Ina Mijling, www.path-of-wisdom.com
home
| boekenplank
| links | reageren?| aan studenten | ikzoek
| colum
| copyright |
mijn boek
JOANNES XXIV,
Deel 2
Inhoud: Afscheid. Start. Audiënties. Brief 1. Encycliek. En meer. Puinhoop.
Afscheid
Drie dagen
later vertrokken Riek en Myriam weer naar Nederland.
Joannes nam met moeite afscheid van haar: hij had haar nu eigenlijk zo nodig.
Hij stond op zijn eentje tussen uitsluitend mannen! Hij vroeg beiden bij hem te
komen wonen. Met haar ervaring, kennis en ontwikkeling zouden ze hem goed
kunnen helpen met de gigantische problemen de hij ongetwijfeld op zijn nek zou
krijgen. Maar ook de tegenwerking zou enorm zijn. De kerk, het geloof, de
hiërarchie: ze zaten allemaal vól vrouw-vijandigheden
en dus zouden de traditionelen hem zoveel mogelijk
bestrijden. Vooral daarbij had hij de steun van dergelijke kritische en ervaren
vrouwen nodig...
Myriam wilde
eerst haar studie afmaken. Dat zou met een week of vier bekeken zijn. Ze wilde
graag komen, dat zag ze helemaal zitten. Veel liever dan in een onwillige
parochie te gaan zitten modderen. Ze was echter getrouwd en wilde met haar man
overleggen. Mocht die besluiten om dáár te blijven, dan zou ze zich door hem
niet laten weerhouden. Waarom moesten totdantoe
vrouwen altijd wél haar man volgen, waarheen hij ook
ging, en zou dat omgekeerd niet kunnen? Maar ze verwachtte wel dat haar man mee
zou komen. Hij stond totnutoe helemaal achter haar. Haar kinderen, dat was een
andere zaak: die moest ze vragen wat ze wilden. Kinderen van vijftien en
zestien kan je niet zomaar achterlaten. Meenemen, midden in hun studietijd,
naar een vreemd land met een andere taal, was niet zo eenvoudig. Gelukkig waren
het sterke tieners, die al aardig volwassen waren. Ze had hen van jongsaf
aangesproken op hun verantwoordelijkheidsgevoel. Ze hadden beiden een groot
besef ervan. Haar ouders zouden misschien een paar jaar voor de kinderen willen
zorgen. In de vakanties konden ze dan naar Rome komen.
Riek had
veel meer moeite met het vertrek: ze had met Johan een sterke band, mede
doordat ze samen zoveel doorgemaakt hadden. Zoals gezegd: met haar ene dochter
had ze niet zo'n sterke band, omdat die niets van het feminisme van haar moeder
wilde weten. Ze zat vol verwijten en frustraties naar haar moeder toe. Die was,
volgens haar, geen lieve en zorgzame moeder geweest, met haar vechten voor
eigen rechten en het haar kinderen achterna zitten voor huishoudelijke dingen
en zo. Daarentegen waren haar kinderen dol op Oma en zij op hen.
Haar
jongste dochter had zich wel door haar laten inspireren. Daar had ze eveneens
een sterke band mee. Die had nog geen kinderen: ze reisde veel als concertpianiste.
Ook haar andere zoon en zijn kinderen waren haar dierbaar. Diens vrouw was een
van haar intiemste vriendinnen. De slechte-schoonmoeder-verhalen
klopten bij haar gewoonweg niet. En dan waren daar nog haar andere vriendinnen
en haar werk in de vrouwenbeweging en de kerk, waar ze veel voldoening in vond.
Dat alles trok haar met emotioneel geweld naar Nederland terug.
Weer aan
de andere kant woog voor haar heel zwaar dat Johan haar nodig had voor de
wereldwijde kerk. Ze raakte er helemaal door in de war en sliep er niet meer
van. Joannes hakte de knoop door:
'Mama,'
zei hij en sloeg een arm om haar heen, 'ga maar terug naar Nederland. Het is
beter voor je nu. Het is allemaal veel te snel gegaan. Je hoeft nog niet te
beslissen, hoe graag ik je ook hier heb! Blijf jij daar maar je werk doen. We
kunnen bellen zo vaak we willen en dan ben je immers vlakbij! Als alles zo
moet, dan zullen er wel andere oplossingen komen, daar ben ik van overtuigd!'
Er viel
een pak van haar hart.
Beide
vrouwen hadden er op gestaan in het Vaticaan afscheid
te nemen. Ze wilden niet dat Joannes haar naar het vliegveld zou brengen.
'Kort maar
hevig!' zie Riek lacherig, met een ondertoon van verdriet. Ze had een hekel aan
lang afscheid nemen, dat wist Joannes. Zo stonden ze voor het laatst even
samen. Gek dat ze het gevoel hadden dat het voor het laatst was, want iedereen
wist dat het niet voor het laatst was, maar dat kwam zeker omdat er in een paar
dagen tijd zoveel ingrijpende dingen gebeurd waren. Riek voelde zich verscheurd
en stopte dat niet weg. Ook Joannes had het gevoel of hij in tweeën gespleten
werd. Ze omhelsden en zoenden elkaar en maakten zich met moeite los. Nog even
droogde hij teder de tranen van zijn moeder met zijn zakdoek en kuste haar op
het voorhoofd.
'Dag
Mamaatje,' zei hij met een brok in zijn keel, 'ik ben blij met je. Kom maar
gauw logeren!'
'Dag jochievamme. Ik zal veel aan je denken en voor je bidden!
Ik zal zeker gauw overkomen!'
Hij
omhelsde Myriam:
'Tot over
vier weken lieverd,' draaide zich om en liep weg.
De twee
vrouwen keerden zich naar de prelaat die een eindje verderop had staan wachten
en die ze nu een stuk beter kenden. Ze werden door hem naar het vliegveld
gebracht.
Het eind
van een reis was in zicht, een reis die een grote ommekeer in haar leven gebracht
had en er nog meer zou brengen. Niets zou nog hetzelfde zijn. Er was
enerzijds een groot gat in haar lijf en leven geslagen, maar anderzijds waren
ze vervuld van de ervaringen van de afgelopen dagen en het nieuwe uitzicht dat
deze pauskeuze vooral voor vrouwen, maar zeker ook voor mannen gebracht had, al
wilden die er misschien nog steeds niet zo gemakkelijk aan... En ze hadden
elkaar, voor zolang Myriam in Nijmegen woonde. Haar
vriendschap had diep wortel geschoten en dat gaat nooit meer over. Gelukkig...
* * * * * *
Start
Joannes
XXIV begon allerlei overbodige franje, in de vorm van rituelen en
statussymbolen, af te schaffen. Naast de kromstaf, het kalotje en de tiara vond
hij ook de mijter en heel de ingewikkelde kleding bij eucharistievieringen
overbodig. Een simpele tuniek was genoeg. Deze kostbare kleding en andere
attributen werden geveild en brachten veel meer op dan de waarde was. De
opbrengst ging naar allerlei goede doelen, vooral in de onderontwikkelde
landen, voor onderwijs, opvang van mishandelde vrouwen en kinderen, medische
voorzieningen, studieprojecten, natuurbescherming enz.
De
eucharistievieringen zelf veranderde hij wereldwijd tot eenvoudige,
begrijpelijke vieringen in de landstaal. Onder de vorige Joannes was er in die
zin al veel veranderd, maar er waren nog veel teveel lokale kerken die Latijn
bleven voeren en ingewikkelde concertmissen instudeerden.
Zelf
walgde hij van het zangkoor van het Vaticaan, vooral
van dat jongenskoor: er was niets kinds meer aan. Hij was blij dat hij dat kon
veranderen. Het zangkoor kreeg de opdracht gewóón te
zingen. De koorschool werd gesloten, maar er werd gezorgd voor goed onderwijs
en andere opvang van de vaak uit arme gezinnen afkomstige zangertjes. Er werden
geen concertmissen meer ingestudeerd, maar eenvoudige, menselijke liederen. Het
mee kunnen zingen van de gelovigen in de kerk vond hij noodzakelijk.
Veel duur
opgeleide jongetjes en mannen gingen weg. Degenen die overbleven begonnen aan
te voelen dat in deze manier van zingen en in deze vieringen en liederen meer
eigenheid zat. De sfeer bij de repetities werd ontspannen. Ook kwam er meer
ruimte voor discussies over de inhoud van een lied of zo. De saaie
stemoefeningen en dat strenge, strakke instuderen, urenlang, want het moest
allemaal méér dan perfect gaan, waren gelukkig van de baan. En er gingen
vrouwen meezingen. Van lieverlee verdwenen de jongetjes.
Vanaf de
eerste ochtend al verving Joannes het twaalf-uurse angelus-met-zegen-na vanuit 's pausen raam, door een
vijf- à tien-minuten praatje vanaf het balkon. Dat,
vond hij, was toch het minste wat hij kon doen voor de dagelijkse toevloed van
gelovigen: ze hadden meer aan een opwekkend, bemoedigend woordje, dan aan een
onbegrepen gebed. En er viel nog zóveel te zeggen...
Twintig eeuwen inhalen is niet niks...
De
algemene audiëntie eens per week werd een ontmoeting tussen hem en de
gelovigen. Hij had geen hoogdravende preek, maar sprak gewoon over dat wat
mensen bezighield. Hij hield zijn praatjes altijd trouwens zo dicht mogelijk
bij de mensen zelf.
De zegen
"urbi et orbi"
kon hij niet meer over zijn hart verkrijgen: dat was een staaltje geweest van
mannelijke overheersing en arrogante hoogmoed door de kerk, om mensen te doen
voelen hoe slecht ze waren en hoe barmhartig die God was, hoe bezorgd en
bemiddelend de kerk was tussen die God en de mensen... Ook daarvoor in de
plaats kwam een woordje waar de mensen wat aan hadden.
De
eindeloze rij wensen met kerstmis, pasen en pinksteren liet hij vervallen als zijnde overbodig.
Menselijke warmte, begrip en een beetje moed inspreken vond hij de beste wensen
die je mensen kon geven. En die feestdagen gaven daar, vanuit het evangelie en
de rest van de bijbel, ruimschoots inspiratie toe.
O ja: er
kwamen veel negatieve reacties! Velen misten al die hoogdraverij, die staaltjes
van barmhartige vergevingsgezindheid, die kleurige poppenkastscènes. En velen
schrokken van de progressieve uitspraken van Joannes. Vooral mannen schrokken
van Joannes' vrouwvriendelijkheid. Men legde dat gemakshalve uit als manvijandigheid.
Sommige
bisschoppen en kardinalen hadden daarnaast veel moeite met zijn
geloofsrichting. De strakke dogma's speelden niet meer mee. Joannes noemde die:
wetenschappelijk uitgekiende macho-onderdrukkingsmiddelen.
Dat was enkele heren teveel en ze stapten op. Zo liepen sommige overbodige
bestuurlijke congregaties op een natuurlijke wijze leeg: kardinalen en
bisschoppen wie het allemaal te gortig werd, omdat ze als de dood waren om
"zekerheden", maar ook macht over velen op te moeten geven, legden hun
ambt neer.
Nee:
Joannes was niet bang om vermoord te worden, zoals een van zijn voorgangers nog
maar zo kort geleden. De krachten die nu in de kerk werkten, waren er inmiddels
te sterk voor. Hij wist zich gesteund door veel collega's en gelovigen. En dan nóg: hij kon niet anders! Anderen, ook getrouwde priesters
en dominees, die deze kerk helemaal zagen zitten, kwamen in de plaats van de
weglopers.
Joannes
had graag vrouwen tot priester en bisschop gemaakt, maar hij wist nog niet hoe
hij dat moest oppakken: er was nog teveel weerstand tegen vrouwen op
priesteropleidingen, al begon het overleg daarover wel op gang te komen.
* * * * * *
Audiënties
Heel kort
na zijn verkiezing informeerde hij wat er gedaan werd met de particuliere
audiënties, hoe die werden geregeld door het secretariaat. Dat was maar goed
ook, want al spoedig begonnen aanvragen van vrouwengroepen binnen te komen om
een audiëntie. Bij de vraag naar het waarom, werd verzocht om bemiddeling bij
regering of bisschoppen van haar land. Als reden werden de vreselijkste dingen
opgegeven, van diefstal en veroordeling tot armoede, met kinderen en al, tot
besnijdenis en andere verminking en moord toe. Nu bleek hem hoe goed het was
dat hij Myriam naar Rome zou halen en nog enkele
andere vrouwen, want de oude mannelijke secretarissen waren geneigd deze dingen
op te nemen in nietszeggende beleefdheidsaudiënties, waar vrouwen helemaal
niets aan hadden en waar zij nooit wat aan hadden gehad. Ze werden totdantoe met een woord van troost afgescheept. Soms zelfs
met "Gods' wil"…
Hij
overlegde urenlang met zijn staf hoe hij dit soort dingen zó aan kon pakken dat
het hielp. Er werden strategieën ontworpen en weer stond hij versteld van de helderheid,
directheid en doortastendheid van de vrouwen van het secretariaat. De mannen
ervan konden helemaal niet meedenken en stonden wat te schutteren als hun
mening, of een oplossing voor een bepaald probleem gevraagd werd. Ze waren
trouwens niet gewend dat de paus zich persoonlijk bemoeide met dergelijke
aanvragen: dat werd altijd op de eerste plaats op het secretariaat opgelost en
dan kwam het pas op het laatste moment bij de paus. "Daar," vonden
ze, "was een secretariaat voor."
Een groep
Indiase vrouwen was er al meteen bij. Haar korte telefonische verhaal over
schoondochtermoorden, weduweverbrandingen en het aborteren van vrouwelijke
vruchten hield hem nachtenlang uit de slaap. Myriam
kenden waarschijnlijk die verhalen allang: daarover hoorde en las je alleen in
kritische vrouwenbladen en -boeken, in kritische tv- en radioprogramma's. Hij
had er op het seminarie nooit iets over gehoord! Maar zij was op dat moment nog
in Nederland en zijn secretarissen wisten niet wat ze ermee aan moesten.
Na telefonisch
overleg met haar, liet hij tenslotte een particuliere audiëntie vastleggen op
twee weken na haar aankomst. Hij dacht dat ze dan samen wel voldoende tijd
zouden hebben gehad om een werkwijze te ontwerpen. De vrouwen werden
uitgenodigd op die datum. Ze hoefden zich niet speciaal te kleden, dat zou hij
zelf ook niet doen.
Met Myriam en de betreffende vrouwen kwam hij overeen dat hij
de aartsbisschop bij zich zou roepen en hem zou vragen hoe die vreselijke
dingen mogelijk waren bij christenen. De man stond met grote ogen te kijken:
hij wist daar niets van. Hij had wel eens van die verhalen gehoord, maar
zijdelings en hij deed die altijd af als verzinsels. De voorbeelden die hem
verteld waren van schoondochtermoorden, werden bij navraag door de politie uitgelegd
als ongelukken. Nee, vrouwen zelf had hij nooit iets gevraagd.
Dit was
maar één voorbeeld. Al spoedig stroomden de aanvragen binnen toen eenmaal
bekend werd hoe hij zich voor vrouwen inzette.
Later
kwamen aanvragen binnen van vrouwen uit andere religies, wat weer een nieuw
probleem was. Daarvoor nodigde hij persoonlijk de leiders van die religies uit
voor een gesprek. Hem trof diep de onwil van dergelijke "religieuze"
leiders. Hij voelde heel goed aan dat ze als de dóód
waren om hun comfortabele plaatsje en hun aanzien te verliezen. Bijvoorbeeld
het besnijden van kinderen, waarvan die bij meisjes regelrechte verminkingen,
martelingen waren, bleek moeizaam uit te bannen. Het bleef hem echter
verbijsteren dat vrouwen in dergelijke extreme religies er krampachtig aan
vasthielden.
Die
besnijdenis van meisjes, wat de vreselijkste gevolgen had, tot de dood toe, was
geen religieuze kwestie, maar een politieke: door het verlies van haar
seksualiteit, bond het vrouwen aan haar man en maakte haar gewilliger: je
krijgt geen weerzin tegen iets wat je lichamelijk niet herkent. Dat vrouwen
er zelf zo krampachtig aan vasthielden, kwam voort uit de kuddegeest onder
elkaar. Maar kwam ook voort uit angst voor het onbekende, voor de seksualiteit
die meisjes anders zouden ontwikkelen. En als je als moeder daar niets van
wist... Het ergst speelde echter de onmogelijkheid om zo'n dochter uit te
huwelijken. Zo'n schandelijke vrouw wilden mannen niet. Toch weer uiteindelijk
een beslissing van mánnen.
Uit de VS
en al spoedig ook uit andere geïndustrialiseerde landen kwamen klachten over de
voor vrouwen moordende dwang van "schoonheid". Hij poogde daar met
presidenten en andere regeringsleiders over te spreken. Die zegden van alles
toe, maar wetten ertegen begonnen slechts moeizaam en mondjesmaat tot stand te
komen. En dan werd er veel tegen gezondigd, waar aanvankelijk niets aan gedaan
werd. Het was té belangrijk om vrouwen onderdrukt te
houden en haar wegens schoonheids-gebreken te kunnen
ontslaan, ongeacht haar deskundigheden. De economie en de macht van mannen
bleken een haast onoverkomelijke weerstand. En dat onder andere in een land als
de VS, waar het woord "god" iedereen vooraan in de mond lag...
Alles bij
elkaar werd het zó druk met particuliere audiënties, dat hij met zijn staf tot
de conclusie kwam dat het beter was om vrouwen met vergelijkbare problemen bij
elkaar in één audiëntie te zetten. De aanvraagsters
werden verzocht om hooguit met twee personen per groep naar Rome te komen. Het
was een verzoek, geen opdracht en het werd alleen gedaan om het praten met
elkaar gemakkelijker te maken.
Dat was
een goede oplossing: er werd goed gepraat en ook de vrouwen onderling
overlegden met elkaar, deden inzicht, kracht en steun aan elkaar op. Nog weer
later zorgde hij dat er ruimtes gereserveerd werden voor zulke groepen, waar de
vrouwen twee dagen lang na de audiëntie gebruik van konden maken. Al spoedig
werd dat uitgebreid met twee dagen vóór de audiëntie. Dat bleek een vruchtbare
samenwerking! En de ruimte ervoor was er doordat veel overbodige instanties
opgedoekt waren…
* * * * * *
Brief
1
Door al
deze dingen schreef Joannes al vroeg in zijn pontificaat een brief aan alle
bisschoppen met een korte opsomming van de problemen die overal ter wereld lagen.
Hen werd dringend aangeraden boeken te gaan lezen van kritische vrouwen. Een
lijst werd bijgesloten. Zo werd van Chodorow:
"Waarom vrouwen moederen" aangeraden. Van Wolf: "De mythe van de
schoonheid"; van Hochschild: "De late
dienst"; van French: "De oorlog tegen
vrouwen" en nog verscheidene andere. Ook boeken van mannen die al lang uit
de roulatie waren en prompt herdrukt werden zoals: "De mannenmolen"
en "Het misverstand man" van Marc Gerzon.
Hij drong
er op aan dat alle "geestelijken" deze boeken zouden doorwerken. Dan
moesten ze andere activiteiten, zoals vergaderingen en cursussen en zo, maar
eens laten liggen.
De kerk
had nooit iets voor vrouwen gedaan! Integendeel: de grootste helft, de
belangrijkste helft van de mensheid had ze in naam van Jezus Christus en God
emotioneel, moreel en seksueel onderdrukt, uitgebuit, gemarteld en vermoord.
Zodoende waren alle geestelijken opgeleid zonder ook maar iets te weten over
vrouwen, laat staan dat ze haar konden begeleiden met problemen. Laat staan
dat ze haar ooit iets vroegen! Ze konden dus ook niet signaleren dat die
problemen politiek bevorderd werden, dat vrouwen uitgebuit en be-roofmoord werden. Ongestraft, belóónd
zelfs! Dát bij regeringen aankaarten was onmogelijk,
tenzij massaal door machthebbende mannen.
Hij had
geschreven dat ze moesten nadenken of ze wel goed in hun ambt zaten als ze dit
soort boeken niet met volle inzet wilden lezen, en niet wilden besluiten om hun
vooroordelen op te gaan ruimen. En zich afvragen hoe het kwam dat ze na zo'n
tweeënvijftig jaar tweede feministische golf, zelf nog nooit één van dergelijke
boeken doorgewerkt hadden, laat staan in eigen leven verwerkt. En hoeveel
brokken ze daardoor niet hadden verholpen, en daarentegen andere brokken hadden
veroorzaakt...
Ze moesten
zich afvragen waarom de kerk vrouwen nooit iets gevraagd had, maar haar
integendeel onderdrukt had, tot gemarteld en vermoord toe. En vooral: ze
moesten in hun eigen leven op zoek gaan naar hoe en waarin ze zelf vrouwen
onderdrukt hadden.
De
bisschoppen kregen verder opdracht om onder andere de geschiedenislessen en de
literatuur in de opleiding van priesters alvast anders in te richten.
Geschiedenis moest ook onderwezen worden vanuit boeken door vrouwen geschreven.
Dat idee kwam van Myriam. Zelf had hij nog niet zo'n
boek gelezen, maar een paar vrouwen vertelden hem dat veel geschiedenis door
vrouwen bepaald was geworden, hetgeen doodgewoon uitgepoetst was in alle
boeken, want het werd onmiddellijk overgenomen door mannen. Hijzelf had er een
recent voorbeeld van gelezen in "Oorlog tegen vrouwen": de vakbond
Solidariteit in Polen was opgericht door twee vrouwen. Toen alles eenmaal
draaide, werd haar alles afgenomen, ze werden de vakbond en haar baan uitgezet,
hadden een tijd gevangen gezeten en zaten daarna in de armoe, terwijl Walensa wereldwijd gevierd werd en het over haar rug heen
tot president schopte. Hij kreeg van zijn moeder toegestuurd: 'Een vrouwelijke
geschiedenis van de wereld', Marilyn French. Het was
een pil, maar hij las er ieder stil ogenblik wat uit. Vandaar dat het beeld van
hem ontstond van een lange man in spijkerbroek met een onafscheidelijke hangtas
aan zijn schouder.
Literatuur
moest een aantal door kritische vrouwen geschreven boeken bevatten en die moesten
grondig besproken worden. Alle door mannen geschreven boeken moesten
uitgeplozen worden op seksisme. Daarom kon het niet anders of veel vrouwen
moesten college gaan geven, feministische vrouwen, en/of de huidige leraren
moesten begeleid worden door kritische vrouwen. Hij had geleerd onderscheid te
maken tussen enerzijds geëmancipeerde vrouwen, vrouwen die "het
gemaakt" hadden, maar die heel dikwijls net zo min feministisch waren als
"lieve" moeders, en anderzijds feministische vrouwen: gevoelige, bewust
en kritische levende vrouwen. De bisschoppen moesten op alle katholieke scholen
zorgen dat het onderwijs ontdaan werd van seksisme: de schoolboekjes, de
leerkrachten enz.
De
theologie moest menselijker en de vrouwvijandigheid van de oude uitleg van beide
bijbelboeken moest opgeruimd.
De
vrouwvijandigheid van docenten en studenten moest hen bewust gemaakt en ze
moesten begeleid worden in het opruimen/verwerken ervan.
* * * * * *
Encycliek
Joannes'
eerste encycliek ging over deze problemen en over de misdaden die de katholieke
kerk begaan had tegen vrouwen. En over de misdaden waarin zij niet
geprotesteerd had tegen andere misdaden, die buiten de kerk vielen, in andere
religies en culturen. Deze encycliek werd door vrouwen zeer goed ontvangen en
uitgebreid besproken in allerlei vrouwenbladen, tot in damesbladen toe.
Ook begon
hij hierover contacten te leggen met de leiders van andere christelijke
groeperingen. Dat begon op gang te komen. Contacten met andere religies over de
rechten van vrouwen en haar grote wijsheid en ervaring, verliepen buitengewoon
moeizaam. Maar al met al: er was mee begonnen, wat nog nooit in de geschiedenis
was voorgekomen. "De geschiedenis herhaalt zich" ging hierbij, net
als bij heel veel andere dingen niet op.
* * * * * *
En
meer
Joannes
had mee dat hij hevig in de publieke belangstelling stond. Alles werd
gesignaleerd in de pers en de andere media: vanaf het afschaffen van het
kalotje tot de benoeming van vrouwen in allerlei ambten, en het begin van
overleg over de mogelijkheid voor vrouwen om priester te worden, tot de
aandrang op bisschoppen om eenvoudiger te gaan wonen. Van alles over vrouwen
wat nooit de media had gehaald, al vanaf het begin van de boekdrukkunst niet,
hooguit in kritische vrouwenbladen, kwam nu in allerlei gewone dag- en
weekbladen, werd nu besproken op radio en tv.
Hij voelde
zich wel erg alleen: uitsluitend vrouwen zetten zich in. Mannen waren niet los
te branden! Een zorgelijke zaak! En nooit kreeg hij mannen op audiëntie die
kwam spreken over onderdrukking waardanook, terwijl
mannen emotioneel en op andere wijze zwaar onderdrukt werden, maar ánders dan vrouwen en om tegenovergestelde redenen...
Er kwamen
ook geen mannen klagen over massale onderdrukking door vrouwen... Omdat dat
gewoonweg onmogelijk was: vrouwen hadden daar nergens het recht toe en konden
geen kant uit, vooral als ze kinderen hadden. Wettelijk waren ze volkomen
overgeleverd aan de willekeur van regeringen en aan haar eigen vader, man,
zoons... Zelfs in "progressieve" landen zat het zo: wetten die vóór
vrouwen waren, konden zómaar teruggedraaid worden.
Vooral na een beetje verkeerd uitgevallen verkiezingen...
In al deze
verbanden verkondigde Joannes andere opvattingen over huwelijk en
geboorteregeling, die vooral de vrouwelijke gelovigen overspoelden als een
bevrijding. Hij raadde de bisschoppen dringend aan voorbehoedsmiddelen niet
langer te weigeren aan vrouwen, maar integendeel: geboorteregeling te
stimuleren als vrouwen daar behoefte aan hadden. Mannen moesten gestimuleerd
worden tot het gebruiken van condooms, altijd. Niet alleen als
voorbehoedsmiddel tegen zwangerschap, maar ook tegen dodelijke ziektes als aids
en glamidia.
Met een
advies over abortus wachtte hij nog: hij kon er totaal niet mee overweg.
Inderdaad: een vrucht is in aanvang niet meer dan een klompje cellen, maar er
wordt wel over beslist of er straks een mens rond zal lopen of niet. Dat
klompje cellen wordt wel het recht ontnomen om méns
te worden.
Hem
bekroop steeds meer het gevoel dat hij slechts bezig was met randverschijnselen
op te ruimen, dat er iets anders moest gebeuren. Dat de mánnen
van de mensheid moesten veranderen, dat de jongetjes anders opgevoed moesten
worden, wat zijn moeder hem al jaren duidelijk poogde te maken. Hij had daar
eerder nooit zoveel aandacht aan geschonken, omdat hij zo ondersteboven gekeerd
werd door de structuren tegen vrouwen, die ook hem, als man, mens en als
priester in het lijf gebakken zaten.
Nu hij zó
intens geconfronteerd werd met de oorlog tegen vrouwen, zag hij in dat de jongetjes
anders aangepakt móésten worden. Om te beginnen
doordat vaders massaal, volledig, samen met de moeders de zorg voor en de
relatie met hun kinderen en het werk in het huishouden op zich gingen nemen.
Mannen moesten gaan leren beseffen, gaan leren vóélen dat ze geen keus hadden,
dat dit móést, zoals door alle eeuwen en volkeren heen de vrouwen altijd al
geweten hadden dat het belang van kinderen vóór alles ging!
Er zou in
wezen niets veranderen, integendeel: vrouwen zouden altijd gepakt blijven op het
feit dat ze kinderen konden baren en zouden nooit voldoende mee kunnen
beslissen in regeringen, onderwijs, bedrijven en wetenschappen, als mannen dat
besef bleven afwijzen Nu hij dagin daguit geconfronteerd werd met de misdaden die mannen aan
vrouwen en eigen kinderen begingen, uit naam van Jezus, Mohammed, Jehova, Zen,
macht of economie, begon hij dat steeds sterker te onderschrijven.. Het moest
ook wereldwijd, omdat anders het ene land, met mannen die niet wilden, het
andere land, met echte vaders zou gaan overheersen.
Erg vond
hij dat vrouwen deze dingen al tientallen jaren lang en boekenvol zeiden,
maar dat niemand er iets mee deed. Als Men nu naar hem luisterde, was dat
dan niet omdat hij een mán was én
een hoge functie vervulde, in die combinatie? Er waren mannen geweest, gewone
huisvaders, die boeken geschreven hadden, maar daar werd niet over gesproken.
Het
verbijsterde hem echter ook dat er niet of nauwelijks ergens iets te vinden was
over hoe de opvoeding van jongetjes dan wél moest. Had
het feminisme hier geen richting in ontwikkeld? Maar hadden vróúwen
dat dan weer moeten doen? Hij had hier veel over gesproken met zijn stafleden
en vooral met zijn moeder. Zij had hem treurig verteld dat de voortreksters van de tweede feministische golf geen oren
hadden gehad naar getrouwde vrouwen en moeders: het moederschap en kinderen
werden met het badwater weggegooid. Zodoende was er niets over een andere
opvoeding van jongetjes ontwikkeld. Mannen verzetten geen poot en vooral op dit
punt niet, dus het moest weer van vrouwen komen. In die richting was hij nu
bezig met zijn tweede encycliek.
* * * * * *
Puinhoop
Maar nu,
bij dit boek, zag Joannes asgrauw. Hij wist bijgod niet meer hoe hij verder
moest! Dit gevoel verschilde voor de volle honderd procent van dat van twee
jaar geleden. Tóén was het op de eerste plaats een
beseffen van een (te) grote opdracht, maar hij wist welke weg hij moest gaan.
Nú echter was het een totaal verlies van alles wat hem dierbaar was, waar zijn
hele leven op gericht was, wat hem in lijf en leven ingebakken zat, waar hij
voor stónd en voor de volle honderd procent: bijbel,
eucharistie, priesterschap, alle emotionele gebondenheid aan ideeën over God,
Jezus Christus, de Messias, aan bidden, rituelen, na-de-dood,
geloofsgemeenschap, kerken... Duizend gaten in zijn lijf, plus één groot zwart
gat als toekomst. Ondanks de gigantische opening die deze vrouw hem in haar
boek gaf en die de ene pure Religie inhield. Hij zag niet hoe hij dit kon
verwezenlijken. Eens te meer drukte het pausdom nu loodzwaar op hem!
Hij leunde
tegen het openstaande raam, voelde de richel die voorkomen moest dat de regen
naar binnen zou slaan bij slecht weer, in zijn onderrug drukken. Hij verzette
zijn zinnen wat door bij het raam nog eens naar die late vogel te proberen te
luisteren op deze vroege ochtend, en iets te ruiken van de nu nog redelijk
schone ochtendlucht van Rome, toen er geklopt werd. Wie kon dat nou zijn! Hij
riep:
'Binnen,'
en daar stond Myriam.
'Heb je me
geroepen?' vroeg ze hem onderzoekend, met een beetje toegeknepen ogen
aankijkend, 'ja dus!'
'Nee, maar
je komt wel als geroepen,' zuchtte hij.
'Dat is
hetzelfde, dat weet je toch!'
Ze was,
toen ze een paar weken na zijn pauskeuze afstudeerde, inderdaad naar Rome
gekomen. Hij had bedoeld als assistente, maar ze wilde zelf als secretaresse,
alhoewel hij dat te min vond voor haar. Ze had hem echter overtuigd door te
zeggen dat ze hem dan juist goed kon bijstaan, omdat ze altijd in zijn buurt
zou zijn en overzicht zou hebben van alles wat er gebeurde. Haar kinderen
hadden eerst hun studie af willen maken en woonden bij haar ouders. Die zouden
daarna wel verder zien. Haar man woonde inmiddels ook in het Vaticaan, net als verscheidene partners en gezinnen van
andere vrouwen die Joannes "hoge" posten gegeven had. Ook eenlingen
en homoparen woonden er: hij vond het zonde van die immense inmiddels deels
leegstaande ruimtes. En zo, door mensen bewoond, werden ze goed gebruikt.
Hem viel
meteen de overeenkomst op met de situatie na dat telefoontje toen in Nijmegen
en nu. De verbijstering op haar gezicht toen ze hem zag, deed dat eens temeer.
Ze sprak zelfs dezelfde woorden:
'Wat zie
je er uit! Wat is er gebeurd?' en, door de openstaande deur in de andere kamer
een deel van het onbeslapen bed ziende: 'je hebt niet geslapen! En dat open
boek daar heeft met je ontreddering te maken!'
'Dat is
zo. Ik moet onmiddellijk naar Nederland, de vrouw spreken die dit geschreven
heeft!' Hij voelde hoe zijn stem geknepen en wat schor was. Alsof een ander in
hem sprak.
Ondanks
alles glimlachte Myriam en zei:
'Alweer
een vrouw hè? Maar moet jij daarvoor naar Nederland? Ik weet zeker dat, als ze
zodanige dingen geschreven heeft dat jij totaal van de kaart bent, ze beslist
bereid is om naar jou toe te komen! Zo'n vrouw moet het dan wel zijn!'
'Maar
vrouwen moeten altijd al achter mannen aanhollen! Deze keer zal ik achter die
vrouw aanhollen!'
'Soms ben
je toch nog een echte man, eentje die zich uit gaat sloven, zo gauw hij denkt
stoer te moeten doen!'
'Je
begrijpt het niet,' schreeuwde hij bijna, 'dat kán
ook niet, omdat je het boek niet gelezen hebt! Alles moet hier ondersteboven!
Er klopt niets van!' En wanhopig liet hij zich in zijn stoel vallen.
Zó had ze
hem nog nooit gezien. Dit was totaal, dit was ánders!
En ze schrok van de hartstochtelijke woorden: "alles moet hier
ondersteboven, er klopt niets van!" Ze snapte dat niet, want ze zaten
immers eindelijk op de goede weg! Ze vroeg om nadere uitleg, maar hij
verzekerde haar dat hij dat zo een-twee-drie niet
geven kon en dat dit meteen moest.
'Maar ik
bedenk nu een tussenweg: probeer jij het telefoonnummer van de schrijfster te
pakken te krijgen, dan bel ik haar zelf op.'
Ook droeg
hij haar op er voor te zorgen dat hij de eerste vijf dagen niet gestoord zou
worden. Meteen gaf hem dat een vervelend gevoel, omdat hij haar op dit moment
zo heel erg als een secretaresse commandeerde. Veel vrouwen hadden hem totnutoe
"geïnspireerd", hem geleerd op zijn gevoel af te gaan en dingen te zéggen. Daarom zei hij haar dat het hem speet dat hij haar
zo kortaf orders gaf. Andere werkgevers wisten niet eens dat zo'n gevoel van
spijt bestónd: zij gebruikten hun werknemers en
werkneemsters altijd als functie, zonder geweten. Ze glimlachte en zei:
'Ik ben
blij dat je dat zegt, want eventjes had ik ook dat gevoel. Maar ik herken een
uiterste noodsituatie en was bereid om daar overheen te stappen. Ik zal alles
zo voor elkaar brengen. Maak je maar geen zorgen.'
Binnen
tien minuten was ze terug met het nummer. Hij zat in zijn stoel, voorovergebogen,
met zijn handen in het haar, volkomen overgeleverd aan wanhoop. Ze voelde iets
van woede in zich opkomen tegen die onbekende vrouw: hoe kon iemand deze
gevoelige man zoveel pijn doen! Maar haar vertrouwen in hem kreeg de overhand:
hij was zo eerlijk en stond zo open! Die vrouw móést belangrijke dingen te
zeggen hebben en ze besloot het boek zo spoedig mogelijk zelf te gaan lezen. Ze
stapte op hem af, knielde naast zijn voeten en nam zijn hoofd in haar handen:
'Nou moet
je alweer eens goed luisteren Joannes!' zei ze, hem diep in de wat verdwaasde
ogen blikkend, 'als deze vrouw zulke ingrijpende dingen gezegd heeft, denk je
dan niet dat ze jou ook kan helpen bij het zoeken naar een nieuwe weg?'
'Het lijkt
wel alsof jij dit boek gelezen hebt,' zei hij verbaasd, 'zij zet mensen ook op
het spoor van: je zal altijd een nieuwe weg vinden. Je hebt alweer gelijk. Ik
zal haar nu bellen.'
'Het is nét zeven uur, zou je dat wel doen?'
'Als ik
het goed begrepen heb lieve vriendin, zit deze vrouw al op een telefoontje van
de paus te wachten sinds haar boek verschenen is! Ik wed dat ze de telefoon
naast haar bed heeft staan... Als ze naar me toe wil komen, wil ik haar
aanbieden dat ze afgehaald wordt en hier logeren kan. Kun jij daarvoor zorgen?'
'Natuurlijk,
ik zal het fijn vinden om haar zelf af te gaan halen. Laat haar maar uitkijken
naar een zwarte vrouw met rode sjaal.'
'Bedankt Myriam!'
Hij pakte
de telefoon van de haak en begon te tikken... Zijn hart bonsde met elke tik
sneller en harder en zijn ademhaling leek ten slotte wel die van het hijgend
hert den jacht ontkomen...
De
telefoon ging over en werd al spoedig opgenomen. Een lage, warme alt zei haar
naam met een uitnodigend vraagtekentje aan het eind. Hij moest even zuchten en
zei toen:
'Met
Joannes!'
* * * * * *
Naar Deel 3
Ina Mijling, www.path-of-wisdom.com
home
| boekenplank
| links | reageren?| aan studenten | ikzoek
| colum
| copyright |
mijn boek