| home | boeknpl | trefwrdn | links | reageren? | engls/dts | aan studntn | oproepn | colum |
VAN INA MIJLING
Deel 5
Inhoud: Onderdrukking. Huwelijk, Sacrament. Joannes 14,12. Poppenkast.
Onderdrukking
Joannes en ik zaten samen buiten aan de koffie.
Het was bij Myriam anders dan die heftige uitbarstingen van Joannes eerder, bedacht ik. Wat ik mij af begon te vragen was dit: de soort emotionele onderdrukking van vrouwen is lijnrecht tegenovergesteld aan de soort emotionele onderdrukking van mannen. Daardoor spreekt Men zo graag lyrisch van "elkaar aanvullen", en van "van nature". Zou het zó zijn dat vrouwen daardoor emotioneel anders gebonden zijn aan godsdienst en veel diepgaander dan mannen? Wordt daar met opzet op ingespeeld? Ze worden immers ook anders aangesproken dan mannen! Ik had dat als klein meisje al in de gaten gehad: liefde en bescheidenheid, nederigheid en wegcijferen werden in preken en vrome boeken en verhalen altijd op vrouwen en meiden gericht. Getreiterd door broertjes en geminacht door vader, vroeg ik mij dikwijls af of jongens, of mannen dan niet lief hoefden te zijn, geen zorg hoefden te hebben! Een besef wat ik diep wegstopte, onder invloed van het geloof en de mensen rondom, romantiek en allerlei boeken en zo... En uit angst... ANGST... een sleutelwoord in religies...
Ervaren vrouwen daardoor het op-moeten-geven van alles rondom godsdienst als een veel groter gemis, veel heviger dan mannen? Kwam dat omdat alle godsdiensten veel sterker inspelen op het voorgeprogrammeerde gevoel van vrouwen? En op het omgekeerde voorgeprogrammeerde gevoel van mannen? En kwam dat omdat alle godsdiensten het anderen-liefhebben, het de-minste-zijn, het wegcijferen zozeer op vrouwen drukten en de wijsheid aan mannen toewezen, met het sterke, het beschermende en het kostwinnerschap?
Uit de ervaringen met huishoudsters/moeders/echtgenotes wist ik dat vrouwen erg gehecht zijn aan de idealen van "liefhebben". Ze vonden en vinden in allerlei godsdiensten voor al dat uitputtende er-voor-anderen-zijn een beetje energie terug in de "liefde" van "God" en in het christendom de "liefde" van Jezus en heiligen voor haar. Ze halen ook wat energie uit rituelen, symbolen, sacramenten (katholieke kerk) en in de groep medegelovigen. Voor haar "schuld" en "zonde" in het tekortschieten in die nooitaflatende zorg en liefde, vonden en vinden ze de vergeving en de verlossing door Jezus Christus in de RK kerk. Komt het mede daardoor dat ze het als een ramp ervaren dit alles op te moeten geven?
Het gehecht-zijn aan een ideaalfiguur zoals JC of, in andere godsdiensten, Allah, Mohammed, Jehova, Hare Chrishna enz. Dát opgeven is diep ingrijpend. Komt dat hierdoor: de aan JC toegeschreven eigenschappen waren uiterst 'vrouwelijk'. Waren vrouwen daardoor zo dol op hem, omdat ze die eigenschappen onbewust herkenden, er een op haar eigen beroep lijkend voorbeeld aan hadden? Haalden ze ook daardoor kracht uit dat christendom? En haalde mannen de ándere eigenschappen van JC naar boven, omdat ze die herkenden: kracht, zelfverzekerdheid, onverschrokkenheid... Een gevleugeld woord onder mannen-christenen was immers: '...wie zijn leven geeft voor zijn vrienden...': stoer, 'eer'..., een appèl op de ridderlijkheid van mannen en zo... Zo werd Jezus' kruisdood ook uitgelegd: hij had zijn leven gegeven voor zijn vrienden. En nergens werd gezegd: voor zijn vriendinnen...
Ook erg is het gevoel je groep te moeten loslaten... Het moeilijkst echter is het los moeten laten van allerlei zekerheden, omdat je in begint te zien dat het schijnzekerheden waren, dat je nu op eigen poten moet staan.
En hoe zit dat in de progressieve kerken met het gevoel van lekker-bezig-zijn? Het is verschrikkelijk als blijkt dat je helemaal niet goed met dat lekker-bezig-zijn bezig bent... Precies zoals "lieve" moeders het vaak niet aankunnen, te moeten gaan inzien dat ze juist slecht bezig zijn: ze verliezen de basis van hun leven...
En komt al deze pijn omdat godsdiensten door mannen ontworpen zijn en be-HEER-d? Ik begon meer en meer te vermoeden dat de godsdiensten: expres zo ingericht werden én worden naar vrouwen toe:
Het kwam mooi uit dat vrouwen kinderen konden baren. Dat was altijd haar zwakke punt geweest en dat zou het altijd blijven, als alles maar goed aangepakt werd... Ik liet mijn hoofd tussen mijn handen zakken, ik moest er haast van huilen.
Ik schudde mijn hoofd en sloeg mijn ogen weer op, de tuin in starend. En in hoeverre kwam weerstand van mannen tegen het loslaten van religies, naast het verlies van de kudde, voort uit angst voor verlies van macht op allerlei terrein? En uit angst voor het verlies van vrouwen en haar zorg voor hem? 'Wát Joannes, blijft er over van GOD-sdienst,' dacht ik gemeen... Ik blikte even in zijn richting en zag hem met grote, bezorgde ogen naar mij kijken. Ik keek van hem weg en staarde met nietsziende, állesziende, ándersziende ogen verbijsterd voor mij uit.
Mannen hebben godsdiensten uitgevonden, omdat ze bang zijn voor de kracht van vrouwen. Want vrouwen weten haar kracht te halen uit nare dingen, uit wanhoop, verdriet, onderdrukt-worden, radeloosheid, zwakheid, teleurstelling, angst, onzekerheid! En omdat ze macht hebben, hoeven mannen dat niet: kracht halen uit ellende. Ze zijn dus als de dood(!) voor die "negatieve" dingen. Die mógen dan ook niet in de mannenwereld en dus zijn mannen daarmee in hún evolutie blijven steken. Dát was het, o God dát was het!... Ik borg mijn hoofd in mijn handen.
En omdat mannen de macht in handen hadden en hebben, moesten de vrouwen óók in de evolutie blijven steken! Ik schreeuwde het eensklaps uit en sprong uit mijn stoel op. Joannes nam me bij m'n schouders en drukte me zachtjes terug in de stoel... Vroeg niets, zei niets. Hij pakte me slechts bij mijn pols, liet me verder niet meer los.
In Iran hadden vrouwen mee gezorgd dat de sjah moest ophoepelen. Chomeini echter kegelde de vrouwen uit alle banen en studiemogelijkheden en liet tienduizenden vrouwen en (nog kleine!) meisjes wreed martelen, verkrachten en vermoorden.
Ook in het christendom waren vrouwen in naam van Jezus en "god" altijd op wrede wijze onderdrukt, uitgestoten en om allerlei redenen gemarteld en vermoord. En, door de wrede ideeën over seksualiteit, werden en worden zij verkracht, het meest door haar eigen man. Emotioneel onderdrukken is óók moord. Vrouwen dwingen om seksueel altijd beschikbaar te zijn voor haar man en om veel kinderen te krijgen is verkrachting, is moord.
Zonder dat ik het in de gaten had, begonnen de tranen me over de wangen te stromen. De godsdiensten waren een bewijs van de gebrekkigheid, de angst en de (zelf)vernietigingsdrang van mannen. Hun angst voor zwakheid, voor falen, voor uit de kudde gestoten worden was dodelijk voor henzelf en voor vrouwen, voor de gehele wereld... Het had door alle eeuwen en volkeren en culturen heen miljarden mensenlevens, praktisch álle mensenlevens geëist, tot in onze dagen... Want dood door ziektes die maatschappelijk, religieus en cultureel veroorzaakt zijn, is ook zelfmoord en moord...
Ik schrok ineens: dáárom waren alle religies in feite gericht op ná de dood!!! Om vooral niet over léven na te hoeven denken en mensen die dat wel deden, onder de wetten van de religie op z'n minst te kunnen uitbannen en heden ten dage nog steeds te kunnen ombrengen. Vrouwen en mannen. Men had mij ook uitgebannen uit mijn kerk, al deed Men net of ik er zelf uitgestapt was!
Dáárom waren religies gericht op na de dood om mensen emotioneel afhankelijk te kunnen houden van de verkondigers ervan, de schriftgeleerden…
Alle religies waren gebouwd door mannen en op het fundament van mannenmacht tegenover én door middel van vrouwen-onderdrukking. Allerlei geschriften, idealen, sacramenten en sentimentaliteiten, allerlei rituelen en symbolen zaten er vól mee.
'Nee Joannes,' dacht ik opnieuw en schudde mijn hoofd weer, 'wat Men godsdienst noemt is mán-dienst, is macho-dienst, is verkrachting van God en emotionele, seksuele, morele verkrachting van op de eerste plaats vrouwen, maar ook van mannen!'
Joannes was een mán, al was hij al zover een vróúw ook, al hoefde hij geen macht, maar hij had het wél in deze positie. Had hij er daarom anders pijn van dan nu Myriam? Een hele klus om uit te zoeken. Nee, het werd er zeker niet eenvoudiger op voor hem. Mede omdat hij een man was.
Ik begon er over te denken om bij hem te blijven, al zou het voor jaren zijn. Hij besefte meer en meer dat hij vrouwen nodig had, omdat hij zelf geen vrouw was. En het moest hebben van verhalen van vrouwen. Graag had hij er een man bij gehad, als steun voor zichzelf, maar ook voor de verhalen van mannen! Die kwamen echter nog steeds niet los... En zo'n mannelijke steun was kennelijk ver te zoeken.
Ik keek weer de tuin in. En al die lieve priesters dan, kwam ineens bij me op met een stuk verdriet, of was het heimwee? in mijn buik, die ik in de loop van zeg vijftig jaar (de laatste jaren immers had ik geen steun ondervonden van priesters, alleen tegenwerking en vijandschap) had meegemaakt? Vol zorg vaak voor mij... Van velen had ik echt gehouden, anderen zeer gewaardeerd... Van jongsaf waren het er tientallen geweest... Ze trokken met hun sympathieke gezichten langs mijn geestesoog. Hun zorg en aandacht voor mij ontroerden me nog steeds. De laatsten bleken echter ook allen aan die verkeerde kant te zitten, toen ik feministe werd én andersom christin, want dat ging tegelijkertijd... Afgebroken vriendschappen, waarvan er enkele hartverscheurend waren geweest voor mij... Dus die eerdere vrienden zouden ook... allemaal...
Joannes wist dat er zich van alles in me omroerde. Hoe bezorgd hij ook was, hij voelde dat hij me niet mocht storen. Pas toen hij zag dat het mij teveel werd, pakte hij me bij mijn pols. Ten slotte keek ik hem aan, verbijsterd, geschrokken, wanhopig, verdrietig. En begon te spreken.
Wat zich in mijn lijf en hersens had afgespeeld en ongetwijfeld op mijn gezicht te lezen was geweest, speelde zich nu op zijn gezicht af. Met daarbij een groeiende pijn. Ten slotte borg hij zijn hoofd in zijn handen. Ik knielde aan zijn voeten, tilde zijn hoofd op. Hij keek me diep geschokt aan en zei:
'Het doet me pijn, Ina! Ik heb jarenlang zo'n godsdienst gediend! Ik ben zo'n man!'
'Nu niet meer Joannes, nu niet meer, al láng niet meer!' Ik legde mijn handen om zijn gezicht en keek hem diep in zijn ogen, tot op zijn ziel: 'dit moest zo gebeuren! Voor jou, opdat jij er de wereld een ander aanzien mee kan geven!'
'Ik weet nog niet hóé Ina!' schokschouderde hij wanhopig, 'ik ben maar een man! Ik moet jou hier houden, Ina! Ik heb juist jou nodig! Jij begrijpt er veel meer van dan ik! Wil je asjeblieft zó lang hier blijven als ik en de kerk jou nodig hebben? Het is een hele stap. Want misschien wel voor de volgende dertig jaar...'
Er ging van alles door me heen, maar ik zei toch:
'Ja, Joannes. Wie mij roept, daar ga ik heen.'
Hij sloeg zijn armen om me heen en zo zaten we een tijdje: twee mensen die samen een klus willen klaren en beseffen daarin niet zonder elkaar te kunnen.
'Maar hoe moet het dan met je man?' vroeg hij toen.
'Ik zal het aan hem voorleggen. Hij is vrij om hierheen te komen als hij wil.'
Die dag was Myriam nog te moe, maar de dag erop hebben we goed gepraat met z'n drieën. Ze huilde veel, had diep verdriet, maar dat stond ze zichzelf toe. De sterke mensen kunnen huilen. De zwaar beschadigde mensen niet: de stoere binken, de heldere koppen, de gevierde politici, de gladde zakenlui, de keurige huisvrouwen: allemaal zwaar beschadigd...
Myriam knapte zienderogen op. Ze begon weer licht te zien en besefte meer en meer dat dit een stap vérder was dan haar geloof: geen geloven maar een kénnen, weten, beseffen, ervaren, een zelf ZIJN.
Ze vond het erg dat ze zo rottig was geweest tegen mij. Joannes had nog neiging tot troosten, door te zeggen dat ze zich niet hoefde verontschuldigen. Maar ik zei dat het goed was als ze dat zo vond.
'Het ligt niet aan jou Myriam! laat het maar lekker zitten hoor! Dat gaat wel over. Ik kan het me voorstellen!'
We namen warm afscheid van haar. We hoopten dat Kees een beetje met haar mee zou kunnen gaan: hij had niet meegepraat en zat enkel mokkend voor zich uit te kijken. Joannes en ik reden tegen de avond weer terug naar CG.
Ik belde eerst mijn dochter: zij is en blijft daags na mij jarig en het was mij helemaal door het hoofd geschoten. Ze vroeg honderd uit aan "moedertje" en ik vertelde honderduit. Daarna dook ik in het zwembad en zwom wat baantjes. En droogde me voor de eerste keer af met HET badlaken. Ik vond het nog steeds een leuk cadeau. Na het bad zat ik nog een tijdje met Joannes op het terras en toen ik in slaap dreigde te vallen, hummelde ik naar bed.
* * * * * *
Huwelijk
'Ik maak me ernstig zorgen,' zei Joannes na het ontbijt de volgende dag.
'Dat is je maar geraden ook,' zei ik plagerig, 'dat is je vák! Maar vertel op!'
'Nou heb ik het zelf gezien: Myriam zet een volgende stap, maar haar man niet! Ik voelde me zo machteloos, want je ziet voor je ogen gebeuren dat een huwelijk kapot gaat als de man niet mee wil. En je kan er niets aan veranderen, hoe graag je ook zou willen. De vrouw zelf kan haar man ook niet dwingen...
Wat ik over het huwelijk heb geleerd op het seminarie en in allerlei boeken, klopt van geen kanten! Men deed en doet vaak net of de vrouw alles in de relatie regelen kan en ook regelen móét! De man heeft er geen rol in, geen verantwoording. En ik kon daarover niet aan de praat komen met leraren of medestudenten. Maar vrouwen kunnen in veel landen, religies en culturen geen kant op. Ook al willen ze anders: ze zitten met handen en voeten vast. Gekneveld, de mond gesnoerd... Vooral als ze kinderen hebben! Hoe heb jij dat nou verwerkt met je man? En hoe ging dat bij je VOS-cursisten?'
'Ik zie er tegenop om er over te praten,' zei ik naar waarheid, 'je zou het zo gemakkelijk op mijn man af kunnen schuiven, terwijl het hele huwelijk een mens-onderdrukkend systeem is... Terwijl de zachtmoedigste man óók voorgeprogammeerd is...'
'Je vergist je Ina, ik weet er heel veel van! Ik heb veel gepraat met moeder, met Myriam, met duizenden vrouwen uit allerlei landen! En heb je mijn encycliek niet gelezen?'
'Je hebt gelijk. Ik denk dat het komt omdat ik toch nog steeds een man in je zie, eentje die geen echtgenoot is geweest. Ik vergat dat je zo goed als een vróúw bent!'
We zwegen een hele tijd. Maar mijn gedachten en gevoelens werkten dóór. Dat oude verhaal, die oude koeien...
'Die oude koeien,' zei Joannes alsof hij met mij meegeleefd had, 'die kunnen pas gaandeweg uit de sloot gehaald worden, als je er wat mee doet! Je hebt je man op een ander spoor gezet en dat boek geschreven, met als raamwerk dat vreemde verhaal over het graf van je moeder, je hebt VOS-cursussen begeleid en jarenlang gepoogd met Frans aan de praat te komen. Dat zijn allemaal omkeringen! Je hébt er al een hoop mee gedaan!'
'Ik weet het, het doet me erg goed dat uit de mond van een man te horen!'
'Dat klinkt treurig, alsof je dat soort dingen nog maar weinig uit monden van mannen gehoord hebt.'
'Zeg maar gerust: uit die van slechts twee!'
'Ik kan wel raden van wie die monden zijn! Het moet je toch goed doen dat én je man én je zoon deze dingen zijn gaan zien!'
'Dat doet me zeker goed. Ik snap dan ook niet dat het kennelijk niet genoeg voor mij is, dat die oude koeien nog gedeeltelijk in de sloot zitten. Maar dat klopt weer wel met het feit dat ik nog steeds "vrouwelijke" trekjes bij mezelf herken. Zoals: verontschuldigen voor iets wat volstrekt onbelangrijk is, bang zijn voor veroordelingen, bang om gek gevonden te worden, angst om voor je eigenwaarde uit te komen, mannen laten doorpraten als ze over bagatellen zitten door te zagen...
En altijd bang voor jongens, voor mannen, voor hun overwicht, hun zelfverzekerdheid... hun geweld... En vanuit mijn jeugd met twee etterige broertjes: angst voor treiterijen en sarcasme. Ik weet van allerlei publicaties dat je daar je leven lang mee bezig zal zijn. Het tekent je leven. En dan dat stomme lachje op mijn gezicht!'
'Je hebt het anders nu niet Ina!'
Ik glimlachte hem toe. En we moesten allebei lachen: toch dat lachje...
'Ik zal je niet meer storen,' zei Joannes, toen we uitgelachen waren, 'ga maar door.'
Ik zuchtte, keek hem wat onzeker aan:
'En wat zeg je hiervan: als ik een baby-jongetje zie, voel ik andere dingen dan bij een baby-meisje. Dat vind ik verschrikkelijk: je straalt boodschappen uit naar zo'n totaal afhankelijk en machteloos wezentje... Ik heb er grote moeite mee om iets met kinderen te moeten doen. Er naar kijken is voor mij al een probleem!'
'God meid! Daar heb ik nooit zo bij stil gestaan, maar ik kan er helemaal inkomen. Waarschijnlijk zou ik er van nu af aan ook moeite mee hebben, maar ik kom eigenlijk nauwelijks met kinderen in aanraking.'
'Misschien trouw je nog wel eens. Je bent er jong genoeg voor en dat celibaat gaat toch de kast in.'
'Ik trouw niet Ina.'
'Dat weet je niet.'
'Dat weet ik wél. Ik heb er geen behoefte aan en ik wil geen kinderen. Bovendien kan het niet: ik zou een goede vader willen zijn en dan was er geen tijd over voor al mijn andere taken!'
'Dan zou je juist uitermate geschikt zijn als vader! Eentje zoals de mensheid zo hard nodig heeft!'
'Ik ben al vader Ina, over miljarden kinderen, want meer dan negentig procent van de volwassenen is nog kind! En jij en andere vrouwen hebben mij geleerd hoe ik hen hun recht op volwassenheid kan teruggeven! Ik kies niet voor eigen kinderen en niet voor een vrouw en een huis om aan gebonden te zijn.'
'Je bent een echte mán: je kiest voor je werk!' zei ik hatelijk.
Diep gekwetst keek hij me aan:
'Je wil me toch niet vertellen dat je deze functie kan vergelijken met een kantoorbaan, zelfs niet met een onderwijsbaan, het gaat wel íétsje verder zeg! Ik begrijp deze reactie helemaal niet van jou! Als mijn functie zó onbelangrijk is, waarom ben je dan meteen naar me toe gekomen? Van zo'n eind weg! Dat was niet alleen omdat ik een persoontje was die in de knoei zat.'
'Dat zou ik voor iedereen doen.'
'Je begrijpt me best, maar je wil me niet begrijpen!'
'Nu heb je me te pakken, Joannes!'
'Ik wil je helemaal niet te pakken nemen Ina! Dat zie je verkeerd!'
'Ik voel het zo: je hebt me gepakt op waarin ik verkeerd zat. We kunnen wel heen en weer blijven praten, maar dan draaien we in een spinnenweb, als we niet uitkijken. Je hebt gelijk hoor, sorry.'
'Tegen mij hoef jij nooit sorry te zeggen.'
'Als ik daar behoefte aan heb, moet je me dat gunnen,' zei ik snibbig. Waar was ik toch mee bezig en waar moest dat heen? Ik begon me steeds rottiger te voelen en voelde me inderdaad steeds vaster in een spinnenweb gedraaid. Ik zei dat, maar hij wist er ook geen antwoord op.
'Maar ik blijf nu wel met dat rotgevoel zitten, waarvan ik niet weet waar het vandaan komt!' klaagde ik even later.
'Wat deed je totnutoe met je-rot-voelen in een situatie waarin je niet direct helderheid kreeg? In je boek schreef je er over: dan liet je het rustig zitten en vaak kwam je er dan na een paar dagen achter hoe de vork aan de steel zat. En altijd was dat een verademing voor jou! Laat maar zitten!'
'Je hebt gelijk. Ik ga thee halen,' zei ik en verdween naar de keuken.
Toen ik terugkwam, zag ik dat hij mijn richting uitkeek. Hij had mij nagekeken en was naar de deuropening blijven kijken tot ik weer verscheen. Ik zei plagerig:
'Ben ik zo'n bezienswaardigheid dat je op me zat te wachten?'
'Heb maar niet zo'n verbeelding hoor,' plaagde hij terug, 'maar ik vind je wel bijzonder.
En nu jouw ideeën over het huwelijk, want die heb ik nodig als celibataire man met zo'n gigantische baan. Ik heb al veel geleerd, maar jij bent nog een stapje verder gegaan, ik wil graag jouw mening horen.'
'Het is niet mijn mening Joannes: ik spreek steeds meer vanuit natuurwetten! Vanuit Chaos, het échte holisme, de échte theologie, sociologie... Hetgeen allemaal hetzelfde is.
Ik vind het heel goed als twee mensen samen iets beginnen, of ze nou van hetzelfde of van verschillend geslacht zijn. Het is echter noodzakelijk dat ze vanaf het begin eerlijk tegenover elkaar zijn.
Die roes van verliefdheid is vaak gauw over. Gelukkig, want die verblindt en doet partners op de tenen lopen om die ander toch maar te behagen! Dat is on-eer-lijk!'
'Dat doen jij en ik dus niet: we liggen geregeld in de clinch. Nu al, terwijl we elkaar pas zes dagen kennen! Hebben wij even een goed huwelijk!' zei hij lachend.
'Ik wil niet dat je geintjes maakt, daar kan ik niet tegen op dit moment.' Daar had je die spinnenweb weer...
'Daar heb je die spinnenweb weer Ina,' zei hij, 'maak je maar niet druk, vertel maar verder. Ik wilde je niet vastdraaien in je woorden. Sorry.'
Ik zuchtte en zweeg een poos, om de draad weer op te kunnen pakken, als dat nog wilde lukken tenminste. Ineens stond ik op en liep naar het muurtje aan de rand van het terras. Ik ging erop zitten en zwaaide mijn benen naar de andere kant, die van het dal. De rots waarop het muurtje gebouwd was, liep onder mij steil naar beneden zag ik, zo'n meter of tien wel. Ik staarde de verte in en liet mijn benen bengelen. Plotseling voelde ik een sterke greep op mijn schouder. Iemand stak een arm onder mijn knieën door, tilde me als een veertje van het muurtje af en zette me voorzichtig op mijn voeten.
'Doe niet zo gevaarlijk Ina!' zei Joannes, 'je hoeft zó ver niet van me weg te vluchten! Het is daar diep, zo'n dertig meter minstens!' Hij sloeg een arm om me heen en bracht me naar mijn stoel. 'Wil je er over praten? Kan ik wat voor je doen?' liet me gaan zitten en pakte mijn pols beet. Ik zuchtte en zweeg. Er ging zoveel door me heen. Ik kón gewoonweg niet praten.
'Het is zoveel en het heeft met zoveel te maken,' zei ik uiteindelijk, 'niet alleen met mij. Het is een dikke vette warboel, een knoop zonder einde. Wereldwijd. Ik kan nou wel mooi gaan theoretiseren, maar dat lukt me nog steeds niet zonder pijn en verdriet, als het over huwelijk en gezin gaat. Ik heb, denk ik vaak, een psychiater nodig.'
'Ik denk het niet, je gaat er goed mee om en die kluwen zal steeds minder moeilijk worden. Dat heb ik vooral van jou begrepen hoor! Een psychiater zou je misschien juist niet helpen...'
We zwegen een hele poos.
'Toen ik op de VOS-cursus in de gaten kreeg hoezeer huwelijk en gezin een vies politiek zaakje waren en wereldwijd ontwikkeld waren ten koste van de vrouw, hoezeer huwelijk en gezin zelfs economische en emotionele uitbuiterijen van de vrouw zijn, begon ik mijn bek thuis open te trekken. Dat kwam natuurlijk heel beroerd aan en ik begreep dat. Weet je hoe het voelt Joannes,' zei ik met tranen in mijn ogen en in mijn stem, zijn hand pakkend, 'je kwetst iemand diep, omdat er dingen totaal niet kloppen en je weet ook dat de ander zich persoonlijk aangevallen voelt, terwijl jij alléén maatschappelijke patronen in die ander bovenhaalt, juist om de échte ander de ruimte te geven.
Ik raakte er verbijsterd over dat vrouwen binnen de zes weken deze dingen in een grof raamwerk konden doorzien en dat haar mannen dat niet konden, helemaal niet wílden ook. Haar echtgenoten, die haar op de huwelijksdag liefde en door-dik-en-dun-samengaan beloofden...
Je ziet alles als een maatschappelijk patroon, maar je krijgt het wel persoonlijk op je brood. De reacties van mijn man waren haast woordelijk hetzelfde als die van andere echtgenoten. Alsof alle mannen om de tafel waren gaan zitten en, na intensieve studie en wekenlange vergaderingen, afgesproken hadden om dít te zeggen als hun vrouwen dát zouden doen en zeggen. Zó keihard zitten deze patronen fractaal de mensen ingebakken. Zó doodsbang zijn vooral mannen om hun veilige plekje, hun "lieve" moederfiguurtje, hun emotionele opvang, hun superioriteitsgevoel en hun macht op te moeten geven.
Mijn man voelde dan ook de grond onder zijn voeten wegzakken en schoof alles naar mij terug: een voor feministes bekende reactie. En dat terwijl hij zo'n zacht en gevoelig karakter had. Die gespletenheid, dat dubbele, dat heb ik zo vaak gehoord van vrouwen! Ik raakte er verbijsterd over dat iets wat goed begonnen was, een goede vriendschap, onmiddellijk na de huwelijkssluiting door een langzaam sluipend vergif gesloopt werd: het gif van het kostwinners/huisvrouw-syndroom.' Ik schudde mijn hoofd en liet het tussen mijn handen zakken, mijn ellebogen op de knieën. 'Ik vind dit zo moeilijk om te zeggen,' zei ik.
'Ik denk dat ik het wel kan raden, maar daar schiet jij niets mee op!' en Joannes legde zijn hand warm en zwaar in mijn nek.
'Nee, dat weet ik. Maar ik hou het in het algemeen, omdat het algemeen ís, nog steeds anno 1997!
Ik vond het vreselijk om te ontdekken dat het huwelijk een valkuil bleek, dat mannen niet tot vriend voor hun vrouw zijn opgevoed, maar integendeel: als persoonlijke vijand reageren, zo gauw hun vrouw buiten het vaststaande kader stapt.' Dát hoge woord was eruit.
Joannes pakte me bij mijn schouder. Ik greep die hand vast, legde mijn hoofd erop eventjes. Toen ging ik door:
'Ik ben zo in de war geweest, en wanhopig, moedeloos en alleen. Ondanks mijn vriendinnen, want je staat er toch op je eentje voor. Ik voelde me verraden en eenzaam... Ik ben vaak overspannen geweest in die tijd. Heb dikwijls op het punt gestaan om naar een advocaat te stappen. Ik was zo ongelukkig,' en ik begon te huilen. Hij streelde even over mijn haar, liet zijn hand op mijn rug liggen. 'Ik heb al zoveel gehuild,' snikte ik.
'Nog niet genoeg blijkbaar.'
Na een poosje ging ik verder:
'Ik heb veel gewetenswroeging, zware gewetenswroeging gehad, toen ik de politiek doorkreeg achter het opvangen van de spanningen die mannen uit hun werk mee naar huis brengen. Elke keer wist ik me geen raad als ik wéér zo'n rotverhaal te horen kreeg. Dan zag ik na bijvoorbeeld zo'n gespannen vergadering met allerlei oneerlijke manipulaties, mijn man met een klein gezichtje van vermoeidheid thuiskomen, zag met mijn geestesoog iedere collega naar diens huisje gaan en dáár zijn gal spuwen. Dan zag ik de volgende dag vanuit mijn huis mijn man, enigszins opgeknapt weer terug gaan. En al die collega's van hem: idem dito! Maar dáár veranderde NIETS!! Mede door die opvang van de "lieve" moederfiguren! En weekenden waren opknapbeurten, vakanties verkapt ziekteverlof in plaats van een plezierige onderbreking en extra-energie-opdoen.
En een ander punt van mijn gewetenswroeging was: wat deed zijn werkgever met het geld dat ik hem uitspaarde, doordat ik zó intensief voor mijn man en onze kinderen zorgde, dat hij voor de volle honderd procent in zijn werktijd ter beschikking stond van die werkgever, en na zijn verblijf en opvang thuis weer een beetje opgepept naar kantoor kon. Dat waren stukken van mijn woede, verwarring en gewetenswroeging.
Aan "geestelijken" had ik toen al niets meer. Ook niet aan andere hulpverleners! En ook niet aan de voortreksters van de tweede feministische golf! Ik heb het allemaal in mijn eentje uit moeten dokteren! Al die weerstand van alle kanten, met als gevolg mijn gepieker, hebben mij echter wel een haarscherp inzicht bezorgd.
Ten slotte besloot ik dat ik mijn man op zou blijven vangen, omdat hij ook maar een mens was en geen kant op kon. Dat gaf me een hoop rust. Omdat ik zoveel met hem praatte, ging ik besef krijgen van omkeren: ik begeleidde hem erin om dingen op zijn werk niet meer te pikken en om daar als méns te willen functioneren. En hij begon zachiesan door mij de politiek achter zijn werksituatie te zien: dat hij alleen maar werkkracht mocht zijn en liefst één die zich doodwerkte... Maar ik nam me wel voor om bij zijn pensionering een speech te houden!'
'En, heb je dat gedaan?'
'Jazeker!' zei ik met glinsteroogjes, 'en iedereen was er gelukkig mee! Ik heb het nog wel ergens op een bandje staan. We hadden nadrukkelijk mijn "onzichtbare collega's" ook uitgenodigd: de partners van zijn collega's. Het zat er vol vrouwen, dat zie je anders nooit! Een feestelijk gezicht.' Ik glimlachte even bij de herinnering, ging door:
'Ik begon overal diezelfde patronen doorheen te zien, ook met Frans. Ik was zo in de war door hem: hij sprak altijd over liefde en dan had ie mij weer óm. Maar dan kwam ik thuis en dat klopte niet met wat hij zei. Ik kon maar niet accepteren dat liefde bekhouden zou zijn, en dingen van jezelf opgeven, en vooral geen liefde, waardering en begrip vrágen. Het klopte niet: dat soort liefde mochten alleen moeders/echtgenotes uitvoeren.
Hij had het ook vaak over: laten zien dat je machteloos bent, dan gaan mensen óm. Maar ook dat klopte niet voor huisvrouwen... Wel voor honden, niet voor huisvrouwen. Die ZIJN machteloos en daar wordt juist misbruik van gemaakt. Die machteloosheid IS ER én is onzichtbaar én is politiek/economisch van wereldbelang... En: mannen in allerlei machtssituaties zijn heel goed, als vanzelfsprekend, zonder gewetenswroeging of onrust in het misbruiken van de machteloosheid van hun slachtoffers voor eigen emotionele, financiële en andere bevrediging, voor eigen gewin...
Pas na drie jaar zei hij ineens: "liefde is ook: iemand een schop onder de kont geven! Dingen niet meer pikken! Waardering opeisen!" Dat luchtte me enorm op.
Maar wat bleef, was dat ik helemaal niet met hem praten kon. Terwijl dat had gemóéten bij een pastor, bij iemand die zo vér was!'
Ik hield even op.
'Joannes,' begon ik ongelukkig, starend op m'n wriemelende vingers in mijn schoot en hield op. Hij was meteen naast me. Zijn hand schoof onder mijn kin en hij tilde zachtjes mijn hoofd op. Door een waas van tranen keek ik hem aan. Hij pakte mij bij mijn schouders.
'Ik heb dit nog nooit tegen iemand gezegd!'
'Dan wordt het wel eens tijd', zei hij bezorgd, 'biecht maar op!' en sloeg zijn armen om mij heen, me dicht tegen zich aantrekkend. Even brak het bewustzijn tot me door en moest ik ondanks alles toch glimlachen: biechten bij de paus.
'Joannes,' fluisterde ik in zijn paarse polo-shirt, 'ik begon zo te háten, harder: 'ik begon mannen zo te háten! en alle gedrag wat daaruit voortkwam zo te háten! en het huwelijk en het huishouden en dat rotleven zo te háten,' riep ik uit, 'en daar was ik dan weer kwaad over op mezelf! En zelfs dáár zag ik politiek achter, achter dat kwaadworden! Ik kon er geen kant mee uit. Daar ben ik jarenlang zó door in de war geweest!' Het kwam er met een golf van hete tranen uit, van onder uit mijn tenen, alsof er nooit meer een eind aan kwam.
'Ik kon er met Frans niet over praten. Dat had moeten kunnen. Hij had me er doorheen moeten trekken als pastor! Maar integendeel: hij ging zo kleinerend met mij om dat ik hem ook ging haten. Heel scherp was ik me bewust van mijn eigen gespletenheid in dit soort situaties: houden van een deel van iemand en tegelijk een ander deel diep haten! En dat andere deel was maatschappelijk veroorzaakt, werkte in die personen tégen die personen zelf in en dat wilde ze niet weten!
Op een gegeven moment begon ik de conclusie te trekken dat, als het er op aankomt, mannen op veilig spelen en vrouwen vandaaruit dan alleen nog maar leed en verdriet bezorgen, zelfs pastores.'
'Dat doet me zeer Ina,' voelde ik zijn stem brommen in zijn borstkas, 'maar je hebt gelijk. Ik heb zulke verschrikkelijke verhalen gehoord van over heel de wereld... Huil jij maar hoor, ik heb zelf ook niet veel goeds van mannen ondervonden, alleen van vrouwen!' Hij streelde over mijn haar, kuste me op mijn hoofd.
'Het is zo verschrikkelijk lang een steen in de buurt van mijn maag geweest, het zat me zo dwars!' snikte ik, 'ik kon er niets aan veranderen!'
Hij klopte me zachtjes op de rug en wiegde me een beetje.
Na een tijd bedaarde ik wat.
'Waar ik ook niet mee uit de voeten kon was: vrouwen begrepen haar man uitstekend, daar waren ze van jongsaf in getraind: in lief-zijn en gevoeligheid naar anderen. Maar mannen begrepen niets van vrouwen en wilden dat ook in eerste instantie niet en willen dat nóg niet! Jij bent helaas nog steeds een uitzondering!'
'Maar uiteindelijk ging jouw man wel met je mee door hè!' vroeg hij na een hele tijd.
'Ja, we hebben het heel moeilijk gehad samen. Ik heb niet gebroken met hem, omdat ik vind dat dat niet kán, zolang iemand stappen verder blijft zetten. Zó probeerde ik ook steeds vrouwen te steunen die dezelfde problemen kregen met haar man. Ik poogde haar te doen beseffen dat ze niet moesten breken en scheiden, zolang haar man elke keer een treetje hoger klom. Ik bleef er bovendien van leren. Ik wilde ook niet weggaan, zolang ik leerde en die wrok voelde. Ik wilde daar overheen groeien.'
'Zal ik jou eens wat zeggen Ina?' zei hij en pakte me opnieuw bij mijn schouders. Ik keek hem aan, gespannen en een beetje bang dat hij me veroordelen zou... Daar worstel ik nog dikwijls mee. Ik had nogal wat opgebiecht... Die haat en zo...
Hij nam mijn gezicht tussen zijn handen, keek me liefdevol aan en zei toen iets anders dan hij van plan was:
'Ik zie dat je ineens weer in zo'n spinnenweb zit. Wat is er aan de hand?'
'Ik, uh, ben bang,' zei ik aarzelend, schudde mijn hoofd tussen zijn handen vandaan en sloeg met gebogen hoofd mijn ogen neer. Maar hij tilde mijn hoofd opnieuw op en dwong me hem aan te kijken:
'Bang? Waarvoor dan?' vroeg hij met grote ogen.
'Uh, dat jij me zal veroordelen om die haat en zo!' en ik begon weer te huilen, 'daar ben ik dan weer boos over op mezelf, want dat is óók politiek en zo zit ik dan weer gevangen in zo'n spinnenweb.'
'O god meid,' riep hij uit en hij sloeg zijn armen opnieuw om me heen, 'ik jou veroordelen, o god,' zei hij nog een keer en ik voelde mijn schouder nat worden, 'het is goed Ina, het is goed, wees er maar zeker van dat je geen schuld hebt! En jij was niet zelf de oorzaak van je haat! Je haatte ook niet de mannen, maar het systeem, dat begreep ik heel goed uit je boek en nu ook weer!'
'Maar je krijgt het wel telkens persoonlijk van mannen naar je toe en ook van vrouwen die zich aangepast hebben in het systeem.'
Toen zei hij, terwijl hij opnieuw mijn gezicht in zijn handen nam:
'Ik wou je dit zeggen, het tegenovergestelde van veroordelen: jij hebt het allemaal niet weg willen stoppen, niet willen ontlopen. Je hebt het niet van je weg willen schuiven, of water bij de wijn willen doen! Jij hebt het allemaal willen dóórmaken, willen vóélen, omdat je zo eerlijk was en nog altijd bent! Ik vind het heel moedig van je, ik bewonder je erom Ina!'
Ik ademde óp!
'Dat heeft nog nooit iemand tegen me gezegd!' zei ik, met opnieuw, deze keer ándere tranen over mijn wangen.
'Jammer lieverd, dan hebben ze je niet op je waarde geschat! Dan kénden ze je niet! En als ze het al ooit gedacht hebben, hebben ze jou vreselijk tekort gedaan door het je niet te zéggen!' Hij kuste me op beide wangen. En omhelsde me opnieuw. Als een kostbaar kleinood, zó hield hij me vast.
We zwegen een hele poos. Toen vroeg hij met wat moeite, en dat móést hij wel, begreep ik:
'Je zei dat je nog steeds angst voor mannen hebt. Ik heb er net wat van gemerkt. Ben je bang voor mij Ina?'
'Nee, Joannes, dat ben ik geen moment geweest! Dat van daarnet was niet specifiek angst voor jou als mán, al is het wel uit de macho-maatschappij geboortig. Maar jij bent ook niet zo'n mán. Zoals mijn man dat ook niet is. Integendeel: hij wordt op handen gedragen door parochie-vrouwen!'
'Ik zou hem wel eens willen ontmoeten!'
'Dat komt vast en zeker nog wel eens, daar ben ik zeker van, vooral nu ik hier blijf. En jullie zullen het best met elkaar kunnen vinden, denk ik.'
We zwegen een hele tijd. Toen zei hij bezorgd:
'Gaat het nu weer een beetje?' en op mijn jaknikken liet hij me los en ging weer op zijn stoel zitten.
'Wil je verder vertellen over hoe je nu over het huwelijk en zo denkt? Of wil je dat een andere keer doen?'
'Ik ga nu wel door, het is per slot een vervolg op alles hè?
Zoals ik al zei: het is heel goed als twee mensen samen iets beginnen. Als die roes eraf is, kunnen ze elkaar gaan helpen met het opruimen van allerlei voorgeprogrammeerdheid en frustraties ten gevolge van die voorprogrammering. Daar is een samenwoning of huwelijk ideaal voor: mensen kiezen hun partner niet zómaar, dat doen ze voor het overgrote deel vanuit de voorprogrammering in hun lijf en leven! Het stukje natuur is maar héél klein: zelfs verliefdheid zit boordevol voorprogrammering! Ik ben dan ook tegen vastleggen, tegen voor-eeuwig-beloftes... Ook al omdat je geen seconde vooruit kan zien.
"Cor Unum", één van hart, stond er op onze trouwkaars. Dat vond ik schitterend toen! Maar het is een belediging van mensen! Je hoort aparte mensen te zijn en te blijven worden en elkaar dáár in te helpen!
Het huishoudelijk werk móét door beiden gedaan worden, opdat beiden de verantwoording ervoor voelen, ervaren: het huis, het eten, de boodschappen, de was is van allebei. Niet van één persoon en al helemaal niet, omdat die nou toevallig een baarmoeder heeft en geen lul. Sorry voor dat woord Joannes!'
Hij schudde zijn hoofd:
'Da's wel goed Ina! Maar als je kinderen krijgt, hoe moet dat dan met de opvoeding en dat niet vastgelegde huwelijk? Ik heb geprobeerd daar lectuur over te vinden, vergeefs. Ik heb dat nodig voor mijn tweede encycliek!'
'Dat komt mede doordat de voortreksters van de tweede feministische golf niets aan moeders/echtgenotes gevraagd hebben! Je telde alleen mee als je ging scheiden.
En het komt ook doordat mannen niet massaal in het geweer gekomen zijn! Nergens las en lees je iets over hoe je bijvoorbeeld met macho-invloeden op je zoontje moet omgaan: die jongetjes-beweging, die vriendjes! O, die VRIENDJES!! Ik heb daar verschrikkelijk mee geworsteld en dat geldt eveneens voor veel moeders. Nog altijd helaas!'
'Je hebt het niet eenvoudig gehad meid!'
'Nee, maar ik heb er wel veel van geleerd! Ook man en kinderen.
Aan kinderen moeten jonge mensen niet zomaar beginnen: daarvoor zijn nieuwe mensen te belangrijk. Ze moeten wel afspreken dat, zolang de kinderen onder de achttien zijn, ze samen voor hen zullen zorgen. Dat móét gewoon! Dat kan heel goed. En niet alleen vader voor de leuke dingen en de rottige voor moeder!
Verder is het heel belangrijk dat beide aanstaande ouders hun eigen behoefte aan kinderen beseffen en accepteren, opdat ze het kind niet belasten met overspannen verwachtingen: het kind kan nog niets géven. Als Men denkt dat het kind iets geeft is dat: dat kind iets afpakken, want het kind kan niet beslissen! Dat kan het pas tegen dat het vijftien, achttien is! Het reageert vanuit eigen behoeftes. Dat geven doet het ook vanuit eigen behoefte.
En ze moeten zich bewust zijn van hun verschillen in voorprogrammering ten opzichte van jongens en meiden. Al van vóór de geboorte van hun kinderen hebben ze beiden een uitstraling die voor jongetjes anders is dan voor meisjes. Ze kunnen dat niet helpen: zo zijn ze geprogrammeerd van vóór hun eigen eerste kreet. Maar het is verwarrend voor het kind en dat moeten ze wel weten!
Als ik een jongetjesbaby zie en mijn oude voorprogrammering ervaar ten opzicht van dit wezentje, eigenlijk versterkt door wat ik heb leren zien over mannen en vrouwen, dan probeer ik ook een energie van om-vergeving-vragen in te bouwen. Een energie van "je kan het ánders, word een méns". Vind je dat gek?'
'Ik weet zeker dat je daardoor een goede invloed hebt en waarschijnlijk zelfs veel goedmaakt van wat anderen met hun voorgeprogrammeerde blikken en manieren van omgaan met baby's en kinderen aan hen beschadigen!'
'Dan krijg je de school-perikelen. De kern daarvan is dat kinderen er gevrijwaard moeten worden van rolpatronen! Je hebt er in je encycliek al op gewezen. De bisschoppen zijn nog bezig met die dingen om te gooien. Dat betekent: docenten die daar in eigen leven attent op horen te zijn, en die patronen in de leerstof telkens opnieuw moeten opengooien en met de kinderen doorpraten. Daar moeten beide ouders, samen met andere ouders achterheen zitten. Maar dat komt nog steeds moeilijk van de grond! Ik heb daar ook wat knokpartijen liggen!' Ik zuchtte, 'het beroerde is dat meiden intussen al wat anders opgevoed worden dan vroeger, maar jongens nog steeds niet! En dan ook nog alleen maar in bepaalde westerse landen.
En nog dit: als je eerlijk bent, hoeft geen enkele relatie stuk te lopen, kinderen of geen kinderen!
'En als, zoals bij jullie, de kinderen de deur uit zijn? Hoe moet het dan met een huwelijk?'
'Dan moeten beiden zich vrij weten om samen door te gaan, of ieder hun eigen leven te leiden. Maar feitelijk kan het allebei... Ik ging vaak op vakantie op mijn eentje: ik kan heel goed alleen zijn, dat vind ik zalig! Toch zijn er nog steeds mensen die dan bedenkelijk kijken. Dat alles-samen van getrouwde mensen zit er zó keihard in...'
'Jij zit hier en hij daar, bezwaart je dat?'
'Niet in het minst. Ik heb geleerd steeds voor iets belangrijkers te kiezen en dat is nu dit, hier jij, de kerk...'
'Draag je daarom geen ring?'
'Toen ik de werkelijkheid van huwelijken inzag, heb ik hem afgedaan en ik zal hem nooit meer omdoen, het is on-eer-lijk! Mijn man is hem blijven dragen, tot hij door medicijnvergiftiging dikke vingers kreeg: de zijne moest doorgeknipt worden. Die ligt nog steeds in tweeën geknipt in zijn laatje. Ik vind dat heel symbolisch: hij is vrij, ik ben vrij en zo hoort het ook!'
'Maar trouw Ina, wat zeg je daar dan van?'
'Er is maar één trouw mogelijk: die aan jezelf. Ik ben nu heel trouw aan jou, omdat ik trouw aan mezelf ben, inclusief sores... Dat valt dan samen! Het is een zwaar politiek beladen macho-uitvinding om trouw uitsluitend te koppelen aan seks-binnen-een-relatie en dat soort trouw dan ook nog beperkt te houden tot vrouwen. Mannen die een "slippertje" maken, worden daar niet op aangekeken... Dan ineens kan hij er eigenlijk niets aan doen: "natuur", "jager..." Toen ik mijn bek open begon te doen en het recht op een eigen mening, een stuk eigen leven begon op te eisen, ging ik heel diep ervaren dat dit de vervulling van mijn huwelijksbelofte was: tóén pas werd ik trouw!'
'Je hebt helemaal gelijk!'
We zwegen een poosje. Ik keek Joannes opnieuw aan en zei:
'Ook is het doodgewoon veel te beperkt... om maar met één mens het leven te moeten delen. Ten eerste is dat een te zware belasting van jezelf en van de ander, en ten tweede: met andere mensen kan je andere dingen delen en leren dan met die ene.
Voor kinderen is dat enge één/één-patroontje ook slecht, te beperkt... Bovendien belemmert dat één/één-denken mensen in het zetten van volgende stappen. Als een huwelijkspartner iemand of een situatie ontmoet waar hij/zij veel verder mee kan komen als méns, dan is het noodzakelijk dat hij/zij kiest voor die volgende stap. Je moet elke keer verder kunnen kiezen en daar mag een ander je niet in belemmeren! Dat heeft mij steeds gedragen, mij voortgedreven vanaf mijn negenendertigste de hele weg terug naar mijzelf totnutoe. Dat wil niet zeggen dat er gescheiden moet worden. Dat moet helemaal niet nodig zijn.'
Joannes glimlachte:
'Daar ben jij het levende voorbeeld van! Maar ik zie dat je moe bent. Wil je stoppen?'
'Ik ga even pitten en dan wou ik er vanmiddag eens uit, ergens heen. Kan dat met jou? Ze kennen je overal.'
'Ik zet een zonnebril op en een zonnehoedje, hang een fototoestel om mijn nek, ik kam mijn haar naar achter, dan denken ze dat ik een toerist ben. Ik zoek wat leuks uit, is dat goed? En dan gaan we ergens eten...'
En zo geschiedde.
* * * * * *
Sacrament
'JIJ ziet er uitgerust uit! Je hebt goed geslapen zeker,' zei Joannes toen ik hem in het zwembad vond de volgende ochtend.
'Ik heb geslapen als een os. Die wandeling gisteren was heerlijk en ik was lekker moe.' Ik nam een aanloopje, zette af, trok mijn knieën op en ketste als een balletje in het water. Een watergolf overspoelde Joannes, en hij was al zo nat...
'Nou bedáánkt,' lachte die, 'ik kan niet tegen water!'
'Graag gedaan jochie!' riep ik proestend uit.
Even later hingen we uit te blazen langs de kant en ik zei:
'Ik heb die spinnenweb ontdekt van gisterochtend.' En op zijn vragende blik ging ik verder: 'toen je al die omkeringen opsomde, weet je nog?' Hij knikte. 'Je was me aan het troosten. En daar raken mensen van in de war. Troosten is vergif, maakt ziek, ontneemt de mensen hun rotgevoelens, die ze zo keihard nodig hebben.'
'Dat had ik helemaal niet in de gaten! Sorry Ina!'
'Niks sorry: je wíst het toch niet? En je hebt zó vaak op die manier gereageerd, zoals dat gewoon is overal... Dat was "liefde" en "invoelen", "mensen-in-hun-waarde-laten" en "be-moed-igen" en zo... Je hebt waarschijnlijk nooit iemand gehad die jou daar iets over liet inzien!'
'Nee, maar ik heb er wel over in je boek gelezen. Ik stond er helemaal achter en maak dan toch nog zo'n kardinale fout!'
'Dat komt omdat je nooit kardinaal bent geweest!' gierde ik. Toen we uitgelachen waren: 'maar zonder gekheid: zo zie je maar weer dat de theorie en de praktijk vaak helemaal niet met elkaar kloppen, omdat je koppie het wel weet, maar je lijf kan nog niet mee!'
'Nou kan ik er vrede mee hebben,' zei hij, 'heerlijk eigenlijk, dat we dingen zó kunnen oplossen samen! En ervan groeien!'
'Dat zou gewóón moeten zijn tussen mensen... Dat is alledaags die evolutie.'
'Hoe moet dat nou met bidden?' vroeg Joannes bij de koffie, 'ik kan het niet meer. Is dat hoogmoed of zo? Ik vind het vreselijk, maar sinds jouw boek hoor ik iedere keer de verkeerde dingen als ik bid: het gaat over mezelf. Ik haal iets naar me toe; ik stuur allerlei loftuitingen naar God of Jezus Christus toe, alsof ik daarover kan oordelen; ik doe net of ik God iets te bieden heb; en hem dingen af moet zien te troggelen! Hoe kan ik nou een kerk verder leiden zonder bidden? Ik bad natuurlijk veel, dat ben ik gewend en ik méénde ook wat ik zei. Ik ben er ineens helemaal vanaf en eigenlijk maakt het me bang: zitten we wel op de goede weg?'
'Je hoeft niet te bidden om wat je zelf kan zijn, volledig. Wie eerlijk leeft, krijgt alles wat hij of zij nodig heeft en op de tijd die goed voor hem/haar is! Daar hoef je dus ook niet om te bidden. Je moet dan ook zeggen: "záten we wel op de goede weg?"
En je bent het gewend, zei je. Misschien zou je je eens moeten afvragen of dat niet verdraaid jammer is... Omdat "gewend-zijn" een verslaving is, waar het heel moeilijk van afkicken is; omdat het je afgehouden heeft van alle wijsheid die in je is en zich levenslang ontwikkelen moet; omdat het je afgehouden heeft van allerlei alledaagse waarheden. Die God is niet te vangen met gebeden. Die moet je ZIJN, be-LEVEN. Omgekeerd dus.'
Ik vroeg hem of hij een missaal had. Natuurlijk had hij dat! Hij ging het boven halen. Ik sloeg het open, "toevallig" bij de consecratie-woorden: "dit is mijn lichaam... mijn bloed..." Hij keek me diepongelukkig aan:
'Wat moet ik hier nu verder mee?' en tikte hard op de woorden in het boek, 'dit was me altijd zo kostbaar! Waren dit ook leugens?'
Ik legde het missaal op tafel, pakte zijn hand en sleurde hem mee naar de keuken. Ik greep de cassisfles van mijn verjaardag en vulde hem met water.
'Ik zal je bewijzen hoe wáár dat was! Nee, niet ik zal het bewijzen: ik zal het jou zelf laten bewijzen! Kom mee.' We gingen terug naar het terras, en ik duwde hem in zijn stoel, zette de fles op tafel.
'Iets van wat ik over Frans vertelde, heb je al gehoord: door je te verplaatsen in mensen, voorwerpen, en vloeistoffen en zo, kan je ze laden met energie. Ik heb er ook in mijn boek over geschreven.'
'Dat laatste deel heb ik nauwelijks bekeken,' zei hij, 'ik was zo beroerd!'
'Ik zal het je leren.'
Eerst liet ik hem zich ontspannen. Dat kon hij goed, want hij had veel gemediteerd. Vervolgens liet ik hem zich indenken dat hij op een strand in een stoel lag. Het was de bedoeling dat hij ook echt het gevoel had, hetgeen lichamelijk is, dat hij daar lag. Dat lukte niet zo een-twee-drie. Maar op een gegeven moment riep hij uit:
'Ik weet wat je bedoelt!'
Nu zei ik hem zich in te denken dat hij in zijn eigen hoofd zat: hij heel klein, het hoofd heel groot. Hij moest het hoofd als het ware als een deken om zich heen trekken. Even later riep hij uit:
'Ik heb het,' en was het meteen weer kwijt. Dat kon hem niets meer schelen: hij wist wat ik bedoelde en het lukte hem.
'Als je het in je eigen hoofd kan, kan je het ook bij anderen en in allerlei voorwerpen, vloeistoffen, zwembaden en etenswaren,' zei ik. 'En nou met die fles. "Doe net" of je in dat water zit. Als je in je hoofd kan zitten, kan je dat ook in de fles. De geest in de fles.'
Hij moest lachen, maar zag in hoe wáár dat was. Het lukte hem, hij voelde, wíst dat hij in het water zat met zijn IK, want dat is het. Je kan het ook geest noemen of energie, dat maakt niet uit. Ik zei hem daar even te blijven en hield mijn hand zo'n dertig centimeter boven de hals van de fles. Op een gegeven moment voelde ik het: een toenemende koude "tocht" onder langs mijn pols, een prikkeling in mijn hand. Ik zei:
'Je hebt het voor elkaar, paus Joannes de vierentwintigste! Alweer een stap verder!' We gingen naar de kamer met die donkere kast en daar zag hij het zelf...
Toen we terug kwamen buiten, greep hij opnieuw het missaal. Wéér tikte hij hard op de woorden die daar stonden:
'Maar wat kon Jezus dan bedoeld hebben met: "mijn vlees en bloed"?'
'Ik denk dat je, tegen de tijd dat je aan het betreffende hoofdstuk in mijn boek toe was, je je niet helder genoeg meer voelde om de uitleg te vatten. Ik vraag je nu: hoe komt het dat je genezen kan?'
'Omdat ik eerlijk poog te leven.'
'Dat wil zeggen: niet vanuit je hersens, maar vanuit je Gevoel op de eerste plaats, met behulp van de hersens. Je leeft vanuit je hele lichaam, je bloed, je botten, tot in je tenen toe, met als centrum niet je hersens maar je buik. Vandaar je warme voeten. Zo gauw je in spanning zit ergens over: koude voeten.
Welnu: als jij water en olie, soep, wijn, brood, ananas, koffie, groente met energie kan laden, is dat omdat je leeft vanuit je lichaam.
Daar komt nog iets bij: jij leeft ook naar wat je overkomt en gaat emotioneel zo goed mogelijk om met de gevolgen van wat je totnutoe gedaan en gelaten hebt. Ook dát hoort bij leven vanuit je lichaam, zo vorm je óók je geest. Het valt allemaal samen. In wat ik Het Grote Gebeuren noem, IS DAT HETZELFDE! Ook al omdat de geest van de mens gevormd wordt door het lichaam, niet omgekeerd...'
Hij sprong "begeesterd" op:
'Ik héb het: als ik water, olie, wijn, soep, brood, aardappelen met mijn energie laad, is dat hetzelfde als mijn lichaam... mijn bloed... mijn leven...! Zó simpel is dat raadsel dus waar in de katholieke kerk gedurende eeuwen dikke boeken over geschreven zijn... Zó simpel!!
Als ik een eucharistieviering zou doen en ik zou brood en wijn én de mensen met mijn energie laden, zou ik met een gerust hart kunnen zeggen: MIJN lichaam... MIJN bloed..., omdat het voortkomt uit mijn luisteren naar mijn lichaam, mijn manier van leven, mijn manier van omgaan met alles wat me overkomt..., omdat het mijn leven IS!
Geen wonder dat Men daar nooit achter gekomen is: iedereen zat emotioneel, materieel, financieel en moreel vast aan geloofswaarheden, voorschriften en leefregels. Er was voor niemand, voor mij dus ook niet, ook maar de minste ruimte voor "mijn vlees en mijn bloed", mijn leven, mijn ZIJN en dat van iedere mens.'
'Joannes. En dan is het cirkeltje rond! Want dat zou precies de bedoeling van Jezus hebben kunnen zijn toen hij zei: "doe gij ook zo..."! En niemand kon dat totnogtoe op deze manier begrijpen van Jezus Christus!'
Hij knielde naast mijn stoel, en zei ontroerd:
'God, Ina, wat ben ik blij dat ik je kén!' en borg zijn hoofd in mijn schoot.
'Geniet er maar van Joannes!' en ik streelde even zijn dikke golvende haar, tilde zijn hoofd op en nam zijn gezicht tussen mijn handen, keek hem tot op zijn ziel: 'je bent een goed mens lieverd! Je hebt dit zelf allemaal óók gedaan!'
* * * * * *
Johannes 14, 12
's Middags wilde hij in het evangelie van Johannes wroeten. Ik vroeg hem in het 14e hoofdstuk vers 12 te lezen: "... gij zult groter dingen doen dan ik gedaan heb..."
'Het is het enige vers dat ik bij nummer ken,' grapte ik.
'Wat moet ik daar nu mee?' vroeg hij lichtelijk vertwijfeld.
'Als Men het over dit stuk evangelie heeft, weet Men nooit wat Jezus bedoelde,' zei ik, 'Men vraagt zich ook niet af, waarom dit nog niemand gelukt is!! Men vraagt zich zelfs nooit af, waardoor de geneeskracht in het christendom verdwenen is... Men vraagt zich niet af of JC dan misschien de zaak bedonderd heeft... Laat staan dat Men zich afvraagt of er dan misschien iets heel erg niet klopt! Ik heb er in preken, lezingen, publicaties of interviews nog nooit iemand over horen praten, behalve Frans. Men wist daar door alle eeuwen heen, duidelijk geen raad mee.
Wat jij nu kan, doordat je zo eerlijk leeft, "waarheid bent", is veel groter dan wat hij kon: je hebt meer inzicht, bent als méns heel ver, en al lang bezig op die weg. Je krachten zullen groeien naarmate je gaat genezen. En niet eenlingen zul je genezen, maar je gaat mensen behandelen met miljoenen tegelijk, al zullen velen niet in een klap beter zijn. Je zal tegen de honderd procent zitten met geneesresultaten; je hebt tv en radio. Zie alles eens wereldwijd!
En dan hoef jij het nog niet eens alleen te doen: je bisschoppen en priesters moeten het ook kunnen. Er zullen er uitvallen voor wie de waarheid te "hard" is, maar ook met enkelen kan je veel. En verwacht gerust veel van alle vrouwen die je priester laat worden en bisschop... Plus nog gewone vrouwen als ik...
Wat een warme deken zal er over de aarde gespreid worden!' zei ik peinzend, 'er is voorspeld dat in '99 de aarde zal vergaan, maar ik vermoed dat dit gigantische gebeuren daar een stokje voor zal steken! Dat dat 'vergaan' betekent dat de oude mentaliteit zal verdwijnen...'
Weet je Joannes: DIT IS DE VOLGENDE STAP NA JEZUS! Die kan pas na 20 eeuwen christendom gezet worden door mensen als jij en ik: zelf God zijn!'
Joannes keek me onderzoekend aan, een beetje geschrokken leek het wel: dat oude van Jezus als verlosser en leidsman en genezer zat hem kennelijk nog hoog. Ik glimlachte naar hem:
'Maak je geen zorgen jochie, je zult het dra wel snappen!'
'Zoals zoveel hè?', zuchtte hij.
Nog meer lazen we in Johannes. Woorden, voor iedereen raadsels en waar dikke boeken over geschreven waren, waar veel studies aan gewijd waren, herkende Joannes helder en simpel. Al die boeken, die studies: verspilde tijd, verspilde energie, verspilde mogelijkheden...
* * * * * *
Poppenkast
'Al dat pontificale kan ook afgeschaft worden. Ik heb er al een boel van opgeruimd, maar álles kon niet. Ik weet nog niet hoe ik dat moet verkopen!' zei Joannes na het avondeten.
'Verkopen, verkopen? Je hebt toch geen winkeltje? Ik heb me altijd geërgerd aan dat soort taal. Je gaat bewijzen dat een andere manier van leven belang-rijk-er, rijker is. Dat is toch geen verkopen? Onder verkopen versta ik: allerlei smoesjes gebruiken om anderen te bedonderen. Jij bedondert niemand als je alles anders gaat doen.'
'Maar hoe zullen de mensen reageren? Ze zijn het zo gewend: al die poppenkast vinden ze schitterend!'
Ik werd kwaad:
'Je praat als een kip zonder kop. Nou heb je zulke machtig mooie en sterke mogelijkheden, zó helemaal in dienst van de mensheid en nou praat je zo'n armoedig taaltje!'
'Ik weet niet hoe ik moet beginnen, hoe ik ze duidelijk moet maken dat ik nu met belangrijker dingen bezig ben.'
'Bewijzen, Joannes: bewijzen. Je kan het bewijzen. Waarschijnlijk zijn de mensen al dat pontificalisme gewoon vergeten, zodra ze één uitzending of dienst van jou meegemaakt hebben, waarbij ze zich een stuk lekkerder gingen voelen dan vroeger na die poppenkast! Want dat vulde niet. Dat vol-deed niet. Dat maakte de honger alleen maar groter!
Wat jij gaat doen vol-doet wél. Je zal sommige zieken in één klap genezen. Anderen zullen er langer over doen, maar ik garandeer je dat je iedereen antwoord geeft op hun problemen.
Je geeft ze een nieuw uitzicht Joannes! En dat voelt veel beter dan al die zoethouderijtjes totnutoe. Je hebt het nooit ervaren op die manier. Ik zal het je laten voelen. Ik zal me in je verplaatsen, dan kan je iets ervaren van wat jij voor anderen kan betekenen. Wil je dat? Je bent momenteel wat gespannen, dus je zal wel koude voeten hebben.'
Hij knikte en ging akkoord.
We gingen allebei met onze ogen dicht zitten. De warmte, de diepe rust en de ruimte binnenin mij waren er onmiddellijk. Ik begon, zoals ik altijd doe, met zijn hoofd. Ik verplaatste me in allerlei delen van zijn hoofd. Daarna in zijn nek. Toen liet ik me een paar keer langzaam afglijden van zijn hoofd via nek en rug naar zijn voeten. Dat haalde een hoop spanningen weg. Verder verplaatste ik me in alle delen van zijn lichaam van boven naar beneden. Bij zijn voeten aangeland, voelde ik dat hij bijna in slaap was gevallen. Ik deed mijn ogen open en vroeg:
'En, hoe voelt dat?'
Hij keek me verbaasd aan en zei:
'Héérlijk, in één woord. Ik slaap bijna! Ik voelde je overal zitten, ik heb je helemaal kunnen volgen. Ik ben zalig ontspannen en heb warme voeten. Lekker vond ik ook dat je langs mijn rug naar mijn voeten gleed.'
'Dat kan ook op een andere manier.' Ik maakte een gebaar waarbij ik "net deed" alsof hij naast me zat en ging met mijn hand "door hem heen".
Langzaam, anders zou hij teveel afkoelen. Hij voelde dat duidelijk! Ik vroeg hem dat ook bij mij te doen. Hij hoefde alleen maar mij naast zich of voor zich te "projecteren" en zo verder. Hij deed het en ik voelde duidelijk dat hij "door mij heenging". Ik kan eigenlijk die aanhalingstekens wel weglaten.
'Zó kan je bijvoorbeeld hoofdpijn weghalen en spanningen uit de nek en chronische verstopping,' zei ik, 'op beide manieren kan je een hele groep zo behandelen, zowel door je er in te verplaatsen als door er met je hand doorheen te gaan.'
'Dat snap ik niet.'
'Mensheid is in wezen één geheel, fractaal één organisme, ongeveer zoals een mierenhoop dat is. Wat je moet doen is: de mensen die je wilt behandelen tot één "pakketje" maken, één mens. Dat werkt! Ik heb het zo vaak meegemaakt bij Frans toen...! En het later zelf gedaan.
Toen ik nog naar de kerk ging,' fluisterde ik en boog me samenzweerderig naar hem over, 'heb ik wel eens kort voor de consecratie voor de grap me verplaatst in de longen van alle aanwezigen, omdat wat daar op het altaar gebeurde niets voorstelde: het LEVEN was eruit! Tijdens de gebruikelijke stilte rondom dat gebeuren begon menigeen onhoudbaar te blaffen. Ik moest wel lachen...'
Na een poosje stilte zei ik half voor mijzelf:
'In feite heeft dit niets met christendom te maken.' Ik zag hem schrikken en vervolgde: 'het gaat over JOU, het gaat over MIJ, het gaat over de MENSHEID, het gaat over EVOLUTIE, niets meer en niets minder!'
Geladen stilte.
'Is het wel goed Ina, waar we mee bezig zijn?' Hij keek me aarzelend aan. Ik zei geen ja en geen nee. Ik zei hem dat het niet erg was om te twijfelen. Het waren zulke ingrijpende veranderingen. Twijfel houdt de geest aan de gang. Als je twijfelt, klopt er iets niet: ófwel je hebt het zelf bij het rechte eind, ófwel het nieuwe klopt als een bus.
'Laat maar lekker zitten jochie, maak je geen zorgen over je twijfel. Je hebt zulke rare dagen gehad!'
'Het is ineens zo onwezenlijk voor me, net of ik zo meteen uit een droom ontwaak.'
'Dat komt omdat je er nooit iets over geleerd hebt, omdat de kerk jou dit afgepakt heeft, jou en alle gelovigen vanaf Jezus Christus. Dit heeft veel tijd nodig. Altijd weer zullen de oude dingen boven komen en je een tijdje dwars zitten. Slaap er maar eens een nachtje over, of twee, of honderd... Nooit iets haasten. Misschien heb ik alles wel teveel doorgedramd. Men klaagt daar wel vaker over... Zal ik nog even bij je blijven zitten, zomaar, zonder te praten?'
'Doe dat asjeblieft. Ik voel me nu niet prettig alleen en ik kan met niemand anders deze dingen doorspreken.'
'Morgen praten we wel verder, OK? Of volgend jaar of zo...'
* * * * * *
Naar
Deel 6| home | boeknpl | trefwrdn | links | reageren? | engls/dts | aan studntn | oproepn | colum |
VAN INA MIJLING