Ik dacht dat ik in de hel terecht was gekomen. Het is alsof je de hele nacht met je hoofd onder de af­zuigkap ligt

www.path-of-wisdom.com

Catharina Mijling:  home | boekenplank | links | reageren?| aan studenten | ikzoek | colum | copyright | mijn boek 

Zie vooral ook: www.havovwo.nl

 

LAAGFREQUENT GELUID

(men had moeten zoeken naar infrageluid. IM)

 

Laagfrequent geluid in de Kloksteeg te Utrecht,

Anne van Weerden, Wetenschapswinkel Natuurkunde, maart 2003,      

 

M. K. woont in de Kloksteeg in Utrecht, in een woning van de Stichting Sociale Huisvesting (SSH). Vier jaar gele­den verhuisde ze van de begane grond naar de bovenste verdieping. Toen be­gon het. K.: "De eerste nacht had ik meteen last. Ik dacht dat ik in de hel terecht was gekomen. Het is alsof je de hele nacht met je hoofd onder de af­zuigkap ligt." Ze kon 's nachts niet slapen en was daardoor overdag altijd moe. Ze had het idee dat de klachten door geluid uit de omgeving veroor­zaakt werden. Aan de achterkant van haar huis bevond zich de afzuiginstal­latie van de Universiteitsbibliotheek aan de Wittevrouwenstraat en aan de voorkant stonden de afzuiginstallaties van alle omliggende woningen.

Ze probeerde van alles om de situatie te veranderen. Ze schreefbrieven aan de SSH, de gemeente, de bibliotheek. Uiteindelijk is één van de afzuig­installaties van de bibliotheek ver­plaatst en is er aan beide kanten van haar woning isolatie aangebracht. "Al­leen, die isolatie maakte het alleen maar erger", aldus K.. De gipsen isolatie houdt hoorbaar geluid tegen, waardoor het laagfrequent geluid des te meer opvalt en storend is.

 

In 2001 kwam ze via een studente die in hetzelfde complex woonde in con­tact met de Wetenschapswinkel Na­tuurkunde. Daar kwam ze precies op het juiste moment. De winkel had pas meetapparatuur aangeschaft om me­tingen van laagfrequent geluid te kun­nen opslaan en laagfrequent geluid als expertise benoemd. De vraag van K. was de eerste op dit gebied. "Ik wist helemaal niet dat het om laagfrequent geluid ging," vertelt K., "totdat ik bij de Wetenschaps­winkel kwam."

De wetenschapswinkel heeft met het splinternieuwe apparaat metingen gedaan in de woning van K.. In maart 2002 zijn op drie verschillende dagen 's ochtends vroeg metingen ge­daan. 's Ochtends heeft K. na­melijk het meeste last van laagfre­quent geluid. Anne van Weerden, student-assistent bij de Wetenschaps­winkel Natuurkunde: "Het laagfre­quent geluid wordt overdag gemas­keerd door ander geluid afkomstig van onder andere het verkeer. Dit betekent dat andere geluiden met even­tueel andere frequenties het laagfre­quent geluid als het ware overstem­men." Uit de metingen bleek dat er in de woning inderdaad laagfrequent ge­luid voorkomt. Bij frequenties tussen de 50 en de 100 Hz komt de geluids­sterkte boven de zogenaamde referen­tiecurve uit. Dit is een richtlijn die bij elke frequentie onder de IOO Hz aan­geeft, bij welke geluidssterkte 10 pro­cent van de mensen tussen de 50 en 60 jaar het geluid nog kan horen. Voor geluidssterktes boven de refe­rentiecurve geldt over het algemeen dat mensen die laagfrequent geluid kunnen waarnemen, hinder onder­vinden.

 

In november 2002 zijn vervolgens metingen gedaan om te bekijken op welke manier de woning het beste geïsoleerd kon worden. Er zijn bij de voor- en achterdeur metingen gedaan met de deur open en de deur dicht. Hieruit bleek dat de glazen schuifpui aan de achterkant het laagfrequent geluid gedeeltelijk tegen houdt. De houten voordeur houdt bijna geen laagfrequent geluid tegen. In het rap­port werd vervolgens de aanbeveling gedaan om in de slaapkamer aan de achterkant van het huis een tussen­wand te plaatsen van glas en de achter­deur beter sluitend te maken. Het zou te veel moeite kosten om het hele huis te isoleren, aangezien niet duidelijk is vast te stellen waar het geluid precies door veroorzaakt wordt. Het komt van alle kanten. K.: "Als ik in mijn slaapkamer geen last meer heb van laagfrequent geluid, kan ik in ieder geval gewoon een nacht doorslapen. Dan kan ik het overdag wel verdra­gen."

Met het rapport is K. nogmaals naar de SSH gegaan. "Er viel een steen van mijn hart toen het rapport klaar was. Ik dacht dat nu het rapport er was, de SSH wel zou moeten meewer­ken", vertelt K.. Zo makkelijk liep het echter niet helemaal. Na be­studering van het ra pportvond de SS H dat ze al alles wat redelijkerwijs ver- wacht mocht worden, gedaan had. Hierop stapte K. naar de geschil­lencommissie van de SSH. Dit is een onafhankelijk orgaan dat klachten van SSH-huurders behandelt. Daar kreeg K. uiteindelijk gelijk. De com­missie droeg de SSH op om de aanbe­velingen uit het rapport van de weten­schapswinkel uit te voeren. En dat zal ze nu ook doen. K.: "Ik hoop dat het snel geregeld is. Ik wil verder met mijn studie aan de Open Universiteit. Die heb ik vier jaar geleden af moeten breken omdat ik te moe was om te studeren."

 

WETENSCHAPSWINKEL   NATUURKUNDE

Op het gebied van laagfrequent geluid krijgt de Wetenschapswinkel Natuurkunde steeds meer vragen. Van Weer­den: "Mensen die last hebben van laag­frequent geluid staan vaak alleen. Ze zijn de enige in hun omgeving die er last van hebben en ze kunnen zich niet verenigen in een bewonersvere­niging. Ik hoop een aantal klachten te verzamelen, zodat er bijvoorbeeld in bouwbesluiten regels komen over de geluidsnorm voor laagfrequent ge­luid."

Trillingen van de lucht veroorzaken geluid. We horen geluid doordat onze trommelvliezen meetrillen met de lucht. Geluid kan variëren in sterk­te en toonhoogte (frequentie). Fre­quenties tussen de 250 en 8000 Hertz zijn voor bijna alle mensen hoorbaar. Het menselijk oor is het gevoeligst voor geluid met een frequentie van ongeveer 1000 Hz. Bij deze frequen­ties hoeft de sterkte niet hoog te zijn om het geluid waar te nemen. Hoe verder de frequentie van 1000 Hz af ligt, hoe slechter hoorbaar het is. De meeste mensen kunnen geluid onder de 125 Hz zeer slecht horen. Dit geluid heet laagfrequent geluid.

Er zijn mensen die laagfrequent geluid wel kunnen waarnemen. En vaak veroorzaakt dit ook meteen klachten,variërend van misselijkheid, slapeloosheid en irritatie tot hoofd­pijn, oorpijn en pijn in de ingewan­den. Vaak worden de klachten niet serieus genomen, omdat mensen om hen heen het geluid niet horen of er geen last van hebben. Daarbij komt dat normale geluidsmetingen, die bijvoorbeeld gemeentes of woning­bouwverenigingen laten uitvoeren, laagfrequent geluid niet goed mee­nemen. Bij deze geluidsmetingen wordt het geluid zo verwerkt dat de zeer lage en zeer hoge frequenties veel minder meetellen. Dit sluit aan bij de gehoordrempel van de gemid­delde mens. Als het geluidsniveau onder de wettelijke norm blijft, hoe­ven er geen maatregelen genomen te worden. Mensen die last hebben van laagfrequent geluid horen juist de frequenties die bijna niet geme­ten worden. Om de sterkte van het laagfrequent geluid vast te stellen, moet een meting per frequentie­gebied plaatsvinden, zonder filteren. De Wetenschapswinkel Natuurkunde meet op deze manier de sterkte van laagfrequent geluid in woningen.

 

Slapeloosheid, irritatie, hoofdpijn en misselijk­heid. Zomaar een aantal klachten, veroorzaakt door geluid: laagfrequent geluid. Geluid met zo'n lage frequentie dat een gemiddeld persoon het niet waarneemt. Maar iemand die laagfrequent geluid wel kan horen, heeft er flink last van.

En wordt vaak niet serieus genomen: "Je moet er maar aan wennen", "Ik hoor toch ook niets". Maar de klachten zijn echt en de Wetenschaps­winkel Natuurkunde kan helpen.

 

Er zijn regelmatig mensen die aangeven dat zij gehinderd worden door laagfrequent geluid (lfg). Degenen die er last van hebben zijn meestal van middelbare leeftijd (85% is 40 jaar of ouder), zijn vaker vrouw (70%), hebben een voor hun leeftijd normaal gehoor, houden van stilte en zijn gevoelig voor geluiden in het algemeen (Gielkens-Sijstermans, 1998).

Mensen omschrijven lfg vaak als een dieselend geluid, als een zware bromtoon of als het gedreun van een draaiende wastrommel (NSG, 1999). Lfg kan waargenomen worden als een druk op de oren, het hoofd, de keel of de borst. Lfg wordt niet door iedereen waargenomen, waardoor de klachten van de gehinderden niet altijd serieus worden genomen.

 

Als externe bronnen van lfg worden onder andere ventilatoren, verwarmingspompen, transfor-matoren en airconditioninginstallaties genoemd. Ook het geluid dat door vrachtverkeer en boten wordt. geproduceerd bestaat voor een deel uit lfg (voor een uitgebreidere lijst zie hoofdstuk 2). De tendens bestaat om steeds zwaardere motoren en voertuigen te ontwikkelen.

 

Bovendien bestaat de indruk dat vrachtverkeer steeds zwaarder kan worden omdat langs veel autosnelwegen geluids-schermen zijn aangebracht. Ook de 24-uurseconomie en de neiging om de schaarse ruimte in Nederland dubbel te gebruiken, kunnen de aanwezigheid van lfg doen toenemen. De verwachting is dan ook dat de overlast door lfg in de komende jaren eerder zal toe- dan afnemen.

 

Lfg is geluid met frequenties tot ongeveer 125 Hz. Door de lage frequentie heeft lfg een aantal bijzondere eigenschappen. Het geluid heeft een lange golflengte. Van geluid met een lange golflengte is bekend dat het relatief weinig wordt geabsorbeerd of gedempt door gevels en bij de voortplanting door de atmosfeer. Omdat het ook door de bodem niet of nauwelijks wordt geabsor-beerd, verdwijnt het niet en kan het niveau alleen door verspreiding afnemen. Hierdoor kan lfg grote afstanden overbruggen en kan een bron op grote afstand (tot enkele kilometers) hinder veroorzaken. Het is moeilijk om een woning of gebouw te isoleren tegen lfg; ook geluidsschermen langs autosnel-wegen helpen nauwelijks tegen lfg. Door de lange golflengte is het moeilijk om de richting van het geluid te bepalen, waardoor het opsporen van de bron bemoeilijkt wordt. Metingen naar de aanwezigheid van lfg vereisen een deskundige uitvoering en analyse. De aanwijzingen van de lfg-gehinderden kunnen bij het onderzoek van belang zijn.

 

Bij gewone omgevingsgeluiden treden adaptatie en habituatie op (voor een verklaring van deze begrippen zie hoofdstuk 10). Deze lichamelijke en psychische aanpassing zien we minder bij lfg. Integendeel, mensen die last hebben van lfg raken steeds meer gefixeerd op het geluid. De overlast wordt 's nachts sterker ervaren dan overdag, onder andere omdat er 's nachts minder maskering is door andere geluiden. Ook hebben mensen in het algemeen 's nachts meer behoefte aan rust en stilte dan overdag, zodat een geluid 's nachts eerder als storend wordt ervaren dan overdag.  (Dit is ene kwestie van ontspanning vóór en door het slapen en niet door fixatie. Ina)

Overigens is er, zowel bij het geluid zelf als bij de waarneming, sprake van een vloeiende overgang naar gewoon geluid. De typische kenmerken van lfg doen zich dus niet abrupt beneden een bepaalde frequentie voor, maar treden meer op de voorgrond bij afnemende frequentie.

 

Kortom, het fenomeen lfg vormt een complex probleem waarvan nog niet alle aspecten bekend zijn. Bij veel gevallen van hinder door lfg blijkt het moeilijk om tot een goede oplossing te komen. Deze richtlijn schetst een plan van aanpak over hoe men, met de huidige kennis, bij klachten over lfg-hinder het beste kan handelen. Hierbij is gebruikgemaakt van informatie uit de richtlijn over laag frequent geluid, die door de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) in opdracht van het Ministerie van VROM is opgesteld (NSG, 1999). De NSG-richtlijn is eveneens ontstaan als gevolg van de wens doeltreffender om te kunnen gaan met klachten over lfg. De NSG-richtlijn beschrijft het uitvoeren van metingen, de beoordeling van lfg en aanvullende informatie over het verschijnsellfg.

 

GGD-Richtlijn LFG eindversie

Geluid met frequenties tot ongeveer 20.000 Hz is voor mensen waarneembaar. Mensen ervaren echter geluiden van verschillende toonhoogten maar met dezelfde geluidssterkte, niet als even luid.

Het menselijk oor is het meest gevoelig voor tonen tussen 200 en 5000 Hz. De gevoeligheid voor geluiden is niet voor iedereen even groot. Bovendien neemt de gevoeligheid voor hoge tonen af bij het ouder worden.

Lfg is geluid waarvan de frequentie lager is dan ongeveer 125 Hz. Voor het kunnen horen van lfg is een relatief hoge geluidsdruk nodig. Deze druk is des te hoger naarmate de frequentie lager is. In tegenstelling tot gewoon geluid wordt lfg het beste weergegeven in dB en niet in dB(A) (voor een verklaring van deze begrippen zie hoofdstuk 10). Ook voor lfg geldt dat niet iedereen dit geluid even sterk waarneemt. De meeste klachten over lfg komen van mensen ouder dan 40 jaar. Ook de manier van waarnemen van lfg kan variëren: van horen tot voelen.

 

Er zijn diverse externe bronnen van lfg bekend, zowel in de natuur als veroorzaakt door menselijk handelen (Sijstermans, 1996).

·         Bronnen in de natuur zijn o.a. donder, aardbevingen, wind, watervallen en verzakkingen ten gevolge van delfstofwinningen. In het algemeen leiden deze niet tot klachten.

·         Bronnen, veroorzaakt door menselijk handelen, zijn zowel binnenshuis als buitenshuis te vinden:

·                    binnenshuis: o.a. wasmachines, koelkasten, verwarmingspompen, ventilatoren, liftmotoren, koelcompressoren, (koel)installaties voor zendmasten, elektrische voedingen in apparaten enzovoorts. Ook de meterkast van het elektriciteitsnet en de bastonen van popmuziek kunnen lfg veroorzaken.

·                    buitenshuis:o.a. verbrandingsmotoren (zoals dieselmotoren van zwaar vrachtverkeer, motoren van boten en vliegtuigen), verbrandingsprocessen, transformatoren, compressoren, koelinstallaties en klimaatsbeheersingsapparatuur. Ook discotheken en hei- en graafwerk­zaarnheden kunnen lfg veroorzaken.

 

In het natuurlijke omgevingsgeluid is het aandeel lfg relatief groot, hoewel het meestal voor een groot deel beneden de gehoor/waarnemingsdrempel ligt. Bij storm kan het echter duidelijk hoorbaar worden, omdat storm relatief veel luide láagfrequente tonen bevat. Ook geluiden in het lichaam zijn voor een belangrijk deel laagfrequent.

Momenteel bestaan er nog geen (wettelijke) normen voor lfg. Wel is wettelijk vastgelegd dat personen of installaties geen overlast mogen veroorzaken. Het al of niet veroorzaken van overlast wordt getoetst aan normen voor gewoon geluid. Dit betekent dat, indien een bron van lfg-overlast wordt opgespoord, er niet altijd wettelijke mogelijkheden zijn om maatregelen af te dwingen. Als de normen voor hoorbaar geluid en/of voor trillingen worden overschreden, kunnen wel aanpassingen opgelegd worden. Mogelijk verlagen deze aanpassingen ook de overlast door lfg. Als er geen normen overschreden worden kan geprobeerd worden om door middel van overleg met de veroorzaker de overlast terug te dringen door het nemen van technische maatregelen. Zelfs als de veroorzaker bereid is maatregelen te nemen, is het niet eenvoudig de overlast helemaal weg te nemen, omdat allerlei bekende isolatiemogelijkheden ontoereikend zijn voor lfg. Isolatie van de lfg-bron is mogelijk, maar vergt veel grotere inspanningen dan isolatie tegen gewoon geluid.

 

Om zoveel mogelijk informatie te krijgen over een mogelijke lfg-bron vormen de waarnemingen van de betrokkene het uitgangspunt. Deze kunnen met behulp van vragenlijsten ingevuld worden. Hierin moeten twee categorieën vragen beantwoord worden.

1.      Vragen over de aard en kenmerken van het geluid:

·                    een omschrijving van het geluid;

·                    sinds wanneer is het geluid hoorbaar;

·                    wie kunnen het horen;

·                    waar is het hoorbaar (binnen/buiten, thuis/elders binnen, plaats in huis, op vakantie);

·                    wanneer is het geluid hoorbaar (dag/nacht, weekeinde, bepaalde tijden);

·                    zijn er mogelijke bronnen aanwijsbaar;

·                    is er een verband met de windrichting (of eventueel andere weersvariabelen).

2.      Vragen over maatregelen die eventueel zijn genomen:

 

Opmerking van mijn kant:

Ze hebben niet in de gaten gehad dat het over

INFRAGELUID gaat…

 Ook als je iets opzoekt over bv RIVM, gaat het altijd over LFG en niet over infrageluid!

 

Zie ook: 

www.path-of-wisdom.com/brom/01trillingsgetal.htm

www.path-of-wisdom.com/brom/02gevolgen.htm

www.path-of-wisdom.com/brom/03verhalen.htm

www.path-of-wisdom.com/brom/04richtlijnen.htm

www.path-of-wisdom.com/brom/07lfg.htm

www.path-of-wisdom.com/brom/06artsen.htm

www.path-of-wisdom.com/brom/08begin.htm

www.path-of-wisdom.com/brom/05artikel.htm

 

 

Catharina Mijling:  www.path-of-wisdom.com

home | boekenplank | links | reageren?| aan studenten | ikzoek | colum | copyright | mijn boek