|
LAAGFREQUENT
GELUID
(men had moeten zoeken naar
infrageluid. IM)
Laagfrequent geluid in de Kloksteeg te Utrecht,
Anne van Weerden, Wetenschapswinkel
Natuurkunde, maart 2003,
M. K. woont in de Kloksteeg
in Utrecht, in een woning van de Stichting Sociale Huisvesting (SSH). Vier
jaar geleden verhuisde ze van de begane grond naar de bovenste verdieping.
Toen begon het. K.: "De eerste nacht had ik meteen last. Ik dacht
dat ik in de hel terecht was gekomen. Het is alsof je de hele nacht met je
hoofd onder de afzuigkap ligt." Ze kon 's nachts niet slapen en was
daardoor overdag altijd moe. Ze had het idee dat de klachten door geluid uit
de omgeving veroorzaakt werden. Aan de achterkant van haar huis bevond zich
de afzuiginstallatie van de Universiteitsbibliotheek aan de Wittevrouwenstraat en aan de voorkant stonden de
afzuiginstallaties van alle omliggende woningen.
Ze probeerde van alles om de
situatie te veranderen. Ze schreefbrieven aan de SSH, de gemeente, de
bibliotheek. Uiteindelijk is één van de afzuiginstallaties van de
bibliotheek verplaatst en is er aan beide kanten van haar woning isolatie
aangebracht. "Alleen, die isolatie maakte het alleen maar erger",
aldus K.. De gipsen isolatie houdt hoorbaar geluid tegen, waardoor het
laagfrequent geluid des te meer opvalt en storend is.
In 2001 kwam ze via een studente die in hetzelfde complex woonde in contact
met de Wetenschapswinkel Natuurkunde. Daar kwam ze precies op het juiste
moment. De winkel had pas meetapparatuur aangeschaft om metingen van
laagfrequent geluid te kunnen opslaan en laagfrequent geluid als expertise
benoemd. De vraag van K. was de eerste op dit gebied. "Ik wist helemaal
niet dat het om laagfrequent geluid ging," vertelt K., "totdat ik
bij de Wetenschapswinkel kwam."
De wetenschapswinkel heeft met het
splinternieuwe apparaat metingen gedaan in de woning van K.. In maart
2002 zijn op drie verschillende dagen 's ochtends vroeg metingen gedaan. 's
Ochtends heeft K. namelijk het meeste last van laagfrequent geluid. Anne
van Weerden, student-assistent bij de Wetenschapswinkel Natuurkunde:
"Het laagfrequent geluid wordt overdag gemaskeerd door ander geluid
afkomstig van onder andere het verkeer. Dit betekent dat andere geluiden met
eventueel andere frequenties het laagfrequent geluid als het ware overstemmen."
Uit de metingen bleek dat er in de woning inderdaad laagfrequent geluid
voorkomt. Bij frequenties tussen de 50 en de 100 Hz komt de geluidssterkte
boven de zogenaamde referentiecurve uit. Dit is een richtlijn die bij elke
frequentie onder de IOO Hz aangeeft, bij welke geluidssterkte 10 procent
van de mensen tussen de 50 en 60 jaar het geluid nog kan horen. Voor
geluidssterktes boven de referentiecurve geldt over het algemeen dat mensen
die laagfrequent geluid kunnen waarnemen, hinder ondervinden.
In november 2002 zijn
vervolgens metingen gedaan om te bekijken op welke manier de woning het beste
geïsoleerd kon worden. Er zijn bij de voor- en achterdeur metingen gedaan met
de deur open en de deur dicht. Hieruit bleek dat de glazen schuifpui aan de
achterkant het laagfrequent geluid gedeeltelijk tegen houdt. De houten
voordeur houdt bijna geen laagfrequent geluid tegen. In het rapport werd vervolgens de aanbeveling gedaan om in de slaapkamer
aan de achterkant van het huis een tussenwand te plaatsen van glas en de achterdeur
beter sluitend te maken. Het zou te veel moeite kosten om het hele huis te
isoleren, aangezien niet duidelijk is vast te stellen waar het geluid precies
door veroorzaakt wordt. Het komt van alle kanten. K.: "Als ik in mijn
slaapkamer geen last meer heb van laagfrequent geluid, kan ik in ieder geval
gewoon een nacht doorslapen. Dan kan ik het overdag wel verdragen."
Met het rapport is K. nogmaals naar
de SSH gegaan. "Er viel een steen van mijn hart toen het rapport klaar
was. Ik dacht dat nu het rapport er was, de SSH wel zou moeten meewerken",
vertelt K.. Zo makkelijk liep het echter niet helemaal. Na bestudering van
het ra pportvond de SS H dat ze al alles wat
redelijkerwijs ver- wacht mocht worden, gedaan had. Hierop stapte K. naar de
geschillencommissie van de SSH. Dit is een onafhankelijk orgaan dat klachten
van SSH-huurders behandelt. Daar kreeg K.
uiteindelijk gelijk. De commissie droeg de SSH op om de aanbevelingen uit
het rapport van de wetenschapswinkel uit te voeren. En dat zal ze nu ook
doen. K.: "Ik hoop dat het snel geregeld is. Ik wil verder met mijn
studie aan de Open Universiteit. Die heb ik vier jaar geleden af moeten
breken omdat ik te moe was om te studeren."
WETENSCHAPSWINKEL
NATUURKUNDE
Op het gebied van laagfrequent
geluid krijgt de Wetenschapswinkel Natuurkunde steeds meer vragen. Van Weerden:
"Mensen die last hebben van laagfrequent geluid staan vaak alleen. Ze
zijn de enige in hun omgeving die er last van hebben en ze kunnen zich niet
verenigen in een bewonersvereniging. Ik hoop een aantal klachten te
verzamelen, zodat er bijvoorbeeld in bouwbesluiten regels komen over de
geluidsnorm voor laagfrequent geluid."
Trillingen van de lucht veroorzaken geluid. We horen geluid doordat onze
trommelvliezen meetrillen met de lucht. Geluid kan variëren in sterkte en
toonhoogte (frequentie). Frequenties tussen de 250 en 8000 Hertz zijn voor
bijna alle mensen hoorbaar. Het menselijk oor is het gevoeligst voor geluid
met een frequentie van ongeveer 1000 Hz. Bij deze frequenties hoeft de
sterkte niet hoog te zijn om het geluid waar te nemen. Hoe verder de
frequentie van 1000 Hz af ligt, hoe slechter hoorbaar het is. De meeste
mensen kunnen geluid onder de 125 Hz zeer slecht horen. Dit geluid heet
laagfrequent geluid.
Er zijn mensen die laagfrequent geluid
wel kunnen waarnemen. En vaak veroorzaakt dit ook meteen klachten,variërend
van misselijkheid, slapeloosheid en irritatie tot hoofdpijn, oorpijn en pijn
in de ingewanden. Vaak worden de klachten niet serieus genomen, omdat mensen
om hen heen het geluid niet horen of er geen last van hebben. Daarbij komt
dat normale geluidsmetingen, die bijvoorbeeld gemeentes of woningbouwverenigingen
laten uitvoeren, laagfrequent geluid niet goed meenemen. Bij deze
geluidsmetingen wordt het geluid zo verwerkt dat de zeer lage en zeer hoge
frequenties veel minder meetellen. Dit sluit aan bij de gehoordrempel van de
gemiddelde mens. Als het geluidsniveau onder de wettelijke norm blijft, hoeven
er geen maatregelen genomen te worden. Mensen die last hebben van laagfrequent
geluid horen juist de frequenties die bijna niet gemeten worden. Om de
sterkte van het laagfrequent geluid vast te stellen, moet een meting per
frequentiegebied plaatsvinden, zonder filteren. De Wetenschapswinkel
Natuurkunde meet op deze manier de sterkte van laagfrequent geluid in
woningen.
Slapeloosheid, irritatie, hoofdpijn
en misselijkheid. Zomaar een aantal klachten, veroorzaakt door geluid:
laagfrequent geluid. Geluid met zo'n lage frequentie dat een gemiddeld
persoon het niet waarneemt. Maar iemand die laagfrequent geluid wel kan
horen, heeft er flink last van.
En wordt vaak niet serieus genomen:
"Je moet er maar aan wennen", "Ik hoor toch ook niets".
Maar de klachten zijn echt en de Wetenschapswinkel Natuurkunde kan helpen.
Er zijn regelmatig mensen die
aangeven dat zij gehinderd worden door laagfrequent geluid (lfg). Degenen die er last van hebben zijn meestal van
middelbare leeftijd (85% is 40 jaar of ouder), zijn vaker vrouw (70%), hebben
een voor hun leeftijd normaal gehoor, houden van stilte en zijn gevoelig voor
geluiden in het algemeen (Gielkens-Sijstermans,
1998).
Mensen omschrijven lfg vaak als een dieselend geluid, als een zware bromtoon
of als het gedreun van een draaiende wastrommel (NSG, 1999). Lfg kan waargenomen worden als een druk op de oren, het
hoofd, de keel of de borst. Lfg wordt niet door
iedereen waargenomen, waardoor de klachten van de gehinderden
niet altijd serieus worden genomen.
Als externe bronnen van lfg worden onder andere ventilatoren,
verwarmingspompen, transfor-matoren en
airconditioninginstallaties genoemd. Ook het geluid dat door vrachtverkeer en
boten wordt. geproduceerd bestaat voor een deel uit lfg
(voor een uitgebreidere lijst zie hoofdstuk 2). De tendens bestaat om
steeds zwaardere motoren en voertuigen te ontwikkelen.
Bovendien bestaat de indruk dat
vrachtverkeer steeds zwaarder kan worden omdat langs veel autosnelwegen geluids-schermen zijn aangebracht. Ook de 24-uurseconomie
en de neiging om de schaarse ruimte in Nederland dubbel te gebruiken, kunnen
de aanwezigheid van lfg doen toenemen. De
verwachting is dan ook dat de overlast door lfg in
de komende jaren eerder zal toe- dan afnemen.
Lfg is geluid
met frequenties tot ongeveer 125 Hz. Door de lage
frequentie heeft lfg een aantal bijzondere
eigenschappen. Het geluid heeft een lange golflengte. Van geluid met een
lange golflengte is bekend dat het relatief weinig wordt geabsorbeerd of
gedempt door gevels en bij de voortplanting door de atmosfeer. Omdat het ook
door de bodem niet of nauwelijks wordt geabsor-beerd,
verdwijnt het niet en kan het niveau alleen door verspreiding afnemen.
Hierdoor kan lfg grote afstanden overbruggen en kan
een bron op grote afstand (tot enkele kilometers) hinder veroorzaken. Het is
moeilijk om een woning of gebouw te isoleren tegen lfg;
ook geluidsschermen langs autosnel-wegen helpen
nauwelijks tegen lfg. Door de lange golflengte is
het moeilijk om de richting van het geluid te bepalen, waardoor het opsporen
van de bron bemoeilijkt wordt. Metingen naar de aanwezigheid van lfg vereisen een deskundige uitvoering en analyse. De
aanwijzingen van de lfg-gehinderden kunnen bij het
onderzoek van belang zijn.
Bij gewone omgevingsgeluiden treden
adaptatie en habituatie op (voor een verklaring van
deze begrippen zie hoofdstuk 10). Deze lichamelijke en psychische aanpassing
zien we minder bij lfg. Integendeel, mensen die
last hebben van lfg raken steeds meer gefixeerd op
het geluid. De overlast wordt 's nachts sterker ervaren dan overdag, onder
andere omdat er 's nachts minder maskering is door andere geluiden. Ook
hebben mensen in het algemeen 's nachts meer behoefte aan rust en stilte dan
overdag, zodat een geluid 's nachts eerder als storend wordt ervaren dan overdag.
(Dit is ene kwestie van ontspanning vóór en door het slapen en niet
door fixatie. Ina)
Overigens is er, zowel bij het
geluid zelf als bij de waarneming, sprake van een vloeiende overgang naar
gewoon geluid. De typische kenmerken van lfg doen
zich dus niet abrupt beneden een bepaalde frequentie voor, maar treden meer
op de voorgrond bij afnemende frequentie.
Kortom, het fenomeen lfg vormt een complex probleem waarvan nog niet alle
aspecten bekend zijn. Bij veel gevallen van hinder door lfg
blijkt het moeilijk om tot een goede oplossing te komen. Deze richtlijn
schetst een plan van aanpak over hoe men, met de huidige kennis, bij klachten
over lfg-hinder het beste kan handelen. Hierbij is
gebruikgemaakt van informatie uit de richtlijn over laag frequent geluid, die
door de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG) in opdracht van het
Ministerie van VROM is opgesteld (NSG, 1999). De NSG-richtlijn
is eveneens ontstaan als gevolg van de wens doeltreffender om te kunnen gaan
met klachten over lfg. De NSG-richtlijn
beschrijft het uitvoeren van metingen, de beoordeling van lfg
en aanvullende informatie over het verschijnsellfg.
GGD-Richtlijn
LFG eindversie
Geluid met frequenties tot ongeveer
20.000 Hz is voor mensen waarneembaar. Mensen ervaren echter geluiden van verschillende
toonhoogten maar met dezelfde geluidssterkte, niet als even luid.
Het menselijk oor is het meest
gevoelig voor tonen tussen 200 en 5000 Hz. De gevoeligheid voor geluiden is
niet voor iedereen even groot. Bovendien neemt de gevoeligheid voor hoge
tonen af bij het ouder worden.
Lfg is geluid
waarvan de frequentie lager is dan ongeveer 125 Hz. Voor het kunnen horen van
lfg is een relatief hoge geluidsdruk nodig. Deze druk
is des te hoger naarmate de frequentie lager is. In tegenstelling tot gewoon
geluid wordt lfg het beste weergegeven in dB en
niet in dB(A) (voor een verklaring van deze begrippen zie hoofdstuk 10). Ook
voor lfg geldt dat niet iedereen dit geluid even sterk
waarneemt. De meeste klachten over lfg komen van
mensen ouder dan 40 jaar. Ook de manier van waarnemen van lfg
kan variëren: van horen tot voelen.
Er zijn diverse externe bronnen van
lfg bekend, zowel in de natuur als veroorzaakt door
menselijk handelen (Sijstermans, 1996).
·
Bronnen in de natuur zijn o.a.
donder, aardbevingen, wind, watervallen en verzakkingen ten gevolge van delfstofwinningen.
In het algemeen leiden deze niet tot klachten.
·
Bronnen, veroorzaakt door menselijk
handelen, zijn zowel binnenshuis als buitenshuis te vinden:
·
binnenshuis: o.a. wasmachines, koelkasten, verwarmingspompen,
ventilatoren, liftmotoren, koelcompressoren, (koel)installaties voor
zendmasten, elektrische voedingen in apparaten enzovoorts. Ook de meterkast
van het elektriciteitsnet en de bastonen van popmuziek kunnen lfg veroorzaken.
·
buitenshuis:o.a. verbrandingsmotoren (zoals dieselmotoren van
zwaar vrachtverkeer, motoren van boten en vliegtuigen),
verbrandingsprocessen, transformatoren, compressoren, koelinstallaties en
klimaatsbeheersingsapparatuur. Ook discotheken en hei- en graafwerkzaarnheden
kunnen lfg veroorzaken.
In het natuurlijke omgevingsgeluid is
het aandeel lfg relatief groot, hoewel het meestal
voor een groot deel beneden de gehoor/waarnemingsdrempel ligt. Bij storm kan
het echter duidelijk hoorbaar worden, omdat storm relatief veel luide láagfrequente
tonen bevat. Ook geluiden in het lichaam zijn voor een belangrijk deel
laagfrequent.
Momenteel bestaan er nog geen
(wettelijke) normen voor lfg. Wel is
wettelijk vastgelegd dat personen of installaties geen overlast mogen
veroorzaken. Het al of niet veroorzaken van overlast wordt getoetst
aan normen voor gewoon geluid. Dit betekent dat, indien een bron van lfg-overlast wordt opgespoord, er niet altijd wettelijke
mogelijkheden zijn om maatregelen af te dwingen. Als de normen voor hoorbaar
geluid en/of voor trillingen worden overschreden, kunnen wel aanpassingen
opgelegd worden. Mogelijk verlagen deze aanpassingen ook de overlast door lfg. Als er geen normen overschreden worden kan
geprobeerd worden om door middel van overleg met de veroorzaker de overlast
terug te dringen door het nemen van technische maatregelen. Zelfs als de
veroorzaker bereid is maatregelen te nemen, is het niet eenvoudig de overlast
helemaal weg te nemen, omdat allerlei bekende isolatiemogelijkheden
ontoereikend zijn voor lfg. Isolatie van de lfg-bron is mogelijk, maar vergt veel grotere
inspanningen dan isolatie tegen gewoon geluid.
Om zoveel mogelijk informatie te
krijgen over een mogelijke lfg-bron vormen de waarnemingen
van de betrokkene het uitgangspunt. Deze kunnen met behulp van vragenlijsten
ingevuld worden. Hierin moeten twee categorieën vragen beantwoord worden.
1. Vragen over
de aard en kenmerken van het geluid:
·
een omschrijving van het geluid;
·
sinds wanneer is het geluid
hoorbaar;
·
wie kunnen het horen;
·
waar is het hoorbaar
(binnen/buiten, thuis/elders binnen, plaats in huis, op vakantie);
·
wanneer is het geluid hoorbaar
(dag/nacht, weekeinde, bepaalde tijden);
·
zijn er mogelijke bronnen
aanwijsbaar;
·
is er een verband met de
windrichting (of eventueel andere weersvariabelen).
2. Vragen over
maatregelen die eventueel zijn genomen:
Opmerking
van mijn kant:
Ze
hebben niet in de gaten gehad dat het over
INFRAGELUID
gaat
Ook
als je iets opzoekt over bv RIVM, gaat het altijd over LFG en niet over
infrageluid!
Zie ook:
www.path-of-wisdom.com/brom/01trillingsgetal.htm
www.path-of-wisdom.com/brom/02gevolgen.htm
www.path-of-wisdom.com/brom/03verhalen.htm
www.path-of-wisdom.com/brom/04richtlijnen.htm
www.path-of-wisdom.com/brom/07lfg.htm
www.path-of-wisdom.com/brom/06artsen.htm
www.path-of-wisdom.com/brom/08begin.htm
www.path-of-wisdom.com/brom/05artikel.htm
Catharina Mijling:
www.path-of-wisdom.com
home |
boekenplank | links | reageren?| aan studenten | ikzoek
| colum
| copyright
| mijn boek
|