefie! Dank je! Ik zal je vaak bellen.'
Na een laatste zoen en een stevige omhelzing maakte ik me los en liep weg. Vlak voor ik een eind verderop de hoek omging, keek ik nog even om: daar stond mijn oranje vuurtorentje, te ver weg al. We zwaaiden en konden de tranen in elkaars ogen niet zien. Gelukkig.
Ik kwam in oosterse en westerse landen, in arme en rijke landen en ervoer overal dezelfde puinhopen. Omdat de puinhopen bij al die mannen hetzelfde waren, begon de wet van de zelfhulpgroepen in werking te treden: ze gingen herkennen dat het niet hun persoonlijk probleem was, maar dat dit alles voortkwam uit hun man-zijn, uit de bijbehorende superioriteitsgevoelens en uit de door mannen, in het "belang" van mannen ontwikkelde religie! De daaruit opgeroepen woede, teleurstelling en verwarring, die dus al in hun lichaam en hersens zaten, maar nu pas duidelijk werden en letterlijk boven kwamen, konden ze door de steun aan elkaar gebruiken, waardoor hun "verandering"-sproces sneller ging en gemakkelijker dan bij één/één-gesprekken, en werd meteen een omkeringproces. Joannes had de ervaring enigszins gemist van: ànderen hebben hetzelfde, het is structureel! We hadden het er wel over gehad, en de bijbehorende pijn was ook wel boven gekomen, maar die ervaring was er niet geweest en dat is, is mij gebleken, een grondig gemis. Je kan zulke dingen niet overdragen.
Ook ontmoette ik veel vrouwen die door de bisschoppen gevraagd waren hen te steunen, met haar had ik een warm, intens contact. Het is tóch ander met vrouwen...
* * * * * *
Kriebel
Door al die ervaringen met bisschoppen over de gehele wereld heen, begon mij een kriebel op te spelen: nog steeds stonden mànnen aan het hoofd van de kerk, bijgestaan door lager, of helemaal niet geplaatste wijzere vrouwen. Dat klopte toch niet! Ik begon er last van te krijgen, bij elke confrontatie erger. Tot ik het niet meer volhield, hoe goed die mannen ook wilden. Ik zei verdere bezoeken af, nadat ik gezorgd had dat er per groep twee begeleid(st)ers kwamen uit vorige groepen en reisde terug naar CG.
Joannes zou me afhalen op het vliegveld die ochtend. Hij was geschrokken toen ik hem opbelde met de mededeling dat ik niet verder kon en naar huis kwam.
Ik was zenuwachtig. Wat raar nou! Ik kwam het klaphekje door met een kar vol koffers en daar was hij, wat verder naar achteren, uit de drukte, met mijn hoedje weer op. Ik reed naar hem toe. Hij kwam op me af lopen met zijn armen wijduit. Ik liet de kar staan en liep hem tegemoet, stak mijn armen uit. Met een zachte plof vielen we tegen elkaar aan en hij kon niks anders zeggen dan:
'Mijn lief, mijn lief.'
'Ik heb je zo gemist! Zo erg gemist! Dag lieverd van me!' We stonden een hele tijd elkaar aan te staren, verdronken haast in elkaar. Omhelzen, kussen. En hij vroeg bezorgd wat er aan de hand was, waarom ik zo plotseling terugkwam, maar ik maakte hem duidelijk dat het een kerkkwestie was en dat ik het dus in de groep wilde gooien.
Onderweg naar huis konden we het niet laten om elkaar steeds maar weer stralend aan te kijken. Toch was er wat. Ik wachtte af.
'Lief, ik moet je wat zeggen.'
'Biecht maar op!'
'Moeder weet het van ons.'
'Prima toch! Ze kent jou beter dan ik. Ik wed dat ze het geraden heeft... Voor ons een last minder, hoeven we niet zo afstandelijk en stiekem te doen!'
Hij zuchtte opgelucht.
'Ze heeft het inderdaad geraden. Haar eerste blik op ons was haar genoeg. Ze is er gelukkig mee dat we zo stapel op elkaar zijn. Ze mag jou erg graag! Ik ben blij dat je het zo opneemt.'
'Maar liefie toch: wat maakt het nou uit! Het is toch allemaal goed!'
Gerustgesteld reed hij door.
Na een poosje:
'Weet je wat ze zei?'
'Nou?'
'Met glinsterende ogen zei ze: "Je hebt het voor háár moeten leren!"!'
'Wat een vrouw is jouw moeder!'
Toen we bij de voordeur de koffers stonden uit te laden, kwamen Riek en Myriam naar buiten. We vormden ineens met z'n drieën een "hallo"- en "welkom thuis"-kringetje. Ik had echt het gevoel: ik ben weer thuis. Joannes stond het glimlachend aan te zien:
'De drie gratiën!' mompelde hij, net hard genoeg.
'Ja, met de heilige vader als toezicht!' riep ik uit.
Met z'n vieren brachten we de bagage naar boven. Ik had méér dan toen ik vertrok, had voor de winterlanden kleren en koffers bij moeten kopen. Ik begon met uitpakken. Iedereen hielp, dus het was zo gebeurd. We liepen elkaar wel een beetje in de weg, maar dat was niet erg. Een botsing was wel zo gezellig.
'Wij gaan vast koffie zetten,' zei Riek. En Joannes en ik waren even alleen.
'Voor de tweede keer: welkom thuis Ina,' fluisterde mijn liefste in mijn oor, met de gedachte terug aan die thuiskomst toen. We zaten op de rand van het bed en ik schurkte me gelukzalig tegen hem aan.
Al gauw gingen we naar beneden. Met koffie en
taart zaten we op het terras. Ik begon mijn verhalen te vertellen, die waarbij
dingen er steeds beter uit gingen zien, over bisschoppen die mens genoeg waren
geworden om te gaan genezen, maar ook de gevallen waarin ik uitsluitend moest
argumenteren, omdat de betreffende bisschop te bang was om óm
te keren. In elk land waren er wel een paar. Over het algemeen was de uitslag
verregaand positief, al hield ik niet van dat woord. Negatief is
positief, als je er eerlijk mee omgaat...
Daarna kwam ik aan het punt waarop ik stuk gelopen was: dat de kerk nog steeds door mannen geleid werd, bijgestaan door wijzere vrouwen. Ik keek Joannes daarbij bezorgd aan, wetend dat ik hem opnieuw zou kwetsen: hij zou weer zo voelen een man te zijn. Maar intussen had hij meer verwerkt en was, tot mijn verbazing en blijdschap tot dezelfde conclusie gekomen. Hij had zelfs al zitten wachten, wanneer ik daarmee zou komen opdraven.
We overlegden de hele dag door, dachten nauwelijks aan eten, hapten af en toe gedachteloos een boterham naar binnen en slóten koffie of kruidenthee en ondertussen: praten, praten. Voors en tegens afwegen, afvragen hoe dan? Die avond gingen we naar bed, terwijl we al een hoop boven tafel gekregen hadden, maar nog geen oplossing...
Ik ging naar Joannes' slaapkamer en hij begroette me verheugd, omhelsde me warm.
'Ik sta ineens op instorten. En ik heb jouw warmte nodig.'
'Dat zie ik!'
'Ik heb je zo gemist, zo veel aan je gedacht.'
'Ik ben blij dat je weer bij me bent Ina! Ga maar met je rug naar me toe liggen, je hebt al die tijd geen rugdekking gehad, dus daar zal wel een gat door energiegebrek zitten.'
Het was heerlijk me in zijn holletje te nestelen. Ik sliep als een roos!
* * * * * *
Oplossing en verder
De volgende dag was ik vroeg uit de veren en lag in het zwembad toen Joannes mee kwam zwemmen. Ik had, nu er meer mensen in huis waren, weer netjes mijn badpak aangetrokken... Alhoewel het anderhalve maand geleden was, dat ik op reis was gegaan, keken we elkaar aan en zeiden tegelijkertijd:
'Lekker ouderwets hè!' alsof het twintig jaar geleden was of zo. Ik had het gemist in al die turbulentie: dit samen dingen doen met hem... Dat uitwisselen, het warme, open contact, het onmiddellijk wéten van elkaar, vaak nog vóór de woorden. De zware en vruchtbare tijd van "vroeger": het leek jaren geleden, waarin zo'n hechte band en een bijna helderziend elkaar aanvoelen was gegroeid. We hadden het allebei gemist. We ervoeren op dat moment dat we dit nodig hadden en spraken af dat we er attent op zouden blijven tijd voor elkaar over te houden.
Toen we genoeg gezwommen hadden, zaten we nog even te praten op de rand van het bad. Ik ving een glimp op van Myriam, maar die trok zich terug toen ze ons zo zag zitten. Ik zag iets in haar blik en besloot haar extra aandacht te geven.
'Eigenlijk ben je te vroeg, te haastig weggetrokken,' zei hij, 'die breuk en de hereniging daarna waren nog zo vers. We hebben ons mee laten slepen met de gebeurtenissen die ineens losbarstten.'
'Maar het móést Joannes! Toen jij in de knoei zat, kwam ik ook meteen en ik liet en laat nog nergens meewegen dat ik her en der relaties heb! Dat ik graag met wiedanook optrek, mag niet meewegen als andere dingen vóór moeten gaan.'
Hij keek me peinzend aan en zei:
'Ik weet niet wat er met me gebeurd zou zijn, als je niet meteen gekomen was toen!'
'Zie je! Maar ik heb jou wel erg gemist,' zei ik eenvoudig, 'ik wil je vaak zien, hoe druk het ook wordt. Keihard gezegd: omdat ik dat gevoel van saamhorigheid nodig heb. We moeten er attent op zijn dat we niet langs elkaar heen gaan leven. En 's avonds in bed praten schiet er beslist dikwijls bij in, wegens vermoeidheid of zo.'
'Of zo,' echode Joannes. Ik glimlachte.
'Hoe is de reis jouw eigenlijk bevallen Ina?'
'Al die spanningen die ik meemaakte, dagin daguit, van de ene probleemgroep naar de ander... Ik had geen maatje voor mezelf. Ik voel me er toch wel erg moe van achteraf. Ondanks de energie die ik voelde groeien bij al die keren dat mensen goed konden reageren en weer uitkomst zagen.
En dat reizen, dat gesleep met de koffers, al werd ik overal afgehaald. Inpakken, uitpakken... En vooral die hitte in warme landen, het was eigenlijk te zwaar voor me. Ik heb er niet voor niets voor gekozen om hier te wonen en niet in het hete Rome... Misschien moeten we iemand speciaal voor reis-opdrachten hebben, iemand die jonger is dan ik, wat meer veerkracht heeft en beter tegen warmte kan. Wat zeur ik hè!'
'Heb jij mij niet geleerd dat zeuren móét? We moeten dat zeker nog eens met z'n allen bekijken,' zei Joannes bezorgd, 'ik heb er niet aan gedacht dat het je zo zwaar zou vallen: al die spanningen. En ik wist niet dat je zó slecht tegen warmte kan. Ik had iemand anders moeten sturen, Myriam bijvoorbeeld.'
'Die had de ervaring niet met jouw proces. Ik herkende er van alles van bij de bisschoppen. En het deed hen ook goed en gaf hen steun en bevestiging dat jij precies hetzelfde had meegemaakt. Daardoor was het proces telkens met een dag of twee, drie zó ver dat ze op eigen houtje verder konden.'
'Daar ben ik blij om: zijn mijn pijn, verdriet en verzet niet alleen voor mij van grote waarde geweest!'
'Zo werkt groei: wat in het klein gebeurt, kan zich fractaal in het groot voortzetten en wordt dan veel groter dan iemand ook maar ooit had kunnen be-DENK-en... Kan wereldwijd gevolgen hebben. Het mag dan zwaar voor me geweest zijn: het was ook vruchtbaar en het heeft de basis gelegd voor waar wij nu mee bezig zijn: een oorspronkelijk christendom. We zijn immers naar aanleiding van mijn reis ineens definitief een weg aan het uitstippelen.'
We zwegen beiden. Toen zei hij wat spijtig:
'Ik had het je lichter moeten maken door iemand mee te sturen, had je een maatje gehad!'
'Ik zou niet weten wie! Myriam kan je hier niet missen, voor Riek zou het ook te zwaar zijn geweest.'
'Misschien je man, zoon of dochter, of je vriendin?'
Ik keek hem verrast en warm aan:
'Wat betreft mijn man, dat had niet gekund: hij is niet sterk. Een van mijn kinderen: dat zou een goed idee geweest zijn! Jammer dat we daar niet eerder op gekomen zijn! Nou, dat hoort er dan ook bij! Ze hebben beiden hun werk, maar in een soepele sfeer waarbij veel mogelijk is en zeker voor zo'n belangrijke missie als deze. Ze hadden beslist vrij gekregen! Maar ik kan me wel voor mijn kop slaan dat ik niet aan mijn vriendin gedacht heb! Ze heeft een gezin, maar ze had vast een goede oplossing gevonden.'
Na een tijdje:
'Ik zie dat je mijn badlaken nog hebt.'
'Waar ik maar kom, probeer ik even te zwemmen en sleep hem dus overal mee naar toe. De mantel heb ik ook overal mee naar toe genomen. Ik viel wel erg op, maar dat kon me niets schelen. Soms zei iemand iets over "kardinaal" en zo. Hadden we weer wat om te lachen!'
We gingen douchen en aankleden en ontmoetten in de keuken de andere twee vrouwen bij het ontbijt. Iedereen had lekker geslapen.
Na het ontbijt gingen we verder waar we de vorige dag gebleven waren. We konden er niet omheen dat de structuren op dat moment zó waren dat mannen de leiding hadden. Dat kon niet ineens afgebroken worden. We moesten daar anders mee omgaan. De wil om alles te veranderen was er bij het overgrote deel van de bisschoppen. Daar moesten we mee vérder gaan, niet afbreken. Op den duur zouden de blijvend angstigen er zelf uitstappen, verwachtten we. Ze zouden het in die radicale omslag gewoon niet vol kunnen houden met hun conservatieve of "progressieve" opvattingen.
Het zou zó moeten worden dat per bisdom én een man, een kritische man, én een kritische vrouw de leiding zouden hebben, de bege-leiding zouden hebben. Dat leek ons de beste oplossing. Elke parochie zou een dubbele pastorale plaats horen te hebben. Verder dóórgedacht zou het bosje kardinalen fifty-fifty moeten zijn. Het pausdom zou eveneens tweehoofdig moeten zijn.
'Nou Joannes: daar ga je! Je zal er aan moeten geloven!' zei Myriam plagerig.
'Ik heb al een meervoudig bestuur, al is het nog niet officieel.'
'Zou je het dan onderhand niet officieel máken?' vroeg Riek.
Ojee, ik kreeg het benauwd. Ik niet asjeblieft! Daar had je het al:
'Ik vraag jou Ina of je naast mij pausin wilt zijn! Ik heb veel te danken aan mijn moeder, aan Myriam ook, maar in deze nieuwe ontwikkelingen hoor jij op de eerste plaats te komen, zelfs vóór mij, omdat ik nog steeds van jou moet leren.'
De anderen knikten, stralend. Maar ik schrok terug. Toen sprak Joannes, mijn pols grijpend:
'Je hebt kort geleden nog tegen me gezegd: "waar ik geroepen wordt, daar ga ik heen!" Ik zou je daar graag aan houden.'
'Ik ben al boven de zestig, waarom niet een jonger iemand?'
'Leeftijd maakt niets uit: je bent nog jong en soepel van geest en oud van wijsheid.'
'Het is helemaal niet mijn bedoeling en gaan we niet te snel met dit soort beslissingen?'
'De mensen zullen van je houden, je bent eerlijk, dus waarom niet?'
'Ik weet het niet,' aarzelde ik, 'eigenlijk moet er een keuze plaats vinden door het kiescollege is niet?'
'Zo werkte wel de oude hiërarchie, maar ik vrees dat die overboord gaat, zoals zoveel.'
'Ik vind drie stemmen toch te weinig. Ik wil met een beslissing wachten tot het concilie, waar dit dan aan de orde gesteld moet worden. Ik wil het wel doen, maar ik wil anderen horen.'
Daar legden ze zich alle drie bij neer.
We gingen verder met bespreken. We begonnen met de conclusie te trekken dat een nieuw concilie inderdaad niet uitgesteld kon worden. Degenen die daarvoor uitgenodigd zouden worden, zouden ongeveer halfomhalf uit vrouwen en mannen bestaan.
Paus en bisschoppen m/v zouden geen hoogwaardigheidsbekleders meer zijn, maar dienaren, dienaressen van mensen. De paus was geen heilige vader meer. Ik zou, àls ik pausin werd, persé geen heilige moeder genoemd willen worden. Die titels konden we maar beter afschaffen. Kardinalen waren eigenlijk ook niet meer nodig.
'Daar gaat je oranje, Ina!' plaagde Joannes.
Ook vonden we dat een paus niet langer dan bijvoorbeeld tien jaar zou mogen "regeren", dat er dan een nieuwe keuze gemaakt moest worden. Maar dat was eveneens iets voor het concilie.
In feite lag heel de nieuwe kerk al klaar, was veel goedkoper en totaal niet pompeus, had geen dogma's, geen leefvoorschriften, geen specifieke bijbeluitleg, was bevrijdend, genezend door waarheid vanuit elke mens zélf, in ieders eigen omstandigheden.
Al deze punten zouden in het concilie ter sprake gebracht worden.
Een andere beslissing was: Joannes zou de komende zondag starten met één keer per week een tv-uitzending via het tv-station van het Vaticaan, waarin hij zou beginnen met iets open te gooien van de nieuwe koers. Daarna zou hij gedurende ongeveer vijftien minuten de kijkers en luisteraars behandelen. Hij had dit al aardig onder de knie. Na drie beurten van hem zouden we bekijken of ik met hem zou gaan afwisselen.
Na een maand, als de mensen er aan gewend waren, zou hij beginnen met bijeenkomsten op zondagochtend in de Sint Pieter of een andere kerk volgens hetzelfde patroon. Gewoon: zonder bidden, zonder koor, met enkel zachte (orgel)muziek op de achtergrond als hij meditatief de mensen behandelde. Ik zou al spoedig met hem afwisselen. Ik stelde voor om ook met Riek en Myriam te wisselen, maar die wilden dat geen van beiden. Mocht het te druk lopen, dan zouden we er een of twee diensten per week tussen lassen.
Na de dienst zouden er genezers en genezeressen aanwezig zijn, mensen uit de parochie, gemeente of hoe je dat noemen wilde, waaronder Riek en Myriam en nog enkele stafleden, die mens genoeg waren om te genezen. Deze mensen zouden er zijn voor een gesprek, voor wie daar behoefte aan mocht hebben en eventueel voor handoplegging, als de meditatieve behandeling nog niet aangeslagen was of nog niet goed geholpen had, pijn veroorzaakt had of een andere verergering van de klachten.
Persoonlijk contact met mensen zagen we als een eerste vereiste. En handoplegging was een zeer persoonlijk contact, voor veel mensen broodnodig, omdat ze nooit door iemand liefdevol aangeraakt werden! Vooral vrouwen niet!!
De bisschoppen zouden uitgenodigd worden hetzelfde te beginnen. Ook de priesters en priesteressen, zoals nu de pastoraal werksters genoemd werden, konden hiermee beginnen. Wel zou er op aangedrongen worden dat de voorafgaande toespraak inhaakte op de emotionele noden van mensen en ook op de maatschappelijke structuren die het menszijn bestreden en zo zowat alle mensen ziek maakten. Dat hield in dat pastores van welke "hoogte" dan ook, zouden moeten luisteren naar mensen, zouden moeten vrágen aan mensen...
'Moeten we niet iets doen met water en olie, brood en wijn?' vroeg de priester in Joannes. HIJ dacht er wel aan, WIJ niet....
'Laten we dat even laten rusten,' zei ik, 'dat zou nu te ver voeren, denk ik. Het zou teveel ineens zijn. Dat kan later stukje bij beetje verklaard en gebruikt worden.'
Zo besloten we.
Aan het eind van de dag hadden we een voldaan gevoel. Tevreden zaten we nog tot diep in de nacht op het terras. Ik ging bij Joannes slapen, omdat zijn bed nou eenmaal groter was. Ik moest ook maar een groter bed aanschaffen vonden we...
Op een gegeven moment zei ik hem dat hij misschien een encycliek over seksualiteit moest schrijven. Maar hij vond het daar nog geen tijd voor.
Myriam ging de volgende ochtend naar Rome terug om de eerste tv-uitzending te regelen en de pers in te lichten. Ze zou niets zeggen over waar het in die uitzending om zou draaien. Men moest maar afwachten, zou ze de pers inpraten.
Ik was laat op. Joannes had net wat gezwommen toen ik er in dook. Hij bleef, in zijn badlaken gerold op de kant zitten kijken. Hij wachtte tot ik er na een kwartiertje uitkwam.
'Als ik je zo mooi en stevig zie zwemmen, kan ik me niet voorstellen dat je minder dan de helft van je longen over hebt,' zei hij, 'je moet me er eens uitgebreid over vertellen.'
'Ik was zó woedend, toen ik door mijn homeopaat/acupuncturist in de gaten kreeg dat me dit alles voor niets was aangedaan en afgepakt. Dat dit met homeopathie en andere natuurgeneeswijzen genezen had kunnen worden!'
Joannes wist niets terug te zeggen, drukte me alleen maar even tegen zich aan.
'Ik zal er nog wel eens over zeuren tegen je,' zei ik, 'maar een andere keer.'
Daarna zaten we nog een tijdje te kletsen over hoe hij zijn eerste uitzending zou doen. Hij was bang dat hij zenuwachtig zou zijn. Ik vond dat hij dat dan maar moest zeggen, omdat dat óók hoort bij de mensen laten beseffen dat dat bij menszijn hoort! Ik bood aan met hem mee te gaan om buiten beeld een steuntje in zijn rug te zijn. Dat vond hij fijn.
'Je moet ook niet teveel dénken,' zei ik, 'je bent al gevoelig genoeg om indrukken van de mensen op je af te laten komen en daar je praatje op te bouwen. Het is in het begin spannend, maar het kàn. Je zal al gauw in de gaten krijgen dat je kan rekenen op wat je gaat zeggen. En zeg maar dat je je niet voorbereidt, omdat je aan wilt voelen wat er in mensen omgaat, waar ze een goed woord voor nodig hebben. Een góéd woord en geen zoethoudertjes en afschuifsystemen en bedreigingen waar de kerk zo sterk in is geweest, waar alle religies van bestaan! Je kan beter eerlijk stotteren dan gladjes iets van een pampiertjen lezen!
Misschien kan je daarmee beginnen! Heb je vast een start. Je zou dan iets kunnen zeggen over de oorzaken van veel ziektes en dat de kerk daar nooit echt antwoord op gegeven heeft! Dat de geneeskracht vrij kort na Jezus Christus uit de kerk verdween, wegens gebrek aan menselijkheid. Omdat genezen bij mensen hoort, wil jij de menselijkheid mét genezen terugbrengen en meer: bewustmaking van eigen waarde en waardigheid en de absolute waarde van je rot voelen en nare gebeurtenissen enz. De mensen zullen dan ervaren dat er een nieuw licht op hun leven geworpen wordt, een licht dat ze zo nodig hebben. En de aarde zal van aanschijn veranderen, want dit heeft wereldwijd effect, ook op de natuur en het milieu! De warmte die je uitstraalt zal hen goed doen, al tijdens je praatje. Ze zullen verbaasd zeggen: "dat is pas liefde!" Ze zullen aan den lijve ervaren dat hen niets afgepakt wordt, maar dat er iets bijkomt!'
We zaten nog een tijdje zomaar te peinzen alvorens we naar Riek gingen en samen met haar ontbeten.
Riek was een fantastische vrouw. Haar inbreng in de besprekingen was spits, nuchter en vol warmte. Toen we later op het terras aan de koffie zaten, zei ik quasi ernstig:
'Je bent inderdaad geen kei, maar een zuil! Een marmeren zuil met een gouden randje!'
Zij en Joannes lagen dubbel.
Ze gingen samen die middag naar Rome. Hij zou weer voor het eerst een audiëntie doen en Riek wilde daar bij zijn, eventueel meepraten met de groep vrouwen die verwacht werd.
Ik bleef nog wat vakantielummelen en wat schilderen, want dat kwam er nooit meer van.
* * * * * *
Pijn
Die avond zei ik in bed tegen Joannes:
'Myriam lijdt.'
'Dat heb ik gezien. Ik weet ook waarom en ik kan er geen kant mee uit. Ze heeft met haar röntgenogen, net als moeder, meteen gezien wat er tussen jou en mij leeft. Ze heeft dat, zoals ze dat dan doet, weer weggestopt.'
'Joannes,' en ik hield op.
Hij legde zijn handen om mijn gezicht:
'Je hoeft het niet te zeggen, ik weet het al. Nee, ondanks dat ze van mijn leeftijd is: ik kan op die manier haar liefde niet beantwoorden. Jij bent het voor mij. Dat kan niet anders.'
'Ik wil haar niet in de weg zitten.'
'Misschien ervaart ze het zo... En dat is beroerd voor haar. Dat kan haar hele vriendschap met jou kapot maken.'
'Ik heb het over jou: ik wil haar bij jóú niet in de weg zitten.'
'Mijn lief, wat tussen jou en mij is, is niet tussen haar en mij: jij zit haar niet in de weg!'
'Maar zij is jonger, kan nog kinderen krijgen...'
'Ik wil geen kinderen zei ik je al eerder.'
We zwegen een tijdje.
'Misschien moet je eens met haar praten,' zei ik, 'anders wordt voor haar de toestand onhoudbaar. Zou ze weg moeten, terwijl hier haar hele ziel ligt in het werk en haar overtuiging. Maar ook haar vriendschappen en relaties met ons allemaal zou ze moeten opgeven. En dat alleen omdat ze haar pijn om jou niet kan verdragen. Of omdat ze mij misschien niet meer kan luchten of zien.'
'Ze houdt van jou, ze zal het zo niet ervaren. Ze zit er alleen mee dat ze erg op mij betrokken is. Heb jij er iets van gevoeld dat ze een hekel aan jou opbouwt, omdat wij samen een relatie hebben die ik met haar niet heb?'
'Nee, absoluut niet: we zijn warme vriendinnen. En jaloezie maakt koud en afwijzend.'
'Misschien zal dat haar er doorheen halen. Zal ik het er eens met moeder over hebben? Mogelijk praat Myriam gemakkelijker met haar, omdat wij beiden belanghebbenden zijn...'
'Doe dat, het is een weg.'
Een paar dagen later vroeg Myriam of ze met Joannes, Riek en mij kon praten. We waren blij dat er een opening kwam.
We zaten buiten op het terras. Myriam begon:
'Ik hoor dat jullie je zorgen maakt. Ik vind het fijn dat ik niet alléén sta. Riek heeft me duidelijk kunnen maken dat ik het niet op mijn eentje moet opvreten, dat het beter is om te praten en te huilen als dat zo uitkomt. Dat weet ik natuurlijk wel, maar ik ben een binnenvetter. Ik wil het er deze keer maar eens bijtijds uitwerken.
Ik voel me heel ongelukkig dat jullie tweeën zo intens met elkaar omgaan. Ik ben daar kwaad over op mezelf, omdat het lijkt alsof ik jullie niet gelukkig wil zien.'
Joannes zat naast mij op de bank en deed zijn mond open om wat te zeggen. Gelukkig hield hij zich net op tijd in. Hij zuchtte.
'Ik stond als door de bliksem getroffen, toen ik hier na jullie crisis aankwam en je zag: er was een muur tussen jullie weggevallen en er straalde grote kracht van jullie uit. Ik besef dat dit een grote rijkdom is voor de kerk. Ik heb het niet specifiek over je seksuele relatie, maar over jullie als mensen die emotioneel zo intens, dagin daguit met elkaar omgaan. Seks is bij jullie alleen een bewijs, een uiting, een voltooiing zo je wil.
Ik hou van jullie allebei en ook van mijn werk vanuit mijn overtuiging. Ik hou van de samenwerking met ieder van jullie en met al die anderen, van de relaties met elk van jullie beiden. Ik hou van jou, Ina. Maar bij mijn houden van jou, Joannes, komt nog iets bij waar geen ruimte voor is.'
Riek vroeg haar:
'Waarover voel je je het meest verward?'
Ik was blij dat Riek het initiatief nam: ze had grote ervaring met de begeleiding van vrouwen.
Myriam begon te huilen. We lieten haar rustig begaan. Riek legde enkel haar hand in de nek van Myriam. Myriam richtte zich even later tot mij en zei met een tranige stem:
'Ik ben zo in de war ten opzichte van jou Ina. Omdat Joannes zo op je gesteld is, heb ik de neiging om lelijke dingen over jou in mijn gevoel uit te spinnen.'
'Noem er eens wat van', zei Riek.
'Ik ben jaloers en daarom zeg ik in mezelf: ze is oud, ze heeft rimpels, ze is te dik, ze kan geen kinderen krijgen zoals ik. En aan de andere kant beteken jij zo reusachtig veel voor me.' Ze greep mijn hand.
'Dat Ina ouder is met alles erbij en geen kinderen meer kan krijgen, klopt allemaal. Daar hoef je je dus niet voor te schamen. Het helpt je echter niet echt vérder om zo te denken. Je wordt er alleen maar beroerd van.
Wat is er nog meer?'
'Ik ben bang dat ik weg moet gaan van mezelf, als ik het niet kan verdragen. Ik ben bang voor de eenzaamheid dan: ik zal jullie allemaal zo missen. En dan word ik weer kwaad op mezelf dat ik zo in de war ben.'
'Ik denk dat het best mogelijk is om er mee te leren omgaan. Hier is je thuis, bij ons, ook bij Ina. Ondanks dat kleine stukkie wat niet kàn. Je zal nooit eenzaam zijn, wat er ook allemaal speelt. Wij zijn jouw familie. En je mag altijd bij me komen praten en uithuilen als je dat nodig hebt.'
'Dank je Riek. Ik wil die familie niet kwijt, ook al omdat je nergens zoveel eerlijkheid en bezorgdheid en warmte vindt.'
'Wil je nog iets anders zeggen?'
'Ondanks mijn pijn ben ik zo blij met jullie allemaal! Ik voel me een stuk beter nu.' Ze stond op, trok me mee omhoog en ineens stonden we gevieren als een soort bondgenootschap in een omarmkringetje. We begonnen een beetje te wiegen en ervoeren een verbondenheid die boven alles uitging. Myriam was aan mijn linkerkant en ik voelde hoe koud en trillerig ze was en hoe lekker warm ze werd.
Als op afspraak maakten we ons na een hele tijd (tijd is dan eindeloos) allemaal tegelijk los. Myriam liepen de tranen over de wangen, maar niet van verdriet deze keer. Ze omhelsde ons om beurten opnieuw en ging toen naar binnen, naar haar kamer. Wij zaten een tijd zwijgend bij elkaar.
Na een poos kwam ze beneden, kwam voor Joannes en mij staan en vroeg:
'Mag ik hier komen wonen?'
* * * * * *
Naar Deel 8
Ina Mijling, www.path-of-wisdom.com
home | boekenplank
| links | reageren?| aan studenten | ikzoek
| colum
| copyright |
mijn boek