home | boekenplank | LINKS | reageren? |engels/duits | aan studenten | ikzoek | column | ©opyright | MIJN BOEK
www.path-of-wisdom.com
K O N I J N
I N
H U I S 2
Inhoud: Inleiding.
Verzorging. Waarom een konijn als huisdier? De behuizing. De aankleding.
Wc-bak. Onzindelijk. De aanschaf. Knuffelen. Aaien. Geluid. Pienter. Voeding.
Verzorging. Vacht. Gebit. Nagels. Territorium. Castreren/steriliseren. Kennismaking.
Huis. Tuin. Ren. Kat. Bak. Moppie. Ziektes. Woppie.
Antibioticum. Verschijning. Snoetje. Haarbal. Diarree. Oorontsteking. Vlooien.
Scheefgegroeide kiesjes. Medicijnen ingeven. Probleempjes. Dingen leren.
Reizen. Tot slot.
----------------------------------------
Inleiding
Het is gezellig: een konijn in huis rond hebben
lopen. Als je er één een tijdje hebt, merk je pas dat ook konijnen niet zo maar
dieren zijn, maar elk een eigen karakter hebben. En ook: dat ze anders doen en
andere dingen willen dan mensen altijd gedacht hebben.
Uit wat mijn dieren geworden zijn, kan ik alleen
maar concluderen dat konijnen die in een hokje opgesloten zitten, enorme
zielenpoten zijn. Konijnen hebben ook recht op ontwikkeling! En die
ontwikkeling moeten ze krijgen van mensen.
Als je een konijn als huisdier wilt moet je er
rekening mee houden, dus:
Van één ding moet je je niets aantrekken. Men zegt
wel eens dat konijnen niet geschikt zijn voor in huis, omdat ze een te dikke
vacht hebben. Onzin: Die vacht past zich wel aan.
De behuizing
Wat je allemaal nodig hebt voor een of twee
konijnen is:
- een kooi, bij twee konijnen twee kooien. Je moet
een reserve-kooi hebben in geval van ziekte van een
van beiden, want als er ene ziek is met de ander hem of haar niet;
- de kooi moet hoog genoeg zijn, zodat het konijn
zich kan uitrekken
- liefst een kattenbak die je tegen de kooi aan
kunt zetten. Of een bak in de kooi, dus koop de kooi groot genoeg!;
- een baaltje hooi. Ruik eraan: als het schimmelig
ruikt, moet je het niet nemen! Bij ons was het een keer zo, dat het konijn niet
in de kooi wilde zijn, maar in de wc-bak ging zitten: het hooi rook wat
schimmelig. Hij at het ook niet;
- een baaltje stro. Ook aan ruiken;
- eventueel kattenbakkorrels en dan liefst
hotkorrels, omdat die in de biobak kunnen;
- konijnenvoer, maar kijk uit dat er geen granen in
zitten;
- een drinkflesje. Een bakje komt gauw vol hooi te
zitten en soms piesen ze er per ongeluk in.
Zet wel, as ze de hele dag uit de kooi zijn, zoals
ik dat deed, ergens een doos neer waar ze onder kunnen zitten en daarbij een
bakje water. Anders drinken ze pas als ze terug in de kooi gaan om even te piesen of pas 's avonds als ze gaan pitten Ik had altijd
een grote doos onder het salontafeltje staan en dat was hun lievelingsplekje
Koop liefst een kooi met een deurtje en een
bovenklep. Een bovenklep is welhaast noodzakelijk om de konijntjes te kunnen
voeren en ze er eventueel uit te nemen als je ze wil borstelen of als ze naar
de dokter moeten of zo.
Deurtjes hebben de konijntjes natuurlijk nodig om
de kamer in te kunnen lopen. Ik zie in winkels dat er al veel kooien zijn met
bovenklep èn deurtjes.
Er zijn kooien met een naar beneden klappend
deurtje aan de voorkant. Dat staat dan schuin omlaag. Maar ik vermoed dat
konijntjes niet gemakkelijk over dat spijltjesgedoe heen zullen lopen. Doe er
dan een boord van een oude kous omheen: daar hebben ze grip op en voelen de
spijltjes niet. Ook kun je de haakjes waarmee het scharniert wat uitbuigen,
zodat je het deurtje kunt verwijderen
Als je een deurtje aan de kopkant van de kooi hebt,
kun je daar de wc-bak tegenaan zetten.
Als er echter een te grote kier zit tussen kooi en
wc-bak, hou er dan rekening mee dat konijntjes soms kampioenen in uitbreken
zijn. Op een nacht moest ik naar de wc en trof Snoetje met een triomfantelijk
(dacht ik) gezicht boven op de overloop. Wist ik veel dat hij wanhopig was van
honger! ( Ik wist nog niet dat hij erg ziek was. Gelukkig is hij op tijd
gered!) Ik heb van gaas een tunneltje gemaakt, gaatjes gesmolten in de kooi en
dat tunneltje daar met ijzerdraad aan vastgemaakt.
Als je twee konijnen wilt, zorg dan dat je twee
kooien hebt. De ene kun je ergens opbergen, maar je hebt hem wel nodig voor als
je ze apart moet zetten, als er een ziek is, een operatie heeft gehad of zo.
Ook heb je een tweede kattenbak nodig.
Bovendien is het voor de dieren prettiger in geval
je ze thuis moet laten als je met vakantie gaat. Je koppelt dan de twee kooien
aan elkaar, zodat de dieren twee of drie weken lang toch wat meer ruimte
hebben, nu ze hun huis (en tuin) moeten missen.
De aankleding
In de woonkooi doe ik wat kranten op de vloer. Die
isoleren als het koud is. Bovendien hebben de dieren er méér
houvast op dan op de gladde ondergrond. Daarop doe ik een flinke laag hooi. Dat
het lekker door de hele kamer heen ruikt, krijg je cadeau. In de kooi zet ik
het etensbakje en het drinkbakje. Heb je een grote wc-bak, dan kun je daarin in
een hoekje eten en drinken zetten.
Voor mensen met een koude vloer, beton of tegels of
zo: leg een dikke laag kranten onder de kooi. Maar nog liever een paar balkjes
of een douchevlonder onder de kooi, zodat de kou niet op kan trekken. De
konijntjes hebben wel dikke wollen zooltjes onder hun pootjes, maar het trekt
toch koud op. Ik heb de laatste jaren de kooi op een plank met wieltjes gezet,
dat is handig met stofzuigen en de kooi staat niet op de koude vloer. Ik zette
er dan wel een voetenbankje of doos voor, zodat ze makkelijker in en uit de
kooi konden...
Soms zijn de kranten voor een konijn in de kooi
leuk om te scheuren. Dat is meestal uit verveling, of ze vinden de kooi te vies
geworden. Dan kun je, als je zo'n overhoop gehaalde kooi niet prettig vindt, er
een matje van gaas voor maken. Vouw wel weer de knipranden naar binnen, naar
beneden dus, zodat ze zich niet kunnen bezeren. Dat matje komt op de kranten en
daarop het hooi.
Dat kun je ook in de wc-bak doen.
Konijnen hebben graag een dakje boven hun hoofd,
dan voelen ze zich veiliger. Ik merkte het doordat Woppie
graag onder tafeltjes en stoelen zat en nam een kartonnen margarinedoos bij de
kruidenier mee, knipte er twee gaten in, een 'raam' en een 'deur' en zette die
in de kooi. Dankbaar maakte ze daar gebruik van, ging er zelfs vaak overdag in
zitten pitten.
Soms moesten ze in de kooi blijven omdat we weg
moesten of zo. Dan begon ze met veel lawaai in en uit die doos te springen. Als
dat niet hielp, begonnen ze met de tandjes knats-knats-knats
stukjes van de doos af te bijten en verder met veel kabaal rats-rats
af te scheuren... Hoezo: konijnen zijn dom... Ze worden hoe langer hoe leuker,
omdat, als ze eenmaal dat knopje van "ik kan dingen léren!"
hebben omgezet, ze steeds meer ontdekken en een steeds beter contact met jou
hebben en jou ook zelfs voor de gek kunnen gaan houden!
Konijnen zijn dol op karton. Lekker om te scheuren
en ze eten er ook van. Ik heb niet de indruk dat ze er nadeel van ondervinden:
Van de 8 konijnjtes die ik heb gehad zijn er 5 rond
de 10 geworden.
Om de kooi een dakje te geven, legde ik
's avonds twee oude handdoeken aan de kopkant kruislings over de kooi
heen. In die donkere hoek gaan ze dan ook altijd liggen pitten.
Wc-bak
Konijnen zijn erg zindelijk, vooral als je ze jong
neemt, is het heel goed mogelijk om tegen hun kooi een kattenbak aan te zetten.
Ook als ze in huis rondlopen, gaan ze toch dáár hun
behoefte doen. De onze waren zelfs zó zindelijk dat ze van buiten kwamen om
binnen hun behoefte te doen. In plaats van dat ze nou het gras een beetje
mestten... En dan gingen ze weer naar buiten! Dat hebben ze allemaal zo
gedaan...
In de wc-bak komen een laagje krant, korrels van
klei, geperst stro, hout of papier en erbovenop een laag stro.
Geperst stro en geperst hout hebben het voordeel
dat ze in de GFT-bak kunnen. Geperst papier en
kleikorrels kunnen er niet in!
Als onderlaag kan ook zaagsel gebruikt worden, wat
eveneens in de GFT-bak kan, maar ik vind zaagsel niet
zo veel vocht opnemen, vergeleken bij geperst hout of geperst stro. En het gaat
eerder ruiken. Zaagsel is wel goedkoper dan korrels. Van korrels heb je echter
minder nodig: een dun laagje.
Als de korrels verzadigd zijn, zakt er wat urine
doorheen. Kranten nemen die beetjes vocht op, zodat de bak niet zo vies wordt.
Het is goed om de bak na een dag een halve slag om
te draaien: de konijnen hebben de gewoonte om aan een vaste kant te gaan
zitten. Als je de bak omdraait, zitten ze weer op een schone plek.
Ik gebruik stro als deklaag voor de
kattenbak/wc-bak, omdat dat voor de dieren herkenbaar verschillend is van de
woonkooi. Maar je kunt ook gerust stro in de kooi blijven doen: als de beestjes
de wc-bak eenmaal herkennen, maakt het niets meer uit.
Ook gebruik ik stro, omdat alles van de dieren er
doorheen valt: ze zitten droog en schoon. Als ze enkel op zaagsel zitten, krijg
je een kamer vol zaagsel: het blijft aan hun wollen pootjes hangen.
Gaan ze dikwijls naar boven, zet ook daar dan een
bakje met korrels neer en een bakje water. Meer hoeft niet: ze wonen er niet.
Bovendien komen ze dan weer gemakkelijker, als vanzelf, tegen de avond naar
beneden.
Als de onzen boven zaten, kun je er welhaast
de klok op gelijk zetten dat ze tegen half tien naar beneden kwamen. Bij Moppie
en Deetje ging het zo: de huiskamerdeur stond op een
kier, Deetje duwde met haar bekkie
de deur wijd open, zat nog even op de drempel en kwam dan pas binnen. Daarna
kwam Moppie naar beneden.
Het is belangrijk dat alles klaar staat als je met
een diertje thuis komt. Zet het dan meteen in de wc-bak. Het gaat meteen piesen en poepen en dan weet het dat het daar zijn behoefte
moet doen.
Gebruikt het dier de bak niet meteen als wc-tje, dan verschoon je de kooi heel goed, door hem uit te
soppen. Maar je houdt een stuk natte krant en wat keutels achter. Die krant leg
je dan in de wc-bak en de keutels strooi je over het stro in de wc-bak heen. Ze
leren snel dat ze daar hun behoefte moeten doen.
Onzindelijk
Soms gaat een konijn ergens anders zitten plassen
en poepen. Dat kan diverse oorzaken hebben;
Daarom moet de wc-bak altijd goed schoon gehouden
worden.
Is op een ander plekje plassen hen niet af te
leren, dan moet je daar ook een bak neerzetten. Er zit niets anders op.
Ook gaan niet-gecastreerde of -gesteriliseerde
dieren hun territorium markeren: dan plassen ze en gooien tegelijk hun kontje
in de rondte. Zo verspreiden ze een beetje urine…
Maak een beplaste plek in
huis nooit schoon met ammoniak, want die geur herkennen ze. Gebruik zeep met
eventueel een luchtje van uien of knoflook of zo.
De aanschaf
Vrouwtjes zijn over het algemeen wat agressiever.
Dat betekent ook, dat ze levendiger zijn dan mannetjes. Dat komt omdat in het
wild de vrouwtjes geheel voor de jongen zorgen en de holen moeten graven. Ze
hebben dus veel meer taken waar ze voor verantwoordelijk zijn. Maar als ze
eenmaal tam zijn, zijn ze hartstikke lief hoor!
Als je er twee aanschaft, kun je waarschijnlijk het
beste een mannetje en een vrouwtje nemen. Wil je echter niet binnen de kortste
keren een emmer vol konijnen hebben, dan moet je ze meteen laten castreren/steriliseren.
Of, als ze daarvoor nog te jong zijn, ze apart houden tot ze geopereerd zijn.
Men zegt dat twee mannetjes ook heel goed samen
kunnen, maar dat het met twee vrouwtjes moeilijker gaat. Ervaringen: graag.
Je kunt er een kopen, maar je kunt ook naar het
asiel. Daar worden nogal eens konijntjes gebracht die Men niet meer hoeft, of
waar iemand allergisch voor (geworden) is. Vaak komen ze daar terecht als na
een paar maanden de kinderen er zat van hebben.
Ga, als je er een gaat kopen, 's morgens vroeg
kijken in de winkel of bij de kweker, als ze op hun levendigst
zijn. Later op de dag zijn ze te suffig. Kies een dier dat tegen de kooi op
gaat staan bijvoorbeeld, of eentje waarvan je het gevoel hebt: die hoort bij
mij. Dat gevoel is belangrijk. Altijd is je gevoel belangrijk, als mèns,
maar ook ten opzichte van dieren. Daar kom ik nog op terug. Heb je dat gevoel
niet, koop het dan niet.
Probeer er achter te komen of het dier de grootte
zal krijgen die jij gepland hebt: klein, middelgroot of groot. Dat kun je zelfs
zien aan de oortjes, zegt de een. En een ander zegt van niet. Let je daar niet
op, dan kom je mogelijk met een mini thuis die een vlaamse
reus blijkt te worden, zo'n dier van zeven kilo of meer. Wil je er zeker van
zijn dat je een kleintje krijgt, koop het dan als het wat ouder is. Of probeer
de moeder te zien te krijgen... Bij het asiel heb je waarschijnlijk met
volwassen dieren te maken, dus dan kun je het zien.
Als je een konijntje hebt en je neemt er later een
tweede bij, dan heb je kans dat ze aan het vechten slaan: de eerste is de baas
in huis en wil de nieuwe weg. Dat kun je vóór zijn door de nieuwe als eerste in
een ruimte te zetten waar de eerste nooit komt, bijvoorbeeld in de douchecel of
de kelder of zolder. De eerste zet je er dan bij.
Zet er ook een bakje wat voor de eerste vreemd is,
met voer neer en een andere wc-bak dan de oude. Een oude afwasbak kan dienst
doen. Het is maar voor even, een paar uurtjes of zo. Na een tijdje zijn ze aan
elkaar gewend. Dan kun je ze eerst een tijdje vlak bij elkaar ieder in een kooi
zetten. Overdag laat je ze beiden los en dan is het ijs meestal wel gebroken.
Ik kreeg bij Deetje, toen
Moppie dood was, een mannetje van 8. Beertje kon echter niet van Deetje afblijven, ook niet toen hij gecastreerd was. Ik heb
de een boven moeten houden en de ander beneden.
Knuffelen
Je ziet het zo vaak op tv, in kinderboerderijen en
in kinderboekjes: kinderen die een konijn dragen. Nou, dat vindt zo'n beestje
vreselijk! Ook al omdat het op zo'n boerderij steeds andere, vreemde kinderen
zijn, met mogelijk voor de dieren bedreigende geuren van katten en honden om
zich heen.
En dan ook nog de manier waarop het vastgehouden
wordt: rechtop tegen de borst van het kind, terwijl het dier zich niet vast kan
klampen net als katten. Het staat dan allerlei doodsangsten uit. Niet alleen
omdat het geen steun vindt voor zijn pootjes en zijn zware lijfje, waardoor het
dus bang is om te vallen, maar voor konijnen betekent als prooidier: opgepakt
worden is hetzelfde als doodsgevaar.
Konijnen zijn nou eenmaal prooidieren en moeten
alles controleren wat niet normaal is. Maar dat kunnen ze niet in zo'n geval!
Zulke vreemde luchtjes kunnen ze niet controleren. Bovendien zijn het luchtjes
van vijanden als het kind een katten- of een hondenluchtje meegebracht heeft...
Vandaar ook hun verlamde gedrag, wat uitgelegd wordt als 'lief' en 'tam'!
Andere keren zie je een kind het beestje dragen als
een baby: met de pootjes omhoog. Kijk dan eens naar de oogjes van het dier,
waarschijnlijk zie je er doodsangst in: zulke grote ogen dat het oogwit
zichtbaar is. Het kind vindt het heerlijk, maar het beestje niet.
We moeten in allerlei gevallen zoals dit, nog
maar helemaal waar maken dat we hoger staan dan dieren...
Leer het kind ook om het dier alleen op te pakken
als het strikt noodzakelijk is, om het schoon te maken, of te borstelen, naar
de dierenarts te brengen of de nagels te knippen. Dat zijn allemaal dingen die
de dieren vreselijk vinden, al is dat bij de een erger dan bij de ander, maar
je komt er niet onderuit.
Ikzelf pak onze konijntjes zo min mogelijk op.
Wil je je kinderen een konijntje geven, leer hen
dan dat ze niet met het dier mogen sollen: dat is een verschrikking voor het
dier! Geef hen liever een speelgoedkonijn, wat ze mee naar bed kunnen nemen en
net zoveel knuffelen als ze willen. Als een kind wil knuffelen, ontbreekt er
misschien iets aan de soort aandacht die het krijgt. Zie over soorten aandacht
mijn boeken zoals "Het Pad der Wijsheid", op Internet vind je er veel
hoofdstukken uit.
Toch hoor je wel van mensen dat ze vanaf het begin
hun konijn extra veel oppakken en dat ze dan uiterst tam worden. Dat weet ik
dus niet, want ik heb daar nooit de tijd voor kunnen nemen moet ik
zeggen.
Toch zijn konijntjes enorme knuffeldieren. Ze
willen liever niet op je schoot zitten, omdat ze op eigen plek, op eigen poten
willen zitten, maar ze vleien zich wel graag naast je op de bank, liefst dicht
tegen je aan en dan heb je ze maar te aaien, of jou dat nou uitkomt of niet.
Vooral vinden ze het heerlijk als je ze aait over
hun kopje, of je hand op hun bolletje laat liggen.
Als ze in de gaten hebben gekregen dat dat net zo
prettig is, willen ze ook wel onder je voet gaan zitten, als je geen handen
vrij hebt, en/of door je voet geaaid worden, blootsvoets of met kousen aan. Dat
maakt niet uit. Vaak een beetje ongemakkelijk voor jou, maar het went wel.
Verbaas je niet als je konijntje jou gaat likken
aan hand en/of voet: jij bent nu zijn of haar grote lievelingskonijn!
Nog lekkerder vinden ze het als je op de grond komt
zitten: dat is hun niveau en dan zijn ze haast niet weg te slaan. Ik zit
dikwijls op de grond te telefoneren. Toen we maar één konijntje hadden kwam ze
gegarandeerd naast ons zitten en dan moesten we met de ene hand aaien en met de
ander de hoorn vasthouden.
Aaien
Het valt mij steeds weer op dat dieren, ook wilde
dieren het zo heerlijk vinden om door mensen geaaid te worden! Ik zag op tv een
jonge vrouw gevaarlijke varanen knuffelen toen ze die
dieren voor zich gewonnen had.
Dat heeft te maken met energie, met het pakket
soorten energieën van mensen. Dat pakket is groter, hoort groter te zijn dan
dat van dieren... Daardoor voelen dieren zich lekker bij het strelen en
knuffelen door mensen: het brengt ze een stapje hoger, of geeft ze in elk geval
het gevoel een stapje hoger te staan... In mijn boeken vind je er meer over.
Geluid
Als ze zich aangevallen voelen of ongelukkig,
brommen konijnen met een lage grok-stem, die je van
zo'n klein dier niet verwacht. Net een kwaaie hond. Ze krabben en bijten dan
ook.
Worden ze door een kat of hond in het nauw
gedreven, dan gillen ze hard en hoog, wat je door merg en been gaat.
Als ze zich beroerd voelen of pijn hebben, piepen
ze zachtjes, of ze schreeuwen als een kat die met een ander vecht. Als ze zo
schreeuwen is get heel erg: meteen naar de dokter!
Soms geven ze een heel zacht bromgeluidje als je ze
aait, net als katten die spinnen. Maar ik weet niet of het een schrapgeluid was
van tandjes die over elkaar schrappen, of net als spinnen als katten.
Verder maken ze geen ( voor ons hoorbaar) geluid.
Pienter
Zoals het bekend is van honden en katten, is dat
ook bij konijnen: ze hebben een eigen karakter. Als ze de godganse dag in een
hokje van twintig bij dertig centimeter moeten zitten, merk je daar natuurlijk
niets van. Maar in huis, in contact met mensen, komt dat goed naar boven.
Ze weten jou ook dingen duidelijk te maken, maar:
x. zoals wij dènken dat het bedoeld is;
x. zoals wij dènken dat het goed is;
x. zoals de deskundigen
zeggen dat het moet, enz;
Als je ze in huis los laat lopen worden ze steeds
pienterder. En als jij goed op hen let, word jij ook steeds slimmer, ga je hen
beter begrijpen. Want: wij mensen zijn vaak niet mens genoeg, niet konijns genoeg om hen te begrijpen, om aan te voelen
wat ze willen en nodig hebben.
Je kunt ze leren om dingen te verstaan door woorden
te verbinden aan wat ze doen, zoals 'eten', 'naar buiten', naar beneden', 'neenee! enz.
Zo leren ze steeds beter allerlei uitdrukkingen
verstaan. Daarin verschillen ze niet van katten en honden. Je moet wel korte
uitdrukkingen gebruiken en steevast dezelfde uitdrukking voor hetzelfde doel.
Je kunt ze wel dingen leren, al duurt het langer
eer ze in de gaten hebben wat je van ze wilt dan bij honden of katten. Maar ook
dat verschilt van dier tot dier. Als je hun leefgewoontes in de gaten houdt en
steeds dáárvan uitgaat, kun je ze gemakkelijker in
dingen trainen.
Het is goed voor ze om ze wat te denken te geven.
Als je ze een goed rond appeltje geeft, moeten ze uitproberen hoe ze daar de
tandjes in kunnen krijgen. Als je ze een kartonnen doosje geeft met 'koekjes'
erin, moeten ze zien dat ze dat lekkers eruit krijgen. Dat is goed voor hun
grijze cellen. En gezien de collectieve intelligentie, zoals ik het collectief
geheugen noem, (Zie: mijn
boek) is het goed voor de grijze cellen van andere konijnen.
Woppie, die vaak in de ren buiten zat, was het na korte tijd al
duidelijk wat het betekende als ik zei: 'daar komt het baasje!' Ze ging dan in
de hoek van de ren zitten die het dichtst bij de schuurdeur zat. Mijn man
bracht altijd voor haar een bosje paardebloembladeren
uit het gangetje achter de schuur mee...
Op een mooie zomerdag stond de buitendeur open en Woppie ging op weg naar de tuin. Op de drempel van de
keukendeur bleef ze echter zitten. Ik vroeg haar of ze niet naar buiten wou,
het was toch echt lekker konijnenweer, maar ze schudde haar koppie,
trok nog eens kritisch haar neusje op en ging weer naar binnen. Ik snapte er
niets van! Tot we kort daarop hoorden dat de kernreactor in Tsjernobyl
een paar dagen ervoor ontploft was. Wekenlang heb ik haar binnen gehouden, tot
het flink wat geregend had met wind uit het zuiden/zuidwesten en het gras
uitgegroeid was en geknipt...
Konijnen kennen een rangorde. Als je er twee hebt,
is er een de baas en de ander de 'waakhond'. Ik weet niet of het bij andere
konijnen zo is, maar het vrouwtje was steeds de waakhond en he
mannetje de baas.
Ook is er vaak een verschil in intelligentie.
Overigens vinden konijnen ons maar rare konijnen
hoor! Zoals honden ons maar rare honden vinden. En katten... Konijnen denken
alleen maar in konijnenwetten, en -normen en -gedragsregels en daar houden wij
ons nauwelijks aan.
Voeding
Hoofdvoedsel voor konijnen is hooi. Maak er wel een
gewoonte van om ze elke dag een handvol hooi erbij in de kooi te geven. Ikzelf
heb ook buiten de kooi ergens waar ze graag zitten, een plastic bakje met hooi
gezet. Ik had er wel een steen in gelegd, omdat ze anders met het bakje gaan
gooien. Vanaf het eerste moment werd er flink van gesnoept. Ernaast staat een
kommetje water bij, waar ze eveneens goed achterheen gaan.
Ze hebben ook veel aan stro. Erbij kun je dan één
keer per dag per konijn een handje hardvoer geven. Dat is er n verschillende
soorten. Ik geef ze altijd gemengd voer, met zaden en gedroogde groente en zo
ertussen. Al vraag ik me nu af, nu ik meegemaakt heb dat konijntjes in hun
blaas afvoerstoffen tot stenen maken, je wel granen en zo mag geven! Misschien
echt alleen maar groenvoer en hooi!
Je kunt ook een bak of schaal van zo'n 25 à 30 cm
doorsnee nemen, daar goede grond in doen met natuurlijke mest, geen kunstmest
dus, en er gras in zaaien. Dat mag best goed vol gezaaid worden! Alles drijfnat
maken. Dan zet je die bak in een doorzichtige plastic zak op een zonnige plek,
een vensterbank op het zuiden bijvoorbeeld: broeikaseffect! Al spoedig ontkiemt
het gras en als het zo'n 10 cm hoog is, kun je die bak in de kamer zetten.
Geregeld water geven. Ben je slim, dan zaai je zo'n zelfde bak twee weken later
in. Als dan de ene bak kaalgegeten is, kun je die
opnieuw in een plastic zak zetten en de konijntjes de tweede bak voorzetten.
Verder krijgen de dieren elke dag een beetje extra
groenvoer: een paar blaadjes andijvie; een blaadje boerenkool, maar hiervan
niet teveel, niet te vaak; een paar blaadjes paardebloembladeren;
of worteltjesgroen. En af en toe en stukje appel of wortel. Variatie is voor
mensen goed, maar ook voor dieren. Heel gezond voor hen is: regelmatig een
bosje peterselie en/of selderij: dat is goed voor hun waterhuishouding.
Mogelijk ter voorkoming van niersteentjes.
En ze vinden het lekker om een vaas vol
bijvoorbeeld wortelgroen te hebben. Dat wortelgroen kun je ook heel goed
drogen. Bij de groenteboer hebben ze soms hele bossen liggen. Dat kun je zó
krijgen. Aan de waslijn is het gauw droog en dat is lekker voor de winter.
Hoed je voor lik- en knaagsteentjes! Ze maken er blaasstenen van! De dierenartsen zijn hier
nog niet helemaal uit.
Konijnen eten de hele dag door een bepaald soort
eigen keuteltje. Je ziet ze dan naar hun achterkant gaan met hun koppie. Dat hebben ze nodig voor hun darmflora.
Dierenartsen noemen dat 'nachtkeutels', maar ze eten het zeker een keer of
vier, vijf overdag en natuurlijk ook wel 's nachts. Elke keer als ik dat
de diverse dierenartsen die we gehad hebben vertelde, keken ze me wat vreemd
aan... Ze hebben het nou eenmaal anders geleerd…
Normaal pakken de beestjes die keutels onder hun
buik door uit hun gatje. Moppie was wat ziekelijk en erg dik. Hij kon er niet
bij en legde ze altijd op de grond of in de kooi en at ze dan op.
Die keutels zijn heel anders dan de gewone keutels:
ze zijn langwerpig, donkerder, zachter en plakkerig. Ze ruiken ook sterk. Echt
een konijnenluchtje. Het lijkt wat op sterke koffie, dus echt vies is het niet.
Je zou kunnen denken, als je zo'n keutel vindt, dat je konijntje aan de diarree
is, maar dat is zo'n 'nachtkeutel'.
Het is belangrijk voor ze dat ze wat te
knagen hebben. Takken van fruitbomen, wilgentakken, vuurdoorn of zo. Zorg wel
bij de vuurdoorn dat de scherpte van de doorntjes er af is. Ze zijn er stapel
op en hun tandjes slijpen af. Bovendien zit er de hele winter groen aan. Als je
ze in een stevige vaas zet op de grond, hebben de dieren wat te doen. Zorg wel
dat de vaas een brede onderkant heeft, anders krijg je een waterballet.
Ik had in het voorjaar wat snoeihout van de peer in
een vaas op een tafeltje staan. Zoals dat dan gaat, gingen de knoppen
opzwellen, tot groot genoegen van Snoetje. Hij sprong op de bank, op de
rugleuning en begon te snoepen...
Op het laatst moest hij zich helemaal uitrekken om
nog bij een knopje te komen. Ik had bedoeld om zelf van het uitzicht van
uitbottende en eventuele bloeiende takken te genieten, maar er bleef niet veel
over. Nu genoot ik maar van zijn genieten.
Ook hebben konijnen lol als je in plaats van een
vaas met takken, een bak aarde met takken in de kamer zet... Wel een beetje een
smeerboel... Ze gaan namelijk helemaal in die bak zitten en willen dan ook nog
wel eens lekker graven...
Onze dieren hebben geleerd om binnen te komen als
we roepen: 'náár binnen!' Als ze dan braaf naar
binnen gaan, krijgen ze een 'koekje': een lekker hapje.
Zodra ze dat door hadden, maakten ze er een geintje
van. Ze schooiden om naar buiten te mogen en, eenmaal buiten, kwamen ze bijna
meteen weer binnen en gingen op het vaste 'koekjes'-plekje zitten: 'we kunnen
het toch altijd proberen nietwaar!'
Het is voor dieren, ook voor kinderen trouwens, noodzakelijk om consequent
te blijven. Met kinderen kun je nog wel eens redeneren, waardoor je je
standpunt kunt veranderen, maar met dieren kun je niet redeneren.
Onze filosofie is: meegaan met de dieren met wat
er gebeurt en dat uitbreiden. Dan kun je ze van alles leren.
Verzorging
Konijntjes zijn ideaal voor mensen die niet zo uit
de voeten kunnen... Want het werk wat je aan konijnen hebt is erg weinig. Eens
in de twee dagen de wc-bak verschonen, eens in de vier à vijf dagen de woonkooi
eventueel van nieuwe kranten en verder van een nieuwe laag hooi voorzien.
Het verschonen van het hok vinden de dieren
verschrikkelijk. Ze zitten er met de neus bovenop. Ze kijken ietwat verwijtend
en vragend, met hun grote ogen en oren naar voren. Ik snap dat wel: voor hen is
het iets buitengewoon vreemds: hun hele huis wordt leeggeroofd en mee naar de
keuken genomen. En ze moeten maar afwachten of het ooit nog goedkomt.
Dikwijls gaan ze onder de kooideksel zitten die ik
even op de grond gezet heb om de bak uit te kunnen soppen. Zo van: 'hebben we
toch nog íéts om in de wonen...' Ook grazen ze buiten
de kooi gevallen sprietjes hooi ijverig op, vóór ik de kans gekregen heb ze op
te vegen, alsof ze bang zijn nooit meer hooi te krijgen.
Vacht
Konijntjes zijn erg schoon op zichzelf. Ze hebben
dan ook altijd een mooie vacht. Toch zijn ze in de beginjaren van binnen-wonen, heb ik menen te hebben opgemerkt, heel
dikwijls in de rui. (Ik heb het gier onder de jaren 60/79 Waarschijnlijk zijn
de huidige kweekkonijnen al aangepast geraakt aan het binnenmilieu!)
Als ze verharen valt het met plukken uit. Nee: het
valt niet uit, maar blijft in de nieuwe vacht hangen. Dat is natuurlijk
gevaarlijk voor hun spijsverteringsstelsel. Want ze likken zichzelf vaak, dus
krijgen ze heel wat haren naar binnen. Konijntjes in de natuur verliezen hun
haren door 'slijtage' in hun gangenstelsel en aan struiken en zo. Dat hebben ze
in huis allemaal niet. Dus moeten wij hen een handje helpen om te voorkomen dat
ze een haarbal in hun maagje krijgen.
Ik zet de diertjes daartoe om beurten op een matje
op het aanrecht. Zoals gewoonlijk vinden ze het verschrikkelijk om daar op
gezet te worden. Ze wennen er nooit aan, ondanks hun ervaring dat je hen alleen
maar goed wil doen. Ik gebruik met opzet een matje of opgevouwen handdoek,
zodat ze houvast hebben. Ik vind het niet eerlijk om ze op een glibberige
ondergrond te zetten. Ze zijn toch al zo bang.
Ik poog hen een beetje op hun gemak te stellen door
ze te aaien. Dan begin ik met borstelen. Net stevig genoeg en toch zacht genoeg
voor hun velletje.
Omdat ze zo bang zijn, zitten ze altijd tegen me
aangedrukt op de rand van het aanrecht. Dus doe ik eerst de ene kant, draai ze
dan om en dan de andere kant. Ik begin aan het kontje. Ik aai zachtjes daar de
haren tegen de keer in en borstel ze streepje voor streepje weer terug in het
gareel. Zo werk ik naar de nek toe. Vooral het kontje borstelen, want daar
kunnen ze niet zo goed bij om dat zelf in orde te houden, vooral als ze ouder
worden
Ik zie dan al gauw waar haren los zitten. Met
borstelen krijg je die niet weg, dat wordt plukken! Je voelt op een gegeven
moment ook waar ze los zitten, daar krijg je allemaal ervaring in.
Ik pluk nooit hard, want je trekt altijd tegelijk
aan haren die nog vast zitten en, als je weinig plukt, trek je aan nieuwe haren
die al langer zijn. Ik trek ook nooit met een ruk, maar haal ze langzaam uit
hun vacht. Ze laten vanzelf los.
Als ik een handjevol heb, gooi ik ze in de
gootsteen. Om erg stuiven te voorkomen, spoel ik de haren van mijn vingers en
droog mijn vingers even aan een doekje dat klaarligt op het aanrecht, anders
wordt het dier te nat. Aan het eind van de pluk sprenkel ik wat water over de
haren in de gootsteen, dan kun je ze gemakkelijker oppakken en weggooien.
Anders stuift het zo.
Ik ondervind vaak dat ik wat aan de late kant ben
met plukharen: dan zijn de nieuwe haren al langer en houden de oude des te
steviger vast. Als ik er bijtijds bij ben, gaat het veel gemakkelijker.
Je kunt ook aaien met een afwashandschoen aan, maar
het resultaat is minder goed, plukken gaat het snelste en het grondigste. Ik
weet ook niet of dat niet pijnlijk is voor het konijn. Aai jezelf maar eens met
een afwashandschoen, dan voel je het wel...
Bij een gekleurd konijn zie je altijd heel
duidelijk de scheiding lopen tussen oud en nieuw. Soms beginnen ze vooraan weer
te verharen, terwijl ze aan de achterkant nog bezig zijn.
Als ik helemaal klaar ben met plukken, borstel ik
ze nog een keer gewoon van voor naar achter.
Als de rui niet zo sterk is, hoef je niet te
plukken, om de dag goed borstelen is voldoende.
Het is ook goed om af en toe de poepgaatjes te
controleren. Ze hebben er twee, aan weerskanten van het heuveltje aan de
achterkant. Er kunnen keutelkorstjes in zitten. Neem dan een wattenstaafje, doe
er wat baby- of andere olie aan en haal de korstjes voorzichtig weg uit het
gangetje.
Ik heb ooit geleerd dat konijnen twee darmstelsels
hebben, maar de diverse dierenartsen ontkennen dat. Ik blijf echter niet
begrijpen waarom het dier dan twee poepgaatjes heeft... Al voeren die met
gangetjes naar één gaatje bovenop het heuveltje.
Gebit
De tanden en kiezen van een konijn groeien door. Ze
slijten erg doordat de dieren harde dingen eten en daarom móéten
ze wel doorgroeien.
De voortanden zijn razend scherp. Dat voel je wel
als ze je een keer bijten. En bijten kunnen ze hoor en dat doen ze ook als hen
iets niet bevalt. In het begin is dat een van de dingen die ze moeten leren:
niet bijten. Trek gewoon je hand terug of duw het dier opzij. Dan voelt het dat
het iets doet wat niet mag.
Soms worden de tanden te lang en dan moet de
dierenarts ze knippen.
De kiezen kunnen ook te lang worden. Daarom is het
goed als je minstens eens per jaar naar de dokter gaat voor controle. Vooral
als je merkt dat het beestje niet goed eet, heel lang doet over een stukje eten
of zo, of het voer weer uit zijn bek laat vallen.
Als je bij de dierenarts zelf je konijn vast moet
houden voor de gebitscontrole, zorg dan dat je niet je duim achter zijn koppie hebt, want dat vindt ie vervelend. Hij laat zich dan
niet goed helpen, spartelt tegen en zo. Anders laat hij zich heel goed
nakijken.
Bij Moppie was het zo dat hij scheef kauwde. Dat
bleek uit zijn kiesjes: die groeiden daardoor scheef. Dat betekende dat ze aan
één kant niet sleten en aan de andere kant van datzelfde kiesje wel. Dat
gebeurde bij alle kiesjes aan die ene kant. De kiesjes aan de andere kant
groeiden precies andersom scheef. En dat gebeurde in de boven- en in de
onderkaak... Je kunt begrijpen dat dat een pijnlijke geschiedenis is in zo'n bekkie: zulke messcherpe haken: de kiezen aan de ene kant
snijden in zijn wang en die aan de andere kant in zijn tong. Je merkt het als
het dier minder eet, of het eten laat vallen uit zijn bekkie.
De dierenarts slijpt ze in zo'n geval bij onder
algehele verdoving.
Als het bekkie erg stuk
is, kun je je dier na het bijslijpen nog geen hard voer geven: hij kan gewoon
niet eten. Dan zul je droge, plantaardige babyvoeding moeten kopen en hem dat,
opgelost in water, melk mogen ze niet, moeten voeren. Zie ook Ziektes.
Als een dier een tijdje geen hardvoer kan eten, kun
je ook dat malen en vermengd met wat yoghurt of water in een injectiespuitje
(snij het tuitje er dan af) in het bekkie brengen.
Zelfs hooi kun je malen en vermengen met yoghurt.
Nagels
Worden de nagels te lang, dan gaat dat pijn doen
bij het lopen. Ze groeien helemaal krom en dat gaat niet zonder pijn
natuurlijk.
Ze moeten regelmatig geknipt worden, toch wel eens
per 2 maanden. Ook omdat ze anders messcherp worden: dan kunnen ze je lelijk
verwonden. Als je zelf knipt, pas dan op dat je het leven niet raakt. Durf je
het niet zelf, dan kun je het in een dierenwinkel laten doen of door de
dierenarts.
Territorium
Konijnen zijn erg zindelijk, zei ik al. Ze hebben
graag een vast plekje voor hun keutels en plasjes. Er is echter een maar bij:
ze markeren hun territorium. Sommige konijnenbezitters hebben daar geen last
van, maar ik heb bij Woppie tien jaar lang veel op
moeten dweilen. Toch was ze vlak voor ze dood ging zo ver dat ze op zo'n moment
naar haar bak vloog...
Ik heb het er wel eens met de dierenarts over
gehad. Die zei dat ze dan gesteriliseerd zou moeten worden, maar dat was de
moeite niet waard: ze werd misschien toch maar vier en het werd bij konijnen
ook niet gedaan, al had hij laatst gehoord dat een collega het wel deed. (Dat
was begin 70er jaren! Nu wordt he altijd
gedaan.)
Toen we Snoetje kregen was het een ramp. Toen hij
ongeveer vijf maanden was, hing hij bij iedereen aan de enkels en als je hem
probeerde te aaien hing hij aan je pols te rijden. Bovendien sproeide hij
overal. Zelfs kwam hij een keer naar de douchecel boven, toen ik me stond af te
drogen. Het was de eerste keer dat hij de trap opgeklommen was en hij sproeide
me vol liefde van boven tot onder onder. Kon ik weer opnieuw beginnen.
Het was zo'n ramp met hem dat ik geen andere
oplossing zag dan òf hem altijd in een hok laten, òf hem laten castreren. Alleen: hij was pas aan de dood
ontsnapt door een ziekte en hij was te zwak om te opereren. De dokter wilde er
nog een maand mee wachten. Een rampmaand van dweilen en poetsen en hem vaak dweperigkijkend in zijn kooi laten zitten.
Castreren/sterliliseren
Bij het castreren/steriliseren van de konijntjes
kun je ze 's morgens of 's middags brengen en 's avonds weer
ophalen. Bij het mannetje is het een kleine ingreep, bij het vrouwtje is het
een echte operatie.
Heb je twee dieren, dan moet je ze een week of twee
na de ingreep apart houden op tijden dat je er geen oog op hebt. In die tijd
willen paringsneigingen en sproeien en zo nog wel eens voorkomen... De hormoontjes zijn niet meteen weg uit het lichaam.
Alhoewel er methoden zijn om de wondjes zó te
behandelen dat het dier ze niet open kan maken, schrijven sommige dierenartsen
voor dat het diertje niet aan de wondjes mag komen. Dat betekent dat het een
kraagje moet dragen tot de wondjes genezen zijn. Het dier kan er anders
moeilijk afblijven, want konijntjes zijn erg schoon op zichzelf en likken zich
heel herhaalde malen per dag schoon.
Kraagje
Een kraagje kun je zelf maken. Je kunt het ook
lenen van de dokter. Het is trouwens toch handig om er zelf een te maken of aan
te schaffen als het dier nog gezond is: je kunt het onverwachts nodig hebben.
Ik maakte ze het liefst van stevig plastic. Ik gebruikte
insteekmappen. Geen karton, omdat het konijntje dat stuk kan likken. Stukbijten
kan niet, omdat hij/zij er geen grip op kan krijgen, maar stuklikken lukt wel.
Verder heb je nodig: wat reepjes schuimplastic
tochtband en breed leukoplast.
Je neemt de maat van het halsje, niet te strak,
maar ook niet te los. Je pakt een dekseltje of schoteltje wat ietsje groter is
dan de omvang van het halsje, plus een grotere schaal of schotel. Op het
plastic leg je dat kleine rondje en trekt een cirkel. Dat kun je het beste met
een balpen doen. Daaromheen leg je het grotere bordje en trekt het om. Dan knip
je het rondje uit twee lagen plastic, dan is het stijver. Het binnenstuk knip
je er uit.
Maar nu is het een platte schijf die alle kanten
uit kan klappen als ie om het nekje zit. Daarom moet je er een taartpunt
uitknippen, zie tekening 5.
De halskant moet iets groter blijven dan de hals
van het konijn. Het kraagje kan dan over elkaar gesloten worden. Zo zit het
kraagje elegant om de hals en blijft goed staan. De oortjes steken er parmantig
bovenuit.
Knip er geen gaten voor de oortjes uit. De oortjes
bezeren zich aan de randen van die gaten. En het is niet nodig.
Knip de punten rond, opdat het konijn zich er niet
aan kan bezeren.
De randen van het kraagje zijn erg scherp en
bovendien moeten de twee stukken nog op elkaar gemaakt worden. Om de rand zacht
te maken neem je een reep tochtband en dat plak je tegen de rand en aan de
halskant en aan de buitenrand. Helemaal rond dus.
Zo blijft het echter niet zitten. Dan knip je wat
reepjes leukoplast. Niet te lang, want het is nogal prutswerk. Zo'n centimeter
of vijf is goed werkbaar. Die ga je over het tochtband heen plakken en zet zo
alles aan de voor- en de achterkant van het kraagje vast. Omdat alles rond moet
lopen, moeten er plooitjes in het leukoplast, maar dat zie je vanzelf. Zie
tekening 5.
Je kunt de randen ook zonder tochtband wat minder
scherp maken, maar dan moet je minstens vier lagen leukoplast over elkaar
plakken, en vooral aan de halskant niet te weinig.
Sluiten kun je het kraagje door twee stukjes
leukoplast, maar zorg dan wel telkens dat er geen haartjes van het diertje
tussen komen...
Ik deed altijd een keer of twee per dag het kraagje
af, zodat mijn konijn zich kon schoonmaken. Ik bleef er dan wel bij om in de gaten
te houden dat het niet aan de wondjes kwam.
Na welke operatie dan ook is het belangrijk de
dieren warm te houden. Ik zet in zo'n geval de kooi tegen een radiator aan met
een badlaken eroverheen. Ik controleer wel steeds of het niet te warm wordt.
Je kunt ook flessen met heet water in de kooi
zetten en de kooi afdekken met een badlaken, of oude handdoeken of zo.
Na de castratie heb je al spoedig geen last meer
van deze 'onzindelijkheid'.
Kennismaking
Als je het dier al een tijdje hebt los laten lopen,
is het tijd om het wat meer aan jou te laten wennen. Je moet nooit, bij geen
enkel dier, dus ook bij konijnen niet, iets overhaasten. Ga languit op de
grond liggen. Dat is het niveau van konijntjes, dus dat maakt het minder
spannend. Het dier zal vanzelf komen kijken en aan je gaan snuffelen. Raak het
niet aan, laat het zijn gang gaan. Het zal helemaal om je heen lopen en je
gezicht besnuffelen. Omdat de snorharen naar voren wijzen, zal dat kriebelen.
Praat tegen het dier, niet te hard: ze hebben zulke grote oren en dan hoor je
alles harder denk ik.
Misschien zal je konijntje over je heen klimmen.
Dat is allemaal verkennen. Op een gegeven moment gaat het gewoon weg. Laat het
dan ook gaan.
Beweeg je bij dieren nooit haastig, ook bij je
konijntje niet. Dat geeft het dier vertrouwen en het kan dingen overzien en
andere dingen zien aankomen Trouwens: wat kijken betreft zijn ze dichtbij niet
zulke beste zieners, meen ik te hebben geconstateerd.
Lachen begrijpen ze niet. Van hoesten schrikken ze.
Ik denk dat dat voor hen lijkt op het blaffen van honden...
Als ik in zo'n enorme hoestbui zat ging Macy, mijn laatste konijntje, stampen...
Huis
Ze lopen graag door het hele huis, ook trapop
trapaf.
Heel erg prettig vinden ze het als er meubels zijn,
zoals bij ons de piano en de bank, waar ze achter door kunnen lopen. Dat wordt
dan zelfs hun vluchtplaats. Als er onraad is of lijkt te zijn, vlogen ze achter
de piano of de bank.
Ze vinden het ook prettig als er stoelen zijn, of
tafeltjes waar ze onder kunnen zitten. Ze hebben graag een dakje boven hun
hoofd.
Als je ze naar boven wilt laten gaan, moet je ze
misschien eerst leren trappenlopen. Je zet het konijntje op de eerste tree. Het
zal er dan vanaf springen. Naar boven gaat het nog niet. Dan zet je het op de
tweede tree en telkens een treetje hoger.
Heb je een knik in de trap, drapeer dan in de
lengte een baddoek in een afstekende kleur over het deel waar de treden smal
zijn. Anders gaan ze over dat smalle gedeelte naar boven en/of beneden en dat
wordt dan rollen... Schrik niet als ze ooit van de trap rollen, ze komen altijd
goed terecht.
Bij een trap met gladde vloerbedekking echter, zou
ik de dieren zich niet op de trap laten...
Het is ook prettig als ze dingen van raffia of stro
krijgen om te vernielen. Een oude, bijna niet gebruikte strohoed van Mijn man,
die van ouderdom zowat uit elkaar viel, vonden ze heerlijk: ze gingen er in
zitten en vraten hem zo van binnenuit op. Of een fruitschaal van raffia...
Heb je een keurig huishouden, dan is dat voor de
dieren niet zo prettig: je zult nooit eens ergens wat takken neerleggen of wat
groen of een appeltje. Je zult er geen afzichtelijke plank neerzetten met
flarden, speciaal voor hen opgeplakt behang, wat ze af kunnen scheuren...
Tuin
Het is prettig als je een tuin hebt, waar je konijn
in kan rondhollen. Vooral als het gras en de hele rest is voorzien van
'onkruid' zoals madeliefjes, paardebloemen, weegbree
en zo. Daar zijn ze stapel op en het is nog gezond ook.
Ik heb opgemerkt dat konijnen nooit een hele plant
opeten, maar hier een paar blaadjes van, daar een paar blaadjes van. Ik denk
dat ze op die manier zorgen dat ze altijd wat te eten hebben: planten die
gesnoeid worden groeien extra goed door immers... Ze zijn echter zó dol op paardebloembladeren en weegbree, dat wij die plantjes niet
meer in de tuin hebben. Wat dat betreft had onze tuin drie keer zo groot mogen
zijn, met dertig keer zoveel 'onkruid'.
Heb je een tuin zonder onkruid, dan is dat maar
saai voor de dieren.
Ze houden ook van rozen snoeien... Ik heb gepoogd
dat op te vangen door enerzijds een gaashekje rond de rozenstruiken te zetten
en anderzijds de rozen niet te laag te snoeien, zodat de bladeren en de bloemen
bovenin niet opgevreten kunnen worden. En de onderste takken worden voldoende
houtachtig.
Je moet er ook op voorbereid zijn dat jouw
margrieten het niet overleven en dat je lelies eraan gaan, je crocusjes niet veel zon zullen zien, dat je chrysanten niet
veilig zijn en dat je gladiolen augustus niet halen, dat je beslist geen
aardbeien van eigen bodem zult eten... Als je daar allemaal bang voor bent zul
je een hekwerkje langs je bloemen- en plantenliefhebberij moeten zetten.
Het hekje hoeft niet hoog te zijn, zo'n dertig cm.
voor een mini- en zo'n veertig cm voor een midi-konijn.
Wees er dan wel op voorbereid dat alles wat buiten jouw hekje groeit dagelijks
keurig bijgesnoeid, àfgesnoeid
wordt. Hoef jij dat niet te doen.
Heb je zo'n stenen tuin, dan is daar voor jouw dier
natuurlijk geen lol aan, tenzij je hem een bak of hoek bezorgd met voor hem
lekkere plantjes. Staan er potten met planten in je stenen tuin, dan zitten je
konijnen er ook zo in. Ze zijn een beetje tè goed in
springen en snoeien. Je zult moeten kiezen: planten of konijnen...
Heb je vergiftige planten in je tuin, dan kùn je het wagen om toch je konijn los te laten: ze weten
zelf wat wel en wat niet goed voor ze is, maar niet altijd... In het laatste
geval is Leiden in last. Ik heb echter bij al mijn zes konijnen de ervaring dat
ze van vergiftige planten keurig afblijven. Die moet ik zelf snoeien...
Zorg wel dat ze niet de tuin uit kunnen en hou ze in de gaten, omdat tegenwoordig overal zoveel en
zulke gigantisch grote katten zitten, die vaak gewoon tegen muren en
schuttingen opklimmen/-springen.... Alle kanten van de tuin waar geen muurtje
staat, moeten goed voorzien zijn van gaas. En dan dat gaas een eindje de grond
in graven. Diep hoeft niet, omdat, als je je konijnen hebt laten steriliseren,
(mannetjes graven niet!) ze geen hol-graaf-neigingen
meer hebben. Als een vrouwtjeskonijn niet gesteriliseerd is, wil ze holen
graven. Dat is natuurlijk wel leuk en zo, maar als ze dat onder het gaas door
doet, is het niet zo leuk meer... Woppie probeerde
onder de ren uit te graven.
Soms kunnen ze niet bij ons naar buiten, terwijl ik
wel de keukendeur open wil hebben. We hebben een daarom konijnenschuifdeurtje
gemaakt van een plank hardboard met twee wieltjes. Die plank loopt tussen de
muur en de groenteflat. We kunnen hem voor de deuropening rijden. Zie tekening
6. Wijzelf stappen eroverheen, blijf je lenig van.
Als de dieren dan toch naar buiten willen zeg ik:
'je kunt niet naar buiten, het is veel te koud!' of: '... Het is hondeweer, geen konijneweer!'
Er hoeven natuurlijk geen wieltjes onder de plank:
schuiven kan ook. We vonden het alleen maar wat gemakkelijker.
Ren
Voor de ren had ik zes opbindrekken gekocht in een
tuincentrum en er vier van aan elkaar gekoppeld met ijzerdraadjes, dat waren in
dit geval draadsluiters voor plastic zakjes. Heel dun dus en twee rekken lagen
er los bovenop.
Als je de konijnen in de tuin in een ren zet, zorg
dan wel dat de ren van boven goed afgedekt is, of blijf ze in de gaten houden.
En zorg dat ze een hokje of zo hebben, waar ze in kunnen schuilen. Het gras mag
ook niet nat zijn: dan worden ze ziek.
Toen ik ons konijn overdag nog in de ren zette,
dekte ik die gedeeltelijk af met een badlaken als het erg warm was: dan had het
dier schaduw. Als het regenachtig was, ging er een stuk plastic overheen. Ik
zorgde altijd dat er een bakje water in stond en ook een kartonnen doos met
deur en raam, waar hij/zij in of op kon zitten. Die doos beplakte ik aan de
onderkant met plakplastic: dan bleef ie droog in het altijd vochtoptrekkende
gras.
Kat...
Ik heb het een keer meegemaakt dat Moppie en Deetje buiten zaten in de ren. Mijn buurvrouw Evelien kwam
helemaal over haar toeren aanbellen:
'Bobbie (haar kat) is in jullie tuin. En ik heb zo
vreselijk horen gillen, heb je dat niet gehoord?
'Ik zat net te telefoneren en dan hoor ik niks.'
We vlógen naar achteren
en daar lag Deetje: bewegingloos onder een rek van de
uit elkaar liggende ren. Ik begon te huilen, roepend:
'Arm ding, arm ding!', denkend dat ze dood was en
bukte mij over het rek. Ze zat met haar kopje door een vierkante maas. Toen ik
voorzichtig probeerde haar koppie terug te duwen,
begon ze te spartelen en zich met alle vier haar pootjes af te zetten tegen het
rek, pogend haar koppie los te trekken. Ze leefde dus
nog, maar dan moest ik voorzichtig zijn, zodat ze zichzelf niet de nek brak of
zo.
Ik holde naar binnen om een ijzertang te halen.
Maar de mazen waren te hard om door te knippen. Ik zocht een ijzerzaagje, maar
ik kon nergens zagen zonder haar te verwonden.
Evelien en ik waren allebei radeloos. Ik keek eens
goed en zag dat Dee haar kopje optilde als ze trok, met haar pootjes hard tegen
het rek duwend, waardoor de dikte bij haar oogjes haar vastklemde. Ik duwde het
koppie zachtjes in een andere stand, schuin in het
vierkante gat en ze was vrij. Ze vlóóg onder het rek
vandaan naar binnen en naar boven onder mijn bureau. Daar heeft ze de hele
verdere dag gezeten.
Wel ben ik 's avonds naar de dokter gegaan om
haar na te laten kijken, maar ze mankeerde verder niets.
Toen ze los was en weg, ging ik Moppie zoeken. Daar
zat hij: rustig onder een struik, zonder enige vorm van paniek. Moppie moest
die kat weggejaagd hebben! Hij had gemakkelijk naar binnen kunnen vluchten toen
de ren eenmaal uit elkaar lag, maar had daar geen behoefte aan gehad!
Toen wij hem kregen, was hij van een vrouw geweest,
die ook een kat had. Heel af en toe mocht Moppie daar in huis loslopen en dan
zat hij de kat achterna, die doodsbang voor hem was... Dat was de redding van
de twee konijnen geweest.
Bobbie moet de konijnen van buiten de ren en
misschien erbovenop zittend, of erin gevallen zijnde, zó opgejaagd hebben dat
Moppie uitbrak. Of misschien was de kat erin gevallen en had Moppie hèm zo opgejaagd dat de ijzerdraadjes braken omdat de kat
uitbrak...
Dee probeerde ook uit te breken, maar raakte
beklemd. Moppie ging vervolgens achter die kat aan. Vandaar dat Moppie heel
rustig onder de struik zat te kijken: hij was helemaal niet bang geweest. We
hebben die kat nooit meer in de tuin gezien.
Overigens gebruik ik de ren al lang niet meer. Ik
weet nu dat katten verjaagd worden en bovendien kunnen ze nauwelijks onze tuin
inkomen. De keukendeur staat altijd op een kier als de konijnen buiten zijn,
dus onze beestjes kunnen bij onraad zó naar binnen.
Bak...
Als je geen tuin hebt, maar wel een balkon, dan is
het heerlijk voor je dieren als ze daar een bak vinden met minstens een pol
gras en een paar plantjes zoals madeliefjes, weegbree en paardebloemen.
Misschien ken je iemand met een tuin en mag je daar af en toe wat takjes
plukken van rozen, fruitbomen, of zo. Die kun je dan in zo'n bak steken.
Laat de dieren vaak buiten. Dat vinden ze heerlijk.
Heb je een balkon met een spijlen afscheiding, dan
moet je er misschien langs de onderrand een smalle strook gaas tegenaan binden,
zodat de diertjes niet naar beneden kunnen vallen. Je kunt beter het zekere
voor het onzekere nemen.
Heb je zelfs geen balkon, probeer dan toch af en
toe een bak te maken met gras, plantjes en wat takken erin gestoken. Wat
kranten eronder uitspreiden en de konijntjes hebben een paar uur feest.
Moppie
Toen wij Moppie kregen, ons derde konijn, was het
een saai beestje: als je ook al vier jaar in een hokje hebt gezeten en er maar
heel sporadisch even uit mocht... Dan heb je je niet kunnen ontwikkelen. We
konden dat goed merken.
Als je je konijn voor het eerst uit zijn kooi laat,
gaat het na één stapje er uit er weer terug in. Hij gaat steeds één stapje
verder, plat over de grond en dan vlug de kooi weer in. Forceer het niet door
het uit zijn huis te pakken en midden in de kamer neer te zetten! Dat is een ramp
voor het beestje! Hij moet alles uit veiligheidsoverwegingen altijd uitermate
goed controleren.
Moppie was na tien minuten rondscharrelen volkomen
uitgeput. Hij was duidelijk niet gewend aan lichaamsbeweging.
Even dit: wij hadden totdantoe
steeds konijntjes gehad die wat ouder waren. Latere jonge konijntjes gingen
gemakkelijker uit de kooi.
Moppie werd met de dag vrolijker en ondernemender.
Hij werd echter zó vrolijk en gezellig, dat hij na een week of twee begon te
sproeien: zijn territorium afzetten door te piesen
terwijl hij een rondje door de lucht sloeg met zijn kontje. Toen hebben we hem
alsnog moeten laten castreren.
Een paar jaar later kwam Deetje
erbij. Ze was nog erg klein en nog niet volwassen. Ze was van een jonge vrouw
die bij een vriendin van mij ingewoond had en vlak voor ze onverwachts wegtrok
dat konijntje nog gekocht had. Het beestje zat de hele dag in haar kooi op de
lege kamer en zag alleen af en toe het zoontje des huizes.
Toen ze dus bij ons kwam, was ze vreemd. Maar ze
raakte al gauw gewend en zeer gehecht aan Moppie.
Ze ging na een paar weken ook sproeien. We hebben
ook haar laten opereren.
Ziektes
Bij allerlei afwijkingen van wat gewoon is bij
konijnen kan sprake zijn van een ziekte. En aangezien ze erg gevoelig zijn,
zijn ze al gauw te ver om ze nog te redden van de dood.
Let daarbij op je gevoel, want het konijn zendt
dikwijls duidelijke signalen uit naar degene die hem het liefste is. Negeer je
gevoel niet, zoals ik gedaan heb en daardoor twee konijntjes te laat bij de
dokter bracht. Maar daarom ook kan ik juist veel van die gevoelens en signalen
herkennen in mijn eigen lijf. Gevoelens zijn niet iets van de hersens, maar die
spelen zich af in je lijf.
Ga nooit te laat naar een dierenarts. Kijk het niet
nog een dagje aan, want konijnen zijn zó weg. Ga dan liever een keer voor
niets. Ja, dat kost wat, maar daar moet je rekening mee houden bij de aanschaf.
We hebben van alles meegemaakt met de acht
beestjes, waarvan enkele ziektes eigenlijk dodelijk waren. Ik heb verscheidene
keren meegemaakt dat de dierenarts zei: 'hij/zij had al dood moeten zijn!',
maar ik ben genezeres, dus ik heb diverse keren een
konijntje van de dood kunnen terughalen.
Ik beschrijf wat ziektes aan de hand van mijn
ervaringen met onze konijntjes.
Woppie
Onze eerste, Woppie, was
eigenlijk als buitenkonijn bedoeld: in het hok, in de ren en in de tuin. Ze is
dat ongeveer twee jaar geweest. 's Winters ging ze 's nachts in de
schuur in een kleiner hokje, geïsoleerd met krantenpapier en een oude deken.
Aan de voorkant een klein spleetje voor wat frisse lucht.
Voor buiten had ze een mooi hok op een stellage,
gemaakt door Mijn man. 's Avonds mocht ze een paar uurtjes in huis
rondhuppelen.
Op een keer zag ik haar 's morgens zo raar
doen in haar hok buiten. Ze ging dan weer zus zitten, dan weer zo, dan weer
languit liggen, dan weer op een bolletje zitten.
Ik haalde haar naar binnen en nam haar op schoot:
ze was een ijsklompje! Het was herfst en al aardig fris.
Ze was erg in de rui: haar vacht leek net een
mottige bontjas! Dat betekende dat ze maar weinig vacht meer over had om haar
warm te houden.
Ik heb haar lang op schoot gehouden met een dikke
trui over haar heen. En al had ze een gloeiende hekel aan op schoot zitten en
probeerde ze anders altijd om er op een fatsoenlijke manier af te komen, nu
bleef ze braaf zitten, deed geen enkele poging om weg te komen.
Ik moest echter naar een vergadering en ze was nog
niet warm genoeg. Ik heb haar onder een stoel gezet, waar ik een infrarood lamp
onder liet schijnen. Ik hing een doek over de stoel. Zo bleef ze mooi in de
warmte zitten.
Toen ik van de vergadering terugkwam, zat ze weer
vrolijk en gezond midden op het kleed!
Vrij kort daarop gebeurde hetzelfde. Deze keer was
ze 's middags zo koud geworden en begon Woppie
in de loop van de avond onrustig te worden. Ik haalde haar weer binnen en nam
haar op schoot, maar ze werd niet warm. De hele avond zat ik met haar op
schoot, met mijn voeten op een voetenbankje en ben opgebleven.
Tot drie uur 's nachts zat ik met haar op
schoot. Ik bofte dat er net een proefuitzending werd gedaan met nachtelijke
uitzendingen en zo heb ik naar de film 'The sound of music'
zitten kijken.
Daarna was ik behoorlijk moe en ben op de bank in
de huiskamer gaan liggen, een slaapbank, met Woppie
naast me onder de deken. Tot mijn verbazing vond ze dat wel best, terwijl ze
anders helemaal niet zo opgesloten onder dekens wil liggen.
Maar ik durfde niet te gaan slapen, bang dat ik op
haar zou gaan liggen. Tegen vijven kon ik echter mijn ogen niet meer open
houden en heb haar in het kleine kistje gezet, dat mijn man de avond tevoren al
klaargemaakt had. Ik zette er flessen heet water in en een doek erover. Toen
viel ik als een blok in slaap.
Tegen negenen werd ik wakker van een gerucht: mijn
dochter en Mijn man lagen op de grond voor het hokje. Ik dacht het ergste, maar
Woppie was weer springlevend.
'Zo,' zei ik, 'die heb ik gered!'
De dierenarts zei echter dat het nu beter voor haar
was als ze niet meer buiten woonde. Ze moest voortaan binnen blijven.
We hebben een kooi voor haar gekocht. Al heel gauw
was ze er de hele dag uit en langzaamaan leerden we hoe gezellig en leerzaam
konijntjes zijn en hoe ze een eigen karakter hebben.
Een poosje later lag ze weer zo raar te doen. Ik
nam haar op schoot en ze voelde koud aan. Ze bleef echter onrustig, alhoewel ze
wel op schoot bleef zitten. Af en toe vloog ze van schoot af en naar de bak
toe. Maar ze deed geen plasje of keuteltje. Ik ben onmiddellijk met haar naar
de dierenarts gegaan en hij constateerde dat ze niersteentjes had. Ze kreeg wat
voor de pijn en verder moest ze veel drinken.
Ik heb haar steeds op schoot gehouden, omdat mijn
warme handen haar rust en ontspanning gaven. Dat maakte het loskomen en
transporteren van de steentjes gemakkelijker. Ik kon haar natuurlijk niet
dwingen om zelf te drinken, dus gaf ik haar water met een injectiespuitje.
Na een getob van ongeveer twee uur, ging ze opeens
op de bak en was meteen opgeknapt.
Die niersteenaanvallen heeft ze herhaaldelijk
gehad, maar ze is er steeds goed doorheen gekomen.
Nu zou mijn homeopathische dierenarts ongetwijfeld
iets hebben kunnen geven ter voorkoming van niersteentjes, maar toen waren er
nog geen dieren-homeopaten, naar ik weet. In elk
geval zijn peterselie en selderij daar goed voor.
De middelen van een homeopaat zijn niet duur en
veel effectiever dan van een allopaat. Ze zijn
bovendien gemakkelijker in te geven.
Op een keer zat Woppie
buiten in de ren en ik hoorde haar niezen, niezen: ze blééf
aan de gang! Ik pakte haar op, zette haar in haar kooi en hing met een
wasknijper een versgesneden schijf ui voor de
tralies. Hing er een doek overheen, zodat de geur in het hok bleef. Ze hield
bijna meteen op met niezen.
Woppie is niet gesteriliseerd geweest. Dat betekende dat ze
regelmatig 'loops' was en schijnzwanger. Op een dag ging ze ineens een nestje
maken: ze sleepte bekkenvol hooi uit haar kooi en bracht die naar een plekje
wat haar goedkeuring kon wegdragen. Eens heb ik haar haar hele kooi zien
leeghalen en met kleine bosjes naar boven zien sjouwen in de margarinedoos die
ik daar voor haar had staan. Een heel werk voor zo'n klein diertje met zo'n
klein bekkie: ze was immers maar een handjevol! Ze
had een prachtig rond nestje in de doos gemaakt, aangekleed met wol uit haar
eigen pels.
Zo'n 'aanval' duurde nooit lang: een klein dagje.
Tegen het eind zat ze ineens ergens, soms halverwege de trap, met een bosje
hooi in de bek met een houding van: 'waar ben ik mee bezig? Wat doe ik hier
eigenlijk?' Dan legde ze het hooi ter plekke neer en het was over.
Als het jouw dier overkomt, kun je een doos in haar
kooi zetten of er tegenaan. Dan is ze rustig.
Antibioticum...
Op een gegeven moment kreeg Woppie
een soort uitwas op haar ooglid. Daar hebben de dierenarts en ik en het diertje
ongeveer een half jaar mee gesukkeld. Zalfje zus, watertje zo, maar niets
hielp. Ook door mij met energie geladen water niet. Het dingetje werd groter.
Toen stelde de dokter voor het te opereren, al zou
ze dan een raar uiterlijk krijgen, doordat ze van het ene ooglid een stuk kwijt
zou zijn. Maar ik stelde met mijn stomme kop voor het met een antibioticum te
proberen. De dierenarts zei nog dat dat niet zo best was voor de darmflora,
maar besloot het toch met een antibioticum te proberen.
Daarmee begon de ellende. Let op! Ik startte die
maandagmiddag met dat antibioticum. Onmiddellijk bij de eerste toediening van
het witte poeder had ik het gevoel dat ik het diertje beton gaf! Ze
spartelde ook met geweld tegen als ik het haar wilde geven. Ik lette niet op
dat gevoel en dat gespartel, maar vanaf dat moment kon ze niet meer poepen.
Twee dagen later ook niet meer plassen. Ik hollen naar de dierendokter, maar
die voelde aan haar buikje en zei dat ze baarmoederontsteking had en nu zeker
dat antibioticum moest hebben!
Vrijdagochtend was ik wanhopig, want Woppie had nog steeds niets gedaan. Ze dronk en at nog
nauwelijks. We belden de dierenafdeling van de universiteit op en konden meteen
komen. Daar ontdekten ze dat ze verstopte darmen had. Ze kreeg anderhalve liter
water via een infuus, want ze was helemaal uitgedroogd. Ik kreeg ook
nachtkeutels van andere konijnen mee naar huis: die moest ze opeten om te
proberen haar darmflora weer op peil te krijgen.
Het was trouwens een heel gedoe om die keutels bij
haar binnen te krijgen. Want dat vreemde spul wou ze natuurlijk niet. Ik roerde
het door wat yoghurt, zaagde van een injectiespuitje de punt af, stopte het
mengsel in de spuit en werkte het zo in haar bekkie.
Ze moest daarnaast paraffine hebben om die
verstopping te proberen op te heffen. Ik deed haar dan een slabbetje voor,
zodat ze niet onder dat vettige spul kwam te zitten.
Ik kreeg plantaardige babypap mee, omdat ze totaal
ondervoed was en erg verzwakt. Babypap wordt helemaal opgenomen en geeft geen
afval in de darmen: die darmen zaten immers al vol... Ik moest haar ook yoghurt
gaan geven: goed voor de darmflora.
Die avond sliep ik in de huiskamer op een matras op
de grond bij haar. Ze kwam bij mij in bed liggen. Telkens echter ging ze naar
haar etensbakje en bleef er met haar kopje boven hangen. Er kwam niets los, dus
kon ze niets eten. En toch vraag ik me af of ze niet een haarbal in haar maagje
heeft gehad.
De volgende ochtend gingen we weer naar het ziekenhuis
en daar kreeg ze opnieuw anderhalve liter vocht.
De hele dag zat ik met haar op schoot.
's Avonds echter was ik compleet òp en mijn
dochter heeft die nacht bij haar op de grond geslapen. Herhaalde malen kwam ze
bij haar in bed liggen. Plassen deed ze wel, maar keutelen nog steeds niets.
We mochten zondagochtend opnieuw naar de kliniek
komen voor een infuus. Ik pakte de tas waar ze altijd in vervoerd werd, maar ze
vloog met haar laatste krachten tegen me op. Ik hoorde: 'Asjeblief niet, nu
niet!' Eigenwijs als ik was, deed ik echter net of ik niets gehoord had en
zette haar toch, ondanks haar tegenstribbelen in de tas. Ik wist het weer beter
dan zij.
Mijn man had de tas op schoot, terwijl ik achter
het stuur van de auto zat. We waren een eindje van huis, toen ze drie keer
heftig schopte en stil bleef liggen. Woppie was
dood...
We zijn toch doorgereden naar het ziekenhuis,
denkend dat ze misschien nog niet dood was. Maar het was wel duidelijk toen we
er aankwamen.
We hebben uitgebreid afscheid genomen, we huilden
allebei en moesten haar om beurten even op schoot. We kregen daar op de
universiteit alle ruimte om te doen wat we wilden.
Ze lag er zo lief bij, dat kleine handjevol. Zo
mager, helemaal uitgehongerd natuurlijk! Ik voelde me schuldig, omdat ik aangedrongen
had op antibiotica en daarna niet naar mijn gevoel van 'net beton' en haar
gespartel geluisterd had. Ik voelde me schuldig, ondanks dat ik me die week zo
ingespannen had om haar te redden: ik zat zowat dagelijks bij mijn toenmalige
dierenarts.
Ik schrijf dit hier zo uitgebreid, opdat èn òmdat mensen kunnen leren
luisteren naar hun gevoel en ook naar de signalen die andere mensen, die dieren
en zelfs planten hen geven...
We lieten Woppie daar,
dan zou ze maandags opgehaald worden om gecremeerd te worden.
Ze is ruim tien jaar geworden.
Verschijning
Een paar uur later. Mijn man was in de keuken
bezig, met koffie of zoiets. Ik zat treurig op de bank. Ineens zag ik Woppie zitten, op haar lievelingsplekje onder het
salontafeltje. Ze was zeker drie keer zo groot! Toen het tot me doordrong dat
ik haar echt zag zitten, wilde ik mijn man roepen om te komen kijken, maar ik
wist meteen dat het alleen voor mij bedoeld was. Ik had ook de indruk dat ze
toestemming had van een vrouwelijk wezen om te verschijnen aan mij, om mij te
troosten en mijn wroeging van me af te nemen.
Ineens hoorde ik woorden in mij, háár woorden, dat weet ik zeker!:
'ik ben gelukkig, ik ben
een stapje verder!'
Toen het tot me doorgedrongen was dat ze dat echt
tegen me gezegd had, verdween ze.
Ik was gelukkig met haar komst, maar ik heb toch
lange tijd nodig gehad om die wroeging af te leven... Vergeven-worden
is niet voldoende...
Snoetje
Mijn dochter kwam ergens toevallig naast een jonge
vrouw te zitten en raakte met haar aan de praat. Die vrouw had pas kort een
konijntje en moest hem wegdoen, omdat ze allergisch bleek te zijn voor
konijnen. Ze vond het vreselijk om hem weg te doen, en wilde het diertje het
liefst ergens waar het los kon lopen zoals bij haar. Dat kwam dus goed uit wat
ons betreft! Toeval dat ze net naast Anneke kwam zitten?
Woppie was een tijdje dood en ik wilde wel weer een nieuw
konijntje, was al wezen kijken op een kleine huisdierenmarkt, maar kon niet
besluiten. Toen dacht ik: 'hij of zij moet maar vanzelf komen!' En zo ging het
dus ook: zo kwam Snoetje krap een jaar later vanzelf als kleintje van vier
maanden. Een handjevol op mijn kleine handje. Wij dachten dus dat het een mini
was.
Snoetje was buitengewoon levendig en was de hele
dag aan het eten. Hij at alles wat los en vast zat! Als ik hem nieuw hooi en
stro gegeven had, was dat zo weer op. We vonden het geinig: zo'n haastig
rondvliegende witte flits, die alles vrat wat los en vast zat!
Al gauw echter begon me op te vallen dat hij mager
werd! En hij maakte steeds minder keuteltjes! En op een gegeven moment merkte
ik dat er achter zijn voorpoten een harde bal zat. Het leek wel een tennisbal!
Ik holde naar de dokter. Die schrok ervan! Dat was de lever, die knoertharde
bal. Dat die lever nog niet gebarsten was was een wonder. Maar dat waren mijn
warme handen natuurlijk weer.
De dokter moest wat keuteltjes hebben. Die ging ik
thuis onmiddellijk halen. Ze bekeek ze onder de microscoop en zag dat ze vol
parasieten zaten. Snoetje kreeg een injectie van haar. Ik kreeg druppels mee
die ik hem om de zoveel tijd moest geven. Al spoedig ging hij weer wat dikker
worden en de bal verdween. Die was gered!
Het was een zeer besmettelijke ziekte... De
dierenarts wist zeker dat het hele nestje waar hij uitgekomen was, eraan
doodgegaan moest zijn.
Neem dus altijd wat keuteltjes en/of wat strooisel
waar je konijn op geplast heeft mee als er zoiets aan de hand is. Doe dat in
een envelop of een plastic zakje met jouw naam en die van je konijn erop.
Snoetje mocht echter de hele winter niet buiten. Er
moest eerst vorst over de tuin gegaan zijn, om de parasiet geen nieuwe kans te
geven. Dat was niet leuk voor hem, want het was pas september. Hij zat vaak te
schooien op het matje voor de keukendeur... Ik dacht dat wel eens op te lossen
door hem in de ren te zetten op een stuk plastic. Maar dat was natuurlijk zijn
bedoeling niet. Ik gaf hem dan wat groen, van buiten de poort natuurlijk, niet
uit onze eigen tuin: paardebloembladeren, weegbree,
hooi en stro en wat takjes om op te knabbelen en wat groente die ik gekocht
had, maar lekker rondhollen was er niet bij.
Toen die ziekte voorbij was, begon hij te groeien,
zijn groei was stil blijven staan door die ziekte. Eigenlijk had hij een knoepert van zeven kilo moeten worden als ik het goed
begrepen heb. Maar hij is niet verder gekomen dan drie.
Nu Snoetje gered was, ging hij de hele dag achter
me aanlopen. Zo zelfs dat als ik naar boven ging om te schrijven, hij binnen de
vijf minuten ook boven was. Ging ik beneden koffiedrinken, was hij binnen de
vijf minuten ook beneden... We hadden goed in de gaten dat hij bang was om mij
kwijt te raken. En een tijd later liet ik hem toch nog in de steek...
Hij was veel pienterder dan Woppie
en ik had het gevoel dat hij begreep dat hij zijn leven aan mij te danken had.
Ik denk wel eens: als dieren hebben moeten knokken voor hun leven, komen ze er
dan pienterder uit? Mijn ervaring is wel zo... Evolutie... Natuurwet...
Hij leefde door het hele huis. Het liefst zat hij
hier op mijn werkkamer onder mijn bureau. Ook wel op de punt van de bank.
Op een gegeven moment kreeg hij natte oogjes. De
dokter zei dat het van de tocht onder de deuren door kwam. Ik voelde op de
overloop met mijn hand boven de grond en inderdaad: het tochtte er als de hel!
Ik kreeg zalfjes zus en zo voor die natte oogjes,
maar niets hielp. Intussen hadden we wel alle deuren boven voorzien van
tochtstrippen.
Op een keer zag ik 'toevallig' (willekeurig toeval
bestaat niet, zie bijvoorbeeld mijn boek 'Pad' hierover, of op mijn internetwebsite:www.path-of-wisdom.com) in een boekhandel
een boekje over 'natuurgeneeskunde voor kleine huisdieren'. Dat is ook de
titel, Marga Drossard en Ursula Letschert,
uitg. De Driehoek, Amsterdam.
Daarin vond ik een recept voor oogkwaaltjes: Euphrasia D3, 5 druppels op een kwart kopje gekookt water
en een paar keer per dag daar de oogjes mee druppelen en schoonmaken. Ingeven:
3 maal daags 3 druppels Silicea D12 en Staphisagria D6. Deze middelen kun je kopen of bestellen
bij de apotheek.
Binnen een paar dagen waren de natte oogjes droog geworden.
Bij de apotheek kun je lege druppelflesjes, flesjes met pipetjes krijgen. Maar
je kunt het ook met een nat watje doen wat je uitknijpt boven het oogje. Wel
telkens een schoon watje nemen met schone handen.
Doe het onderste ooglid wat open en laat twee
druppeltjes erin vallen.
Maak ook de omgeving van het oogje goed schoon,
eventueel met wat shampoo, anders heb je kans dat het konijn zichzelf iedere
keer opnieuw infecteert: hij krabt immers gedurig aan zijn oogjes. Hou ook de
kooi goed schoon.
Haarbal
Op een dag hadden wij een mooi dik wollen tapijtje
gekocht. Snoetje vond het ook een heerlijk geval om op te liggen, maar ik
merkte al gauw dat hij er aan zat te likken! Ik probeerde hem dat af te leren,
want in zo'n kleed zitten lange haren en zijn darmpjes waren vast niet geschikt
voor de afvoer van die lange haren.
P